DEEL 8 – STARÁJA RASSÍA

Het oude Rusland, een land met ruige landschappen, bossen, moerassen, brede stromen, eeuwenoude orthodoxe kerken, immense kloosters en kremlins, en magnifieke paleizen, dit alles doorspekt met ruwe maar vaak aandoenlijke Sovjet relieken. De bevolking is vriendelijk, de jongeren met een open blik naar de toekomst en de rest van de wereld, sommige ouderen nog nostalgisch naar het Sovjet verleden en wat afstandelijker.

 

 

Dag 143 (Maandag 19 augustus 2019):

Jekaterinenburg (RU) – Perm (RU)

Het is zwaar bewolkt, en er dreigt regen te vallen. Toch trek ik nog geen regenkledij aan, want de regen stelt hier niet altijd veel voor. Ik heb goed ontbeten, en heb geen last van de frisse 16 graden, welke ik aflees op het boordscherm van de motor. Eerste stop is een kerkhof even buiten de stad, waar een aantal leden van de Russische maffia begraven liggen. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie heeft hier een bloedige oorlog plaats gevonden tussen verschillende maffiabendes in de strijd om de waardevolle brokken van het Sovjet Imperium. De doden werden vaak in praalgraven bijgezet.

Onderweg naar Perm slaan we dan na zo een dertig kilometer af naar de oude weg: de Siberische Tract, waar een obelisk staat welke de grens tussen Europa en Azië aangeeft.

Tekstvak:

Deze obelisk is terzelfdertijd een mijlpaal in onze reis, want ook het einde van ons Aziatisch avontuur. Azië was vaak mooi, zeker interessant, maar ook veel van hetzelfde en te heftig in vele opzichten. Maar we hebben het gemaakt! Nu nog veilig thuis geraken. Het is bijna twaalf uur wanneer we tanken en ondertussen een eerste koffiestop houden.

We merken met moeite dat we doorheen de Oeral rijden. Net op de grens tussen de twee continenten is de hoogte maar ongeveer 400 meter boven zeeniveau. De hellingen over de heuvels zijn echter hier en daar wel lang, en geven de indruk van een ‘faux plat’. We rijden vaak in bossen, en kunnen slechts hier en daar een weidsere indruk krijgen van de omgeving.

Voor de tweede koffiestop houden we halt in Café Azerbeidzjan, waar ik een koffie met Baklava bestel. Die Azerbeidzjaanse baklava is wel ruim bemeten, maar kan qua kwaliteit toch niet tippen aan de Turkse of de Griekse.

Na de ontberingen van de afgelopen maanden hebben we wel behoefte aan comfort, en nemen alweer onze intrek in een Amaks Hotel, waar ook de motoren veilig staan op een bewaakte parking.

Ik maak een wandelingetje in de nabije omgeving van het hotel, en merk dat tussen de vele grauwe gebouwen toch nog enkele pareltjes staan, al dan niet gerestaureerd. Sommige herbergen een mooi horecazaakje.

Om halfzeven gaan we eten. Het jonge dienstertje spreekt wat Engels en is blij om wat praktijk te kunnen opdoen. Ze vraagt of we hier in Perm zijn voor het werk. Wanneer ze hoort van onze onderneming schrikt ze en vraagt ze of we wel beseffen hoe gevaarlijk al die vreemde landen zijn. We hebben volgens haar veel geluk dat we nog leven. Zo zie je, de perceptie van gevaar is in vele landen hetzelfde: wat vreemd is en veraf is wekt bij vele mensen angstgevoelens op. De media spelen hier overal gretig op in.

Ik eet er een lekker stukje vlees waarvoor ik wel eerst mijn keuze moet maken uit een verzameling gevaarlijke messen.

Het avondmaal verloopt verder vrolijk en ontspannen.

 

Dag 144 (Dinsdag 20 augustus 2019):

Rustdag in Perm (RU)

Vannacht heeft het bijwijlen hard geregend. Ik sta op omstreeks vijf uur en begin mijn foto’s over te zetten naar de computer, een werkje dat ik al een tijdje uitgesteld heb omdat het toch een zekere tijd in beslag neemt. Nu we Siberië verlaten hebben, kan ik daarmee het deel betreffende Siberië ook afwerken.

Om zeven uur ga ik ontbijten. Er is veel keuze, ik proef graag een beetje van alles, dus wordt dit een toch een hele klus, welke ik op mijn gemak afwerk. Udo en Frits zijn van plan om wat uit te slapen en wat later te komen eten.

Rond halfnegen ga ik dan nogmaals naar de ontbijtzaal en neem nog een lichte koffie, terwijl Udo ontbijt. Frits was toch al eerder gekomen en heeft reeds ontbeten.

De stad Perm was vroeger actief in wapen en munitieproductie, en was jarenlang verboden terrein voor buitenlanders. Dit heeft er mede voor gezorgd dat de moderne economie hier slechts laat ingang gevonden heeft, en Perm misschien wel wat blijven haperen is in haar evolutie in vergelijking met andere Russische steden van deze omvang. Perm telt ook meer dan een miljoen inwoners.

Udo en ik maken een grote wandeltoer, eerst langsheen de rivier Kama, daarna naar het oude stationsgebouw, waar alweer de Trans Siberische Spoorweg langsheen passeert, en dan door de stad.

We blijven er wat rondhangen, en zetten dan de weg verder.

Aan opvallende grebouwen geen gebrek, maar dit springt er toch wel even uit.

En Lenin is hier nog steeds populair, vooral bij de duiven, die er van profiteren dat hij zijn klak afgezet heeft. Bij leven liet hij zich niet zo ‘op zijnen kop schijten’, zoals bij ons in de volksmond gezegd wordt.

Even na de middag begint het te regenen, en we vluchten een tearoom binnen, net op tijd voor een koffie en een appelgebakje.

Dit is een moskee, in onvervalste tsaristische stijl, inclusief de ajuintjes.

De regenbui heeft een zwak punt van de stad blootgelegd, of moet ik zeggen bedekt, want door het glooiend terrein en de ontoereikende rioleringen zijn sommige straten herschapen in kleine rivieren.

Ik neem wat rust in het hotel, en ga dan omstreeks vier uur nog eens op stap. Wanneer het alweer begint te regenen keer ik terug naar het hotel. Het gaat er hard en onverdroten aan toe, en donder en bliksemflitsen zijn ook niet ver weg. Wanneer om halfzeven de regen voorbijgetrokken is, gaan we eten.

Mijn voeten doen pijn, mijn benen zijn stijf; de komende dagen zullen ze wat meer rust kennen.

 

Dag 145 (Woensdag 21 augustus 2019):

Perm (RU) – Kirov (RU)

Het regenen heeft opgehouden, en het belooft een droge dag te worden. Hoge temperaturen moeten we vanaf nu niet meer verwachten. Ik sta om vijf uur op, schrijf nog enkele regeltjes in de blog, en ga me dan klaarmaken, want er wacht een lange rit naar Kirov, en we willen ten laatste om acht uur vertrekken.

We blijven voorlopig nog de Trans Siberische spoorlijn volgen, die ook langsheen Kirov loopt. De route langs waar de spoorweg loopt bestaat al langer dan de spoorweg zelf en werd vroeger opgedeeld in twee delen: het Europese deel, de Moskouse Trakt, en Aziatische, de Siberische Trakt, welke tot in Vladivostok loopt.

Het ontbijt duurt langer dan verwacht, want Udo heeft zich verslapen door zijn wekker op het verkeerde uur te zetten. We vertrekken dus wat later dan gepland. De lucht is bewolkt en grijs, en het is redelijk fris. Buiten hier en daar eventjes wat motregen blijft het droog, hoewel de dreiging van regen nooit veraf is.

Onderweg verspringt de klok van mijn GPS op het Moskouse uur: twee uur vroeger, zodat we vandaag wat meer tijd hebben om deze lange rit tot een goed einde te brengen. Na een paar uurtjes rijden komen we in een heel desolate streek. We rijden wel honderd kilometer zonder een huis of zelfs tankstation tegen te komen. Uiteindelijk vinden we toch een primitief tankstationneke, annex restaurant, annex supermarkt, annex boomzagerij. De brede oprit is een redelijk modderige bedoening, maar gelukkig regent het niet en is alles opgedroogd. Udo bestelt per ongeluk teveel benzine, twintig in plaats van twaalf, waardoor de benzine over zijn tank heen gutst, mede omdat het pistool bijna niet te doseren is. Het cafeetje is netjes onderhouden en dan nog eens spotgoedkoop. De dienster profiteert van de luwte om de deuren en vensters tussendoor wat op te blinken. Ik probeer mij voor te stellen wat een soep dit hier moet zijn in de winter of in de tussenseizoenen, met al die modder en sneeuw.

We rijden weer verder. De desolaatheid blijft nog een hele tijd duren, en moet niet onderdoen voor de meest verlaten streken welke wij in Siberië gezien hebben. Alweer moet ik denken aan Napoleon en Hitler, die elk een vruchteloze poging ondernamen om dit land te veroveren, hetgeen ze niet zouden geprobeerd hebben indien ze dit land beter hadden gekend, met zijn lange winters, ontelbare moerassen, eindeloze wouden, ontelbare muggen, en dan ook nog de vele brede rivieren welke je niet zomaar al pootje badend oversteekt. De Russen hebben zich hier al vele eeuwen weten te handhaven, en ik begrijp dan ook dat de ontginning van Siberië niet veel moeilijker was dan deze van Rusland zelf. Aan mankracht geen gebrek: de lange winters zorgden er wel voor dat er voldoende ´gespaard’ werd, en in elke zomer een bende nieuwe Rusjes geboren werden. Bovendien waren er altijd voldoende dissidenten, misdadigers en oorlogsgevangenen om een handje, of zelfs vaak hun leven, toe te steken.

De weg begint te dalen, en plots zien we een enorme beboste vlakte zich vóór ons uitstrekken: het einde van de Oeral. Gelukkig hebben we dit prachtige beeld voor ons, anders zouden we niet eens geweten hebben dat we in de Oeral geweest waren. En in die vlakte loopt de weg alweer over een soort dijk te midden van bossen en moerassen, iets hoger dan de rest van het land, om gespaard te blijven van overstroming op het einde van de winter, want door de lage hoogteverschillen in dit land loopt het water slechts heel traag weg.

Zo een honderd kilometer vóór Kirov stappen we nog eens af, en gaan een koffie drinken in Café Svanetia, genoemd naar de streek in Georgië, waar Frits en ik onze motoren een modderbad gegeven hebben, alweer enkele maanden geleden. We betalen hier méér voor drie koffies, dan deze middag voor drie koffies én koffiekoeken én pannenkoekjes, maar nog altijd minder dan bij ons. Je krijgt na betaling een beker met daarin reeds wat koffiepoeder, suiker en/of melk, en je moet je dan zelf nog van heet water bedienen aan het kraantje van de grote altijd hete waterkoker, zeg maar een moderne elektrische versie van de oude Samovar.

Kirov is alweer een grote stad, vergelijkbaar met Antwerpen, gelegen aan een kruispunt van waterwegen, landwegen, en de Trans Siberische Spoorweg. We wurmen ons door de stad, verkeerslicht na verkeerslicht, tot aan het mooie nieuwe hotel, gelegen tussen redelijk nieuwe appartementsblokken.

Een uurtje later gaan we eten, wat vroeger dan gewoonlijk op de klok. Dicht bij het hotel is een supermarktje annex cafetaria, waar we onszelf kunnen bedienen zoals in een refter: ook eens leuk om vooraf te zien wat je op je bord krijgt. Frits gaat vervolgens terug naar het hotel, en Udo en ik trekken de stad in, op zoek naar het historisch hart ervan. Het duurt wel even voor we het oude centrum bereiken, en de regen van de afgelopen dagen heeft ook de muggenpopulatie doen toenemen, van die hele kleine, die je bijna niet kunt zien. Kirov moet inderdaad ten tijde van de tsaren reeds een zekere welstand gekend hebben, te zien aan de huizen, welke de straten afboorden die benedenwaarts richting rivier lopen.

Er is bovendien ook nog eerbied voor dit patrimonium, gezien er reeds veel gerestaureerd is en zelfs de enorme Spasskii Kathedraal volledig opnieuw bepleisterd en geschilderd wordt.

Het ijskreemmuseum is gevestigd in een enorm gebouw, en illustreert de passie van de Russen voor dit lekkere goedje, zomer én winter overal verkrijgbaar. De nacht begint hier wat vroeger dan meer in het Westen, en bovendien schuiven dreigende regenwolken over de stad, zodat we dan de lange terugweg aanvatten naar het hotel, zonder alle andere mooie hoekjes van deze stad bezocht te hebben.

Ik ga redelijk vroeg slapen, alweer wat vermoeid na deze onverwachte uitgebreide stadswandeling. Morgen wacht weer een nieuw stukje Rusland, en we zijn nog héél ver weg van thuis.

 

Dag 146 (Donderdag 22 augustus 2019):

Kirov (RU) – Sjarja (RU)

Ik word naar gewoonte wakker om vijf uur, Perm-tijd, besef dat ik nu in Kirov ben, draai mij om naar het Westen, en blijf nog een paar uurtjes liggen, om dan weer wakker te worden om vijf uur, Moskou-tijd. Zoals verwacht heb ik geen internet meer, maar kan gelukkig toch offline aan de blog verder werken. Het publiceren van het verslag zal dan voor deze avond zijn.

Het ontbijtbuffet is wat rommelig, maar toch redelijk uitgebreid. Een van de keukenhulpen is een zwarte jonge man. Op een bepaald moment vraagt hij of ik Frans spreek. Hij is afkomstig uit Congo, studeert hier al drie jaar ´Management´ met een beurs, en heeft nog twee jaar te gaan. Hij stelt het hier redelijk wel en heeft niet te veel problemen.

De weg die we vandaag volgen is een druk bereden weg door vrachtwagens. De weg is dan ook op vele plaatsen uitgesleten en vervormd door het zware verkeer. Toch treffen we nieuwe stroken weg aan, en is men op vele plaatsen de weg aan het herstellen of zelfs volledig aan het vernieuwen. Even voor de middag houden we halt. Het is zodanig warm geworden dat ik mijn trui uittrek. Het lijkt hier wel een mooie herfstdag, want vele bomen dragen reeds gele bladeren, en op de grond liggen ook al heel wat bladeren.

Na het tanken hoor ik een ratelend en knarsend geluid in mijn motor. Ik zet onmiddellijk de motor uit, en zelfs de dodemansknop, maar er blijft iets draaien, slepen en schrapen in de motor.

PANNE !

Ik merk al gauw dat mijn startmotor aan het draaien is, en blijft draaien, zelfs zonder het contact aan. Dat mag niet te lang duren, of die draait misschien wel in de soep! Ik maak snel de zijkap los en koppel vervolgens de massakabel los van de batterij. Daarmee houdt het geratel eindelijk op. Ondertussen is Udo langsbij gekomen. Hij bevestigt mijn vermoeden. Mijn startrelais blijft ‘plakken’. Ik geef een paar harde tikken op het relais met een tang, en maak weer even contact met de massakabel. De startmotor schiet ditmaal niet meer in gang: het startrelais ´plakt´niet meer. Ik maak de kabel weer vast, en start de motor. Alles lijkt weer normaal te werken. Dit kan echter opnieuw voorvallen, want de contacten zijn ingebrand, en ik steek het gereedschap om de batterijkabel los te maken in mijn broekzak, zodat ik dit bij de hand heb in geval van nood. Als het probleem zich blijft voordoen moet ik een noodstartoplossing bedenken ofwel het startrelais openmaken en opfrissen.

We vervolgen weer onze weg, en komen omstreeks drie uur aan bij Hotel Tikhiy Ugolok in Sjarja. Dit vormt voor ons een tussenstop op de lange verplaatsing naar Kostroma. We zijn hier gelukkig vroeg aangekomen, want rond vier uur begint de lucht te betrekken, en nog wat later is het aan het regenen. Drie poezen hebben een droog plaatsje gevonden onder mijn moto; de kleinste vlucht weg wanneer ik een foto neem. De andere rennen ook weg wanneer het echt begint te gieten, en ze merken dat de motor weinig beschutting biedt. Ondertussen is het ook nog hard beginnen waaien, en de motor van Frits waait om. Frits heeft het gekletter van de omvallende motor vanuit zijn kamer gehoord en krijgt het gevaarte weer recht met behulp van een andere hotelgast.

Na het eten ga ik eerst nog op muggenjacht in mijn kamer. Tevreden voeg ik een trofee toe aan de muur. Nog wat rommelen, blog bijwerken, en dan slapen. Ik mag dan wel een korte slaper zijn, ik val meestal binnen de enkele seconden of minuten in slaap, en dat is deze avond niet anders.

 

Dag 147 (Vrijdag 23 augustus 2019):

Sjarja (RU) - Kostroma (RU)

Mooi weer! Geen wolkje aan de lucht. Dat is het eerste wat mij opvalt wanneer ik de gordijnen opentrek. Als er één rode draad door deze reis te trekken is, dan is het wel het mooie weer, een paar warmteonweders niet te na gesproken. Door het reizen naar het Westen, met de zon mee, krijgen we de zon ook nog telkens zo een kwartiertje langer te zien dan te verwachten in deze tijd van het jaar.

Ik installeer mij aan de tafel om wat computerwerk te verrichten. Ik krijg soms de vraag of motorrijden niet belastend is voor de rug. Ik kan gerust zeggen dat de motor zowat de beste plaats is voor mijn rug: ik zit mooi recht en balanceer voortdurend, net zoals bij het wandelen. Gevaarlijk wordt het wel wanneer ik gebogen onderaan de motor moet werken, hetgeen ik mocht ondervinden bij de oliewissel laatst, hetgeen ik nadien nog enkele dagen bleef voelen, maar hetgeen telkens verzachtte door wandelen en motorrijden, gelukkig twee bezigheden die ik graag doe.

Het ontbijt is deze ochtend minimaal: een koffie en twee dunne pannenkoekjes. Ik vraag of er ook wat brood is en jam: De dienster antwoordt bevestigend, maar laat zich niet meer zien. Ik dring niet aan, en we verlaten toch tevreden dit  eenvoudige hotelletje te midden de diepe Russische wouden.

Het is nauwelijks 16 graden, maar met de geschikte kledij is dit heel aangenaam rijden. We rijden opnieuw door beboste streken, waar veel moerassen zijn, en dus ook heel weinig ruimte voor landbouw. Toch zien we hier en daar een tarweveldje, maar de opbrengt zal vermoedelijk maar mager zijn. De weg is volledig geasfalteerd en op vele plaatsen in erbarmelijke staat, meer bepaald erg hobbelig. Voor de Transalp geen probleem, maar wel voor de vrachtwagens die soms liever half naast de weg rijden om het gedaver te vermijden.

Het duurt een hele tijd voor we het eerste benzinestation aantreffen en een tussenstop kunnen maken. Het vrouwtje aan de kassa is nogal geklappig, en begint eerst in het Duits tegen Udo: ze leerde dat op school, maar spreekt het zo gebrekkig, dat Udo er niets van begrijpt. Tegen mij gaat het dan wat gemakkelijker, in het Russisch. Ze hoort mij uit over de reis, vindt het fantastisch wat wij doen, en wenst ons dan een behouden thuiskomst. Ons verhaal heeft ook even een streepje kleur gebracht in haar leventje tussen truckers en houthakkers, ver van alle beschaving.

We verpozen dan even in een afspanning, een beetje te vergelijken met de Roste Muis, maar dan op zijn Russisch. Op de oprit staan drie kleine houten Hollands aandoende windmolens, als aandenken aan Peter de Grote die hier ooit zou gepasseerd zijn? De oprit is alweer modderig, en vol plassen, wat mij toch alweer grote problemen doet vermoeden bij regen of sneeuw. Binnen is alles echter kraaknet, en de laminaatvloer ziet er nagelnieuw uit. Hoelang kan dit zo blijven?

Aan de muren hangen heel wat jachttrofeeën, huiden, werktuigen, en andere antiquiteiten. Bij de koffie nemen we alweer een pannenkoekje, wat hier populair en dus vlot verkrijgbaar is.

We naderen Kostroma vanuit het Noorden, waarbij ik nu pas opmerk hoe groot deze stad is, en hoeveel nog bewaard is gebleven van de vroegere welstand, in de vorm van eeuwenoude stenen gebouwen, iets wat we in de voorgaande steden minder gezien hebben. Reeds onder de Romanovs, maar ook nog onder de Sovjets, moet de stad toch een zekere status hebben gehad, waardoor het oude centrum toch redelijk uitgestrekt is, en gevrijwaard is gebleven van de typisch goedkope patserige Sovjetstijl. De stad is qua grootte vergelijkbaar met Gent, bijna even oud, en ook gelegen langs kruisende land en waterwegen.

Het Hotel Ostrovskiy Prichal is gelegen Op de Volga: gebouwd op de vroegere pier. Onze kamers hebben uitzicht op de Wolga als van op een boot, maar dan zonder wiegen en klotsen. De lichte afwerking en gehorige tussenmuren nemen we maar voor lief in dit bijzondere hotelletje op een unieke locatie.

Het is nog redelijk vroeg in de namiddag, en na de koffie nemen we de motor naar het klooster van Ipatiev, waar Michaïl Romanov verbleef toen men hem vroeg om de eerste tsaar van de Romanov-dynastie te worden in 1613.

Het zwaar ommuurde klooster herbergt heel wat gebouwen, waaronder de Drievuldigheidskerk met prachtige oude muurschilderingen, een enorme klokkentoren, en het huis van de Romanovs, dat nu een klein museum huisvest.

image149

Terug in het hotel trekken we andere kleren aan, en gaan op stap naar het stadcentrum, op wandelafstand gelegen. Er is veel gerestaureerd sedert ik hier passeerde in 2013. Deze stad moet toch een belangrijk handelscentrum geweest zijn, met al deze oude winkelgalerijen en stapelhuizen. Op de hoek vinden we onverwacht een mooi restaurantje.

De stad is ook een toonbeeld van vroege stadsplanning, met veel open ruimte, en een stervormig uitwaaierend stadsplein. Bijzonder is nog een soort belfort, gelijkend op een Nederlandse vuurtoren.

We keren in het donker terug langs de boulevard die de Wolga afboordt, en ons tot aan ons hotel brengt. Het is nog maar halfnegen, en dus al vroeg donker.

 

Dag 148 (Zaterdag 24 augustus 2019):

Kostroma (RU) – Jaroslavl (RU)

Het is prachtig ontwaken op een zonnige ochtend wanneer het zeer vroeg licht is, wat de indruk van de zomer nog versterkt.

Om acht uur gaan we ontbijten in het restaurant naast het hotel. Er is een buffet met verschillende soorten pannenkoekjes, kaas, yoghurt en omelet, maar geen brood. Elk land heeft zo zijn eigen gewoontes. We zijn niet haastig vandaag, want onze volgende bestemming ligt niet veraf, en blijven lang tafelen.

Om 10u zetten we dan toch aan. Het is druk op de weg, en dat voor een zaterdagmorgen. Er zijn veel wegenwerken. Die gaan hier gewoon door in het weekend, want de zomers zijn kort. Gelukkig valt het vrachtverkeer nogal mee.

Net vóór Jaroslavl gaan we koffie drinken in een nieuwe hippe tent, Black Coffee, welke zwaar overbemand lijkt, maar uiteindelijk toch wel wat werk heeft aan mensen die maar even binnenwippen en een koffie komen afhalen.


Het duurt even voor we het centrum van Jaroslavl bereiken, want de stad is zo groot als Antwerpen. Hotel Yubeleinaya is heel centraal gelegen net naast het oude centrum. Het Hotel is een groot ex-Sovjet hotel. Aan de receptie liggen kaartjes van het hotel: Mini-Hotel Yubeleinaya. De kamers zijn echter mooi en comfortabel.

De portier komt naar ons toe: de motoren mogen niet op de parking voor het hotel staan. Daar horen auto’s te staan. Er komen nog een paar mensen aan te pas om dit probleem in ware Sovjet stijl te helpen oplossen. Hij wijst ons een plaats aan ergens opzij, ver van de inkom. Dan stel ik hem voor om de motoren mooi naast elkaar op het voetpad te plaatsen, net naast de inkom, wat de portier dan ineens een prachtig idee vindt, en dan ook prompt geschiedt. Soms toch rare jongens, die Russen.

Om 14u maken Udo en ik een wandeltocht door het oude centrum, eerst langs het water, dan doorheen het Kremlin, en vervolgens door de stad. De stad was ooit, net voor het aantreden van de Romanovs, nog hoofdstad van Rusland.

We stoppen in een bakkerijtje voor een koffie en een smetanagebakje, iets tussen een broodje en een kaastaartje.

Dan weer de stad in. Het begint licht te regenen. We passeren het oudste theater van Rusland, gebouwd einde 18e eeuw.

Aan de Wolga gekomen begint het plots hard te regenen, maar gelukkig niet voor lang. Om vijf uur terug in het hotel. Tijd voor rust!

‘s Avonds gaan we eten in een Armeens restaurant in het centrum. Het is er druk, en er is te weinig personeel, zodat we veel te lang moeten wachten, en pas rond negen uur terug in het hotel zijn.

 

Dag 149 (Zondag 25 augustus 2019):

Jaroslavl (RU) - Cherepovets

De dag begint veelbelovend: een prachtige blauwe hemel, met heel in de verte wat wolken. Wanneer we gaan ontbijten is de hemel helemaal bewolkt.

Het is amper 15 graden, maar het regent gelukkig niet. Ik haal snel noch een hemdje uit mijn kledingtas, welke ik reeds in de zijkoffer van de motor gestopt had. Dan de rest van de bagage in mijn kamer halen, de motor laden, en om negen uur zijn we vertrekkensklaar. Jaroslavl is uitgestrekt, en pas een half uur later kunnen we de stad eindelijk achter ons laten. Er is op dit redelijk vroege zondagochtenduur toch reeds heel wat verkeer op de baan, zij het weinig of geen vrachtwagens.

In Rybinsk houden we halt. Rybinsk is bijna zo groot als Gent, en ligt aan het Stuwmeer van Rybinsk aan de Wolga. We vinden heel gepast een cafeetje mét terras aan de overzijde van de Wolga, en mët uitzicht op de historisch gebouwen aan de zuidzijde van de rivier. We zijn wat vroeg, want er wordt nog druk opgekuist. De poetsvrouw ziet er in eerste opzicht erg ongelukkig en getrokken uit, maar ik weet wel beter: binnen handbereik liggen haar mobieltje en haar sigaretten, en die grauwe en gerimpelde huid komt niet van teveel ongelukkige telefoontjes. Ook binnenin is de kuisploeg aan het werk, maar men vindt toch nog tijd om ons drie koffies te serveren op het terras, Turkse weliswaar, want de machine staat nog niet aan.

We rijden vanaf hier langsheen het grote stuwmeer, maar krijgen dit slechts zelden te zien, omdat een brede strook bos tussen de weg en het water zit. Toch hebben we even een mooi uitzichtje vanop een brug.

image153

In de verte een kerkje en een toren.

image155

Een kerkhofje naast een ingestorte kerk, welke ooit een fiere toren droeg.

In Tsjerepovets belanden we in Hotel Vesna. We schrokken wel even toen de GPS ons doorheen een Sovjetblokkenwijk loodste, maar het hotel, hoewel gelegen in dergelijke blok, beslaat een gehele benedenverdieping en is volledig nieuw en modern aangekleed. Binnen is alles net, nieuw en gerieflijk, nét hetgeen we er ook van verwachtten.

Na het afladen besteden we eerst wat tijd aan de motoren: olie, ketting, inspectie.

Udo en ik gaan dan op stap voor wat inkopen en een koffie in de buurt.

’s Avonds willen we weer op stap gaan om te gaan eten. Frits laat weten dat hij hoofdpijn heeft en niet mee gaat eten. We staan in de lobby, net zinnens te vertrekken, wanneer ik een deur zie openstaan, en er een heerlijke etenslucht uit tevoorschijn komt. Er blijkt hier ook een echt restaurantje te zijn. Ik vraag of we kunnen blijven eten. Udo neemt de ovenschotel; ik kies voor de pelmeni, een soort deegzakjes gevuld met vlees, voorafgegaan door een lekker slaatje.

 

Dag 150 (Maandag 26 augustus 2019):

Cherepovets (RU) – Tikhvin (RU)

Op ons oorspronkelijke reisplan stond nog een trip naar het hoge Noorden van Rusland ingepland, en dan de terugkeer via Scandinavië. We hebben reeds enkele weken terug beslist dit plan aan te passen, en de laatste dagen merken we dat dit een goede beslissing was: de herfst is hier immers reeds ingezet, en september zou in het hoge Noorden wel eens voor onaangename verrassingen kunnen zorgen onder de vorm van periodes van scherpe kou en winterse neerslag. We hebben beslist om niet verder noordwaarts te gaan dan Tikhvin, en dan langzaam af te zakken zuidwestwaarts. Ondertussen mogen wij ons erg gelukkig achten dat wij  op de ganse reis voor het grootste deel gespaard gebleven zijn van regen, vooral in die gebieden waar gebaande wegen zo goed als onbestaande waren.

Deze morgen is het buiten alweer bewolkt en fris. Binnen is het echter comfortabel, en ik werk gezwind de blog bij, en werk het deel over Siberië af met de laatste foto’s.

Het ontbijt is afgemeten, maar toch ruim bemeten en lekker, waarmee ik dit hotelletje toch meeneem in het koppeloton van deze reis.

We verlaten goed gekleed Cherepovets. Het is amper 14 graden. Algauw rijden we op rechte wegen doorheen eindeloze wouden. Deze rit lijkt mij één van de eentonigste van onze reis. De wegen zijn gelukkig zeer goed, en we avanceren gestadig zonder oponthoud.

Rond de middag is het kwik tot bijna twintig graden gestegen, en nemen we een koffie op een terrasje van een benzinestation. Er is weinig wind en zachtjes beginnen enkele zonnestralen doorheen het wolkendek te sijpelen. De weg wordt vervolgens iets aangenamer omdat er wat hellingen en bochtenwerk aan te pas komen. Bij het naderen van Tikhvin wordt de streek iets minder desolaat. We passeren voor de eerste maal vandaag een stadje, waar heel wat zware industrie gevestigd is.

Tikhvin is in eerste instantie niet de mooie eindbestemming welke we vandaag voor ogen hadden. Het aanzicht van al die Sovjet appartementsblokken lijkt ons dertig jaar terug te werpen in de tijd. Ook het hotel is een echte reliek, en valt nauwelijks op tussen de andere betonblokken. Binnen valt alles echter nogal mee: vriendelijk personeel en propere kamers, zij het dat alles al wat ouder is, en we geen eigen badkamer hebben.

Frits heeft nog steeds hoofdpijn, en trekt zich terug om wat te rusten. Udo en ik rusten eerst ook wat en trekken er dan op uit omstreeks 16u. Het hotel bevindt zich in de nieuwe stad. De oude stad ligt iets noordelijker, en lager, tegen de oevers van de meanderende rivier aan. De oude stad bestaat uit houten huizen, met hier en daar een nieuw stenen huis er tussen. Vroeger mochten stenen gebouwen hier enkel gebouwd worden binnen de muren van het klooster. We passeren eerst een grote oude gevangenis: ´de isolator’.

Hoge muren, en veel prikkeldraad. De aanblik langs buiten doet al vermoeden dat het geen pretje moet zijn om hier binnenin te verblijven. Dan een rondje langs de vijver naast het klooster, gevolgd door een koffietje in een soort paviljoen.

We bezoeken vervolgens het klooster. Het werd gebouwd aan de oever van de Tikhvinka rivier in de 16e eeuw in opdracht van Ivan de Verschrikkelijke, die hiervoor de boeren uit de wijde omtrek optrommelde. Het resultaat is er dan ook naar: een kleine stad op zichzelf, met imposante kerken, vijf klokkentorens, en nog andere gebouwen binnen de kloostermuren. De grootste kerk heeft mooie muurschilderingen, maar die zijn grotendeels aangetast door vocht. De daken zijn nu wel hersteld, maar dat waarschijnlijk pas na bijna 100 jaar verwaarlozing. Het geheel is toch een verborgen pareltje hier ver afgelegen op het Russische platteland.

We lopen dan nog even langs de rivier en de houten sluis, alvorens naar het hotel terug te keren. We blijven dan eten in het hotel zelf. Ik bestel maar 1 schotel, spotgoedkoop, te veel, te vet, maar het smaakt toch.

Rond 22u ga ik vermoeid slapen.

 

Dag 151 (Dinsdag 27 augustus 2019):

Tikhvin (RU) - Veliki Novgorod (RU)

Dat teveel en te vet van vorige avond zal ik geweten hebben, want ik word ´s nachts verschillende keren wakker, en loop dan even rond, gelukkig met het gewenste effect dat alles zakt, en ik weer kan verder slapen.

´s Morgens komt de zon mijn kamer in doorheen de dunne gordijnen. Al gauw is het erg warm in de kamer. Ik besluit om mijn warme onderkleren welke ik gisteren droeg voorlopig weer op te bergen. Dit stadje is het meest noordelijke punt van onze reis, maar daar is hier niet veel van te merken.

In dit klassiek Sovjet hotel kan het bijna niet anders: we krijgen voor het ontbijt eerst een menukaart voorgeschoteld waarop we uit 8 combinaties kunnen kiezen. Vervolgens wordt alles geserveerd door de garçon, die mij nauwelijks vijftien jaar oud lijkt. De koffie staat aan het buffet, erg zwart, erg sterk. Ik merk het tijdig op en doe nog wat heet water bij mijn halfgevulde kop koffie. Ik test het uit: ok, het lepeltje blijft niet meer rechtop staan.

We vertrekken op het gemak, want Veliki Novgorod, onze volgende bestemming is niet ver. Het is prachtig weer, net geen twintig graden. Het landschap is meer afwisselend dan gisteren: de wouden zijn wat meer doorspekt met open ruimten, en hier en daar is het terrein meer glooiend, wat ook meer kronkelende wegen inhoudt. Putten zijn er niet in de weg. Ze zijn keurig opgevuld met asfalt, maar dat is al zo vaak gebeurd, dat het gehele wegdek een mozaïek van asfaltlappen is, en aanvoelt als een kasseiweg. Er is zo goed als geen vrachtverkeer op deze secundaire weg. We zien veel kleine groepjes mensen die er in het bos op uit trekken om paddenstoelen te plukken, de vrouwen steevast met een hoofddoekje op, net zoals Roodkapje. Nadien staan ze dan vaak aan de kant van de weg om ze te verkopen.

Na een uurtje gaat de weg plots over in een zandweg. We houden ons hart vast. Gelukkig is het droog en heeft het de laatste dagen nauwelijks geregend. Tien kilometer verder komen we echter weer op een asfaltweg, welke ons voert doorheen een iets meer bewoonde streek, met dorpjes van drie tot tien huizen, en prachtige grote kreken. Hier geen wandelaars, maar tientallen hengelaars, sommige in een klein bootje op de uitgestrekte waters.

Wij rijden alweer op een weg die op dijk ligt en een mooi uitzicht biedt. We stoppen vaak om wat foto´s te nemen.

Het kost ons even wat tijd om een stadje te doorkruisen waar doorheen de drukke spoorweg Moskou-Sint-Peterburg loopt. Rusland heeft de laatste jaren veel geïnvesteerd in de modernisering van het spoornetwerk. Ook het stationsgebouw is mooi gerestaureerd.

Vanaf hier rijden we op de grote weg tot Veliki Novgorod. Veel drukte, vrachtwagens en snelheidscontroles. Gelukkig bereiken we algauw onze eindbestemming en betrekken we onze kamers in het ruime gerieflijk Sadko Hotel, alweer een Sovjet reliek, maar toch reeds grotendeels mooi gerenoveerd. De enige krakkemikkige lift heeft echter kuren, en besluit na enige tijd te blijven hangen ergens tussen 1960 en 1970. Er wordt een briefje op gekleefd: ‘ne rabótaet’. Vanaf nu dan maar te voet naar het vijfde.

Dan om drie uur de stad in, of beter, de oude stad, want Veliki Novgorod bestaat reeds meer dan duizend jaar, en heeft al vele woelige tijden meegemaakt.

Aan beide oevers van de Volkhov staan tientallen historische gebouwen, maar aan de westkant zijn deze gegroepeerd binnen een enorm Kremlin met indrukwekkende muren en omwallingen.

 

Beide oevers zijn verbonden door een grote voetgangersbrug, met mooi uitzicht op rivier en strand.

We lopen doorheen het Kremlin en gaan dan op de koffie in een paviljoentje in het park.

De taartjes zijn zo verlokkelijk dat we er niet kunnen aan weerstaan. Lékkerrr!

In het parkje staat een standbeeld van Sergei Rachmaninov. Uit luidsprekers klinkt zachtjes een van zijn pianoconcerten.

Dan nog een wandeling doorheen de stad, en terug over de voetgangersbrug naar het hotel. Het is ondertussen bijna zes uur.

We blijven eten in het hotel. Het culinair avontuur van gisteravond en vannacht indachtig kies ik heel voorzichtig wat echte kippenbrokken en groenten uit het menu waar ditmaal gelukkig foto´s bij staan.

We gaan nog even langs het supermarktje in de buurt en gaan dan slapen.

 

Dag 152 (Woensdag 28 augustus 2019):

Veliki Novgorod (RU) - Pskov (RU)

In dit hotel alweer een ontbijtbuffet, voldoende uitgebreid, maar toch niet bijzonder lekker.

Het is mooi weer, bijna twintig gaden. We nemen de rustige weg naar Pskov, welke wel iets langer zal uitvallen. Aanvankelijk is de weg lang en saai, maar daar komt verandering in. Onze eerste stop is Porkhov, waar we eerst tanken, en vervolgens op zoek gaan naar een cafeetje. Dat laatste blijkt niet zo eenvoudig, maar uiteindelijk vinden we een bakkerijtje met een paar tafeltjes en mogelijkheid tot koffie. We zijn net op tijd binnen en worden snel bediend, want achter ons stuikt een bende klanten binnen waardoor het volgende half uur continu een file staat tot aan de deur. Sommige mensen steken hun hoofd even binnen, zien de massa vóór hen, en druipen snel af.

Het landschap verandert ten opzichte van de vorige dagen. Weer meer loofbomen, open ruimten, kleine dorpjes. We naderen Midden-Europa. In Pskov moeten we eerst een enorme file doorworstelen vóór we aan het hotel te geraken.

Hotel Rhizkaya is er nog één van de oude stempel: typische Sovjet stijl, enorm groot, veel personeel, maar erg vriendelijk, hetgeen wel helpt om geduld uit te oefenen tot al die zinloze paperassen ingevuld zijn, tot drie papieren voor elke moto toe, want ook díe moeten geregistreerd, met merk en plaatnummer erbij. Dat de plaatnummers verkeerd ingevuld zijn is niet erg: er staat toch iets op het papier, en dát is belangrijk, want bewijs dat er gewerkt geweest is. De parkeerwachter is erg tevreden wanneer hij het papiertje met de kostbare gegevens in ontvangst mag nemen. Nu heeft hij ook wat werk om alles mooi over te pennen in het Gouden Aanwezigheidsboek van ‘Parkovka Rizhkaya’.

Er zijn drie liften, alle drie stokoud, maar waarvan eentje nog van het heel oude Spoetnik-type, welke ons vijf seconden sneller naar het 8e verdiep brengt, en een onvergetelijke interstellaire ervaring oplevert. De lift wordt bediend met drukknoppen, welke ingedrukt blijven tot het gewenste verdiep bereikt is, en dan weer uitploffen.

Op het verdiep staat nog steeds een groot bureau, mét papier en schrijfgerei, en twee oude telefoons, een witte en een rode. Die rode is voor noodgevallen, en staat rechtstreeks in verbinding met het Kremlin. Het bureau is echter onbemand. De administrator van het verdiep is opgeroepen naar Moskou voor dringend overleg.

In de kamer met sjofele antieke meubeltjes en prachtig glanzend gevernist parket staat een rood-witte telefoon van het beruchte Intego-type, net naast een enorme spiegel. Wie is hier echter het meest paranoïde, die drie mensen met koptelefoon, notablok en camera achter die spiegel, die doorkijken slechts in één richting toelaat, of ikzelf, die de spiegel van de muur haal en de telefoon toch even openpruts om te zien of er geen verborgen microfoon in zit?

Udo en ik maken een lange wandeling naar het enorme Kremlin, en gaan vervolgens nog even de stad in.

In een mooi gebouw zien we op het gelijkvloers twee winkels naast elkaar die Rusland zó typeren: een warenhuis met militaire kledij en uitrusting, en ernaast, al even groot en opvallend, een winkel met dameslingerie. Mars en Venus. De eigenaar van de twee winkels heeft dit goed bekeken: elk koppeltje vindt er zijn gading.

Om 18 uur gaan we eten, en kunnen dan wat vroeger te ruste gaan, want morgen wacht een lange dag met grensovergang.

 

Dag 153 (Donderdag 29 augustus 2019):

Pskov (RU) – Vilnius (LIT)

De modernisering is inderdaad ingezet en niet meer te stoppen: er is geen keuzemenu meer bij het ontbijt. Alles staat mooi uitgestald onder de vorm van een buffet. Nu nog ook de kwaliteit verbeteren, en Hotel Rhizkaya is klaar om het millennium te overbruggen.

Het weer is prachtig, alweer: 18 graden en een aangenaam fris briesje. Het is niet te druk op de weg, en het landschap is voldoende afwisselend om de aandacht scherp te houden.

Dit zijn dan wel de laatste kilometers op Russisch grondgebied, maar straks rijden we Letland binnen, één van de drie Baltische staten, ook ex-lid van de Sovjetunie, een pagina uit hun geschiedenis welke ze maar al te graag volledig met zwarte verf overschilderen.

Nét voor de grens gaan we nog even goedkoop tanken, en staan versteld dat we direct benzine kunnen tanken zonder eerst te gaan betalen. De bevallige dame achter de kassa overtuigt ons om ook nog een koffietje te drinken, betalend uiteraard. Ook dat is weer typisch Russisch: dames, bevallig of niet, laten mannen altijd betalen. Dat leerde ik reeds in één van de eerste lessen Russisch.

Twee kilometer verder staan we reeds aan de Russisch-Letse grens. Het is even na tienen. De Russische passage is correct en gaat redelijk vlot, en wordt zelfs joviaal wanneer ik in het Russisch over onze reis vertel, en met één van de beambten babbel over onze ervaringen in Tajikistan, waar hij ook enige tijd gedetacheerd was. Een half uurtje later kunnen we reeds aanschuiven aan de Letse douane, wat traag, ongeïnteresseerd en nu en dan op het onbeschofte af verloopt. Meer dan een uur duurt het om uiteindelijk enkel vast te stellen dat wij onze thuishaven, de Europese Unie, binnenvaren, en dat in onze koffers niet méér dan dertig liter Wodka, vijftig sloffen sigaretten, en vooral geen illegale inwijkelingen zitten. De controle van de enorme vrachtwagens gaat veel sneller: een passage van 10 seconden met een manuele scanner iets groter dan een haardroger. Maar wat zijn we blij dat we vóór ons slechts één auto hadden, en reeds om 12u kunnen verder rijden, want achter ons is ondertussen een file ontstaan van meer dan tien auto´s en een autobus…

Hier neem ik na meer dan 150 dagen minutieuze redactie heel even vakantie en zal de blog voorlopig niet aangevuld worden, behalve het bijwerken van de tekst en de foto’s in ‘Lees meer…’. Daarna volgt de aftocht.