DEEL 8 – DE AFTOCHT

Net zoals sommige ouderen in de landen welke wij achter ons lieten, blikken wij ook met enige nostalgie terug op het verleden, op een heel nabij verleden echter.

De tocht is gereden, alle Turkistans, Verweggistans, Mongolistans, Siberistans, en Sovjetistans liggen achter de rug, en met deze laatste blik over onze schouders rijden wij nu huiswaarts. Enkele groten van deze aarde, hebben deze laatste tocht westwaarts vanuit Rusland ook gemaakt, zij het zwaar gewond, en met de staart tussen de benen. Gelukkig hebben wij geen wonden te likken. De voet van Frits is goed hersteld. Udo is de rugpijn waarmee hij thuis vertrok al wandelend kwijtgeraakt, en ikzelf ben de laatste maand alweer aardig bijgekomen.

Alle drie gaan we een nieuw leven tegemoet. Frits, wiens vrouw Guusje net haar pensioen opnam enkele weken terug. Udo, die zelf op pensioen ging net voor het afreizen: En ikzelf, die nu eens eindelijk werk moet maken van mijn eigen pensioen, dat reeds meer dan een jaar terug inging. Ik heb mij voorgenomen mijn praktijk niet meer te hervatten. De patiënten hebben ondertussen genoeg gelegenheid gehad kennis te maken met de opvolgers:

En Dirkjan? Die heeft na zijn onfortuinlijke panne in Mongolië nog schade in te halen. Hij heeft zijn motor laten herstellen in Moskou, wat heel snel ging, en is dan op zijn eentje verder gereden naar Scandinavië.

 

Dag 153 (Donderdag 29 augustus 2019):

Pskov (RU) – Vilnius (LIT)

De modernisering is inderdaad ingezet en niet meer te stoppen: er is geen keuzemenu meer bij het ontbijt. Alles staat mooi uitgestald onder de vorm van een buffet. Nu nog ook de kwaliteit verbeteren, en Hotel Rhizkaya is klaar om het millennium te overbruggen.

Het weer is prachtig, alweer: 18 graden en een aangenaam fris briesje. Het is niet te druk op de weg, en het landschap is voldoende afwisselend om de aandacht scherp te houden.

Dit zijn dan wel de laatste kilometers op Russisch grondgebied, maar straks rijden we Letland binnen, één van de drie Baltische staten, ook ex-lid van de Sovjetunie, een pagina uit hun geschiedenis welke ze maar al te graag volledig met zwarte verf overschilderen.

Nét voor de grens gaan we nog even goedkoop tanken, en staan versteld dat we direct benzine kunnen tanken zonder eerst te gaan betalen. De bevallige dame achter de kassa overtuigt ons om ook nog een koffietje te drinken, betalend uiteraard. Ook dat is weer typisch Russisch: dames, bevallig of niet, laten mannen altijd betalen. Dat leerde ik reeds in één van de eerste lessen Russisch.

Twee kilometer verder staan we reeds aan de Russisch-Letse grens. Het is even na tienen. De Russische passage is correct en gaat redelijk vlot, en wordt zelfs joviaal wanneer ik in het Russisch over onze reis vertel, en met één van de beambten babbel over onze ervaringen in Tajikistan, waar hij ook enige tijd gedetacheerd was. Een half uurtje later kunnen we reeds aanschuiven aan de Letse douane, wat traag, ongeïnteresseerd en nu en dan op het onbeschofte af verloopt. Meer dan een uur duurt het om uiteindelijk enkel vast te stellen dat wij onze thuishaven, de Europese Unie, binnenvaren, en dat in onze koffers niet méér dan dertig liter Wodka, vijftig sloffen sigaretten, en vooral geen illegale inwijkelingen zitten. De controle van de enorme vrachtwagens gaat veel sneller: een passage van 10 seconden met een manuele scanner iets groter dan een haardroger. Maar wat zijn we blij dat we vóór ons slechts één auto hadden, en reeds om 12u kunnen verder rijden, want achter ons is ondertussen een file ontstaan van meer dan tien auto´s en een autobus…

Wat onmiddellijk opvalt in Letland zijn de wegen, die erg gelijken op wat we gewoon zijn in bvb. Duitsland. Toch herken je er nog duidelijk de Sovjet hand in: een brede berm, het talud van meer dan een meter, en dan de brede gekapte strook tussen struiken of bos en eigenlijke weg. Maar deze strook is nu wel onder handen genomen, en lijkt veelal net zoals in Nederland op een keurig gazonnetje.

In de dorpen zijn de individuele huizen duidelijk aangepakt: ofwel afgebroken en opnieuw opgebouwd, ofwel gerenoveerd. Oude daken zie je nog nauwelijks. De Sovjetwoonblokken zijn nog prominent aanwezig, maar kregen veelal een facelift, en zijn omgeven door ordentelijk onderhouden parken. De infrastructuur voor voetgangers en fietsers heeft voorrang gekregen. Natuurlijk kampt de overheid met budgettaire tekorten om alles ineens te kunnen aanpakken. Van zodra je de hoofdweg verlaat, kom je al gauw op onverharde wegen terecht.

De invulling van het land is gans anders: Daar waar Rusland overschot aan oppervlakte heeft, is dit in de Baltische staten niet het geval, en wordt elke brok bruikbaar land bewerkt of gebruikt als weide, voor ons, bewoners uit de lage landen, een vertrouwde aanblik.

Koffie.

We rijden geruisloos Litouwen binnen, dat in niets opvallend verschilt van Letland.

Vilnius is een enorme stad. We geraken vlot tot in de binnenstad, maar komen daar terecht in een enorme file net voor hotel. Ons hotel, Alexa Old Town, is goed gelegen, en herbergt ook een boekhandel. De motoren staan op een afgesloten binnenplaats, waar we ze ook gemakkelijk nog eens een kleine service beurt kunnen geven.

Dan samen weer op stap, maar niet ver: We stappen binnen in het Italiaans restaurant Sorrentino, dat Frits uitgekozen had om eens wat afwisseling te hebben. Het eten is niet slecht, maar ook niet bijzonder lekker.

Dan weer de hort op, een grote wandeling, met als afsluiter: alle drie een grote Magnum met nootjes, groter en lekkerder dan de namaak in Rusland.

 

Dag 154 (Vrijdag 30 augustus 2019):

Vilnius (LIT) - Suwalki (PL)

Het ontbijt in dit oude gebouw wordt geserveerd in de kelder. Het ruikt er ietwat muf, en op de muren en gewelven zijn hier en daar vochtplekken te zien. Toch zijn de ruimten mooi en sfeervol, en is het ontbijt verzorgd en lekker.

De stad verlaten gaat vlotter dan er binnenkomen. We rijden algauw weer door een steeds wisselend landschap.

We stoppen één maal onderweg voor een koffie met gebakje, erg lekker en verzorgd opgediend op het terras van een mooie nieuwe horecazaak midden de bossen, zonder ongedierte. Even vrezen we het ergste wanneer de tuinman een windblazer met benzinemotor in gang steekt, maar na enkele minuten keert de rust weer terug en houdt hij zich bezig met het kappen van houtblokken.

We passeren doorheen een merenrijk gebied, welke ondanks alle muggen toch veel toeristen aantrekt en alweer een Moezelachtige sfeer oproept.

We passeren de Poolse grens, met restanten van de vroegere grensgebouwen. De wegen in Polen zijn smaller, meer kronkelend, en lopen doorheen langgerekte dorpen.

Suwalki is op vrijdagavond een druk stadje. Het Fresco Hotel is zeer centraal gelegen, en herbergt ook een pizzeria. Het is er nieuw en proper, en we worden vriendelijk ontvangen.

We zijn nog vroeg, en terwijl de anderen wat rusten ga ik op zoek naar een kapper, welke al snel gevonden is. Ik heb alweer geluk, want er is net niemand, en na mij komen twee oudere dames binnen met schijnbaar veel werk aan. Ik wordt onmiddellijk onderhanden genomen met een vervaarlijke tondeuze, zo een razend machien waarbij ik de hele tijd mijn adem moet inhouden van de schrik dat ik maandenlang kou zal hebben aan mijn hoofd. Uiteindelijk blijkt mijn schrik ongegrond, en staat er toch nog wat meer dan een kort gazonnetje op mijn kruin.

Terug in het Hotel gaan Udo en ik wandelen, en drinken onderweg een koffie. We vinden maar niets aan dit stadje, dat een enorm aantal Sovjetblokken in het centrum heeft, redelijk netjes onderhouden. Maar dan plots komen we dan toch in het échte oude centrum met mooie straten, en oude statige gebouwen rond een centraal goed onderhouden park.

’s Avonds eten we een pizza. Udo en ik nemen elke een kleine, en Frits kiest een pizza welke zo groot is als zijn ogen, namelijk 40 centimeter. We nemen er allen een, alweer grote, Griekse salade bij. Frits doet zijn best en slaagt er in toch meer dan de helft van zijn pizza naar binnen te werken.

 

Dag 155 (Zaterdag 31 augustus 2019):

Suwalki (PL) – Lodz (PL)

Het ontbijt wordt slechts geserveerd vanaf halfnegen, en we zijn bovendien vergeten dit te bespreken of te bestellen. Anderzijds heeft men bij het inchecken hier ook niet naar geïnformeerd. Toch doet de bazin haar uiterste best om ons vlot een mooi verzorgd ontbijtje voor te schotelen, zonder zoetigheden, maar ruim voldoende .

Rijden door Polen heb ik, op enkele uitzonderingen na, nooit een pretje gevonden. Er is teveel verkeer en teveel lintbebouwing. We rijden dan eerst langs een lastige weg tot Bialostok, waarbij we ons nog gelukkig prijzen niet in de andere richting te moeten rijden, want daar is het echt ‘schuiven’. Maar dan zitten we ineens op de snelweg, die ons vlot naar en doorheen Warschau voert, waarna we in een McKafe koffie en een appelgebakje nuttigen. En dan is er de temperatuur, welke geleidelijk opklimt tot boven dertig graden.

Dan weer de autoweg op tot Lodz (de Polen spreken dit uit als Woeds).

Hotel Swiatowit is een groot oud hotel met duidelijk rode stempel. Maar het is redelijk centraal gelegen, niet te duur, en comfortabel, én, de motoren staan op een afgesloten parking.

Om 18u gaan we gedrieën met een taxi naar de Manufactura. Dit is een gigantische voormalige textielfabriek, door projectontwikkelaars omgevormd tot ‘the place to be’. Zoiets zoals Dok Noord bij ons in Gent, maar dan een stuk groter en indrukwekkender. Het is het grootste renovatieproject in Polen sedert de reconstructie van de oude binnenstad in Warschau in de jaren 50. We lopen er wat rond, doen zelfs een poging om wat te shoppen, maar besluiten dan toch om eerst te gaan eten, want de honger is te groot. Het is erg druk op deze zwoele zaterdagavond. De diensters en/of de keuken kunnen het werk duidelijk niet aan. We moeten lang wachten, en krijgen een paar bestelde hapjes niet eens aangeleverd.

Vervolgens weer wat gaan shoppen: Ik vind niet wat ik zocht; Udo vindt wel wat hij niet zocht, en Frits vindt dan uiteindelijk wel wat ie zocht.


Terug met de taxi naar het hotel. We spreken af om elkaar nog te zien bij het ontbijt, en dan elk onze eigen gang te gaan, want we hebben vanaf hier alle drie verschillende bestemmingen. Frits wil eerst naar Berlijn bij vrienden, dan naar Praag, en dan nog even naar Italië. Udo wil eerst nog zijn nichtje zien, die pas gescheiden is, en dan naar zijn zus gaan in Braunschweig, om wat meer te vernemen over het overlijden en de begrafenis van zijn vader.

Niettegenstaande de grote verplaatsing en het te warme weer, toch een leuke dag als afsluiter van een grote reis.

 

Dag 156 (Zondag 1 september 2019):

We zijn alle drie vroeg op en gaan om zeven uur ontbijten. Veel moet er niet meer gezegd worden, behalve dat we nog wat namijmeren over de voorbije 5 maanden. We nemen aan de motoren nogmaals afscheid, ik stap op mijn motor en rij westwaarts de stad uit.

Al gauw kom ik op de snelweg. Het is al 23 graden, dat belooft voor de rest van de dag… Ik rij niet snel, net dat beetje sneller dan de zeldzame vrachtwagens om ze ver genoeg voor te blijven, en net niet snel genoeg om ze niet te hoeven inhalen, zodat ik bijna continu heel ontspannen de rechter rijstrook kan aanhouden, en enkel moet uitwijken naar rechts om een parking op te rijden, waar ik dan even afstap, wat drink, mijn kleren wat nat maak.

Kort na de middag drink ik een McCafé.


Het is ondertussen 33 graden geworden, ik nader gestaag de Duitse grens, en kijk al uit om seffens nog eens te gaan tanken in het laatste Poolse tankstation vóór de grens.

Ineens begeeft mijn GPS het. Dat gebeurt nog wel eens, maar dan herpakt hij binnen de seconde. Nu blijft het scherm zwart. En dan begeeft ook de motor het, prutprut, en ik sta stil. Mort subite. Zo dood als een pier. Niets van elektriciteit meer. Ik controleer de aansluitingen van de batterij en heb plots weer stroom, maar de startrelais tikt nauwelijks, wijl de startmotor helemaal niet reageert. Toch ergens een elektrische defect. Mogelijks speelt de warmte hierbij wel een rol, want het is bloedheet.

Waar ik nu sta is geen aangename plaats om in panne te vallen. Langs de ene kant hoge geluidswerende panelen, en aan de andere kant druk voorbijrazend verkeer. Ik zoek via mobiel internet naar het telefoonnummer voor de pechhulp, maar kom steevast terecht op sites welke mij een verzekering willen aansmeren. Ik bel naar 112, welke mijn doorverwijst naar een telefoonnummer waar ik een Poolse boodschap op een bandje te horen krijg. Ineens krijg ik een ingeving en bekijk eens goed de rekening van de snelwegtol, welke ik zonet betaalde, en jawel, op de achterzijde staat een SOS-nummer. Een kwartiertje later komt een bestelwagen om oranje witte veiligheidskegeltjes rondom mijn motor te zetten, en nog wat later is ook de sleepwagen er. Ik overtuig hem om mijn motor te vervoeren naar de dichtstbijzijnde Honda-dealer, 28 kilometer verderop, net over de grens in Duitsland. Dat kost mij maar 20 Euro extra, maar bespaart mij heel wat moeite en nog meer kosten achteraf. De winkel is natuurlijk dicht op zondag, dus haal ik alle bagage er af, annuleer het hotel in Magdeburg, zoek een hotelkamer hier in Frankfurt a/d Oder, bel een taxi, en een half uur later sta ik in Hotel Polonia onder de douche, en spoel alle zweet en emoties van mij af. Morgen zien we wel verder.

Ik heb gisteren wat koffiekoeken gekocht, maar deze zijn ondertussen reeds wat oudbakken. Ik eet er één op, maar toch niet met volle smaak. Ik werk nog wat aan mijn verslag, maar besluit om dit zeker niet te posten vooraleer ik veilig en wel thuis ben.

 

Dag 157 (Maandag 2 september 2019):

Ik sta ´s morgens vroeg op, nog vóór de wekker afloopt welke ik gisteravond veiligheidshalve ingesteld had. Het is nog donker buiten. Ik bestudeer het elektrisch schema van mijn motor, want ik wil straks in de garage hiermee geen tijd verliezen. Ik maak de bagage klaar, zodanig dat ik deze snel op de motor kan laden. Daarna werk ik de blog bij, zodat ik deze snel kan publiceren van zodra ik thuis ben. Ik ontvang een email van de immigratiedienst van Tajikistan met de melding dat ik illegaal in hun land verblijf, en dat ik mijn visum dringend moet verlengen, (en boete betalen).

Ik ga om zeven uur ontbijten: een mooi verzorgd Duits ontbijt, en vertrek vervolgens te voet naar de Honda garage, bijna vier kilometer van hier verwijderd. Bij mijn aankomst is de uitbater reeds aanwezig: Stefan Engel. Hij heeft zijn naam niet gestolen, want hij helpt mij vriendelijk mijn motor weer gebruiksklaar te maken, evenwel zonder hem te herstellen, want het startrelais is kapot en moet vervangen worden. Gelukkig is er verder niets defect.

Om halftien sta ik terug aan het hotel, laad mijn bagage op de motor, en rij in 1 ruk naar Limburg. Ik heb geluk: het is niet te warm, het regent niet, er zijn geen files, en de weg is niet te druk. Ik ga nog eerst mijn achterneefje bezoeken, nog maar vier maanden oud, nummer 11 van zijn generatie, terwijl nummer 12 reeds op komst is, en over nummer 13 reeds volop gespeculeerd wordt.

Ik rij vervolgens naar mijn zus, een tiental kilometer verderop. Daar breng ik de laatste nacht door van mijn grote reis, welke toch alweer twee continenten overspande.

 

Dag 158 (Dinsdag 3 september 2019):

Om halfnegen vertrek ik huiswaarts, en kom daar omstreeks halfelf aan. Ik was meer dan vijf maanden en meer dan dertigduizend kilometer onderweg. Het zal wel wat tijd vergen om te wennen aan dit nieuwe leven, ver van verweg, en ook alweer wat dichter bij mijn ultieme afreis, en met een nieuwe erg beperkte invulling van mijn resterende beroepsloopbaan. Dat laatste heb ik nog niet meegedeeld aan mijn vrouw; dat hou ik als cadeau voor haar verjaardag.