DEEL 2 – TURKIJE

Een brug van Oost naar West, met een verrassende diversiteit in klimaat, landschap, cultuur en bevolking, tot in de kleinste uithoeken, tot in het kleinste gezin.

 

Dag 12 (woensdag 10 april 2019):

Komotini (GR) – Canakkale (TR)

Het is buiten zwaar bewolkt, maar quasi droog. Om 7u30 sluit ik mijn pc af en ga mij klaar maken.

Dit was onze laatste overnachting in Griekenland en in Europa. Vandaag rijden we Azië binnen, en begint deel 2 van de reis.

Het ontbijt verloopt wat woelig. De receptionist is niet op de hoogte dat wij een ontbijt besteld hadden, en verwijst ons voor een bijzonder ontbijt naar één van de zaakjes in de buurt. Uiteindelijk stelt hij dan toch voor om ons zelf een continentaal ontbijt te serveren, wat hem dan toch nog aardig lukt.

We vertrekken in volle regen-outfit. Het is fris, droog en zwaar bewolkt. De GPS stuurt ons onmiddellijk de snelweg op, wat niet echt de bedoeling was. Ik zoek een alternatieve route, maar vind er geen. De snelweg is quasi verlaten. Wat een verschil met onze landen. Er zijn hier wel een aantal verklaringen voor. De dure benzineprijs, de belabberde economische toestand, en de lauw relaties tussen Turkije en Griekenland.

Een half uur later verlaten we de autostrade richting Alexandroupoli. Daar tanken we en gaan even verder een tent binnen (letterlijk en figuurlijk) en doen ons tegoed aan een grote lekkere koffie. Op het overdekte terras zitten nog een paar groepjes vrouwen. Het leven verloopt hier duidelijk aan een ander tempo dan bij ons !

Deze maal slagen we er wel in om de snelweg te vermijden, rijden eerst langs een oud weinig gebruikt vliegveld, en nemen dan de route doorheen de Evros-Delta naar het Oosten, naar de grens met Turkije. We worden onmiddellijk verwelkomt door een roofvogel, die verschrikt opvliegt. Het is dan ook de enige vogel die ik opmerk, maar deze natte overstromingsgebieden zijn wel een paradijs voor allerhande vogels en klein wild.

De passage doorheen de Griekse douane verloopt vlot. We steken een lange brug over. Aan de kant staan tientallen bewapende maar vriendelijke Turkse soldaten ons na te staren. Aan de Turkse douane begint vervolgens het lange wachten. De man achter ons zegt dat wij met de motoren de file mogen voorbijsteken. We riskeren het ons echter niet, en schuiven braafjes mee met de massa. Een douanier vraagt Frits om de koffers open te maken. Frits legt hem uit dat hiervoor de ganse bepakking van de motor moet verwijderd worden, wat de brave man even doet slikken, vervolgens naar míjn moto en bepakking kijken, en dan onmiddellijk een ander gemakkelijker slachtoffer uitkiest achter ons. Even later zit hij keuvelend met een vrouwelijke collega aan de kant koffie of thee te drinken. Honderd minuten later is alles gecontroleerd en mogen we Turkije binnen.

De rit gaat al gauw zuidwaarts naar het Gallipoli schiereiland. Rechts duikt de Egeďsche Zee weer op, en een kwartiertje later zien we de Zee van Marmara aan de linkerzijde.

Hier en daar zijn politiecontroles. Een agent gewapend met een kapotte I-pad voert onze gegevens in en laat ons dan weer verder rijden.

De zee wordt wat verder weer smaller en vormt hier de Dardanellen of de Hellespont. Deze zee-engte is vooral gekend omwille van haar militair strategisch belang door de eeuwen heen, vooral tijdens de eerste wereldoorlog.

We steken een Poolse Honda Goldwing 1200 voorbij, een motor die nog ouder is dan de mijne. Hij blijft lange tijd achter ons hangen, maar we raken hem dan kwijt bij de eerste haven die ferry´s inlegt naar Canakkale. Wijzelf rijden verder om de allerverste ferry te nemen, wat de kortste oversteek oplevert. We rijden de ferry nog even voorbij, en rijden te midden van de enorme versterkingswerken die hier meer dan 100 jaar terug werden gebouwd door de alliantie van Ottomanen en Pruisen.

WP_20190410_15_52_22_Pro

We keren dan terug en nemen de veerboot naar de overkant. Dat is altijd een aangename verpozing. Wij hebben veel te zien, en wijzelf hebben ook wat bekijks.

Hotel Kervansaray wordt al snel gevonden. In dit lauwe seizoen is er plaats zat in het hotel. Het pand is meer dan honderd jaar terug gebouwd als woning van een rechter, bleef dan enkele generaties in de familie, en werd dan zo´n 20 jaar terug gerestaureerd en als hotel ingericht. Een unieke locatie en iconische eerste overnachtingsplaats in Azië op deze Zijderoute!

DSC02076

Ik ga onmiddellijk al even op verkenning in de stad, ga wat Turkse Lyra´s tanken, en bezoek een kleine expositie op het centrale plein. Er wordt met foto´s en teksten een chronologisch verslag weergegeven van de ongemeen bloedige slag om de Dardanellen tijdens de eerste jaren van de eerste wereldoorlog, waarbij de heldhaftige rol van Ata Turk dik in de verf wordt gezet, evenals het onvermogen van de Frans-Engelse alliantie om hier voet aan wal te zetten. Over het verder verloop van de oorlog wordt wijselijk gezwegen: de totale ondergang van zowel het Pruisische als het Ottomaanse rijk.

Terug op stap zie ik hier plots een kleine interessante Turkse ‘Adventure’ shop. Ik stap er binnen, en ga er tien minuten later buiten voorzien van een nieuw Turks Jack Wolfskin regenjasje. Zo hoop ik niet meer in affronten te vallen met mijn aftands geel windbrekerke.

Ik ga Frits ophalen en we maken samen nog eens een stadswandeling doorheen de kleine straatjes. Even verder staat de Honda Goldwing geparkeerd, maar van de eigenaar geen spoor. We gaan dan uiteindelijk een pasta eten in het piepkleine restaurant Walpurga. We nemen er nadien nog een thee en een piepklein zoet notendessertje bij.

WP_20190410_18_50_55_Pro

Dan weer naar onze karavanserai en laten ons in onze dromen, wiegelend op de rug van een trage kameel, voeren van karavanserai naar karavanserai.

 

Dag 13 (donderdag 11 april 2019):

Canakkale (TR) – Selcuk (TR)

Het wordt vandaag mooi weer. We hebben gepland om er een verplaatsingsdag van te maken, dat betekent veel en ver rijden, en weinig bezoeken.

We krijgen een uitgebreid ontbijtbuffet voorgeschoteld, tot frieten, groenten en vlees toe.

Even na negen uur zetten we rustig aan. De weg is over het algemeen groot en breed, meestal zelfs met 2 x 2 rijstroken. Het is winderig en eerder fris.

Hier en daar zijn er weer politiecontroles. Slechts éénmaal worden we er uit gepikt. Een zwaantje sommeert ons te stoppen, bekijkt heel snel de motoren en de nummerplaat, en laat ons onmiddellijk weer verder rijden.

We pauzeren nu en dan. Soms om te tanken, dan weer voor een koffie, tegelijk een goed moment om even de kettingen te smeren, minder dan vijf minuten werk.

De doorgang van de streek rond Izmir is iets lastiger. Je kunt er de drukte vergelijken met onze wegen op het piekuur. Nochtans zitten we slechts éénmaal echt even in een file, en dan nog door een defecte bestelwagen, die het verkeer dwingt op twee in plaats van drie rijstroken. Izmir, het vroegere Smyrna, heeft heel wat industrie en overslag van goederen, dus rijden er ook veel vrachtwagens. We zijn opgelucht wanneer we opnieuw doorheen het heuvelachtige platteland de laatste kilometers afmalen die ons scheiden van Selcuk, onze eindbestemming, gelegen op een steenworp van de befaamde antieke stad Efeze.

Mooie rit, mooie uitzichten, weinig glorieus, maar ook geen problemen.

Om 17u nemen we onze intrek in Hotel Nazar. De motoren worden nog even nagezien; alles OK. Even wat verfrissen, en een uurtje later op stap op zoek naar een etablissement waar we de inwendige mens wat kunnen versterken. Sla, humus, brood, köfte en rijst, en dan een theetje bovenop. Het toetje moet weer wachten…

WP_20190411_18_24_15_Pro

Onderweg naar het hotel stoten we op een stoet begeleid door een aantal muzikanten. Ze trommelen, letterlijk en figuurlijk, de ganse buurt bij elkaar om de overwinning van de gemeenteraadsverkiezingen te vieren. Dat feest vindt plaats, jullie raden het, net in de buurt van het hotel. Frits is er nog niet aan toe om te gaan slapen, en gaat even een kijkje werpen op het feest.

Ik werk wat aan de blog, en ga even vóór tienen doodmoe slapen. Het feest is nog volop aan de gang, maar de luide muziek en de feestgangers slagen er niet in om mij langer dan 15 seconden wakker te houden.

 

Dag 14 (vrijdag 12 april 2019):

Vrije dag in Selcuk (TR) – bezoek aan de antieke stad Efeze

We maken er, zoals de Fransen het zo mooi kunnen verwoorden, een vette voormiddag van. Laat opstaan, lang lummelen, traag ontbijten, pas om negen uur, en dan op stap.

Op het programma staat bovenaan het bezoek aan het Ephesus Museum. De inleidende film wordt op ons uitdrukkelijk verzoek mits wat ingewikkelde technische ingrepen afgespeeld… in het Duits. Nadien een interessante rondgang langsheen een hoop archeologische vindsels, die ons vooral inzicht geven in de tijdspannes waarin de achtereenvolgende heersers op deze toenmalige megapolis hun stempel hebben gedrukt. De kostbaarste objecten zijn natuurlijk al lang weggeroofd door Britse en Duitse musea. Iets bijzonders, vinden zowel Frits en ik, is de mooie collectie munten, vooral dan deze van zo een 300 jaar vóór Christus; ze zijn maar een goede centimeter groot, maar wel 5 millimeter dik.

We nemen dan vervolgens de taxi naar Efeze, samen met een Chinees koppeltje. We delen de prijs. De taxi zet ons af aan de noordelijke hoogst gelegen ingang, zodat het bezoek aan de ruďne al afdalend kan gebeuren, wat minder inspanning vergt.

Het bezoek aan de archeologische site is interessant, maar geeft mij wel een déja-vu gevoel. Het zijn vooral de ligging, de uitgestrektheid, en de verbeelding hoe het er hier vroeger moet uitgezien hebben in de glorietijd, die indruk maken. Antieke sites kun je je niet voorstellen zonder baden en gymnasia. De eerste waren een sanitaire noodzaak om ziektes te voorkomen, de tweede wijzen op een lichaamscultus die altijd bestaan heeft, en nog steeds bestaat, en als voornaamste doel seks heeft.

Terug met de taxi naar het hotel. Ik neem een kleine rustpauze om één en ander op het thuisfront te regelen. Wat is de wereld veranderd! Ik herinner me dat ik in 1978 via telegram communiceerde met mijn ouders vanuit Griekenland. Je moest er betalen per woord, waarbij ik dan om kosten te besparen één lange volzin maakte zonder spaties, en de postbediende wijsmaakte dat dit slechts één woord was.

Dan weer op stap. Ik wandel doorheen de kleine straatjes van Selcuk, en sta wel verbaasd over de uitgebreide toeristische infrastructuur, allemaal kleinschalig, die deze stad rechtop houdt. Ik sla het bezoek aan de St Pauls Basiliek over, want dit byzantijns bouwwerk lijkt mij ook niet veel meer dan een ruďne, en klim dan verder de heuvel op naar de enorme oude moskee, de Selcuk Isa Bey Camii. Deze is gebouwd met gehouwen steenblokken vermoedelijk afkomstig van de ruďnes van Efeze. De tuin in de enorme binnenkoer is afgezoomd met een aantal goede bewaarde zuilen met antieke kapitelen er bovenop. In een hoek staan wat grafstenen.

Ik ga behoedzaam de moskee binnen en neem enkele foto´s. Een man van mijn leeftijd komt op mij af en vraagt mij waar ik vandaan kom. Hijzelf is de Imam van de moskee. Hij is, zoals alle Imams in Turkije, aangesteld door de overheid om op deze plaats zijn functie uit te oefenen, dit wil zeggen, voorgaan in het gebed. Er volgt een lang gesprek, waarbij hij meerdere malen de Islam als enige te volgen levenspad naar voor schuift, en tegelijkertijd de andere monotheďstische godsdiensten eerbiedig als achterhaald bestempelt. Toch maakt hij op een bepaald moment gewag van zijn eigen zwakheid en twijfels, wanneer hij vertelt dat zijn oudste zoon als politieman op gewelddadige wijze het leven liet, iets wat hem heel zwaar valt te aanvaarden als de wil van Alláh. Hij geeft me een Koran mee in het Nederlands, helemaal gratis, en dan ook nog een lekkere appel. Misschien weer een zieltje gewonnen. Ik neem het boek dankbaar aan, en beloof hem het eens te lezen. Ik ben immers een onwetende, onbezorgde, koppige zwerver, altijd op queeste naar een extreme staat van kennis, geluk en verwondering, welke ik misschien zal vinden in dit boek, of op deze nog lang af te leggen weg, welke bezaaid is met een oneindige overvloed aan landschappen, kostbaarheden, mensen, ideeën, uitdagingen en zelfs verlokkingen, geboetseerd door de hemelse hand van Alláh.

WP_20190412_15_44_05_Pro

Ik hang nog even rond in de binnenkoer, eet de appel op, en kronkel dan door de smalle straatjes terug naar beneden, naar het stadscentrum.

Ik stap een bakkerij annex tearoom binnen, en bestel een koffie + twee stukjes baklava. In vervoering van dit lekkers, blader ik ondertussen even in het boek dat ik zonet kreeg. Wat een hoogmoed had de schrijver van dit boek, en van wat een koppige domheid getuigen zijn volgers, door te stellen dat de onmetelijke wijsheid van Allah in dit bundeltje papier vervat kan worden, dat deze kennis en wijsheid tot het einde der tijden niet meer kan toenemen, en er op deze aarde zelfs iemand bestaat die in staat is om slechts maar een fractie van die oneindigheid te bevatten.

Terug in het hotel ga ik nog even de voorrem van de Transalp nazien, die soms wat schokkerig overkomt sedert ik nieuwe remblokjes plaatste. Naast mij is de jonge hond van de hoteleigenaars vastgebonden aan de ketting. Terwijl ik aan het klussen ben jankt hij mij gedurende een half uur de oren van het hoofd om aandacht. Ik bemerk niets abnormaal aan de remklauw, noch aan de remschijf, en steek alles weer zorgvuldig in elkaar.

Terug op stap om te gaan avondeten. Fritz kiest ditmaal köfte, wat hem erg bevalt. Ik neem kippenkebab, een soort vette stoofschotel, heel lekker, maar veel te veel, veel te vet, en veel te veel ajuin, wat me deze nacht wel eens zuur zou kunnen opbreken.

 

Dag 15 (zaterdag 13 april 2019):

Selcuk (TR) – Egirdir (TR)

Om twee uur word ik zwetend wakker. De kebab speelt inderdaad op en houdt me een uur onrustig wakker, waarna ik opgelucht weer wat verder slaap, tot de muezzin omstreeks halfzes de ‘adhaan’ luidkeels laat donderen over de ingeslapen stad. Hierbij verkondigt hij de grootheid van Alláh, belijdt hij het geloof in de islam en in Mohammed als profeet van Alláh, en roept hij de mensen op tot het gebed. Ik blijf nog even liggen, maar sta dan wat later ook op.

Het is bewolkt maar droog. Er worden nog twee mooie regenvrije dagen voorspeld, vooraleer een koude regenzone gans Turkije zal overspoelen.

Ontbijt om 8 uur, en vertrek een uurtje later.

De eerste uren rijden we over een soort expresweg voor autobussen. Het gaat snel, maar lastig, want de bussen zijn agressief, en vergen zulk een aandacht, dat van sightseeing vanaf de motor niet veel overblijft.

Rond de middag verlaten we de drukke verkeersas, en nemen we de richting van de vijf meren, die omgeven zijn door hoge besneeuwde bergen. Hoewel de temperatuur de 20 graden voortdurend benadert zorgt de bijwijlen felle wind voor een veel kouder gevoel. Ik trek wat warmers aan, en voel me al snel wat meer op mijn gemak. Deze streek is quasi verlaten en de wegen worden steeds smaller. Uiteindelijk nemen we een oude versleten binnenweg en volgen dan zuidwaarts de westoever van de Egirdir Golu, het meer van Egirdir. Zo belanden we tenslotte onze eindbestemming, Egirdir, gelegen aan het gelijknamige meer.

We nemen onze intrek in Pension Fulya, gelegen op een landtong, net naast een oude moskee. Dat belooft voor morgenvroeg.

Het hotelletje is ietwat hoger gelegen, en het dakterras biedt mooie uitzichten over 360 graden. De uitbater woonde ooit enige tijd in Nederland en spreekt dus een mondjevol van onze taal. Hij biedt ons een welkomstdrank aan. We ontmoeten er Carine, een Bruusseleirse, die professionele gids is in Noord-Indië en Nepal, en momenteel een weekje vrijaf heeft tussen twee opdrachten in.

Om zeven uur gaan we eten bij Charly´s, mét uniek uitzicht, ditmaal op de noordkant van het meer.

 

Dag 16 (zondag 14 april 2019):

Egirdir (TR) – Konya (TR)

De lucht is opnieuw zwaar bewolkt, maar de zichtbaarheid over het ganse meer en de achterliggende besneeuwde bergtoppen is uitstekend. Het is windstil en droog.

De muezzin heeft mij deze morgen luid en overtuigend uit mijn bed gejaagd. Het was alsof ie naast me stond. Ik lees even in één van de gratis kennismakingsbrochures met de Islam, in de hoop wat beter te weten wat de mensen hier drijft. Het is een pamflettaire uitgave van een reeks donderpreken, waarmee ook de priesters uit mijn vroege jeugd de goedgelovigen mee om de oren sloegen. Ik leg het al gauw ter zijde.

Dit hotelletje lijkt eenvoudig van opzet, maar binnenin is alles verzorgd en luxueus afgewerkt. Het ontbijt moet er niet voor onderdoen, een enorme keuze, vier man personeel die de gasten op hun wenken bedienen, en opnieuw dat unieke uitzicht over het enorme meer vanop het overdekte dakterras.

Een uurtje later zitten we alweer op de motor, en laten het kleine vredige stadje achter ons. We kiezen voor de bergroute, die ons alweer naar een ander meer zal leiden. De streek waar we doortrekken wordt anders. De mensen hebben het hier duidelijk lastiger om een bestaan op te bouwen. Er is hier de laatste vijftig jaar vermoedelijk niet veel veranderd. De wegen worden smaller en zijn herhaald opgelapt. Aangezien het steeds hoger gaat, en de besneeuwde bergtoppen steeds dichter komen, stop ik een paar keer om te vragen of dit de juiste weg is, en of de weg wel geasfalteerd is. De mensen stellen ons vriendelijk gerust. We komen tot op hoogten waar de noordelijke flanken van de bergen nog zwaar besneeuwd zijn. Wijzelf volgen gelukkig de noordelijke zonbeschenen kant van de vallei, waar alles reeds in prille bloei staat. De plaatselijke boertjes zijn druk in de weer om hun fruitboompjes te besproeien met één of andere ongezonde substantie, gezien vele onder hen zich trachten te beschermen met witte mondmaskertjes.

Nog een laatste keer ga ik even vragen of we wel op de goede weg zitten, wat onmiddellijk bevestigd wordt. We steken een kleine pas over en zien plots het meer van Beysehin, in haar volle glorie… paradijselijk. Niet ver van ons is een eilandje, wat een prachtige fotoshoot oplevert. De uitgestrekte ondiepe oevers met veel riet herbergen veel insecten en ander klein gedierte, waardoor ook veel vogels hier hun gading vinden. Het meer met haar omgeving maakt deel uit van het Kizildag Nationaal Park.

In Beysehin gaan we koffie drinken. Frits is al gauw aan de babbel met de eigenaar, die alweer een klein mondje Nederlands spreekt.

Terug op de grote weg moeten we de motoren sturen doorheen zwermen vlinders, die zich massaal tegen ons te pletter vliegen. Het zijn distelvlinders, een beetje gelijkend op onze kleine vos, maar dan valer van kleur. Ze komen uit Afrika en trekken noordwaarts om zich voort te planten. We zullen heel wat werk hebben om onze geel bekakte motoren weer proper te krijgen.

Een dertigtal kilometer vóór Konya duikt een groot gebouw op. We maken halt en gaan de 'han' of karavanserai bezoeken; die is mooi gerestaureerd.


Aangezien we niet ver meer moeten rijden, besluiten we hier een kleinigheid te eten in één van de bijzondere houten gebouwtjes net naast de han.

We worden via een trap buiten naar boven geleid, moeten onze laarzen uitdoen, en nemen plaats in een heel bijzonder binnenskamerke, met tapijten, lage tafeltjes en zeteltjes, waar we ons als pasja´s laten bedienen. We krijgen een maaltijd voorgeschoteld welke we niet snel zullen vergeten.

Een ander kamertje is uitsluitend bestemd voor vrouwen. De mannelijke ober moet er telkens braaf buiten wachten. De man staat er nog op dat we achteraf nog een thee van het huis drinken, en komt dan nog eens samen met ons poseren aan de ingang van de kervansaray.

Weer op de motor. Een korte rit ditmaal, tot Konya, een grote moderne stad, waar verrassend weinig verkeer is. We bereiken heel vlot Hotel Bera, een mastodont met vier sterren, dat nu in het lage seizoen erg betaalbaar is. De motoren krijgen een veilig plaatsje in de kelder, naast de wasmanden en de aangeleverde voorraden.

Een uurtje later gaan we op stap, het wordt een lange wandeling door stadscentrum. Daar is het ineens wél heel druk. Iedereen die er op uit wou zit blijkbaar hier. De vele historische moskeeën, sommige nog uit de Selsjuk-periode, dit is nog vóór de Ottomanen, behoren tot het Unesco Werelderfgoed.

Terug op weg vinden we dat we wel een koffie verdiend hebben. Het wordt evenwel een thee, die we aanvullen met een paar stukken baklava. Die zoete kleine gebakjes vullen na die grote late lunch al gauw zo erg, dat de trek in nog een avondmaaltijd heel snel voorbij is.

Terug naar het hotel, ‘classement horizontal’.

 

Dag 17 (Maandag 15 april 2019):

Konya (TR) – Göreme (TR)

Het eerste wat ik doe is even een blik door het venster werpen, het is droog, en al helemaal niet zwaar bewolkt.

Ik doe wat opzoekingszwerk over de te volgen route, en vooral of er onderweg karavanserais te bezichtigen zijn, hoewel we ons zullen moeten matigen, gezien er in de namiddag regen voorspeld wordt. Ik doe ook nog een vergeefs poging wat bij te benen met de blog, maar ga dan uiteindelijk toch pakken, en de moto uit de ondergrondse garage halen.

Het viersterrenhotel heeft zijn sterren niet gestolen. Het ontbijt is verzorgd en overvloedig. Het personeel is erg vriendelijk en voorkomend.

Konya telt wel om en bij het miljoen inwoners. Het duurt dan ook wel even voor we de stad achter ons liggen hebben. Toch moet ik de Turken op gebied van globale verkeersinfrastructuur en zelfs op gebied van gedrag in het verkeer alweer een dikke pluim geven. Wat een vlotte doorstroming!

Eerst rijden we door een West-Anatolische vlakte, in de verte afgezoomd door heuvelrijen, die beiderzijds steeds dichter komen, en waar we uiteindelijk zelf over rijden, om dan te belanden op de Centraal-Anatolische hoogvlakte op zo´n 1000 meter boven de zeespiegel.

In Sultanhani is het een prettig weerzien met een enorme mastodont: de karavanserai die ik vier jaar terug ook reeds eens bezocht samen met Christien, en die er toen redelijk belabberd en verwaarloosd bijstond. Nu staan grote delen van het gebouw in de steigers. We mogen er wel binnen, en staan in bewondering voor hetgeen reeds opgeknapt werd, en hetgeen we ons reeds kunnen voorstellen over het toekomstig resultaat.

We bereiken even na 13u Göreme, een klein erg toeristisch stadje in het hart van Capadocië, waar we onze intrek nemen in Kemal´s Guesthouse, en bij zijn Nederlandse echtgenote Barbara. We zullen hier enkele? nachten blijven, tot het beter weer wordt?

Kemal en Barbara nodigen ons uit voor de koffie. Barbara is blijkbaar een vlinderliefhebber, want ze vertelt me alles over die reisvlinders, die spijtig genoeg massaal op onze motoren te pletter gevlogen zijn. Zijzelf is twintig jaar terug hierheen gefladderd, en te pletter verliefd geworden op Kemal, een bedrijvige Koerd, met wie ze hier een leuk succesvol guesthouse runt.

Het gedruppel is even opgehouden, en we gaan het dorpje in. Op straat staan twee mooie opvallende Royal Enfields, type ‘Himalayan’, een roodgele en een geelrode.

Ze blijken toe te behoren aan drie Fransen, op weg van St-Tropez naar Bali in zes maanden. Zijn dat nu niet toevallig de twee plaatsen waar je de mooiste vrouwen ter wereld aantreft. We gaan samen lunchen en delen wat ervaringen uit.

Barbara en Alain (jawel!) gaan dezelfde richting uit als wij, maar volgen een andere route en hebben een ander reisdoel. De man heeft tijdelijk zijn vriendin achterop, die slechts twee weken kon vrijmaken, en meereist van Istanbul tot Bakoe.

http://St-TropezBali.com

Frits en ik gaan dan weer op stap, en bezoeken het openluchtmuseum in de lichte regen. De wind doet mijn paraplu herhaaldelijk overklappen, waarna ik hem voorzichtig opberg, en mijn hoedje dan maar op zet. Weer wat reparatiewerk voor straks.

Terug in het hotel ga ik werken aan de blog, nippend en sippend van een lekker theetje, terwijl Frits rechtover mij zijn Facebook bijwerkt, hetgeen hem heel wat sneller afgaat dan mij. We babbelen wat met Harkhan, de neef van de patron, een jonge gast van 23, die ooit hoopt skileraar te worden in zijn thuisland, de hoge bergen in de buurt van Kars, in het noordelijke Koerdische deel van Turkije. Ondertussen verblijft hij hier, helpt het Guesthouse te runnen, en verdrijft zijn tijd met game-watching.

We trekken ons terug, elk in onze eigen kamer, waar ik omstreeks tien uur het bijltje erbij neerleg.

 

Dag 18 (Dinsdag 16 april 2019):

Vrije dag in Göreme (TR)

Om drie uur ben ik wakker, maar slaag er in om nog tot bijna zes uur wat te soezen, draaien, keren.

Ik kleed mij aan en ga buiten kijken of er geen luchtballonnen te zien zijn. Geen één, maar vele tientallen bevolken de lucht. Hier en daar licht er één op in de ochtendschemering wanneer hij de gasbrander ontsteekt om de ballon weer even wat hoger te stuwen. Ik neem een pak foto´s hopend er enkele over te houden waar iets moois op te zien is.

Om 8 uur ga ik samen met Frits ontbijten. Harkhan staat klaar om ons op onze wenken te bedienen. Frits is deze voormiddag voor een boodschap even naar Nevsehir, een stadje in de buurt. Ik doe ondertussen een paar kleine karweitjes, ga dan een uurtje wandelen in het dorp.

 

Enkele dagen terug is een ernstig probleem opgedoken, welk wel eens een groot impact zou kunnen hebben op het verder verloop van de reis. Een andere kleine groep motorijders, welke even vóór ons vertrokken zijn, zijn Iran niet mogen binnenrijden. Iran heeft ingevolge een diplomatiek conflict met de VS alle doorgang van Amerikaanse voertuigen en luxe-voituren verboden. Ook motoren boven 250cc, zoals onze Transalpjes, vallen onder deze maatregel. Nu bestaat dit verbod reeds jaren, maar werd het niet strikt toegepast, tot voor kort…

Het is dus alle hens aan dek om enerzijds toch Iran binnen te raken, en anderzijds om plan B, C en D op te stellen voor in geval dat.

Ik heb dus het Iraans Consulaat in Brussel, en de Automobielclub van Iran aangeschreven voor meer informatie en hulp. Ook probeer ik meer informatie te krijgen over die andere groep motards en met welke motoren ze op pad zijn.

Plan B is de overtocht per boot van Bakoe in Azerbeidjan naar Turkmenbashi in Turkmenistan.

Plan C is de overtocht per boot van Bakoe naar Aktau in Kazachstan.

https://en.wikivoyage.org/wiki/Ferries_in_the_Caspian_Sea

Plan D is de Noordelijke route omheen de Kaspische Zee via Dagestan, een Russische republiek, en Kazachstan.

Ondanks de weersvoorspellingen is het hier bijna de ganse dag droog gebleven. Ik heb dus de motor nagezien, en de kabels van de koppeling en de choke van een drupje olie voorzien. Het motorblok zelf verbruikt zo goed als geen olie; het oliepeil staat nog steeds mooi tot aan het bovenste streepje.

Om tien uur gaan slapen.

 

Dag 19 (Woensdag 17 april 2019):

Alweer een vrije dag in Göreme (TR)

Het blijft droog maar bewolkt, en het is veel kouder geworden, nauwelijks vijf graden.

Na het ontbijt vertrekken Frits en ik op de motor. Eerst via een landweggetje naar het naastgelegen dorpje, dat gebouwd is omheen een enorme rots welke als een kasteel uittorent hoog boven de verre omgeving.

De rots is naar goede Capadocische gewoonte voorzien van voldoende gaten, trapjes en deuren, om vooral niet op te vallen in het landschap. De kou noopt ons om nadien een koffie te gaan drinken, achteroverleunend in grote gezellige zetels.


Het panoramisch uitkijkpunt over de duivenvallei, en vooral de weg er naar toe is alweer een kermis van jewelste. Gelukkig zijn er meer kraampjes dan toeristen, zodat het uitzicht en de foto´s toch nog ongerept overkomen.

Terug in Göreme kort na de middag worden we door Memeth, een lokale tourorganisator, die nog jarenlang vrachtwagenchauffeur was in België, en goed Nederlands spreekt, in contact gebracht met Elsie, een Amsterdamse op een Suzuki V-Strom, net zoals wij op reis naar Iran. De motor is uitgerust met stoere noppenbanden, wat haar motor nu en dan doet dansen op de gladde marmerkorrelwegen van Turkije. Opnieuw wisselen we wat ervaringen uit, en gaan dan elk weer onze eigen gang.

http://www.ElsieTravels.com

Wijzelf stappen weer de motor op en bezoeken dan de Monnikenvallei. Eerst een rondwandeling, dan een theetje om op te warmen. En dan weer op de motor naar de Liefdesvallei, die hier in het Turks de Lullenvallei genoemd wordt, gezien de vorm van de hoog opgerichte rotsen met het typische kapje.

De Liefdesvallei heeft haar naam zeker niet gestolen, want het vergt een hele wandeling om er te geraken, gemotoriseerde voertuigen zijn niet toegelaten, en het aanzicht van al dat opgericht geweld brengt menigeen wel in vervoering.

In een heel primitieve afspanning worden we van warme thee voorzien door de 70-jarige Keles, wiens vader tot tweemaal toe in de mijnen in Zolder ging werken omstreeks 1964, maar het daar telkens maar enkele maanden volhield, en dan besliste zijn eigen geliefde Turkije nooit meer te verlaten.

Terug naar Göreme, en een werk van barmhartigheid verricht, dat natuurlijk bij onszelf begint: de hongerigen spijzen. Na het slaatje begint Frits aan een Turkse Pizza, terwijl ik een Pide Express neem: een schotel vol gegrilde broodjes voorzien van diverse hartige vullingen.

Hoezeer ik ook mijn best doe, ik slaag er niet in alles naar binnen te werken, en lig een half uurtje later uitgeteld op mijn bed. Ik glij al gauw weg in zoete dromen, en wordt plots wakker, mij herinnerend dat ik moet video-whatsappen met het thuisfront. Eerst met mijn broer en mijn mama, daarna met mijn dochter Joke, en de totaal losgeslagen Jolien en Lieselot. De twee kleuters zijn totaal verrast dat ik nu ineens zomaar uit dat kastje, na weken afwezigheid, tevoorschijn kom.

Tegen de schemering ga ik samen met Frits nog wat keuvelen met Barbara, onze gastvrouw. Terug op mijn kamer pen ik alle gebeurtenissen van de dag neer, en word er door de Muezzin luidkeels aan herinnerd dat het bijna 21u is, en dat de planning van morgen moet bekeken worden. We trekken noordwaarts, richting Zwarte Zee, want hier in het binnenland gaat het kouder worden, en hier en daar zelfs sneeuwen.

Dag 20 (Donderdag 18 april 2019):

Göreme (TR) – Tokat (TR)

Het is prachtig weer vandaag.  Ik steek om zes uur mijn hoofd eens buiten, en zie een prachtig schouwspel: de ballonnen vliegen weer, en komen ditmaal vervaarlijk in onze buurt.  Ze vliegen enkele tientallen meters boven de grond over het nog grotendeels ingeslapen Göreme.

Om halfnegen gaan we ontbijten. Het is geen tien graden buiten, maar de zonnestralen zijn zo intens dat het meer dan twintig graden aanvoelt. Het ontbijt wordt dan ook in de tuin geserveerd, waar de botten aan de planten nauwelijks doorbreken, en dus nog een winterse aanblik vertoont.

Rond halftien is er afscheid genomen van het ganse team en van Barbara en Kemal zelf, en we hervatten onze reis noordoostwaarts. Het is een mooie route, hoewel de pret enigszins gedrukt wordt door de temperatuur die schommelt tussen 6 en 8 graden. We proberen ons hier en daar op te warmen, en een koffie te verkrijgen. Deze streek ziet normaal geen toeristen, dus koffietentjes zijn uiterst zeldzaam. De mensen spreken enkel Turks, wat lastig is, maar vaak leuke situaties oplevert. Aan een benzinestation vragen we of ergens warme koffie of thee te verkrijgen is. De jonge man nodigt ons uit in zijn eigen ´bureau´, een nederig stulpje met minikeuken en een aftandse canapé, waar we ons even neervlijen en ons tegoed doen aan een warme thee die opgegoten wordt vanuit een soort Turkse samovar.

Ergens in een klein stadje vinden we dan toch een café, waar we ons koffie en gebak laten serveren. Onze aankomst en onze aanwezigheid is voor de lokale bevolking echt een gebeurtenis. Ze klampen ons aan, proberen vruchteloos tot een gesprek te komen, maar we hebben er allen wel plezier in. De koffie is zoet, en er is ook nog melk bij. Dat zou niet erg geweest zijn indien je er nog minstens de koffie zou doorgesmaakt hebben, wat duidelijk niet het geval was. De patron is echter heel vriendelijk, vindt het nodig om toch nog iets te doen als goede gastheer, en schenkt ons beiden een ijsje als afsluiter.

Halfweg, net na de middagpauze, krijgt Frits een berichtje van Barbara dat mijn reservebrillen nog in Göreme liggen. Probleem ! Na overleg met Frits besluit ik terug te rijden, terwijl Frits reeds naar Tokat verder rijdt een zijn intrek reeds neemt in het hotel dat ik gisteravond opgesnord had via Google.

De terugrit is geen echte straf, want de streek is mooi, en ik hoef mij enkel te concentreren op mijn eigen veiligheid. Barbara en Harkhan staan mij reeds op te wachten. Ik voel mij nog fit, het weer is prachtig, en na een kleine pauze hervat ik de route, opnieuw naar Tokat. Deze maal neem ik een andere grotere weg, waardoor ik zonder mij te moeten haasten, toch sneller opschiet. Ik heb zo ook de mogelijkheid te stoppen en ergens ter plaatse te overnachten, mocht ik te moe zijn of tegenslag kennen met bijvoorbeeld het weer. Het blijft echter mooi weer, hoewel de temperatuur gaat zakken, tot zelfs drie graden. Ik ga tweemaal een pas over en kom even terecht in de mistige wolken die rond de berg hangen. Ik rij hierbij op veilige afstand steeds achter een andere wagen aan. Die is dus mijn haas. Ik begin uiteindelijk stramme spieren te krijgen en ben opgelucht als het verkeer wat drukker wordt als teken van het naderen van mijn eindbestemming.

In Tokat staat Frits mij reeds op te wachten. Het viersterrenhotel is OK, maar ze hebben geen kamer meer voor mij. Na wat bellen en zoeken vinden ze een oplossing: een kamer in het goedkopere aftandse zusterhotel om de hoek. Mijn motor mag in de ondergrondse garage naast deze van Frits, en het ontbijt zal morgen ook samen bij Frits in het luxehotel geserveerd worden.

Frits trekt zich dan terug in zijn kamer, wijl ik besluit om toch nog iets te gaan eten in de buurt. Het is ondertussen donker geworden en het begint heel zachtjes te regenen. Zowel het warme eten als de wandeling hebben mij deugd gedaan, en wanneer ik terug in mijn hotelkamer kom is de dudder over mijn lijf verdwenen.

Mijn kamer grenst aan de lawaaierige straatkant, maar dat verhindert mij niet om snel de slaap te vatten.

Dag 21 (Vrijdag 19 april 2019):

Tokat (TR) – Ünye (TR)

Na aanvankelijk herhaaldelijk wakker geworden te zijn omwille van stramme zeurende spieren, slaap ik vervolgens in één ruk door tot bijna zes uur, ondanks het lawaai op straat.

Er wordt hier regen voorspeld. Tokat is dan ook maar een etappe op weg naar de Zwarte Zeekust, waar een zachter klimaat heerst dan in het binnenland. De straten zijn nat, maar regenen doet het niet.

Om negen uur ga ik met vier sterren en met Frits ontbijten. Het restaurant is groot en quasi leeg. Alweer zie je hier evenveel personeelsleden als gasten.

Ik besluit om in volle regen-outfit te vertrekken, en dat blijkt na een half uurtje de goede keuze. We moeten een hele bergketen dwarsen om tot aan de Zwarte Zee te geraken. In de bergen krijgen we het erg te verduren door kou, regen, enkele flarden nevel, even zelfs smeltende sneeuw, en vele lange wegfragmenten waar overlangse groeven in het wegdek getrokken zijn, wat het sturen erg lastig maakt. Opnieuw passeren we doorheen landschappen waar nog volop sneeuw ligt, behalve op de wegen.

Ook vandaag krijgen we gratis thee aangeboden in een restaurantje, waar een halve geit en een kwart rund als koele minnaars achter de vitrine hangen te wachten op wat menselijke warmte. In de gelagzaal staan enkele tafels, een slagersblok, een vleesmaalmachine , en een immense barbecue met afzuigkap. Na het eerste glas volgt een tweede glas thee, en wanneer we willen afrekenen wuift de baas de vraag weg, en drukt al glimlachend zijn rechter hand op zijn hart.

Bij het buitengaan spreken mannen ons alweer aan. De motoren worden bekeken en gekeurd. Zonder te begrijpen wat ze vragen, antwoord ik hen met enkele woorden en gebaren dat ik Belg ben en Frits een Hollander, en van waar we komen en waarheen we rijden. Ze knikken lachend, tevreden over het antwoord.

In Ünye doorkruisen we het drukke stadscentrum tot aan de strandboulevard. De Zwarte Zee opent zich voor ons, een wijds donkere zee met rustige branding. Om het hotel te vinden ga ik even een politiebureau binnen. Ik toon de politieagent de naam en het adres in de Lonely Planet gids. Hij kan mij niet helpen. Niet verwonderlijk, want het hotel ligt net om de hoek… De man achter de balie is erg behulpzaam, leidt ons eerst met de motoren naar een bewaakte parking, en biedt ons dan een koffie aan terwijl hij onze paspoorten inschrijft. Even later komt een boodschappenjongen de lobby binnen met twee porseleinen kopjes Turkse koffie. Het lijkt een beetje op de pizzabesteldiensten in onze steden.

Na het uitpakken en omkleden maken we een wandeling langs het strand. Er is een lange pier gebouwd op sterk verweerde betonnen palen. Het is nog geen seizoen. De enige aanwezigen op het strand zijn drie speelse honden die een groot gat graven.

We krollewieten door het drukke stadscentrum, langs honderden kleine winkeltjes en ambachten. Dan een stravve koffie en een baklava in een net en modern zaakje. Het wordt gerund door een overjarige lokale hippie aprčs la lettre, met een grijs koddeke, iets jonger dan wij. Hij werkte twintig jaar aan de zuidkust dicht bij Antalya, en spreekt wat Engels. Hij toont ons fier een foto van zijn twintigjarige zoon die werkt op de dienst oncologie in het plaatselijke ziekenhuis. Even excentriek als zijn papa blijkbaar, maar met een heel stylish kapsel zoals de overleden Prince, met een dunne lange lok over zijn wang tot aan de mondhoek. Terwijl hij dit allemaal vertelt vlindert zijn jongste dochter van zeven rond hem. Weer zien we hier de extreme kanten waarmee Turkije zich manifesteert, van heel braaf conservatief tot uitdagend progressief, en dit zonder dat de ene zich blijkbaar stoort aan de andere.

Weer op stap langs de vele moskeeën, kebabzaakjes, cafés waar enkel mannen zitten, nieuwe dure winkelgalerijen, historische hamams, cellphone-winkeltjes.

 

Dan vermoeid naar het hotel. Even rust tot zes uur.

Dicht bij het hotel vinden we een klein restaurantje. We krijgen moeilijk uitgelegd wat we willen eten, maar laten de patron en zijn vrouw iets klaarmaken op de enorme rooster naast onze tafel. De afzuiging werkt slecht, en de kleine ruimte vult zich al gauw met een dikke rook, die langs de wijd openstaande deur zijn weg naar buiten vindt. Het maaltje is minimaal van samenstelling, maar ruim voldoende. Wanneer Frits wil betalen weigert de man enige betaling, zelfs na enkele malen aandringen. Hij legt terug de hand op het hart, het was een eer voor hem om zulke gasten te mogen bedienen. Dan volgt nog een fotoshoot met baas, vrouw en zoon. Gegarandeerd krijgt de brave man deze avond nog kijvers van zijn vrouw dat hij dat niet had moeten doen…

Weer op stap op zoek naar thee en een toetje, ditmaal betalend, maar ook gevolgd door een fotoshoot met het ganse vijfkoppige team van het restaurantje.

Avondwandeling tot aan de zee.

Rust. Blog. Slapen.

 

Dag 22 (Zaterdag 20 april 2019):

Ünye (TR) – Ordu (TR)

Het belooft een mooie zaterdag te worden wanneer ik de gordijnen openschuif en een blauwe hemel mij toelacht. We hebben het hier wel gezien in dit stadje. Het ontbijt biedt gelukkig nog wel een aangename verrassing. Het restaurant is gelegen op de dakverdieping en heeft een met glas omsloten terras, zodat we badend in de lauwe ochtendzon kunnen genieten van wat thee, brood, kaas, marmelade, én, een deugddoend zonneke. Ik ga even genieten van het panorama en zie een man in het gebouwtje naast ons net hetzelfde doen.

De weg naar Ordu is niet lang, en het verkeer is beperkt. In plaats van verder de kust te volgen geraken we per abuis op een stuk autostrade die een schiereilandje dwars oversteekt langsheen een ruw bergachtig landschap. In een lange tunnel steken we een moedige of gekke fietser voorbij. Terug aan de kust gekomen bezoeken we nog even een vissersdorpje, en gaan dan een koffie drinken op een overdekt terrasje met uitzicht op het haventje, waar we van achter het glas nu en dan een klein vissersbootje zien binnenvaren.

Het blijft droog vandaag, maar de zon maakt algauw plaats voor hoge grijze wolken die door de koude wind hierheen gestuurd worden. We komen kort na de middag in Ordu aan, en vinden heel snel het mooie Hotel Wyspy aan de strandboulevard, met panoramisch dakterras en spa-faciliteiten, en een ondergrondse parkeergarage voor de motoren. Ik heb een lichte verkoudheid opgelopen, ril een beetje, voel wat kop- en spierpijn opkomen, en hoop met een warme douche, en vervolgens wat rust, er snel bovenop te komen. Hier kunnen we misschien wel eens 2 nachten blijven.

Rond drie uur gaan we de stad verkennen, met het etnografisch museum als eerste doel. Het is gelegen in een oude goed bewaarde villa van begin vorige eeuw, het Pasjaoglü huis, gebouwd door een rijke koopman uit Istanbul. De inhoud van het museum is beperkt, maar het geeft toch een mooie voorstelling van de eenvoudige luxe waar mensen uit de begoede klasse konden van genieten. Ook de tuin is quasi intact gebleven, zij het dat die wel wat onderhoud en liefde zou kunnen gebruiken.

In de rest van de stad treffen we op deze korte wandeling weinig of niets bezienswaardig, tenzij de bruisende kleine straatjes, tsjokvol nerinkjes, waar de kleine man zijn dagelijks bestaan tracht mee op te bouwen.

En met kleine man bedoel ik echt mán, want op wat kledingzaken, supermarktjes, en, jawel, pikante lingeriezaken na, is de kost verdienen in het straatbeeld hier nog steeds een mannenzaak. We stappen een bakkerijtje binnen, en nemen een groentegebak gerold in bladerdeeg vergezeld van een Nescafé, die hier overal best drinkbaar is. Het gebak is wat te veel, te vet, en te hartig, hetgeen mij noopt om de wandeling nog eventjes uit te breiden, om het goedje wat sneller te doen zakken.

Wat later gaat Frits naar de kapper, wijl ik naar de receptie ga om een deugddoende Turkse massage te boeken in het spa-sportcentrum op de eerste verdieping. Ik liet mij twintig jaar terug, samen met Luc in Antalya, ook eens masseren door zo´n Turkse masseur, die ons toen alle hoekjes van de kneedruimte liet zien en voelen.

Om halfzeven zien ik Frits terug, geplukt en geschoren. We gaan wat eten. Ik beperk mij tot een kaastoetje, want het late middagmaal is nog niet verteerd. Frits bestelt een köfte, en hij laat het zich smaken, want ditmaal laat hij bijna niets liggen in het grote bord.

Terug in het hotel ga ik eerst naar het Turkse stoombad, dan de sauna binnen, en daarna word ik gedurende bijna een uur deugddoend ontspannen maar ditmaal beschaafd gemasseerd. Het welbevinden na de massage doet mij denken aan mijn grootvader, die, toen hij mijn leeftijd had, geen week voorbij liet gaan zonder een massage door de kinesiste in Boekhoute, die avond steeds gevolgd door enkele scheve opmerkingen van mijn grootmoeder. Van de verkoudheid merk ik niets meer. Terug op de kamer neem ik nog een douche om die olie weg te spoelen die kennelijk diep in mijn huid gedrongen is.

En nu weer aan het werk om een paar filmpjes te monteren, en vervolgens online te zetten, wat algauw tot bijna middernacht in beslag neemt.

Dag 23 (Zondag 21 april 2019):

Rustdag in Ordu (TR)

Zoals gewoonlijk sta ik op omstreeks zes uur. Ik heb goed geslapen en geen pijntjes overgehouden van de massage gisteravond. Een warme douche en een koffie later hebben de stramheid in lichaam én geest volledig verjaagd

Het wordt steeds duidelijker dat Iran écht zijn grenzen gesloten heeft voor alle motoren zwaarder dan 250cc. De maatregel bestond sedert vele jaren maar werd niet toegepast, tot in augustus vorig jaar luxemotoren en Amerikaanse merken geviseerd werden, waardoor toch hier en daar iemand werd tegengehouden. Ik volg de situatie op de voet. Dit en het sukkelende weer heeft ons gisteravond doen besluiten om het nóg wat kalmer aan te doen, en hier in Ordu nog een dagje langer te blijven. Zo kunnen we wat wachten op betere tijden om het bezoek aan Georgië aan te vatten.

Het restaurant waar het ontbijt geserveerd wordt bevindt zich op de bovenste verdieping en biedt een panoramisch uitzicht over de stad en over de Zwarte Zee. Het buffet is uitgebreid en biedt zelfs de mogelijkheid van een late brunch, warme schotels en frieten inclusief. Frits vertelt dat hij bericht gekregen heeft van Elsie; zij is onderweg naar Tbilisi in Georgië, en hoopt daar morgen te geraken. Zij zal er haar motor ergens stallen voor een paar weken en het vliegtuig nemen naar Nederland, om er een paar weken bij haar familie door te brengen. Hé, dat zouden wij ook wel eens kunnen doen indien Iran niet doorgaat. Ondertussen heeft Elsie mogelijk wel andere katten te geselen, want zij heeft de route via Ardahan door de bergen gekozen, en dat nét wanneer een sneeuwstorm over het binnenland van Turkije raast, reden waarom wij hier aan de veilige Zware Zeekust zitten.

De motoren hebben nog even wat onderhoud nodig: ketting smeren, en vervolgens wat olie bijvullen, bij mij de eerste maal op 5000km.

Rond 10 uur trekken we de wandelschoenen aan en gaan op stap. Het is zondag, en de stad is nog slaperig leeg. Hier en daar gaat een winkeltje open. Mensen lopen net zoals bij ons af en aan bij de bakker. Het is bewolkt, maar lijkt droog te zullen blijven.

Aan de zeedijk gekomen nemen we de kabelbaan naar boven op de Boztepe, een heuvel die hoog uittorent boven de stad.

Op de top staat een enorm Radisson Blue luxehotel en wat koffieterrasjes mét panorama. Dan te voet naar beneden, over een oude versleten bestrate weg, die vroeger de enige manier was om er vanuit de stad te geraken. De weg slingert zich door bosjes hazelnootstruiken, die net hun bladeren teruggekregen hebben. Deze streek claimt de grootste hazelnotenproducent van Turkije te zijn.

We bereiken de eerste huizen, tegelijkertijd de mooiere villa´s vaak opgetrokken in traditionele Ottomaanse stijl. Hier en daar ook wat krotten, geduldig wachtend op afbraak en vervolgens dure nieuwbouw op deze prachtige helling.

 

Wat verder beneden staan enkele mooie oude villa´s, sommige reeds gerestaureerd, andere heel charmant smachtend naar wat liefde en geld voor een dringende opsmuk. In mijn dorp staat er ook zo een villaatje te wenken…

Een oude Griekse kerk wordt gerestaureerd. Ze doet dienst als cultureel centrum, en herbergt regelmatig exposities.

Bij een patissier houden we halt voor koffie en baklava. De man vraagt mij iets en ik antwoord hem terug het gebruikelijke, waarbij je telkens opnieuw ziet dat mensen zich heel wat makkelijker voelen als ze je kunnen plaatsen. De vriendelijke man voelt zich vereerd wanneer ik een foto neem van de mooi gedecoreerde muur.

Dan even uitrusten in het hotel, wat al snel uitloopt op ‘un dimanche aprčs-midi gras’, waarbij ik achtereenvolgens een paar uiltjes vang, mijn foto’s bijwerk, een filmpje online zet, en whatsap met de familie thuis.

Video Adriatische kust

Om zes uur nog even de strandboulevard op om te gaan eten in restaurant ‘Bulvar’. Het heeft gelukkig net opgehouden met regenen.

Het was een rustige luie dag, de pittige voormiddagwandeling niet te na gesproken.

 

Dag 24 (Maandag 22 april 2019):

Ordu (TR) – Trabzon (TR)

Er wordt vandaag nog wat regen en kou verwacht, maar we hopen dat vanaf morgen stilletjes aan wat mooie zonnige lentedagen in het verschiet liggen.

We starten de dag met een ontspannen ontbijt op het dakterras van het hotel, achter glas weliswaar, want het mag dan wel droog zijn, toch is het buiten zwaar bewolkt en nauwelijks 11 graden. Vandaag, op maandagmorgen, zijn er weinig gasten. Ik start weer eens met wat frietjes, calamar en een slaatje, maar ga dan toch nog wat verder met brood, kaas, gedroogde vruchten en marmelade. We poefen ons vol, en kunnen er weer tegen tot vanavond.

De rit naar Trabzon verloopt rustig, maar is niet erg interessant, want langsheen een 4-baans expresweg. Het is koud, maar gelukkig droog. We rijden bijna de ganse tijd, net naast de zee, maar door de breedte van de baan en de aanwezigheid van vangrails is er niet veel interessants op te vangen. Een tip voor andere motorrijders: plan een Zwarte Zee-trip in Turkije van Oost naar West!

We gaan tanken en krijgen deugddoende warme thee aangeboden. De pompbediende bekijkt de moto en vraagt van alles wat ik niet begrijp. Zijn interesse in de vlaggenstickertjes beperkt zich tot het opnoemen van enkele voetballers afkomstig uit één van de landen welke ik bezocht.

In een stadje verderop is het markt en erg druk. De diverse moskeeën laten hun oproep tot gebed schallen, elk om ter luidst. In een heel nette en moderne patisserie houden we halt en krijgen een zoete koffie verkeerd met een niet zoet gebakje geserveerd. Gaat ook.

Bij het naderen van Trabzon wordt het verkeer heel wat drukker. Het historische Trebizonde is nu de moderne havenstad Trabzon geworden, qua grootte enigszins te vergelijken met Antwerpen. We rijden de stad binnen, op zoek naar Hotel Feza, maken halt aan Hotel Ezgur, maar gaan vervolgens Hotel Nazar binnen, want daar is een ondergrondse parkeergarage. Het hotel bevalt en we betrekken onze kamers. We bevinden ons op twee stappen van hartje Trabzon.

Trabzon is wel echt interessante stad, op zich niet echt mooi, gezien de vele schreeuwerige kleine Turkse winkels, maar met veel mooie huizen en hoekjes, en verrassende uitzichten.

We maken een wandeling van een uur door en een uur terug naar Aya Sophia, welke dan nog dicht is omwille van restauratiewerken.

Maar er is onderweg toch veel te zien. Oude vestingmuren, mooie parkjes, oude statige huizen hoog op rotsen of stadswallen.

Verschillende grote ziekenhuizen staan hier heel dicht bij elkaar. Bij een kapper staat een pak eieren, wel vijftig, uitgestald in de vitrine. Vermoedelijk gebruikt hij die als shampoo, zoals vroeger bij ons.

Trabzon was een belangrijke stad op de Zijderoute, en verloor belang toen de zeeroute via het Suezkanaal nieuwe wegen opende voor de handel met het Verre Oosten. Het was gedurende eeuwen zelfs de hoofdstad van het Byzantijnse keizerrijk, tot de Ottomanen de macht overnamen in de 15e eeuw. Tot honderd jaar terug hebben Grieken en Armeniërs hier een belangrijke plaats blijven innemen, wat de aanwezigheid van de vele riante panden in de stad verklaart. De Grieken werden verjaagd; voor de Armeniërs vond men een andere oplossing. Maar dat luidde wel het verval in van de stad, met hongersnood en leegloop. De laatste decennia is de stad er echter blijkbaar weer bovenop gekomen.

Terug op de grote centrale markt gekomen zoeken we een chique etablissement op, en gaan we dineren tussen de beau monde van Trabzon.

Mijn verkoudheid, waar ik heel weinig last van heb, is nog niet geheel over; ik ga vroeg slapen om de virusjes geen kans te geven.

 

Dag 25 (Dinsdag 23 april 2019):

Vrije dag in Trabzon (TR)

Eindelijk weer eens een veelbelovende blauwe hemel.

Hotel Nazar is duidelijk op haar retour, maar we zitten pal in het oude stadscentrum, en onze motoren hebben het tenminste naar hun zin, zorgeloos opgeborgen in de ondergrondse parking. Ik heb plannen deze morgen, en vergeet zowaar een koffietje te bereiden. Eerst nog wat aan de blog werken, en vervolgens op stap in het vroege Trabzon.

Er is niet veel volk op straat, en ik kan dan stevig doorstappen, eerst naar het Ata Türk Park, waar ik een mooie foto kan nemen van de grote vroegere leider, die net de opkomende zon recht in de ogen kijkt.

Ik loop dan richting ‘Grand Bazaar’, en maak even halt voor een shot van een theezaakje met lage tafeltjes en stoeltjes op de stoep. De uitbater, een hindoe-achtig type, mét baard maar zonder tulband, zet net zijn stoeltjes buiten, is vereerd door mijn interesse, en biedt een theetje aan. Ik neem plaats en verneem dat hij Yesilcam heet, en in een vroeger leven filmacteur was. Hij toont mij de vele filmaffiches en plaatjes waarop hij, iets jonger, iets woester, maar even bebaard, te zien is.

Mijn tijd is beperkt, het is ver wandelen, maar ik wil absoluut enkele gebouwen zien, én dan nog op tijd terug zijn om samen met Frits te ontbijten. Het wordt dus een blitzbezoek aan de bazaar, aan de grote karavanserai, en vervolgens een passage langs het Museum van Trabzon, enkele locaties die ik hoop meer op mijn gemak te kunnen bezoeken in de late namiddag.

Het ontbijt is iets minder dan gisteren, maar dan ook navenant de prijs welke we hier betalen.

We stappen op de motor, en rijden eerst naar de prachtige witte villa van Ata Türk, in een prachtig park gelegen, hoog uit tuinend boven Trabzon. De villa werd einde 19e eeuw gebouwd als zomerverblijf voor een rijke Griek, en toen de Grieken verdwenen waren, door de stad geschonken aan Ata Türk.

Ook binnenin worden we verrast door de aankleding en de ruimte.

Vervolgens is het wel even rijden, de bergen in, tot op zo een hoogte van 1300 meter, te midden de wolken en hier en daar zelfs wat sneeuw. De zonnige warmte van de stad hebben we moeten inruilen voor een kille vijf graden. Doel van deze trip is een glimp te kunnen opvangen van het Sumela klooster, gebouwd door de Grieken vele honderden jaren terug, en duidelijk geďnspireerd op de Meteora kloosters, of is het omgekeerd? We nemen vanaf de parking een minibusje drie kilometer verder naar boven, langs een weg, hangend over diepe ravijnen, welke niet moeten onderdoen voor deze rondom Machu Pichu.

Boven gekomen krijgen we inderdaad de unieke glimp te zien, en ook niet meer dan dat, want restauratiewerken sluiten het bezoek aan het klooster momenteel uit.

Het is hier toch alweer een magische plek, toch de moeite van de verplaatsing waard, met de hoge altijd groene boomtoppen beneveld door wolken en bedekt door sneeuw, onder het alom aanwezige geklater van woeste bergriviertjes.

Ik ontmoet daar boven een jonge man, Hakan, vergezeld van zijn moeder.

Hij spreekt spijtig genoeg nauwelijks Engels, maar ik kom toch te weten dat hij in Isparta woont, dicht bij Igirdir, waar wij een week terug overnachtten. Hijzelf is arts, momenteel spoedarts, en legt binnenkort examen af, hopend om toegelaten te worden voor een opleiding anesthesie. Indien niet, wordt hij huisarts.

We drinken een iets te sterke koffie, welke nog de ganse rit terug naar Trabzon op mijn maag blijft liggen.

Even rust in het hotel, en dan terug op pad, alleen ditmaal, want Frits wil zijn filmpjes monteren. Ik kan zodoende mijn veldtocht doorheen het drukke Trabzon succesvol afwerken. Eerst een thee met baklava. Dan volgt het Museum van Trabzon, waar ik geen foto’s mag maken, behalve met een smartphone. Na wat zagen mag het dan toch…

Het museum belicht enerzijds de geschiedenis van Trabzon, in het Turks weliswaar, maar gelukkig met veel sprekende beelden en cijfers. Daarnaast is er een uitgebreide etnografische tentoonstelling, met heel verzorgde collecties, en levensechte wassen beelden.

Kortom, een mooi en interessant museum.

Dan komt de Grand Bazaar aan de beurt, één van de oudste wijken van de stad, waar vooral kleren en alles voor huishouden en voeding wordt verkocht.

Ik stap de Bedesten Han binnen, een grote Kervansaray, waar beneden wat winkeltjes zijn, en waar op de prachtig ingerichte bovenverdiepingen twee cafés ondergebracht zijn.

Ik neem er een thee, om alles rustig te bekijken, en te genieten van het moment.

Een andere grote Han, mooi gerestaureerd, is potdicht op slot. Natuurlijk stap ik weer eens binnen bij een bakker, lachend in volle actie.

Dineren met Frits, gevolgd door thee.

Ik heb nog tijd en geld over. Naast het hotel is een kapper. Er is niemand binnen, dus waag ik mijn kans. De jonge man verlost mij van de overtollige pluimen en biedt mij nadien, alweer, een thee aan.

Bloggen zonder thee, en dan gaan slapen.

Morgen moet de blog van Turkije als apart geheel online staan, want dit hoofdstuk wordt dan afgesloten.

 

Dag 26 (Woensdag 24 april 2019):

Trabzon (TR) – Batoemi (GE)

Zon, blauwe hemel, en stijgende temperaturen, en dat voor de hele komende week. Met deze vooruitzichten vang ik mijn dag aan.

Frits heeft deze nacht minder goed geslapen omwille van lawaai in de kamer naast hem. Hij lijkt mij dan ook opgelucht dat we beter oorden opzoeken.

Vandaag rijden we tussen zee en bergen. De Zwarte Zee kleurt azuurblauw, soms zelfs met een zilveren schittering, en de Kaskar bergen kleuren prachtig groen, met in de verte soms hoge zwaar besneeuwde toppen. De brede weg en de vangrails belemmeren ons alweer grotendeels het zicht op het strand en de haventjes, wat de pret toch enigszins drukt, en het rijden wat monotoon maakt.

De grenspassage gebeurt vlot, hoewel we drie loketcontroles dienen te passeren aan Turkse zijde, waarvan zelfs één dubbele. Hiervoor hebben de Turken een enorm nieuw grenscomplex gebouwd. Aan Georgische zijde slechts één loketje. We krijgen zoals verwacht te horen dat we een grensverzekering nodig hebben, want de groene kaart is hier niet geldig, en verrassen vervolgens de loketbedienden door te zeggen dat we dit reeds afsloten- Plots staan we dan reeds in Georgië; geen slagboom meer, totale chaos, en enkele mannen komen op ons af om ons een grensverzekering aan te smeren. Ze zijn totaal verbouwereerd als ze van mij te horen krijgen dat dit tegenwoordig via  internet kan, en ze geven het woord snel door van de ene naar de andere. Hun lucratief handeltje staat op springen!

Hier in Georgië is de aanblik van de wegen niets veranderd op vier jaar tijd: chaos en straatvuil. Wel is er heel veel bijgebouwd, vooral veel nieuwe prachtige hoogbouw. De infrastructuur is echter achtergebleven.

We passeren het enorme fort van Gonio, net geen tweeduizend jaar geleden gebouwd door de Romeinen. Het heeft een vierkant grondvlak van meer dan 200 op 200 meter. Toch eventjes stoppen voor een fotootje van de helft van het fort.

Boutique Hotel ligt in hartje Batoemi, net naast de haven. We betrekken er prachtige grote kamers, net totaal vernieuwd. De motoren krijgen een plaats op een rommelige binnenkoer achteraan. Mijn kamer ziet uit op een aftands appartementsblok, op een minaret, en op een deel van de hypermoderne skyline aan zee.

We verzetten onze uurwerken, want door het opschuiven naar het oosten is het hier plots twee uur later geworden, of twee uur vroeger, afhankelijk van hoe je het bekijkt.

Na een koffie op de rustige Piazza vatten we om vijf uur de stadswandeling aan. Batumi heeft vooreerst dat wat vele havensteden kenmerkt. Straatjes met wulps vlees in de vitrine. Daar zijn we snel doorheen en passeren dan doorheen het oude Batoemi, dat vele honderden architecturale pareltjes omvat, zowel kleine als grote. Sommige prachtig gerestaureerd of onderhouden, andere wel even toe aan een make-over. Er wonen hier veel mensen van Turkse oorsprong, enigszins achtergesteld in dit hoofdzakelijk Christen orthodox land, wat de duidelijke armoe deels verklaart, en het contrast tussen rijk en arm in dit toch wel boomende Batoemi dik in de verf zet.

Er is veel verkeer, hoewel in sommige wijken erg rustig. Nieuwe dure wagens, zowel als aftandse beetjes, en opvallend. Een enorm aantal Toyota Prius, een hybride wagen.

We gaan dineren in Arabisch-Georgisch zaakje, uiteindelijk niet veel soeps, het slaatje te zuur, de kip te klein, maar de rijst was wel erg lekker.

Dan terug naar het hotel, achter de computer voor het nodige opzoekingswerk over de te volgen route, gezien het wegvallen van Iran ons een aantal weken extra in de Kaukasus bezorgt.