DEEL 1 – EUROPA

Het doel lag vast, de route niet. Jupiter is ons genadig geweest, en heeft ons geleid over meestal droge zonnige wegen:

België, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Slovenië, Kroatië, Bosnië, Montenegro, Albanië, Kosovo, Noord-Macedonië, Griekenland.

 

Dag 1 (zaterdag 30 maart 2019):

Watervliet – Düsseldorf (D)


(Mijn eerste dag is eigenlijk gisteren begonnen: vrijdagavond)

Na het laden van de motor en het vluchtige afscheid van iedereen ben ik net voor 20u de donkere nacht in gedoken richting Lommel. De tweedehands koplamp welke ik van Oldie kocht geeft een zee van licht. Welk een verschil met het spaarlampje van vroeger, waarvan bovendien de reflector dof geworden was.

De reis verloopt vlot, maar de zwaar gevulde afgelopen week, een aanslepende lichte verkoudheid, en de onbewogen rit op de autosnelweg hebben hun tol geëist. Enigszins verkleumd vlei ik mij twee uur later neer in de zetel bij Martine en Tjeerd. Ik kom al gauw weer op verhaal: Martine haalt een boek tevoorschijn dat ze enige jaren terug kocht voor Tjeerd: ‘De Zijderoutes’, geschreven door ene Peter Frankopan. Laat het nu net datzelfde boek zijn dat ik een maand geleden ontleende uit de bibliotheek in Watervliet. Ik heb het behalve enkele hoofdstukjes niet echt kunnen lezen, maar verder wel met veel interesse doorgenomen. Het is een soort geschiedenisboek, dat gedetailleerd, maar toch redelijk leesbaar, de stromen van alles en nog wat overheen ‘de Zijderoute’ beschrijft: mensen, dieren, planten, goederen, kennis en ideeën, kunst en religie, en, niet te vergeten, ziektes. “Lastig om te lezen”, merkt Tjeerd op. Inderdaad, ik had het boek beter een jaar terug ter hand genomen, maar neem mij voor om dat ooit alsnog eens te doen. De dikte van het boek schrikt mij niet af, want de bibliografie beslaat reeds 1 vijfde van de 800 pagina´s.

(zaterdag)

Een zonnige dag ligt in het verschiet. Straks verzamel ik hier met mijn reisgenoten om de neuzen nog eens in dezelfde richting te zetten, en dan deze avond samen met één van hen, Frits, de motoslaaptrein te nemen in Düsseldorf, om dan zondagmorgen in Innsbrück, hopelijk fris en monter, de tocht aan te vatten naar de Adriatische kust.

Frits is met 66 jaar de Nestor van ons reisgezelschap, rustig, verwoed wandelaar, én, heeft een hart voor cultuur.

Martine staat uiteindelijk ook op en duikt haar keuken in om de lunch voor te bereiden. Ik haast mij ondertussen om dit eerste stukje blog online te zetten.
De kop is er af!

Wat prutsen en babbelen, ontbijten, de tijd vliegt voorbij en algauw horen we de eerste Transalp aanpruttelen. Het is Dirk.

Dirk is een olijke praatgrage vijftiger uit Doesburg bij Arnhem, van alle markten thuis. Hij sleutelde zijn ganse Transalp uit en vervolgens weer in elkaar, tot de motor toe !

Even later komt ook Udo aan, totaal verkleumd.

Udo woont in Dortmund, en komt even langs na een motomidweekje in Vielsalm. Hij is net geen 65 en kan pas in juni op pensioen, waarna hij ons samen met Dirk zal vervoegen in Kirgistan rond half juni. Udo was mijn reiskompaan in Zuid-Amerika een groot jaar geleden. Zusammen viel spass gemacht!

Plots komt een telefoontje van Frits: hij staat in panne in Eindhoven. De ANWB is al een uur vruchteloos bezig het Transalpje te reanimeren. Het is zaterdag en vele telefoontjes naar garages hebben nog geen oplossing aangebracht. Zelfs Ad Mies, één van onze Transalpclub mecaniciens,  werd er bij gehaald, maar die kon via de telefoon geen verlossing brengen. Uiteindelijk wordt het begin van een oplossing gevonden: de Honda-dealer in Velthoven wil er wel even naar kijken. Diens vrouw en de schoonzus van Frits worden er ook nog bij betrokken, want dat blijken goede kennissen, en die zorgen ervoor dat op zaterdag kan wat op zaterdag niet kan: het euvel wordt gediagnosticeerd en verholpen. Het bleek eenvoudig een slecht contact in de dodemansknop aan het stuur. Die dodemansknop dient om het elektrisch circuit te onderbreken ingeval van calamiteit, zodat lekkende benzine niet in brand kan vliegen door een toevallige vonk.

Eind goed, al goed, een uur later komt Frits ook aanpruttelen, nog steeds ontdaan en onder de indruk van het gebeurde: onze reis heeft inderdaad slechts één kleine tegenslag nodig om abrupt aan haar einde te komen. Bovendien heeft hij zonet in zijn haast om de weg verder te zetten ook nog zijn telefoon laten vallen, waardoor ook díe de geest gegeven heeft. Ik moet hem eens vragen of hij wel zijnen heiligen Kristof meegenomen heeft, zo niet moet hij er zich onderweg één aanschaffen.

Ondertussen heeft Martine nog eens alles uit de kast gehaald en ons een feestdis voorgeschoteld. We hadden nochtans een eenvoudig broodje afgesproken. Gelukkig moeten we niet te ver meer rijden. Volgt dan nog een ´klein bolletje ijs´… natuurlijk weer een Baron von Münchhausen waardig.

Martineke, grootse en grootste maar niet grootsige kleine zus, je hebt dus nog wat tegoed van mij !!

Even voor vijven valt het gezelschap uit elkaar: Dirk en Udo naar huis, Fritz en ik naar Düsseldorf, waar de motoslaaptrein op ons wacht.

Vijf kilometer verder merk ik plots dat mijn gele windbrekerke nog bij Martine ligt. Dat jasje was ooit een waterdicht Kaaweetje, maar doet nu dienst als windstopper en een van kilometers ver zichtbaar wapperende waarschuwing dat daar ene vervaarlijke Alain op een oude Transalp rijdt. Het jasje heeft een woelig en smerig leven achter de rug. Ik heb het reeds vaak willen weggooien, maar zolang ik geen vervanger vind blijft het onmisbaar. Dus nog even terug naar Lommel, nog even een filmke van het vertrek, en algauw definitief op weg naar Mongolië.

Video VERTREK

In Düsseldorf hebben we nog tijd zat, want we kunnen pas na 19 de trein op. We gaan dan maar nog even shoppen. Ik koop een koppelstukje voor mijn camera, snel gevonden, en we gaan vervolgens vruchteloos op zoek naar een oplossing voor de defecte telefoon van Frits.

Het begint ondertussen te schemeren en ik krijg in de gaten dat de voorste lichten van mijn motor niet meer werken, noch het groot licht, noch het dimlicht. Zulk een groot defect is nu wel vervelend net op dit moment dat de schemering zich heeft ingezet, maar zal vermoedelijk toch niet erg zijn: hoogstens slecht massa contact, ofwel een kapotte zekering. Gelukkig dat dit niet gisteravond gebeurde op weg naar Lommel. Het stadslichtje is voldoende om mij de laatste drie kilometers veilig doorheen het goed verlichte Düsseldorf te loodsen en we gaan algauw aanschuiven aan het laadperron. We zijn nog een uur te vroeg, en ik begin aan de reparatie van de koplamp. Veel gepriegel en gepruts, en een half uur later zit er een nieuwe koplamp in. Geen succes, het licht brandt nog niet. Dan maar eens de zekering checken. Prijs ! Eén minuut later brandt de koplamp weer. Hoe is die zekering nu gesprongen? In die koplamp die ik onlangs verving bleek een veel te zware lamp te zitten, honderd Watt in plaats van vijfenvijftig. Oef ! Geen andere miserie dus te verwachten op dit vlak.

Het laden van de wagons waar de motoren op moeten  begint even later. Wij zijn natuurlijk de eersten 8wat had je anders gedacht?). We plaatsen onze motoren op de laadwagons, waar ze snel en vakkundig worden vastgesjord. Ik hou de boel in de gaten dat de riemen door wrijving geen schade kunnen berokkenen.

DSC01976

Dan stappen we de slaaptrein op. De donkerblauwe trein lijkt nog gloednieuw. De Oostenrijkse BundesBahn gelooft blijkbaar nog, of opnieuw, in deze vorm van lange afstandstransport, want investeerde hier heel wat in. Toch lijken er mij toch niet al te veel reizigers op te stappen. Het skiseizoen loopt dan ook ten einde, en de paasvakantie moet nog beginnen. We stappen op en installeren ons in ons slaapcoupé. We worden vriendelijk geholpen door een wel heel jonge steward in onberispelijk uniform. Hij doet me wel wat denken aan Robbedoes, hoewel ernstig, donker van haar, en zonder het gekke rode petje. Het mooie coupé waarin wij met ons tweeën gelogeerd zijn is krap bemeten, en het vergt wat organiseerwerk omdat wij toch wel wat bagage van de motor afgehaald hebben.  Dan nog iets eten, en even na tien uur gaan we onder zeil.

 

Dag 2 (zondag 31 maart 2019):

Innsbrück (AU) – Tolmezzo (IT)

De auto(moto)slaaptrein is een mooie uitvinding: de moto slaapt rustig terwijl de trein het ene station na het andere inboemelt en halt houdt aan lege perrons. Om vier uur zijn we pas in Nürnberg. Wagons worden aangekoppeld en losgekoppeld, en eenzame slaperige reizigers stappen op. Ik word dus vaak wakker, maar kan telkens weer kleine dutjes doen. München wordt aangedaan om zes uur. Ik ben dan klaar wakker. Om zeven uur staan Frits en ik op.  De douche in onze luxe-coupé werkt niet.  Geen erg, want op het einde van de gang is een ruimere douche met lekker warm water beschikbaar, én, er staat géén file ! Net aan het badkamertje heb ik uitzicht op de motoren. Ik neem een foto. Ze staan daar volledig intact.

Zomertijd ! Het is hier ècht zomertijd !

Ondertussen heeft de trein aan de grens een nieuwe locomotief gekregen, een Oostenrijkse ditmaal, is de trein achterwaarts de Alpen ingedoken via de vallei richting Kufstein. De bergen aan weerszijden komen steeds dichter en worden steeds hoger. een prachtige ervaring, die ik ook reeds vroeger enkele malen had bij mijn reizen naar Joegoslavië, zo een 30 á 40 jaar geleden. Deze jaartallen drukken mij telkens weer met de neus op de harde realiteit dat ik zestig gepasseerd ben, en dat hetgeen mij rest vermoedelijk héél wat minder zal zijn. Terzelfdertijd maak ik mij dan de bedenking dat ik reeds een mooi en gevuld parcours heb mogen afleggen, en vooral, dat ik drie leive dochters heb die mij op hun beurt voorzien hebben van vier kleinkinderen, hetgeen de bittere pil van het naderende einde toch wel van een mooi gouden laagje voorziet.

Voorlopig is Innsbruck echter het ene echt naderende einde van dit nachtelijk avontuur. We krijgen om acht uur een zonnig ontbijt geserveerd op de trein. Frits kan of durft nog niet veel eten; hij is nog herstellende van een banale virusinfectie. Geen nood, ik ben stand-by om hem te helpen zijn bord te ledigen.

WP_20190331_08_20_40_Pro

Plots komt een spoorwegbediende ons melden dat mijn motor tijdens het transport beschadigd is: het scherm is er afgewaaid omdat de trein, en dus ook de motoren, nu met de neus naar achter rijden. De treinladers zijn vergeten de ´schirmshutz´ aan te brengen, waardoor het scherm een winddruk opvangt in een richting waarop dit niet berekend was. Het moet nog maar nét gebeurd zijn want ik heb daarstraks bij het douchen een foto genomen mét het scherm er nog op. Het goede nieuws is echter dat het schermpje niet van de open wagon afgewaaid is. De man heeft het scherm bij zich: het is op wat schrammen na gelukkig intact. De verzekering van de Oostenrijkse BundesBahn zal mij de schade vergoeden. Heel wat gedoe met papieren voor de verzekering, én, hoe ga ik dat nu herstellen? Moet ik zó naar Mongolië?? Zonder scherm de reis voortzetten zal lastig en onaangenaam zijn. Het scherm, met al die landenstickertjes op, is bovendien een onvervangbare herinnering aan mijn reis van Alaska naar Vuurland.

Laten we ons ondertussen maar eens optrekken aan de gedachte dat de weersomstandigheden erg meezitten: het is niet erg koud en de zon staat reeds klaar om ons de ganse dag te begeleiden. Morgen wordt hier een pak sneeuw verwacht. Dan hebben we reeds de eerste obstakels van de reis moeiteloos overwonnen: de Alpen en de laatste winterkou.

We komen in Innsbruck aan, stappen af, en wat later mogen de motoren van de trein worden afgereden.

WP_20190331_09_29_25_Pro

De schade aan de voorkuip van de motor is aanzienlijk. De schermbevestigingspunten zijn volledig uitgebroken. Een perfecte reparatie zal vermoedelijk wel duizend Euro kosten, want het ganse front moet vervangen worden en vervolgens in de juiste kleur gespoten worden.

DSC01981

Ik laat eerst de schade opmeten door de spoorwegbeambte, en na het papierwerk slaag ik er in om mijn scherm met spanriempjes stevig op zijn plaats te krijgen. Het is natuurlijk een bricolage, niet mooi, maar steviger dan voorheen, en even functioneel.

Op naar Mongolië !!

Maar onderweg eerst nog een oplossing vinden voor de comateuze smartphone van Frits. Alle winkels zijn hier op donderdag dicht, behalve de bakkers. Het zal geen apfelstrüdel zijn waardoor die ´handy´ er bovenop zal geraken.

Dan volgt een mooie dolle rustige rit door de Dolomieten op mijn opgekalefaterde moto. De meeste Alpenweiden liggen er lentefris bij, maar hier en daar zien we toch een schitterende skipiste waar een zeldzame skiër zich naar beneden slingert. Al rijdend in de buurt van Bolzano valt mijn oog ineens toevallig op Hotel Sonnblick, waar ik in 1986 verbleef op skiverlof met de Bond van het Noorden.

Even na vieren bereiken we de Albergo di Roma in Tolmezzo (Stefan, lees je mee?). We krijgen nog tien procent korting op de eerst aangegeven prijs. De motoren mogen in een overdekte afgesloten garage staan. We hebben afgesproken om het rustig aan te doen en vroeg te gaan slapen. Morgen wordt hier alweer mooi weer verwacht. Dan zijn we de Alpen volledig voorbij en cruisen we langsheen de Adriatische kust.

En nu wat wandelen en gaan eten ! We vinden na een grote wandeling doorheen het stadje een restaurantje op tien stappen van het hotel. Ik neem een slaatje en een spaghetti, natuurlijk teveel, maar slaag er toch in om alles naar binnen te werken. Frits beperkt zich tot de spaghetti, en zelfs maar tot de helft ervan.

Er volgt een deugddoende nacht.

 

Dag 4 (maandag 1 april 2019):

Tolmezzo (IT) – Crikvenica (HR)

We gaan om zeven uur ontbijten, want we hebben vandaag een goed gevuld programma. Het is nu reeds 8 graden buiten, en het belooft mooi warm weer te worden.

We verlaten het hotel en moeten al onmiddellijk een eerste obstakel overwinnen: het is markt net voor het hotel. De kleerhangers worden verrold, en de motoren steken stapvoets de verkeersvrije markt over.

In Udine gaan we dan op zoek naar een reparateur voor de telefoon van Frits. De vriendelijke jonge technieker slaagt er in om een back-up te maken van de belangrijkste gegevens op het toestel, maar slaagt er niet in om het toestel op batterij te laten functioneren. Er is een probleem met het opladen. We kunnen hier geen dag wachten op een grondige poging tot herstel zonder enige garantie op succes, en Frits besluit een nieuw toestel te kopen. De hoge prijs valt hem eerst wat tegen, maar wat later is hij toch in zijn nopjes over de superieure functionaliteiten en de ingebouwde superlens.

WP_20190401_12_19_38_Pro

Het toestel is een nog betere versie van het toestel dat mijn schoonbroer Jan mij onlangs aanraadde.

Onderweg gaan we nog een koffie drinken, en delen een grote ensalada caprese italiana met wat brood.

WP_20190401_13_13_39_Pro

Het is ondertussen reeds ruim over de middag en Slovenië lonkt. Eerst nog een stukje doorheen de Italiaanse heksenketel tussen Udine en Triëste. Wat is dit hier veranderd op vijfendertig jaar tijd!

We moeten landwaarts het schiereiland Istrië oversteken. Istrië is destijds bij het uiteenvallen van Joegoslavië opgedeeld in een Sloveens Noordelijk deel, en een Zuidelijk Kroatisch deel, met aan het uiteinde de mooie stad Pula, welke ik in 1984 bezocht, maar nu niet gaan aandoen.

Slovenië behoort tot de Schengen-zone én tot de Eurozone. De grensovergang laat zich enkel opmerken door de verlaten verkommerende gebouwen. De grens met Kroatië is dan weer andere koek: paspoortcontrole, en net voorbij de grens, in de andere richting, een kilometerslange file, vooral vrachtwagens, die staan aan te schuiven om ‘Europa’ binnen te mogen.

Voorbij Rijeka nemen we de kustweg langsheen de Jadranske More, de Adriatische Zee. Laat nu de vakantie maar écht beginnen ! Die pret wordt wat later wel even getemperd: de zoektocht naar een hotel  blijkt niet eenvoudig, want het seizoen is nog niet begonnen, en bijna alles is dicht.

Rond zes uur komen we aan in het mondaine stadje Crikvenica. We rijden er wat rond, doen navraag, maar vinden niets. De hotels langsheen de strandboulevard zijn nog dicht, want het toeristisch seizoen is nog niet begonnen. Uiteindelijk houden we halt aan een groot gebouw met ruime parking. Het blijkt een rustoord voor bejaarden, waar lege kamers als hotelkamer worden verhuurd, tegen een fikse vergoeding weliswaar. De koele steriele omgeving en de verre ligging van het stadscentrum zijn echter niet aanlokkelijk. Op de parking wordt Frits ondertussen aangesproken door een man welke hem een folder in de handen duwt met reclame voor een Biker’s Hotel. Tien minuten later nemen we daar tevreden onze intrek. Het klein hotelletje, bij een eerste aanblik wat rommelig, is gelegen op zo’n vijfhonderd meter van het stadscentrum. De kamers zijn echter eenvoudig maar piekfijn, en dank zij de ligging op de helling mét uitzicht op de zee.

WP_20190401_18_09_07_Pro

We dalen vervolgens nog af naar het stadscentrum om te gaan eten in een restaurantje aan de strandpromenade.

 

Dag 4 (dinsdag 2 april 2019):

Crikvenica (HR) – Split (HR)

Ik word wakker na een deugddoende nachtrust. Inderdaad, hotelletjes voor ‘bikers’ blijken vaak van goede kwaliteit.

Het ontbijt wordt geserveerd in een zaaltje, ingericht als een soort bruine kroeg, waar in het hoogseizoen vermoedelijk vele liters bier ‘verzet’ worden. Het ontbijt mag er wezen. We doen ons best om één en ander naar binnen te werken, maar de taartjes laten we uiteindelijk toch staan.

De kustweg langs de Adriatische zee vormt een vlotte verbinding naar het Zuiden, maar je moet er wel je tijd voor nemen, want op vele stukken mag of kan je niet inhalen, en er zijn strenge snelheidslimieten ingesteld. We zijn niet haastig en spelen op veilig. De Jadranske More met haar vele eilandjes en grillige kust vormt terecht een aantrekkingspool voor vele toeristen.

WP_20190402_11_47_07_Pro

Gelukkig is dat vakantieseizoen nog helemaal niet begonnen zodat de wegen rustig berijdbaar zijn, en files onbestaand.

WP_20190402_11_00_24_Pro

Rond vier uur komen we aan in Split. Het is nog steeds zonnig en meer dan twintig graden warm. Aangezien we dicht bij het centrum willen overnachten, en de motor een veilige plaats aanbieden is een appartementje een goede optie. Er worden hier wel veel appartementjes aangeboden aan toeristen, maar de meeste zijn nog niet beschikbaar. Ze zijn meestal gelegen in rustige wijken en herkenbaar aan een blauw bordje naast de deur. We moeten heel wat zoeken, telefoneren eerst naar Ivana, die verwonderd is dat haar naam en telefoonnummer vermeld staan op een uithangbordje, bellen aan bij Diana en bij Mila, die niet thuis zijn, maar we worden uiteindelijk geholpen door Tatiana, een jonge moeder met twee kleuters, en Ludmila, een bejaarde vrouw. Zij begeleiden ons persoonlijk naar een rustig gelijkvloerse studio van Matea, die elders woont, en waar Larissa, de buurvrouw, voor ons zal zorgen. De motoren staan in het zicht in een klein minituintje.

Snel de bagage afladen, en dan naar het stadscentrum, vijf minuten te voet verderop. We lopen het hele traject, zo’n 500 meter, doorheen parkjes tussen de woonblokken.

Het bijna tweeduizend jaar oude paleis van Diocletianus vormt nog steeds het hart van Split en herbergt honderden winkeltjes en restaurantjes. We stappen binnen in restaurant Babarin, waar ik een lekkere vissoep met aardappelen geserveerd krijg.

WP_20190402_18_50_41_Pro

Daarna gaan we weer op stap, al kronkelend doorheen de wirwar van steegjes en pleintjes in het oude Romeinse keizerlijk paleis. 

Op de terugweg naar onze slaapplek kopen we nog wat ontbijtkoeken in een mooi verzorgde ‘pekara’ (bakker).

Nog wat prutsen en bloggen, en dan volgt een heel rustige nacht.

 

Dag 5 (woensdag 3 april 2019):

Split (HR) – Dubrovnik (HR)

Nog steeds heel mooi weer. 

We ontbijten in het appartementje, waar alles voorhanden is om een lekkere Turkse koffie te bereiden, zonder gruis ! De koffiekoeken die we gisteravond kochten zijn zó ‘vullend’, dat we er elk maar één van opeten.

We hervatten onze weg langsheen de kust. Het verkeer wordt steeds minder. We houden halt in Klek, waar we een koffie drinken op een terrasje, uit de wind, gelegen aan een klein idyllisch baaitje.

Bij de opdeling van Joegoslavië, vijfentwintig jaar terug, slaagde Bosnië er in om toch een piepklein stukje Dalmatische kust voor eigen gebruik, of beter voor gebruik van de machthebbers en apparatsjiks, te reserveren. Zo ontstond hier het bijna kunstmatige kuststadje Neum. En zo moeten we hier even de Kroatisch-Bosnische grens passeren. Het gaat gelukkig vlot. Even voorbij Neum passeren we dan weer de Bosnisch-Kroatische grens. En nu op naar Dubrovnik, waar we niet te laat willen aankomen.

Ik heb deze morgen een appartementje geboekt via Booking.com, bij Ivan en Ivana. Het stekje ziet er netjes uit.

We beginnen het reisritme vast te krijgen: een beperkte rit in de voormiddag, gevolgd door een stadswandeling ter bestemming. Vandaag is dit Dubrovnik, waar we de nodige kilometertjes en trappen op en trappen af verwerken. De stad is tijdens die vuile Joegoslavische broederoorlog quasi platgebombardeerd, maar werd al snel in haar oude glorie hersteld. Er lopen al heel wat toeristen, maar de terrasjes en restaurants zijn weinig bezet. Het is duidelijk nog laagseizoen. Hier en daar ontdekken we verborgen pareltjes.

DSC01987

Bij de terugkeer naar ons appartement gaan we op zoek naar eten. We eten op de verplaatsingsdagen tweemaal daags: een stevig ontbijt, en dan ’s avonds niet te laat een consistente schotel. Zodoende vallen we niet in slaap op de motor, en hebben we ‘s nachts geen last van een zware vertering. Na wat omzwerving en navraag vinden we een mooie bar-restaurant met terras, aan de voet van een glazen building.

DSC01988

De naam ‘Culto’ is niet gestolen. Nu volgt het lastigste van de dag: die grote Pizza Culto, met prosciutto en ricola, naar binnen werken. Mij lukt het; hij smaakte heel lekker, maar ik kan voorlopig geen pizza meer zien. De wandeling terug naar ons gelijkvloers flatje is welgekomen, en bij aankomst heb ik een onlesbare dorst. Ik kap wel vier grote glazen water naar binnen.

Dan nog wat administratie afwerken, zodat de boekhouder hopelijk zonder mij verder kan. En nog wat tijd voor de blog. Ondertussen heeft Frits de bedsponde in de kamer naast de mijne reeds opgezocht, en volg ik stilletjes zijn voorbeeld.

 

Dag 6 (donderdag 4 april 2019):

Dubrovnik (HR) – Burrel (Al)

Het is bewolkt buiten en er wordt in de vroege morgen wat regen voorspeld. Toch belooft het de hele dag redelijk droog te blijven. Dus blijft een passage langs Albanië op het programma staan.

Ivana serveert ons een lekker ontbijt met omelet, zelfgemaakt vers Turks brood, en een kleine straffe koffie, die we aanlengen met veel heet water. De voordeur staat op een kier, en drie zwarte katten steken er beurtelings en vol verwachting hun hongerige kop door. Na het ontbijt krijgen ze elk een stukje worst, welke door de vader van Ivana zelf werd gemaakt, maar die ons toch niet kon bekoren. Ook de fles Slivovitsj laten we wijselijk onaangeroerd staan.

Tijdens het laden van de motoren worden we nog even getrakteerd op een stevige plensbui, waarbij we even gaan schuilen in een openstaande garage. Een kwartiertje later zijn we dan toch op weg naar Montenegro en Albanië.

Er is hier heel wat verkeer, en we geraken traag vooruit, hoewel we nog heel wat kilometertjes voor de boeg hebben. We willen het slechte weer dat op komst is vermijden door langs Albanië naar Skopje in Noord-Macedonië te rijden. 

Vanaf de Montenegrijnse grens wordt het zelfs nóg drukker, omdat ál het verkeer langs deze ene weg rond de baai van Kotor wordt geleid. We nemen de veerboot over een zee-engte in de baai en zetten de weg verder. Er volgen eindeloze wegenwerken, waar dan ook nog eens twee vrachtwagens in tegengestelde richting de ganse passage blokkeren, behalve voor onze motoren. Die files aan beide zijden van de blokkade zullen de eerste uren niet opgelost raken.

Nóg wat verder is er de grenspost tussen Montenegro en Albanië. Dat gaat vlot, want er is een aparte doorgang voor motoren, en die ene grenspost wordt samen gebruikt door de Montenegrijnen en de Albaniërs, wat de helft werk bespaart.

Albanië ! Het kneusje van Europa. De armoede schreeuwt ons toe. Hier verlaten we de Adriatische kust en duiken het berglandschap in. We rijden zuidwaarts, aanvankelijk nog op een grote drukke weg in een brede vlakte. Links zien we de bergen waar we straks overheen moeten. De grijze wolken die er boven hangen beloven niet veel goeds.

Ik weet dat we straks links moeten afslaan, de bergen in, waar ik de buien al zie hangen. Ik probeer Frits ervan te overtuigen zijn regenkledij aan te trekken, hetgeen ikzelf doe, en hij vervolgens ook. En dat is niets te vroeg, want reeds tijdens het omkleden vallen de eerste druppels, en haasten we ons voort om deze hele klus af te werken.

Het is nog vroeg in de namiddag, maar er rest ons nog een hele bergrit tot in Debar, in Noord-Macedonië. Aanvankelijk lijkt de weg nog mee te vallen op een soort expresweg, maar daar komt al gauw een einde aan, en we wijken uit naar het Zuidoosten op een secundaire weg. De regen wordt wat zachter, maar de dreigende bewolking blijft aanwezig, en beperkt daardoor mijn zichtbaarheid. Bovendien worden de wegen steeds slechter en raken wij onvermijdelijk meer vermoeid. Ik hou omstreeks 17u halt in Burrel, een Albanees bergstadje. Het regent nauwelijks momenteel. Ik speur in mijn GPS naar hotelletjes in de buurt, vind er twee, en stel voor om hier te proberen overnachten, in plaats van nog minstens twee uur te rijden, en dan in het donker nog naar van alles te moeten gaan zoeken. Frits gaat akkoord, en enkele minuten later installeren we ons knusjes in het leuke, ooit moderne, hotel Orkidea in Burrel.

De mensen op straat zijn vriendelijk. Een man gaat zelfs zijn auto verplaatsen opdat we de moto’s vóór het hotel zouden kunnen parkeren onder het alziende oog van een camera. De hotelbaas verzekert ons dat we op beide oren kunnen slapen. De motoren staan veilig!

DSC01989

Het hotel heeft een restaurant op het gelijkvloers. Ik bestel al watertandend een schotel met lamsvlees, maar de ober moet mij teleurstellen, en stelt een rundsvleesschotel voor. Het vlees is natuurlijk versneden volgens lokale gewoonten, redelijk dun dus, maar smaakt lekker. Dat alles voorzien van een extra bord tzatziki en een massa frietjes , zo dik als boomstammen, zodat ik het zo gegeerde toetje alweer moet uitstellen.

Aan de tafel naast ons zit een soort pasja, die alles voortdurend in de gaten houdt, verder weinig zegt, maar door iedereen die binnen komt begroet wordt.

We trekken ons even later beide terug in onze eigen hotelkamer, en hopen vlot de slaap te vinden, en morgenochtend onze complete motoren.

 

Dag 7 (vrijdag 5 april 2019):

Burrel (AL) – Skopje (MK)

Ik sta vroeg op. Ik heb een goed rustige nacht gehad, en ben in form om weer wat aan de blog te werken.

Om 8 uur komt Frits mij halen. Hij verzekert mij onmiddellijk dat de motoren er nog net zo bij staan als gisteravond. We gaan naar beneden. Het is bewolkt, maar droog. Op straat heerst reeds een bedrijvigheid van jewelste. In het stadje heerst een Turks-Ottomaans sfeertje. Veel mannen van middelbare leeftijd lummelen maar wat rond, verbroederen met elkaar, en lopen het café-restaurant binnen en buiten. De pasja zit er ook reeds alles gade te slaan. Wanneer de jonge ober hem op onderdanige wijze een telefoon in handen geeft worden mijn vermoeden bevestigd dat dit de grote baas is van het hotel. 

Het ontbijt is nog gestoeld op communistische leest. Je mag kiezen uit een aantal items, maar als je iets extra bijvraagt vervalt het vorige. Op die manier krijgen we een omelet, marmelade en boter, maar is de kaas komen te vervallen. De boter is al heel bijzonder: die kleurt mooi geel zoals bij ons, smaakt ook zoals bij ons, maar is enorm brokkelig zoals sommige droge witte kazen. De thee die ik bestelde blijkt een bijzondere bergkruidenthee te zijn, even wennen, maar dan toch lekker en smakend naar meer.

We schrapen even later onze biezen bij elkaar, en nemen de wielen, op commando van de GPS van Frits, welke de snelste route heeft uitgevlooid. Ik doe hem nog even stoppen om hem op te merken dat we terug noordwestwaarts rijden, maar volg hem dan toch gedwee. Het regent niet en de weg is bijna droog. Het is fris, maar niet te koud, en we geraken goed vooruit doorheen een prachtig berglandschap. De lente is hier, hoog in de bergen, nog niet begonnen. De natuur biedt hier nog een troosteloze grauwe aanblik, net zoals de dorpen en steden, die nog wel even, zeker hier in de bergen, moeite zullen hebben om het grauwe verleden onder Enver Hoxha, de vroegere dictator, achter zich te laten.

Een uurtje later komen we in een stadje aan, en een blik op de kaart bevestigt mijn eerste vermoeden dat we de verkeerde richting uitgegaan zijn. de route noordwaarts overheen Kosovo. Dit vormt een bijkomend probleem omdat Kosovo nog geen volledig erkende staat is, en nog niet gedekt door onze groene kaart.

Maar het weer is goed, de weg is proper en van goede kwaliteit, en de omgeving is prachtig. We raken vlot Albanië uit en Kosovo in, en kopen voor tien Euro een grensverzekering, zodat dit probleem ook al van de baan is. Ik kom ook tot de vaststelling dat ik mijn ruggenbeschermer in het hotel laten hangen heb. Ik zal de volgende dagen, weken, maanden beter moeten opletten, en alles meenemen bij het uitchecken… En ik neem bovendien het goede voornemen om de komende vijf maanden nóg voorzichter te rijden.

Dan volgt een hele mooie en onderhoudende weg, eerst doorheen het heel mooie drukke stadje Prizren, en vervolgens doorheen een nu verlaten toeristisch berglandschap, even tot op sneeuwhoogte, maar altijd op droge goede wegen.

IMG_20190405_133641

Het laatste stuk verloopt dan weer wat lastiger op de drukke route tussen Pristina en Skopje, waar een prachtige bijna afgewerkte autosnelweg ons lonkend vergezelt. 

Omstreeks 16u bereiken we Hotel Vila Silia in Skopje, waar gastvrouwe (directeur!) Silvana ons, even aarzelend, ons onze kamers aanwijst. Het hotel is gelegen in één van de hoger gelegen betere villawijken van de stad, net buiten het centrum, en is ietwat vergelijkbaar met Hotel Tsjerepaha in Kaliningrad.

Gedreven door de honger dalen we de helling af, richting stad, en vinden al snel een bijzonder restaurantje, Piaza Liberta, met een bijzondere inrichting en sfeer, welke mij alweer herinnert aan een restaurantketen in Moskou, Varenichnaja Nr.1, waar ik verschillende malen ging eten. Ze verkopen er zelfs ‘Huisgemaakte Belgische Waffels’.

WP_20190405_17_48_30_Pro

Bij onze terugkomst gaan we nog even de motoren verzorgen: olie checken, ketting smeren, banden op spanning brengen, en een kapotte voorlamp vervangen.

Dan vroeg in bed, tevreden over de verrassend mooie dag. 

 

Dag 8 (zaterdag 6 april 2019):

Vrije dag in Skopje (MK)

We hebben Skopje uitgekozen omwille van de gunstige weerberichten. En inderdaad, het blijft hier voorlopig droog, hoewel redelijk zwaarbewolkt.

Ik ben vroeg opgestaan en heb mijn schadeclaim ingediend betreffende de schade aan de motor opgelopen tijdens de slaaptreinreis een week terug.

Nu snel douchen en gaan ontbijten. We ontbijten in de privéwoonkamer van de eigenaars van het hotel. Op TV draait, jullie raden het, een kookprogramma. Het ontbijt is verzorgd en copieus.

Straks vertrekken we te voet op strooptocht in Skopje. Ik ruim nog even mijn kamer op, en wat later zijn we op stap. Het is buiten al aangenaam warm. Het belooft een droge zonnige dag te worden. De doordeweekse drukte is verdwenen uit het straatbeeld. Vooral oudere mensen lopen af en aan, beladen met groenten en fruit.

Skopje voelt aan als een open vrije stad, met hier en daar nog wat restanten van de periode onder Tito, maar verder in ijl tempo sterk moderniserend. Vele nieuwe grote gebouwen, waaronder heel wat overheidsgebouwen, vaak in een soort neoclassicistische stijl, refererend naar het glorieuze tijdperk van Alexander de Grote. Twee derden van de bevolking is Christelijk Orthodox, één derde is moslim. Dat verklaart waarom we in het straatbeeld weinig moskeeën aantreffen. We steken de rivier Vardar over, en komen plots terecht in een andere wereld.

WP_20190406_11_27_12_Pro

Het kleine oude historische stadscentrum is bijna volledig Ottomaans van uitstraling, hoewel doorspekt met Christen-orthodoxe gebouwen. Het geeft ons een mooie indruk van de quasi vreedzame samenleving van Christenen en Moslims door de vele eeuwen heen. Dit herinner ik me nog van 41 jaar geleden, toen we hier ook aanlegden op onze reis naar Griekenland. Soeks, bazaars, koffiehuizen, moskeeën, badhuizen, en zelfs een enorme caravanserail. We doorkruisen kriskras steegjes en wijkjes en toeven enige tijd op het terras van een koffiehuis.

Aan de rand van de Turkse wijk passeren we een orthodoxe kerkmonument, maar het is spijtig genoeg gesloten. Dan weer de moderne wereld in over de rivier, onder de goedkeurende blik van een Grote Alexander. Morgen zullen we alweer verder reizen, deze Alexander achterna, maar de Grote zal allicht kleiner worden en zelfs geheel verdwijnen naarmate we oostwaarts opschuiven.

We gaan wat winkelen, bezoeken een grote dure Shopping Mall, en gaan dan weer in de Plazza Liberta eten. Daarna keren we zachtjes terug naar hotel. Onderweg passeren we een moderne soort villa met toch enige Ottomaanse trekjes. Het is hier opgetrokken ter nagedachtenis van Moeder Theresia, die geboren was in Skopje.

DSC02009

Na wat rust gaan we weer wat winkelen in een supermarktje 50 meter verderop. Dan wat bloggen, wat eten en het is al gauw weer avond.

 

Dag 9 (zondag 7 april 2019):

Skopje (MK) – Thessaloniki (GR)

Om zes uur is het hier reeds klaar buiten. De hemel is egaal blauw. De vogeltjes schuifelen. Ik maak een koffietje klaar en werk wat aan de blog. De regenkledij wordt opgevouwen en straks weggeborgen in de koffer van de motor. Ik kreeg gisteren een waarschuwing over problemen met de grensovergang tussen Noord-Macedonië en Griekenland. Vermoedelijk gaat het hier over wat strubbelingen met migranten, maar die zijn nog een hele eind van de grens verwijderd. Sedert de naamswijziging van Noord-Macedonië zijn de betrekkingen tussen beide buurlanden sterk verbeterd.

Om halfnegen ontbijt. Onze gastvrouw informeert naar onze terugreisplannen, want nu ze ons wat beter leerde kennen als probleemloze hotelgasten, had ze stilletjes gehoopt wij bij het terugreizen opnieuw bij haar zouden overnachten.

We laden de motoren en zetten aan. Het is eerder fris, 14 graden, maar perfect motorweer. Na een half uurtje stuurt de GPS ons op een heel slechte weg doorheen mediterrane brousse en heuvels. We moeten ons hier en daar een weg banen tussen bendes opgefokte zondagochtend mountainbikers. Onze inspanningen worden beloond door de aanblik van een prachtig tussen de bergen verborgen meertje.

Nu en dan nemen we een stukje autosnelweg. Deze wordt in ijltempo volledig gemoderniseerd in aanloop op de aansluiting bij de Europese Unie. We nemen een koffie in een enorme nagelnieuwe Restop. Er zijn in totaal slechts twee bedienden: de pompist en de kassierster, welke ons prompt en heel vriendelijk bedienen. We zijn dan ook de enige klanten. Dat zal binnenkort wel veranderen! Noord-Macedonië is klaar voor de toetreding !

Weer op weg. Eventjes wordt het een aangename 22 graden, maar dan zakt de temperatuur weer wat doordat we de kustvlakte naderen. De grensovergang gaat redelijk vlot, maar er is toch wel wat grenspassage, wat een kleine file oplevert.

In Thessaloniki rijden we weer wat verkeerd door een dol geslagen GPS, maar bereiken dan toch het hotel omstreeks 16u lokale tijd. Na wat videocontact met de familie duiken Frits en ik de drukke stad in, op zoek naar eten en vertier. Na de hele late lunch bezoeken we nog even de Hagia Sophia, één van de oudste Byzantijnse kerken van Thessaloniki. De kerk is meer dan 1200 jaar oud, werd gebouwd gebaseerd op de structuur van de beter gekende Hagia Sophia in Istanbul, en behoort tot het UNESCO-werelderfgoed.

Bij onze terugkeer in het hotel begint het reeds te schemeren. Maar eerst nog even langs bij de bakker om iets zoet voor morgenochtend bij de koffie. Ik zet nog wat extra sloten op de motor en verwijder één van de koffers, want het gaat erg regenen.

Ik ben doodmoe. Tijd voor rust en retraite.

 

Dag 10 (maandag 8 april 2019):

Vrije dag in Thessaloniki (GR)

Weer een goede nachtrust gehad. Ik hou van een zacht bed onder mijn harde knoken. Buiten is het donker en zwaar bewolkt. Het regent, en dat vermoedelijk nog de ganse dag. Dat wordt dan maar kniezen op een miezerige hotelkamer vandaag…

Ik sta om zes uur op en begin aan mijn eerste ontbijt: een koffie met daarbij wat stukjes baklava welke ik gisteravond kocht. Wat is dat zoet, maar met een koffie erbij toch ó zo lekker !

Afbeeldingsresultaat voor koffie met baklava

De blog lonkt, lokt en dwingt, en laat zich temmen. De tijd vliegt voorbij, en voor ik het besef is het alweer halfnegen, en staat Frits op mijn deur te kloppen. Tien minuten later zitten we in de ontbijtzaal op het vierde verdiep, luisterend naar het stevige regengekletter op het zinken platen dak, en ons tegoed doend aan het eenvoudige buffet. Frits waarschuwt me dat de koffie niet te drinken is. Inderdaad, deze smaakt en ruikt zoeterig naar opgelengde chocolademelk, en zeker niet naar koffie. Dan maar een kop Lipton ontbijtthee, alvast niet het grootste genot op deze aarde, maar altijd drinkbaar.

Dan de stoute waterdichte schoenen en mijn regenjas aangetrokken, en op stap. Eerst wat winkelen, want het kan wel een paar weken duren vooraleer we opnieuw aanmeren in een stad met zulk een ruime keuze en aanbod binnen voetbereik. Frits merkt algauw dat hij het zonder paraplu niet redden zal, en even later is hij een paraplu rijker en vier euro armer. Die paraplu´s blijven goedkoop. De mijne kocht ik meer dan twintig jaar terug in Florence voor ongeveer dezelfde prijs, en is sedertdien mijn trouwe en onafscheidelijke reisgezel, hoewel niet zonder hier en daar een stevige sutuur. Die paraplu van Frits blijkt écht een hele goede aankoop, want na korte tijd stopt het met regenen, en dat zal de ganse dag zo blijven.

De speurtocht gaat verder, en levert eerst een klein tasje op welke ik als bescherming wil gebruiken omheen mijn broze nylon waterdichte zadeltas. Frits vindt na veel zoeken een  flipflapje voor zijn nieuwe smartphone, wijl ik een beschermfolie laat plaatsen op mijn Lumia. De tocht gaat langsheen de rommelige straten van Thessaloniki, waar verwaarlozing en verval nooit veraf zijn.

DSC02016

De laatste aanwinst wordt dan nog een zomer motorbroek met ventilatiegaten voor Frits, gekocht in een mooie ruime winkel van Benelli en Dainese. Het wordt passen en wisselen. De bevallige verkoopster vraagt mij ondertussen wat ik vind van Thessaloniki. Ik antwoord dat de winkel erg mooi is. Ze dringt aan, en is uiteindelijk tevreden als ik haar diplomatisch antwoord dat er bij ons ook nog wel wijken zijn die er uit zien als deze stad. Maar ik kan haar ook met het hand op het hart zeggen dat het hier heel interessant en aangenaam toeven is.

Frits heeft zijn keuze gemaakt, de prijs valt mee, en valt even later nog wat meer mee na een mooie korting, en de broek verdwijnt in mijn reistas. En dan moeten we nog de hele weg terug, maar dat pas na een welverdiende lekkere dubbele koffie, zo straf, dat ie niet te drinken blijkt zonder een extra zakje suiker.

We keren terug naar het hotel. Frits wil zijn spullen nog wat ordenen. En ik ga weer op stap, alleen ditmaal, hongerig naar meer. Ik moet niet ver lopen. Ik vind al gauw een snelle hap onder de vorm van een stukje pizza welke ik opeet met de aanblik op een grote kerk.. Die pizza is maar niks, maar de Naos Agiou Dimitriou is een grote mooie kerk, UNESCO werelderfgoed, gebouwd toen Thessaloniki de tweede grootste stad was van het Byzantijnse rijk.

DSC02017

Ik maak vervolgens een grote toer langsheen diverse Byzantijnse bouwwerken, sommige van Romeinse oorsprong, sommige voorzien of ontdaan van Ottomaanse aanpassingen door de vele eeuwen heen. Ik ga enkele kerken binnen, evenals de Rotonde, die mij enigszins herinnert aan het pantheon in Rome, maar dan veel eenvoudiger van opzet, en zonder de circulaire opening bovenin de koepel. De muurschilderingen blijken fijne mozaïeken te zijn, spijtig genoeg op vele plaatsen zwaar beschadigd, maar toch prachtig en indrukwekkend.

DSC02043

Het gebouw was vermoedelijk bedoeld als mausoleum voor keizer Galerius, maar nadien omgevormd tot Byzantijnse kerk. Dan werd het geheel alweer een moskee, met bijhorende minaret en wasplaats, om nadien weer de huidige orthodoxe Sint-Joris kerk te worden. Op enkele uren tijd krijg ik een vaag beeld van de rijke geschiedenis welke deze havenstad te beurt viel. Ik loop vervolgens, genietend van een lekker ijsje, nog een eindje langs de zeeboulevard, beginnend bij de grote witte toren, vroeger een gevangenis voor levenslang veroordeelden, en zie dan in de verte de enorme haven. Ik keer dan terug naar het hotel langsheen de overdekte markt. Onderweg bespeur ik een mooi typisch Grieks restaurantje, waar het deze avond wel eens lekker toeven zou kunnen zijn.

WP_20190408_19_10_02_Pro

Omstreeks vijf uur overleg ik met Frits de opties voor de komende dagen. Gezien het weer zo wisselvallig is beslissen we onze plannen dag na dag bij te stellen. Het wordt dus eerst gewoon oostwaarts, vermoedelijk tot Komotini.

Taberna Loutros blijkt inderdaad een traditioneel Grieks restaurant te zijn. We doen ons tegoed aan gegrilde sardienen, en worden vervolgens plots door een goed aangeschoten zwaar bebaarde Griek, Vassilis Bill Koussagianidis, aan de tafel naast ons vriendelijk getrakteerd op kleine zoete snuisterijen en vervolgens zelfs op een groot glas Ouzo, welke we nu en dan heel beleefd, maar vooral heel zuinig, aan de lippen zetten.

WP_20190408_18_50_35_Pro

Na een reeks verbroederingen met alle andere aanwezigen in de gelagzaal slagen we er in om zonder zwanselen naar buiten te sluipen, terug naar het hotel, op slechts vijf minuten stappen door de avondschemering.

Weer een rijk gevulde dag, totaal onverwacht. Het is nu negen uur. Het is tijd.

 

Dag 11 (dinsdag 9 april 2019):

Thessaloniki (GR) – Komotini (GR)

Zes uur. Buiten regent het hard. Laten we er maar het beste van hopen. Ik ruim zoveel mogelijk op om straks vlot te kunnen vertrekken. Om half negen ontbijt. We zijn gans alleen in de ontbijtzaal. Van de koffie blijf ik af. Ik doe mij te goed aan lekkere stevige witte kaas met bruin brood. Het stevige ontbijt is hard nodig, want het belooft een frisse rit te worden.

Het regent terwijl we de motoren laden, en ook nog wanneer we vertrekken, de drukke ochtendspits in, om dan na 15 minuten rustiger vaarwater op te zoeken in het heuvelachtige binnenland.

De temperatuur varieert tussen 9 en 13 graden. Na een half uurtje krijg ik gelijk, want Frits krijgt het te koud, en we zakken af in een dorpscafeetje, waar de overjaarse jeugd overdag wat rondlummelt. Eén van hen komt mij uithoren, maar spreekt enkel Grieks, een taal die ik nu net niet machtig ben. Een grote warme koffie en een stukje cake brengen Frits er weer bovenop.

WP_20190409_10_19_58_Pro

De wegen zijn goed, de regen gaat wat op en af. Bij het tanken knoop ik een kort gesprek aan met de oude man die ons bedient. Hij spreekt Duits, want hij verbleef geruime tijd in Duitsland. Zijn zoon studeerde Geneeskunde in Leipzig, en is nu arts hier in de omgeving.

We rijden alweer aan de kust en terwijl het even droog blijft zoeken we even een wegje op tot aan het strand. Een vijftal honden lummelen er wat rond. Ze komen even rond ons hangen, maar spelen dan weer verder. Eén ervan komt zich lui aan mijn voeten vleien, maar maakt zich  verschrikt uit de voeten als ik de motor weer start.

IMG_20190409_124115

In Kavala houden we weer halt. Dit is een redelijk groot stadje, met uitgebreide toeristische voorzieningen. We parkeren de moto’s aan een groot overdekt terras op de strandboulevard. Tientallen mussen vinden het hier ook fijn toeven, en het is even zoeken om een tafel en zeteltjes te vinden die niet bescheten zijn. We nemen plaats onder een grote gasverwarmer en bestellen een hartig gevuld crêpe. Het is ondertussen reeds 13 uur geworden. Buiten is het opgehouden met regenen, en de lucht klaart zelfs wat op. Mensen komen weer de straat op. In de haven wat verderop ligt een grote ferry aangemeerd, die de verbinding vormt met een groot eiland even zuidwaarts.

Voor we terug de weg verderzetten genieten we nog even van de warme zonnestralen die zich even tussen de wolkenformaties doorwurmen.

Dan weer verder, de kustlijn volgend. We krijgen nog even een laatste grote plensbui te verwerken, en daarna zien we de regenbuien enkel nog in de noordelijk gelegen bergen. We passeren een afgesloten zeearm, het Vistonida meer, momenteel beschermd als ecologisch park. De weg loop als over een dijk tussen zee en meer, met tussenin zelfs een dorpje, Porto Lagos, waar even verder het kleurrijke Sint-Nicolasklooster midden op het water gebouwd werd, en enkel bereikbaar is via een staketsel.

wp_ss_20190409_0001

Het is weer heel zacht gaan regenen wanneer we Komotini binnenrijden en onze intrek nemen in Hotel Olympos.

Het stadje is reeds in duisternis gehuld wanneer we het hotel verlaten om te gaan eten. Het regent en het is eerder koud. Na wat rondzwerven stappen we binnen in een eenvoudig restaurant, waar we onze honger stillen, maar toch niet meer dan dat. Nadien maken we nog een kleine wandeling langsheen de vele winkeltjes tot aan de oude moskee en keren dan weer hotelwaarts.

 

Dag 12 (woensdag 10 april 2019):

Komotini (GR) – Canakkale (TR)

Het is buiten zwaar bewolkt, maar quasi droog. Om 7u30 sluit ik mijn pc af en ga mij klaar maken. Ik bedenk dat dit onze laatste overnachting in Griekenland en in Europa was; vandaag rijden we Azië binnen, en begint deel 2 van de reis.

Het ontbijt verloopt wat woelig. De receptionist is niet op de hoogte dat wij een ontbijt besteld hadden, en verwijst ons voor een bijzonder ontbijt naar één van de zaakjes in de buurt. Uiteindelijk stelt hij dan toch voor om ons zelf een continentaal ontbijt te serveren, wat hem dan nog ook aardig lukt.

We vertrekken in volle regen-outfit. Het is fris, droog en zwaar bewolkt. De GPS stuurt ons onmiddellijk de snelweg op, wat niet echt de bedoeling was. Ik zoek een alternatieve route, maar vind er geen. De snelweg is quasi verlaten. Wat een verschil met onze landen. Een half uur later verlaten we de autostrade richting Alexandroupoli. Daar tanken we en gaan even verder een tent binnen (letterlijk en figuurlijk) en doen ons tegoed aan een grote lekkere koffie. Op het overdekte terras zitten nog een paar groepjes vrouwen. Het leven verloopt hier duidelijk aan een ander tempo dan bij ons !

Deze maal slagen we er wel in om de snelweg te vermijden, rijden eerst langs een oud weinig gebruikt vliegveld, en nemen dan de route doorheen de Evros-Delta naar het Oosten, naar de grens met Turkije. We worden onmiddellijk verwelkomt door een roofvogel, die verschrikt opvliegt. Het is dan ook de enige vogel die ik opmerk, maar deze natte overstromingsgebieden zijn wel een paradijs voor allerhande vogels en klein wild.

De passage doorheen de Griekse douane verloopt vlot. We steken een lange brug over. Aan beide zijden staan tientallen bewapende maar vriendelijke Turkse soldaten ons te begroeten en vervolgens na te staren. Aan de Turkse douane begint vervolgens het lange wachten. We riskeren het ons niet om deze file met de moto´s voorbij te steken, en schuiven braafjes mee met de massa. Een douanier vraagt Frits om de koffers open te maken. Frits legt hem uit dat hiervoor de ganse bepakking van de motor moet verwijderd worden, wat de brave man even doet slikken, vervolgens naar míjn moto en bepakking kijken, en dan onmiddellijk een ander gemakkelijker slachtoffer uitkiest achter ons. Honderd minuten later is alles gecontroleerd en mogen we Turkije binnen.

De rit gaat al gauw zuidwaarts naar het Gallipoli schiereiland. Rechts duikt de Egeïsche Zee weer op, en een kwartiertje later zien we de Zee van Marmara aan de linkerzijde.

Hier en daar zijn politiecontroles. Een agent gewapend met een I-pad voert onze gegevens in doorheen een zwaar beschadigd scherm en laat ons dan weer verder rijden.

De zee wordt wat verder weer smaller en vormt hier de Dardanellen of de Hellespont. Deze zee-engte is vooral gekend omwille van haar militair strategisch belang door de eeuwen heen, vooral tijdens de eerste wereldoorlog.

We steken een Poolse Honda Goldwing 1200 voorbij, een motor die nog ouder is dan de mijne. Hij blijft lange tijd achter ons hangen, maar we raken hem dan kwijt bij de eerste haven die ferry´s inlegt naar Canakkale. Wijzelf rijden dieper het schiereiland in om de aller verste pont te nemen, wat de kortste oversteek oplevert. We rijden eerst de ferry nog even voorbij, en komen terecht te midden van de enorme versterkingswerken die hier meer dan 100 jaar terug werden gebouwd door de alliantie van Ottomanen en Pruisen.

We keren dan terug en nemen de veerboot naar de overkant. Dat is altijd een aangename verpozing. Wij hebben veel te zien, en wijzelf hebben ook wat bekijks.

Hotel Kervansaray wordt al snel gevonden. In dit lauwe seizoen is er plaats zat in het hotel. Het pand is meer dan honderd jaar terug gebouwd als woning van een rechter, bleef dan enkele generaties in de familie, en werd dan zo´n 20 jaar terug gerestaureerd en als hotel ingericht. Een unieke locatie en iconische eerste overnachtingsplaats in Azië op deze Zijderoute!

Ik ga onmiddellijk al even op verkenning in de stad, ga wat Turkse Lyra´s tanken, en bezoek een kleine expositie op het centrale plein. Er wordt met foto´s en teksten een chronologisch verslag weergegeven van de slag om de Dardanellen tijdens de eerste jaren van de eerste wereldoorlog, waarbij de heldhaftige rol van Ata Turk dik in de verf wordt gezet, evenals het onvermogen van de Frans-Engelse alliantie om hier voet aan wal te zetten. Over het verder verloop van de oorlog wordt wijselijk gezwegen: de totale ondergang van zowel het Pruisische als Ottomaanse rijk.

Terug op stap zie ik hier plots een kleine interessante Turkse ‘Adventure’ shop. Ik stap er binnen, en ga er tien minuten later buiten voorzien van een nieuw Turks Jack Wolfskin-like regenjasje. Zo hoop ik niet meer in affronten te vallen met mijn aftands geel windbrekerke.

Ik ga Frits ophalen en we maken samen nog eens een stadswandeling doorheen de kleine straatjes. Even verder staat de Honda Goldwing geparkeerd, maar van de eigenaar geen spoor. We gaan dan uiteindelijk een pasta eten in het piepkleine restaurant Walpurga.

Dan weer naar onze karavanserai en gaan rusten en slapen.