Diary of a travelin biker  -  Diario de un motociclista de viaje

Alaska - Vuurland : MIDDEN-AMERIKA

 

 

 

Dag 33 (maandag 11 september 2017):

Huixtla MEX > Atitlan GUA 270km 6u

Overnachting in Panajachel Hotel Atitlan.

 

Ik heb deze nacht zeer goed geslapen. Lekker zachte matras. Ik whatsapp even met Christien. Ze vraagt of ik het wel zal uithouden, nog drie maanden lang. Ik antwoord dat dat wel zal lukken. Natuurlijk zijn er moeilijke momenten door de omstandigheden ter plaatse. Maar die wegen niet op tegen de beleving van het moment, wat een heel stuk meer is dan alleen maar leven. Ik beleef hier iets uniek wat niet meer zal weerkeren, terwijl daar thuis al het vertrouwde op mij wacht, en terug ter beschikking is bij mijn thuiskomst.

 

Afbeelding uit fotogalerij van de accommodatie

 

Het ontbijt is lekker: ‘huevo con jamon y queso’, gefrituurde platanas, bonensaus en tostadas. Spijtig dat we niet wat langer kunnen genieten van de prachtige voorzieningen in dit hotel.

 

Het is mooi weer, reeds ruim boven de twintig graden. We bevinden ons hier slechts 50 meter boven de zeespiegel. We vertrekken in groep naar de Banjercito, waar we onze borg voor de motor moeten terugkrijgen. Deze is gelegen op 70 kilometer van de grens, dicht bij ons hotel. Daar aangekomen is er reeds een probleem! De Banjercito is alweer verhuisd, ditmaal naar de grens zelf. We mogen echter niet verder vooraleer al onze papieren en chassisnummers van de motoren gecontroleerd zijn. De bevallige vrouwelijke beambte snapt zelf ook wel de totale zinloosheid hiervan, en gaat er, vriendelijk en begripvol, nogal snel en losjes over heen.

 

Nu op naar de grens zelf. Even vóór de grens lijken we te moeten aanschuiven achter de file auto´s die hier blijkbaar ook staan te wachten om Guatemala binnen te mogen. Maar wij zijn motards, en ‘Noblesse Oblige’, dus steken wij de file voorbij, en maar rijden, en maar rijden, die file is kilometers lang. Net voor de grens zelf is er een gereserveerde parking, waar we de motoren parkeren. Enkele pseudo-officials, rondbuikig, met allen dezelfde outfit, jeansbroek en rode T-shirt, bespringen ons als het ware om ons te ‘helpen’. We negeren ze en hebben met de hulp van de èchte aduana’s algauw de procedure achter de rug om de motoren uit te klaren, althans dat denken we. De vriendelijke beambte moet nog wel controleren of het de juiste motoren zijn die op die papieren staan. Hij doet hier zeker een uur over, en bewijst hiermee dat zijn dagloon zuur verdiend is en dat hij hier onmisbaar is, hoewel hier slechts 8 moto´s op een dag passeren. Het parkingetje is een doorgang voor TukTuk’s, welke mensen, dieren en goederen vlot over en weer over de grens brengen. Van een echte controle is hier quasi geen sprake, tenzij verborgen camera´s gebruik maken van gezichtsherkenning. Op de parking staat ook een winkeltje en een kippenspit, waar de gepluimde kippen in ‘grand écart’ op en neer dansen, opgesloten in het kooitje dat telkens opnieuw langs de likkende vlammen passeert.

 

 

Ondertussen zwermen de rode bloesjes maar als stalvliegen rondom ons tot ze door een echte douanier met een klein gebaar weggejaagd worden. Ook onze paspoorten worden vlot uitgestempeld, en we mogen nu naar Guatemala.

 

Afbeeldingsresultaat voor aduana el carmen

 

Als we al dachten dat de grens in Mexico gelijk Watervliet Kermis was, dan is de grenspost van Guatemala gelijk Eeklo Jaarmarkt. Diezelfde rode bloesjes staan alweer rond de motoren. Rondom ons winkeltjes en een massa menselijke mieren. De immigratie gaat vlot. We vullen een papiertje in, laten een stempeltje zetten in ons paspoort, en kunnen dan 100 meter verder rijden naar de eigenlijke douane, waar een bevallige jonge douanebeambte de motoren komt controleren. Ze doet dit snel en efficiënt, maar het papierwerk dat daarop volgt duurt uren. Gedurende die tijd is ze enkel met ons bezig. Wij kijken onze ogen uit. Wat hier allemaal passeert hou je niet voor mogelijk.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Enerzijds heb je de mensen te voet, de sjouwertjes, die enorme pakken op hun rug en hoofd de grens over dragen, zij het een vracht WC-papier of Coca Cola, zoveel ze maar kunnen dragen, al wiebelend op hun korte beentjes, en laverend tussen de de auto´s en de andere menselijke mieren. En dan de autowrakken. Dat wordt hier allemaal wel opgelapt tot iets wat rijdt. Nu en dan komt ook een gele Amerikaanse schoolbus over: die wordt hier herschilderd, beladen met chroom, en begint alzo een tweede leven als ‘Chicken Bus’. Aan voedsel voor de lunch ook geen gebrek, wandelende restaurantjes genoeg. Street Food.

Gelukkig staan we hier onder dak, want omstreeks 13-14 uur breekt hier een enorm onweer uit. Riolen zijn er hier nauwelijks, dus loopt het water centimeters hoog door de goot langsheen de motoren.

Even vóór drieën zijn alle papieren in orde, trekken we de regenpakken aan en zetten aan. Tropische regen, druk verkeer, wolken, maar gelukkig meestal redelijk goede, en soms zelfs perfecte wegen. De weg is continu kronkelend, en meestal stijgend, hier en daar zelfs tot meer dan drieduizend meter, wat ik telkens merk wanneer mijn Transalpje kreunend buiten adem raakt. We rijden hier niet meer in een grote groep, ik rij samen met Leo en Ellie; we zijn de laatste week steeds beter op elkaar ingespeeld geraakt. Het regent zodanig dat de zichtbaarheid  achter het scherm van de helm erg beperkt is. We rijden daarom op veilige afstand achter de auto´s aan zonder inhalen, maar het geraakt niet vooruit omwille van de drukte op deze weg. Ik reken uit dat we aan dit slakkengangetje niet ruim vóór donker in het hotel aan het meer van Atitlan kunnen raken, en stel voor om een hotelletje te zoeken, wat Ellie en Leo nu ook net in gedachten hadden. Het is ook koud, slechts 12 graden, en Leo is doorweekt tot op de borst. Bij mij zijn heel wat andere lichaamsdelen nat, maar die kunnen wel wat kou verdragen. Acht kilometer verder, ruim vóór zes uur, loodst TomTom mij dan de droge parkeergarage van Hotel Venezia in Ostuncalco binnen, gelegen op een hoogte van bijna 2500 meter.

 

 

Een klein vriendelijk mannetje aan de balie geeft ons het heuglijk nieuws dat we hier kunnen overnachten voor ongeveer 10 Euro per persoon. We moeten in cash betalen, maar we hebben nog geen Guatemalteekse Quetzals. Terwijl Ellie en Leo Quetzals gaan tanken in het nabijgelegen supermarktje, heb ik een keuveltje met het baasje en de vriendelijke ´mama’. Ik SMS ook naar Dafne, Rob en Fons dat wij deze nacht niet in het voorziene hotel zullen overnachten. Kort daarna is alles reeds betaald, en betrekken we de eenvoudige, maar toch comfortabele kamertjes. Ik leg mijn oordoppen alvast klaar op het nachttafeltje, want het is alsof mijn bed midden op de straat staat.

 

Om 19u gaan we op stap om te gaan eten. Mijn Petzl-lamp bewijst haar diensten om te zien en gezien te worden. 50 meter verder is een mooi nieuw sober restaurantje. Dat is veel gezegd. er zijn geen andere klanten, en de uitbaters zitten er met hun kinderen TV te kijken. We kunnen er wel blijven eten. De jonge ´mama´ vraagt of we tevreden zijn met kip en papas (aardappelen).  Ze verdwijnt op straat en komt even later met een gans pakket dat ze haalde bij de afhaal-Guatemalteek: een ganse gebraden kip, reeds versneden, een enorme portie aardappeltjes in de schil, en een fles Seven-Up van wel vier liter.

 

 

Een klein meisje van drie komt ons eerst begluren, en daarna haar kunstjes opvoeren, op haar schoentjes die flikkeren van zodra ze er voldoende de pas inzet.

 

 

Alles smaakt. We raken zelfs op internet en kunnen nog gauw enkele berichtjes verzenden, maar van de rest van on reisgezelschap krijgen we geen teken van leven, hoewel het ondertussen toch al 20u30 is en al een hele poos stikke-stikkedonker.

 

 

Om 9u kruip ik onder de lakens, warm aangekleed, want het is hier slecht 14 graden. De oordoppen doen hun werk, en ik val onmiddellijk in een onrustige slaap. Om 10u word ik wakker en kijk op mijn GSM of de anderen nog geen teken van leven gegeven hebben. Bingo! Ze zijn allen behouden, zij het heel laat, om 9u30 aangekomen. Ik zal morgen hun min of meer heroïsche wedervaren wel vernemen. Ik val dan eindelijk in een rustige diepe slaap.

 

Dag 34 (dinsdag 12 september 2017:

Atitlan GUA > Antigua GUA – 180km

Overnachting in Antigua Hotel Naif

 

Om vijf uur word ik wakker. Eén oordop zit half los in mijn oor. De straat is duidelijk weer tot leven gekomen. Ik piep even door het gordijn en zie dat het buiten gestopt is met regenen. Ik werk aan de blog (off-line) en raap alle spullen samen. Wat nog doornat is gaat in één plasticzak. Ik klop om 6u30 op de deur van Leo en Ellie en vraag of ze om 7 uur kunnen vertrekken. Afgesproken!

De zon schijnt al. Regenkledij hebben we niet nodig. De natte broek en vest drogen al gauw in de rijwind. Net vóór Quetzaltenango gaan we ontbijten bij MacDonalds.

 

 

Een echt Gualtemalteeks ontbijt, met 2 tortilla's, een paardenoog, bonensaus, gebakken banaan, een potje room, en een koffie. Het potje chili laat ik onaangeroerd. Quetzaltenango is een heksenketel, maar we hobbelen er ons doorheen. Er is daar net een enorme markt aan de gang, maar afgaand van wat we tot nu toe zagen van Guatemala is het hier elke dag overal markt.

 

Even verder begint een soort autoweg, vier rijstroken, nieuw aangelegd, bijna in onberispelijke staat. Nu krijgen we wat meer gelegenheid om het mooie tropische landschap te bewonderen. Er is weinig verkeer en het blijft zonnig. Heel even krijgen we uitzicht op het Atitlanmeer en één van de twaalf vulkanen die het meer omringen.

 

 

We bereiken Antigua net vóór twaalven. De motoren worden afgeladen en dan op een afgesloten parking wat verderop gebracht. Ik zet wat vuile was te week in mijn lavabo. Bij mijn terugkeer in het hotel stel ik vast dat ik de kraan van de design wastafel niet dichtgedraaid heb, hetgeen voor een zondvloed gezorgd heeft in mijn kamer. Het water stroomt mijn kamer uit langs onder de deur. Ik heb geluk dat mijn bagage niet op de grond stond. Ik betuig mijn verontschuldigingen aan het vriendelijke personeel en geef hen een goede fooi voor de overlast welke ik hen bezorgd heb.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Terwijl Ellie en Leo zich wat opfrissen, ga ik geld afhalen in een ATM die zich bevindt in de apotheek enkele huizen verderop. Naast ons hotel is een kapperszaak. Er zijn geen klanten. Dit is mijn moment. Even later neem ik plaats in de kappersstoel en laat mij pluimen door een zeer bevallige jongedame. Nadien wast ze mijn resterende haren, en ga ik met een echt frisse kop de straat weer op.

 

 

Een half uurtjes later zijn ook Leo en Ellie opgefrist en klaar voor bezoek aan Antigua. Binnen enkele minuten staan we in het Parque Central. We steken het over en gaan een kleine lunch naar binnen werken in de patio van een vroegere Palacio.

 

 

Nadien terug naar het centrale parkje. Dit is omzoomd door eeuwenoude arcaden, behalve aan de zijde van de kathedraal. De huidige kathedraal is niet erg groot, maar de ruïnes van de oude kathedraal liggen er net achter en geven toch een indruk wat een enorm bouwwerk dit moet geweest zijn. Het museum van oude koloniale kunst rechtover de oude kathedraal is eerder een museum van religieuze kunst, kan in beperkte mate boeien, maar dan vooral omwille van het mooie gebouw waarin het gevestigd is: de oude universiteit van San Carlos van einde 17e eeuw.

 

 

In het Parque Central is een drukte van jewelste: vele gezinnetjes en straatverkopertjes uitgedost in typische lokale kleurrijke klederdracht drevelen hier rond. Leo en Ellie installeren zich op een bankje van waarop ze het hele theater kunnen overschouwen.

 

 

Ondertussen ga ik de omgeving nog wat verder verkennen. Mijn tocht is leerrijk en onderhoudend. Ik voer gesprekken met diverse mensen die mij binnen laten hetzij in een mooi hotel, een mooie patio, een juwelierszaak die ook mooie ceramiek verkoopt. Ik vind Leo en Ellie terug op het drukke pleintje.

 

 

Samen met Leo en Ellie dan weer een koffie in een mooie patio, gevolgd door een bezoek aan een soort overdekte Mercado waar een enorme keuze Guatemalteekse stofjes en afgewerkte linnen producten verkocht worden.

Om 18u hou ik Antigua voorlopig voor bekeken, en ga wat werken aan de blog. Ondertussen zijn de anderen ook binnengekomen, ze zijn slechts om 11u vertrokken vanuit Panajachel.

 

 

Om 20u gaan we nog voor een laatste kleine hap de stad in, en keuvelen nog wat na. We horen hoe het de anderen gisteravond vergaan is. Het verhaal is wel verschillend naargelang degene die het vertelt, vreselijk en onverantwoord, ofwel quasi probleemloos. In elk geval is het hen gelukt, en was het hotel aan het Atitlan meer heel mooi, zodat ze er deze voormiddag nog maximaal van willen genieten hebben.

Ik ga slapen te midden van de drogende kleren welke ik deze namiddag opgehangen heb.

 

Dag 35 (woensdag 13 september 2017:

Antigua GUA > Zacapa GUA - 190 km

Overnachten in Zacapa Hotel El Atlantico

 

Vandaag zijn we niet gehaast en wordt mooi weer voorspeld. We ontbijten om halfacht en gaan dan de motoren halen die 500 meter verder op een parking van een ander hotel staan. Kleurrijke overladen Chicken Bussen rijden af en aan.

 

 

We hebben afgesproken om rond 9u te vertrekken naar Zacapa. Gezien onze ervaringen met onweer de afgelopen dagen, en de onvoorspelbaarheid van de staat van de wegen hebben we besloten geen escapades te verrichten en rechtstreeks naar het volgende hotel te rijden. De mooie route via Jalapa laten we links, (eigenlijk rechts), liggen.

Antigua verlaten gaat vlot. Een dertigtal kilometer verder belanden we echter op de ringweg rond Guatemala City, en daar schuiven we wel twintig kilometer mee met een enorme file. Van boven op de heuvels waar de ringweg ligt zien we het centrum liggen, gehuld in een blauwgrijze smog. Ik krijg lichte hoofdpijn, vermoedelijk door de uitlaatgassen in dit verkeer. Even buiten de stad hou ik het rijden voor bekeken om wat te bekomen met een koffie en een koek. De rest van de groep heeft hetzelfde gedacht gehad als wij, want zij komen net buiten wanneer wij aankomen.  Het jonge dienstertje staat perplex dat een bende oudjes op de motor zo een reis onderneemt. Ondertussen wordt het middag en staan we recht om de weg verder te zetten.

Er volgt dan een mooie vierstrokenweg met niet al te veel verkeer. Nu hebben we een betere gelegenheid om iets op te vangen van de natuurpracht van Guatemala, en van het kleurrijke nijvere volkje dat over haar wegen paradeert. Want werkzaam zijn ze wel: de koningen van de recup.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Maar even verder houdt die mooie weg op en belanden we weer in een file, nu omwille van de wegenwerken: de aanleg van die mooie vierstrokenweg. Opnieuw meer dan een uur achter, en dan voorzichtig langsheen en voorbij een oneindige file van meer dan tien kilometer. Maar ook dáár komt een einde aan en dan krijgen we het hotel binnen bereik. Natuurlijk nog even verkeerd rijden voor de sport, en dan terug tot aan het hotel, maar dit blijkt dan een enorm complex te zijn volledig omgeven door hoge muren.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Daar is nog niemand vóór ons aangekomen. Er is zelfs even wat verwarring óf wij wel een reservatie hebben, want wij zijn hier met RideOn Motortours, terwijl er enkel een reservatie is voor Adrenaline Tours. Maar de aantallen en de specificaties kloppen, en we krijgen prompt de sleutels van de kamers.

Ik kijk nog even de moto na, controleer het oliepeil en smeer de ketting. Na het opfrissen gaan we een sandwich eten in het restaurant. Het restaurant is heel groot, maar niet gezellig.

Het is hier drukkend warm, meer dan 30 graden, want de zon schijnt en we bevinden ons slechts 200 meter boven zeeniveau. Even dreigt er onweer, maar gedurende de volgende uren valt enkel nu en dan een zeldzame druppel. De rest van de groep komt pas om zes uur binnen, en dat is niks te vroeg, want het wordt reeds donker. Ze hebben de mooie route gevolgd via Jalapa die ik in mijn roadbook voorgesteld had, maar die ik zelf deze morgen wijselijk vermeden heb. Een deel van de weg was onverhard, en extreem lastig. Ook kreeg Hans nog een lekke band, vanwaar nog een extra uur vertraging.

Dus voor ons vandaag geen avontuur, maar voor de anderen des te meer.

 

Dag 36 (donderdag 14 september 2017:

Zacapa GUA > Copan HON 130km

Overnachten in Copan Hotel Marina

 

We naderen duidelijk de evenaar. Dag en nacht duren hier elk ongeveer twaalf uur. Hier is er reeds licht om 6u. Er loopt een pauw rond op het domeinhotel en hij laat regelmatig zijn schreeuw horen.

 

WP_20170914_07_43_14_Pro

 

'El desayuno' mag er zijn. Het oogt in elk geval mooi, en dat stimuleert de appetijt. Tijdens het ontbijt bespreken we de grensovergang van vandaag. Hans heeft een lekkende band; blijkbaar is de herstelling gisteren niet perfect gebeurd. Hij zal dus eerst een nieuwe binnenband laten plaatsen in een motorzaakje in de buurt. Leo, Ellie en ik vertrekken ondertussen al naar de grens.

De rit verloopt voorspoedig, en bij een tankstation vertanken we onze laatste Quetzals. We herkennen onmiddellijk de nabijheid van de grenspost door de file vrachtwagens welke hier geparkeerd staat in afwachting van het in orde brengen van alle papierwerk.

 

 

Wij worden aan de grens snel begeleid bij het parkeren van de motoren, maar het aanwijzen van de juiste gebouwtjes en loketjes, en de volgorde ervan verloop nogal chaotisch, zodat er telkens wat over en weer geloop is om op de juiste plaats te raken. Aan vriendelijkheid echter geen gebrek, en dat vult het kruikje geduld net weer voldoende zodat het niet opraakt. De uitgaande stempel van Guatemala in het paspoort duurt maar 10 seconden. Wat verder zijn in een nieuw gebouwtje enkele loketten voorbehouden voor het binationaal, dus gezamenlijk afwerken van de papieren voor overgang van het ene naar het andere land. Dit moet vrij nieuw zijn, want de verschillende beambten hebben elk hun eigen idee over hoe die procedure nu wel in elkaar zit. Charlie Chaplin had hier met net evenveel succes zijn film 'Modern Times', kunnen draaien. Een vijsje aanspannen alhier, een stempeltje zetten aldaar; een drupje olie tussen die twee tandwielen, en een krollewietje op dat document. Jullie raden het natuurlijk. wij worden alweer fijn en murw gemalen in die absurde mallemolen van de administratie, waarbij vooral elke beambte het belang van zijn eigen postje in de verf moet zetten, en elke chef voldoende petit-chefs moet hebben om de eigen positie en broodwinning niet in het gedrang te brengen. Het is in België niet anders.

 

Afbeeldingsresultaat voor aduana honduras copan

 

Fotokopieën laten maken. Die zijn niet goed, petit-petit-chef krijgt dan opdracht van petit-chef om die vier kopieën dan maar zelf opnieuw te laten maken, waar hij dan 30 minuten mee zoet is. En vervolgens de binnenkomende stempel voor Honduras in het paspoort, waarna we te horen krijgen dat alles in orde is en dat wij succesvol Guatemala verlaten hebben, en nu kunnen starten met de procedure om de motoren Honduras binnen te brengen. Weer fotokopieën laten maken, geld wisselen om de toegangspapieren te betalen, en terug naar het binationaal loket, waar nu iemand zegt dat onze papieren reeds in orde waren en wij het land binnen mogen zonder te moeten betalen. Eigenaardig toch dat wij geen enkel officieel papier van Honduras hebben waarop staat dat de motoren tijdelijk doorheen Honduras mogen.

We springen op de motor en begeven ons voor de ultieme controle naar de bareel. ‘Halt!’ Ik toon mijn papier, en wij mogen, Leo zelfs zonder verdere controle, Honduras binnen. Alle papieren zijn dus toch in orde, want voor de zoveelste keer gecontroleerd. Een kwartiertje later komen we reeds aan bij hotel Marina en gaan de motoren parkeren op de privéparking van het hotel. Een oude man met cowboyhoed, en gewapend met een revolver los in een holster op de heup, laat ons binnen en wijst een plaats aan. Even later zijn we hijgend, zwetend, en kreunend bezig om de bagage van de parking naar onze kamer in het hotel te sleuren.

We hebben nog net de tijd om de ruïnes van Copan te gaan bezoeken. Een Tuktuk brengt ons algauw een kilometer verder tot aan de ingang van het archeologisch domein. Dit bevindt zich te midden van het regenwoud waar tientallen papegaaien rondvliegen of concerteren.

 

 

Deze papegaaien, met hun heel typische kleuren, zijn een nationaal symbool van Honduras en zijn in de vlag van dit dorpje verwerkt. Deze site werd vroeger aangelegd door de Maya's. Ze is vooral bijzonder omdat er zoveel beeldhouwwerk aangetroffen is. De mooiste stukken zijn natuurlijk naar de musea gegaan, en de hier aanwezige stukken worden hier verder blootgesteld aan de invloed van de natuur. Dat laatste maakt de ruïne ook heel bijzonder: een deel van de gebouwen zijn nog intact of gerestaureerd; andere zijn omarmd, doorvlochten, naar boven gestuwd, of bedekt door enorme bomen en hun gigantisch wortelstelsel. Er zijn heel weinig bezoekers. De logistieke problemen om hier in deze uithoek van de wereld te raken zullen hier niet vreemd aan zijn.

 

 

We keren terug met de Tuktuk en gaan op wandel door het dorpje Copan, waar alle voorbereidingen getroffen worden voor het feest van morgen. Jong en oud heeft zich hier reeds verzameld op het centrale plein net naast het hotel. Aan kleine kraampjes kun je allerlei 'street food' kopen.

 

 

De rest van de groep vertelt over hun wedervaren aan de grens. zij hebben allemaal wél moeten betalen, bijna 40 dollar, maar hebben wel een officieel transitdocument in handen. We zullen binnen enkele dagen zien wat voor problemen we hierdoor aan de grens zullen hebben, want onze motoren zouden dus mogelijk illegaal in het land kunnen zijn.

 

Gerelateerde afbeelding

 

's Avonds blijven we allen samen dineren in het hotel zelf. De maaltijd is erg chique en verzorgd. Hoewel mijn kamer aan de straatkant grenst heb ik geen last van nachtelijk lawaai en rij zonder enige grensformaliteiten dromenland binnen.

 

Dag 37 (vrijdag 15 september 2017:

Copan HON > Comayagua HON – 300km

Overnachten in Comayagua Hotel Golf Club

 

Dia de la Independencia. Alle Centraal-Amerikaanse landen vieren vandaag hun onafhankelijkheid van Spanje sedert 15 september 1821. Om 6u 's morgens worden reeds de eerste voetzoekers gegooid.

We krijgen een lekker verzorgd ontbijt. Het omeletje wordt klaargemaakt volgens mijn wensen.

 

 

Tijdig vertrekken, want we weten niet wat voor hindernissen we vandaag kunnen verwachten op zo een feestdag. Alles bij elkaar schrapen en op de motor laden, en dan vaststellen dat ik een handschoen mis. Ik ga nog even zoeken op de parking, doe navraag bij de receptie, maar tevergeefs. Ik berg de resterende handschoen weg, en haal een ander paar uit.

We kunnen nog niet vertrekken want de optocht begint net. We moeten  ons niet vervelen: lawaai, plezier, muziek, dans. Vooral de jeugd bevolkt de stoet, en ze doen dit met wisselend enthousiasme. De toeschouwers, ouders en familie van de jongeren in de stoet amuseren zich kostelijk, lopen vaak langs de kant mee, en voorzien de jongeren van drank en aanmoedigingen.

 

 

Ellie, Leo en ik zijn weeral de eersten om te vertrekken. Vandaag is ons doel Comayagua, de vroegere hoofdstad van Honduras. We volgen eerst de Maya- route die ons wat later in Santa Rita brengt. Hier worden we tegengehouden. 'Carretera cerrada' zegt een hele jonge man in militaire outfit en mitraillette. De 'defíle' voor de nationale feestdag moet hier nog starten. Hij wil ons rechtsomkeer doen maken, maar ik stel hem voor dat wij gaan parkeren op de parking van het benzinestation. Hij laat ons begaan, en even later hebben we de motoren gemanoeuvreerd langsheen de route zelf van de parade. In feite staat we hier iets in de weg, maar even verderop wordt de weg toch smaller, en staan er reeds heel wat brommertjes aan de kant.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/Ellie_Leo_starita-1024x683.jpg

 

En wat kunnen we nu nog anders doen dan wachten, hier en daar met een inwoner aanpappen en fotootjes schieten.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/hombres_starita-1024x683.jpg

 

Dafne en de rest van de groep zijn daar in de verte inmiddels ook aangekomen en komen even te voet tot bij ons.

Dan komt de stoet er aan, met aan de kop een politieauto, die nog een laatste keer de route inspecteert. De politieman kijkt met een scheef oog naar onze brede motoren, maar zegt uiteindelijk niets en rijdt voorbij. De eerste in de stoet zijn de plaatselijke notabelen, die de eerste honneurs in ontvangst nemen. De muzikanten en dansers blijven echter overal even ter plaatse hun nummertjes uitvoeren, zodat de burgemeester en bestuur voor onze neus blijven staan en dan in gesprek komen met onze groep. We horen hen ondertussen uit over de staat van de wegen, en welke route we best zouden volgen om vlot om onze bestemming te raken.

Dan schuift de stoet heel langzaam verder, een herhaling van hetgeen we deze morgen zagen, maar dan andere jongeren, andere accenten, ander publiek maar evenveel leven en lawaai.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/trommelaar-768x1024.jpg

 

Het is ondertussen warm geworden, en uiteindelijk kunnen we bezweet op de motoren kruipen en verder rijden.

De weg is mooi, maar bevat veel putten, en vergt dus de nodige aandacht. Een eindje voor Santa Rosas de Copan halen we Dafne, Rob en Joke, en Johan in, die op zoek zijn naar een pleisterplaatsje. We gaan dan even verderop in een heel eenvoudige keetje samen een koffie drinken. Deze is wel veel lekkerder dan de afgelopen weken, en dat is niet verwonderlijk: hier wordt reeds koffie verbouwd.

We zetten onze weg verder met onze twee motoren, want de drie andere draaien wel iets harder met het polsje dan wij. Vanaf hier gaat de route doorheen de pittoreske Lenca vallei. De weg is zeventig kilometer langer dan voorzien, maar zo vermijden we een stuk dat onverhard is, en in geval van regen toch onverwachte problemen kan meebrengen.

Maar dan krijgen we een stuk dat net nieuw aangelegd is. breed, vlak, zonder putholes. En dat is niets te vroeg, want we verlaten net de vallei en moeten een hoge pas over waar net een onweer aan de gang is. Regenkledij aan, en de regen in. De temperatuur daalt wel tien graden en dat is een welgekomen afwisseling. De regen duurt niet lang. We dalen af in een nieuwe brede vallei, waar zeer intensief aan landbouw wordt gedaan.

 

 

Nog een hoge pas over, en dan nog een tweede, en we komen uit aan de oostzijde van Comayagua. Aan de kant van de weg staat daar de bende van Wim, slechts drieën meer.

 

 

Hans heeft een kleine panne, welke reeds deels is opgelost, en volledig opgelost raakt wanneer ik het juiste reddende boutje uit mijn voorraad opdis.

Even na vijven komen Ellie, Leo en ik dan als eersten aan in het hotel. En onmiddellijk daarna lopen ook alle anderen binnen. Ons hotel maakt deel uit van een zwaar bewaakt golf resort. Het eerste wat ik nu ga doen is mijn bagage doorzoeken naar de vermiste handschoen, en jawel, de verloren zoon was terecht gekomen in mijn klerentas bij de sokken. Gelukkig heb ik de andere ondertussen nog niet weggegooid!

De vorige dagen was ik er niet in geslaagd om mijn bezweet hemd, dat ik draag onder mijn motovest, op tijd droog te krijgen na het wassen. Nu gebruik is echter de dubbel-droog plus één-methode, een verbeterde versie van de enkel-droog plus één-methode, en mét succes. Morgen zal ik een welriekend hemd kunnen aantrekken.

Het is hier ondertussen toch al weer vroeg donker. De tijd gaat snel voorbij. Leo en Ellie kloppen aan mijn deur om te gaan eten. We moeten dus bijna op de tast onze weg vinden tot aan het restaurantje van het resort. Restaurant is veel gezegd, want ze noemen het zelf bar-grill. Gelukkig heb ik niet veel trek, en indachtig de vorige uitgebreide maaltijden bestel ik nu enkel wat kip met frietjes. Ellie bestelt een glas wijn, en krijgt prompt vier uitgeschonken glazen rode wijn aangeboden, want er wordt alleen per fles verkocht. "Waar is die fles dan?", vraagt Leo, en vraagt om de inhoud van twee glazen terug in de fles te kieperen en de fles dan op tafel te zetten. En zo geschiedt.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Na de maaltijd komen we terug aan het gebouwtje waar onze kamers zijn. Een gewapende wachter bewaakt er onze kostbare transportmiddelen.

 

Dag 38 (zaterdag 16 september 2017:

Comayagua HON > El Paraiso HON – 220km

Overnachten in El Paraiso Hotel Mario Chavez

 

Halfvier. Dat is nog te vroeg om op te staan, en ik dommel wat onrustig voort tot halfzes. Ik sta op en piep even door de gordijnen. Er staat geen bewaker meer bij de motoren. Hij zal mogelijk gedacht hebben dat ik zijn taak 's nachts wel zou overnemen. Ja, maar dan enkel vanaf halfzes.

De blog neemt zoveel tijd in beslag dat ik uiteindelijk de laatste ben om de motor te beginnen laden. Ik heb echter geen haast, want we kunnen toch maar ontbijten vanaf halfacht. We zijn wel vier maanden op reis, dus op vakantie, maar onze tijd is nog erger bemeten dan wanneer we moeten werken. Reden hiervoor is dat we telkens heel wat reserve moeten inbouwen in alle planningen, en dat we ons bevinden in één der minst voorspelbare regio´s op deze aardbol.

Een lekker en goed vullend ontbijt later verlaten we, ditmaal als laatsten, het compound. De autoweg is niet betalend voor motoren, en brengt ons in een mum van tijd tot Tegucigalpa, de huidige hoofdstad van Honduras. Een schildpadje probeert haastig de snelweg te dwarsen. Zowel Leo als ik kunnen het diertje nog net ontwijken. De Tomtom dient ons snel naar Santa Lucia te loodsen, maar maakt een ommetje door het centrum van Tegucigalpa. Daar raak ik Leo en Ellie kwijt in de drukte. Ik wacht even op hen, en dan wat verder nóg even, en zet dan de weg verder naar Santa Lucia, een oud Spaans mijnstadje, dat wel erg pittoresk oogt, maar niet gemakkelijk te doorkruisen is omwille van de gevaarlijk steile straatjes met oneffen kasseitjes. Ik doe toch mijn best, klim en daal af al hobbelend en bobbelend. De Transalp heeft het hier en daar knap lastig, maar doet toch wat verwacht wordt. Ik bezoek een kerkje, sla een babbeltje met een paar kerkgangers die mij uithoren over onze trip, en parkeer mij dan aan het kleine meertje, met fontein en mondaine promenade, aan de ingang van Santa Lucia. Ik doe mij te goed aan een koffie, hopend dat Leo en Ellie toch plots komen opdagen, maar dan weer niet echt, want dit soort dorpjes blijkt geen spek voor de bek van een dubbel beladen kameel.

 

 

Volgende stop is Valle de Angeles, Hier geraak ik niet eens tot in het centrum, tenzij ik de motor onbewaakt zou achterlaten, hetgeen ik niet durf gezien de reputatie van Honduras en haar vriendelijke bevolking. Ik maak een toertje rondom het centrum en zet de weg dan weer verder. De weg volgt geruime tijd op grote hoogte de vallei, wat mooie uitzichten oplevert. Bij een kruispunt zie ik aan een benzinestation de motor van Leo staan. We vervoegen elkaar en leggen dan weer samen de laatste kilometers af naar El Paraïso, la Ciudad del Café.

Bij onze aankomst in het hotel is Hans aan het sleutelen: hij heeft de oorzaak van de miserie ontdekt. Het is een vergelijkbaar probleem als wat ik enkele weken terug had. een afgebroken kofferophanging, waardoor de koffer ging duwen op het hefboompje van de trommelrem achter. Dus even laten lassen en dan de koffer weer monteren.

We installeren ons in het hotel. Ik ga nu eerst enkele extra fotokopieën laten nemen van mijn paspoort, rijbewijs, en motorinschrijvingsbewijs. Dat zal hopelijk wat tijd besparen aan de grens. Ik laat mij helpen in het copy center van Roberto Cruz, net om de hoek. Terwijl zijn trage printertje de bladzijden één voor één netjes aflevert, hebben we een babbeltje over mijn naam, zijn naam, en de reis.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/RobertoCruz-1024x577.jpg

 

Terug in het hotel installeer ik mij naast het zwembadje aan een tafeltje, en begin aan de blog. Terwijl ik dit schrijf komt Hans plots een biertje voor mijn neus plaatsen. Ik drink echter geen bier... Geen nood: hij tovert een Fanta uit zijn kabas, wat ik dan niet meer durf te weigeren. Zijn motor is nu eindelijk hersteld, en dat dient gevierd. Santé! Proost !

 

Dag 39 (zondag 17 september 2017:

El Paraiso HON > Esteli NIC – 115 km

Overnachten in Esteli Hotel los Arcos

 

We staan vroeg op om als eerste te kunnen ontbijten en vertrekken, want straks moeten we de grens over tussen Honduras en Nicaragua. De Hondurese douane zou wel eens trammelant kunnen maken omwille van de illegale, en vooral niet betaalde, transit van onze motoren door hun land. Het is reeds warm en drukkend van ´s morgens vroeg.

Vóór achten zijn wij, Leo, Ellie en ik, als eersten weg. De videoconferentie met de familie op zondagnamiddag kan voor de zoveelste keer niet doorheen, maar onze veilige passage overheen deze grens krijgt voorrang. De grens is slechts tien minuten verder, en wordt reeds lang op voorhand aangekondigd door de enorme file vrachtwagens die hier gestrand zijn. Wij kennen de weg voor een snelle bediening en parkeren onze motoren net voor de bareel tussen Honduras en Nicaragua. Eerst een 'uit´-stempel bemachtigen in de 'officina de migración'. Dat lukt vlot en probleemloos. Wij zijn dus nu officieel uit het land, en moeten nu zien uit te vissen hoe het moet met de motoren, die nooit officieel het land binnen geweest zijn. En ja, de 'aduana´ vraagt ons met aandrang het transit-document voor te leggen van de motoren. Ik geef haar het transit-document van Guatemala, waarop vermeld staat dat het ook dient als toelating voor passage door Honduras. Maar daar is zij het niet mee eens, en roept er een collega bij die háár versie bevestigt. Ik wijs er hen vriendelijk op dat wij geen kennis van zaken hebben, maar dat hun collega's aan de andere grens mogelijk wel een zware fout gemaakt hebben. Ik stel hen dan voor om met de verantwoordelijke, wiens naam op mijn papier vermeld staat contact op te nemen om dit probleem recht te zetten. Ik ben er aldus in geslaagd om de bal in hun kamp te gooien, maar ze laten de bal links liggen, als was het een olifantendrol. Ik wijk niet van het loket, en dring vriendelijk aan op een oplossing voor de fout die hun collega's gemaakt hebben. De vrouwelijke beambte gaat hier niet op in en zegt dan dat wij dan maar zelf alle gevolgen moeten dragen van deze ernstige administratieve tekortkoming, hetgeen ik als een hint interpreteer om snel onze biezen te pakken en de motoren doorheen de bareel naar Nicaragua te rijden. We springen op de motoren, de bareelwachter laat ons passeren, vermoedelijk veronderstellend dat wij alles afgehandeld hebben. Probleem opgelost. Mijn portemonnee is nog altijd even dik.

We zijn nu op amper tien minuten met de motoren uit Honduras geraakt, en kunnen starten met de papierwinkel om Nicaragua binnen te mogen. Dit is heel andere koek. We worden natuurlijk besprongen door enkele 'tramadores' of 'transitores', die hopen ons wat geld te kunnen afhandig maken, maar we sturen ze kordaat wandelen. De échte ambtenaren staan trouwens ook reeds klaar om ons heel vlot verder te helpen. Eén van hen vertelt mij dat er in Nicaragua bijna criminaliteit is. Ze nemen alle nodige papieren in ontvangst, noteren waar we gaan overnachten en zo meer, en ze verdwijnen met alle papieren. Het is 8u50. We laten de motoren ontsmetten (!), en kunnen dan naar de ´Migración'. Ondertussen is de rest van de groep ook aangekomen, en schuiven ook aan bij de 'Migración' waar het toch langer blijkt te duren dan eerst aangekondigd. Pas na anderhalf uur krijgen we te horen dat iemand in de hoofdstad Managua zijn goedkeuring moet geven. Een andere vrouw staat hier sedert de vroege zondagmorgen reeds 4 uur te wachten op zulk een goedkeuring.

Maar na nog ruim een uur wachten gaat het ineens toch snel. Nu nog de motoren importeren, die worden niet eens gecontroleerd, en een verzekering regelen, en we rijden opgelucht Nicaragua binnen. Het is bijna 13u.

Nicaragua geeft van bij het binnenrijden reeds een goede indruk. De weg is als een biljartlaken, en ik tel op gans het traject van meer dan honderd kilometer slechts één klein putje in de weg. We rijden natuurlijk op een hoofdweg, en de zijwegen die ik zie zijn slechts zandbaantjes. In het eerste deftig etablissement welke we tegenkomen zakken we af om even te bekomen van de tijdrovende grenspassage.

 

 

Een koffie bestellen is een probleem, want hij moet nog gezet worden, hetgeen uiteindelijk toch op 5 minuten gepiept is. De lekker uitziende koeken die wij in de vitrine gekozen hebben, zijn ineens toch niet zo appetijtelijk meer wanneer daar plots een aantal krollewietende mieren van wel een centimeter groot uit te voorschijn komen. Dan maar een droog in cellofaan cakeje in drie verdelen. Dát smaakt bij de koffie op dit late middaguur.

Even voor vieren komen wij als eersten aan in het hotel. Wanneer ik mijn kamer binnen ga en de deur sluit merk ik dat ik niet alleen ben. Een kleine hagedis van niet meer dan 4cm kruip snel naar boven en verstopt zich in de zekeringenkast. Ik hoop dat hij deze nacht geen intrek neemt in mijn helm. 

 

 

Terwijl ik mij omkleed komt een zwaar geruis opzetten buiten mijn kamer. Ik doe de deur open en zie dat het onweert en regent van jewelste op de patio waaraan mijn kamer grenst. De meeste daken zijn hier van gegalvaniseerde golfplaten, vandaar het doordringend lawaai. Rob, Joke en Dafne zijn ook binnen geraakt net voor het onweer losbarstte. De bende van Bert is ergens te lang blijven haperen; ze krijgen de volle lading alvorens zij kliedernat het hotel binnenstormen.

Ik ga dan zelf nog even de sfeer opsnuiven in dit stadje, en een glimp opvangen van de vele muurschilderingen die de straten sieren.

 

 

Esteli is nog doordrongen van de erfenis van de Sandinisten. Terwijl ik een mooie muurschildering van een discotheek op de gevoelige plaat vastleg krijg ik het even bijna aan de stok met een agressieve buitenwipper, die wat uitkraamt over privacy.

 

 

Ik blijf vriendelijk en wijs hem op de unieke muurschilderingen waarvoor ik naar zijn stad gekomen ben. Hij bekijkt het ook eens opnieuw, beaamt dit, en kalmeert.

Ook Che Guevarra kleurt hier het straatbeeld.

 

 

Ons hotel is eigendom van een stichting die mede opkomt voor de rechten van kinderen in samenwerking met Unicef.

 

 

Om tien uur probeer ik nog even te whatsappen met Christien die vandaag, dus morgen, jarig is. Ze antwoordt niet onmiddellijk. Dat zal dan voor morgenvroeg en morgennamiddag zijn. Net voor ik in slaap val belt Christien mij op. Zij is zelf net wakker. We houden het kort want we zijn beiden nog niet of niet meer goed wakker.

 

Dag  40 (maandag 18 september 2017:

Esteli NIC > Granada NIC – 170km

Overnachten in Granada Hotel Patio del Malinche

 

Om zes uur bel ik Christien opnieuw op. Zij is dan toch thuis gebleven omwille van de regen, in plaats van er eens op uit te trekken.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Het ontbijt is uitgebreid en lekker. We feliciteren Rob en Joke met hun 45e huwelijksverjaardag.

Ook vandaag is de lucht drukkend en warm, dus wachten we niet om de relatief korte rit naar Granada aan te vatten. Ik voel mij vandaag toch niet zo fit als anders. Mijn spieren voelen vermoeid aan, maar er is gelukkig geen koortsig gevoel of hoofdpijn. Ik herinner mij deze nacht zelfs wat gehoest te hebben. Misschien een virusje opgelopen? Of komt het door de airco? Gelukkig is op de recht doorlopende weg wat afwisseling in het straatbeeld, zodat ik toch niet begin te knikkebollen. Ik stop tijdig om wat water te drinken, want om tien uur zit de temperatuur al rond 35 graden. Bij de afslag naar Tipitapa komt de redding: een pittige koffie, welke mij binnen het kwartier terug bij mijn positieven brengt. Ons einddoel voor vandaag komt reeds in zicht, maar er wachten nog enkele interessante bezienswaardigheden. Een redelijk steile klim van 500 meter brengt mij eerst naar het Coyotepe Fort voor een vluchtig bezoek. Vluchtig, want Leo en Ellie zien dat geitenpad, hoewel geasfalteerd, niet zitten, en wachten beneden.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Het hoogtepunt van deze regio, letterlijk en figuurlijk dan, is de Massaya vulkaan. Het laatste stuk van de klim met de motor naar boven is redelijk steil, en leidt mijn aandacht grotendeels af van de omgeving, die bezaaid is met gestolde lava. De parking boven ligt net aan de rand van de vulkaankrater. slechts een vijftal meters scheiden onze motoren van de kraterrand.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/massaya_krater-1024x683.jpg

 

Vóór de Spanjaarden hier kwamen was dit een goddelijke plek. Vele kinderen en jonge maagden zijn hier geofferd om de goddelijke toorn in toom te houden. De Spanjaarden richtten hier een groot kruis op en noemden de krateropening de ingang naar de hel. De vulkaan is nog steeds actief, en wasemt continu blauwe rook uit. Het rood gloeien van de lavawanden is spijtig genoeg enkel ´s nachts waarneembaar. We mogen hier niet langer dan vijf minuten blijven omwille van de toxische dampen, maar gelukkig staat de wind goed en hebben we nergens last van. Deze vulkaan is vermoedelijk de best benaderbare en daardoor voor ons de meest indrukwekkende van Midden-Amerika, dat uiteindelijk toch bezaaid is met honderden vulkanen. De afdaling van de kraterberg is dan weer prachtig omwille van het ongelooflijke mooie uitzicht dat zeker vijftig kilometer ver reikt.

 

 

We rijden daarna nog even het stadje Massaya binnen, waar een enorme markt zich concentreert rondom en tussen het nog groter busstation. Wel honderd bussen, allemaal verschillend beschilderd, rijden door elkaar en langsheen de marktkraampjes, reizigers en goederen opzuigend en uitspuwend.

 

 

Dan volgt de finale etappe naar het hotel in Granada. Toch een land van grote contrasten. Alles redelijk goed onderhouden, maar tegelijkertijd is de armoede nooit ver weg. Zelfs paard en kar maken hier deel uit van het straatbeeld, en ze schuwen er niet voor om de taaie magere beestjes tot een stevige galop aan te zetten om tijdig door de rode lichten te geraken. We komen hier redelijk vroeg aan. Ik laad alles uit, zet het wasgoed te week, en neem een aangename duik in het kleine zwembad. Zulk een hotel is een oase van rust, en telkens een verademing na de toch wel spannende doortocht door deze contreien die zacht uitgedrukt toch een woelige reputatie hebben.

Ellie en Hans gaan wat proviand opslaan, een grote pizza en wat belegde broodjes, en verdelen het onder de groep. Ik bestel de koffie voor wie wil, en even later picknicken we aan de rand van het zwembad.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/patio_granada-1024x683.jpg

 

Enkele regendruppels worden er meerdere, jagen ons weg tot onder het afdak van de patio, en verbreken algauw het gezellig samenzijn. Iedereen zoekt zijn eigen bezigheden op.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/straat_granada-1024x683.jpg

 

Ik maak een kleine wandeling door het stadscentrum hier vlakbij. De dakranden hangen meestal zover over de muren dat de stoep bijna geheel droog blijft en de regen rechtstreeks van het dak in de straatgoot druppelt. Ik word vaak aangesproken of aangeroepen, soms om geld, soms om een opmerking te geven over hetgeen ik bekijk, soms om iets te verkopen. Hier en daar ga ik er op in, en vertel hen dan dat ik iets mooi vind, of vraag hen wat uitleg, of zeg waar ik vandaan kom en waar ik heen ga. Toch blijf ik nergens hangen, en pap met niemand langer dan enkele ogenblikken aan. Ik koop een gallonfles water en installeer mij ook op de patio om de gebeurtenissen van de voorbije dag ter blog te stellen. Fons ligt in de hangmat, en ook Dafne en Rob hebben een tafeltje ingenomen om rustig te computeren.

´s Avonds vertrekken we allemaal samen om een blokje verder één van de vele restaurantjes uit te kiezen voor het avondmaal. We installeren ons op het eerste verdiep van een grote patio waar een aangenaam windje wat verkoeling brengt.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/wokroll-1024x851.jpg

 

De ‘Wok and Roll' maakt Aziatische gerechten samengesteld volgens je eigen voorkeur, welke je dan met de traditionele stokjes maar moet zien naar binnen te werken.

Terug naar de hotelkamer, airco en plafondventilator uit, en slapen.

 

Dag 41 (dinsdag 19 september 2017:

Rustdag Granada NIC - Overnachten in Granada Hotel Patio del Malinche

Geen motorrit vandaag. Ik sta op om zes uur en begin eerst wat te rommelen terwijl het water voor de koffie traag opwarmt. Tussendoor stuur en ontvang ik berichtjes naar en van het thuisfront. Mijn collega Eddy laat mij weten dat wij vermoedelijk wel professionele versterking krijgen in het dorp. Dat is goed nieuws, want daar wachten wij reeds 4 jaar op. Nu moet ik mij eerst opfrissen en klaarmaken voor het ontbijt om 8 uur.

We hebben gisteren onze voorkeur moeten opgeven voor de samenstelling van het ontbijt, en worden nu keurig op onze wenken bediend door twee jonge bevallige dames. Eén ervan komt regelmatig langs met de koffie en slaagt er telkens in om net niet naast het kopje te gieten. Leo daagt niet op. Hij is ziek, vermoedelijk getroffen door de wraak van Montezuma, en gaat vandaag proberen rusten.

Na het ontbijt gaan de meesten nog wat prutsen. Ik heb mijn helmbekleding losgemaakt en uitgewassen, en moet de randen wat samennaaien, want de verlijming is losgekomen. Eén van de kamermeisjes ziet mij bezig, en vraagt of zij het verstelwerk niet moet doen. Ik bedank haar vriendelijk, en zeg zonder enige verdere uitleg dat het mij wel lukt.

Even voor elven gaan we wandelen naar het meer van Nicaragua; wij, dat wil zeggen Rob en Joke, Johan, Ellie, Dafne en ik. Het is al heel erg warm, en bovendien erg vochtig, en ik zweet me te pletter. Een echte haven is er niet te zien, en ook geen enkele boot,maar er is wel een lange pier, waar tweemaal per week een ferry aanlegt waarmee de mensen naar één van de eilanden kunnen varen. Bovenop het ferrygebouw aan de kop van de pier staat een kleine vuurtoren.

De kerk van Guadalupe staat dicht bij de haven. De wit afgewassen bepleistering versterkt de indruk van oud-koloniale oorsprong. Schuin over de kerk trekt een heel bijzonder bakkerijtje mijn aandacht: 'Delicias de Oriente'. Ik roep de anderen terug die reeds wat verder gepikkeld waren dan ik, en we installeren ons aan de twee enige tafeltjes die het gelagzaaltje rijk is. Heel lekkere koffie en heerlijke noten-en-fruittaart vallen ons ten deel. De bakker heet Kamel, en is een Tunesiër die hier een vijftal jaar geleden strandde.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/kamel-1024x683.jpg

 

Onderweg naar de kathedraal ga ik nog even een bankomat beroven gewapend met mijn bankkaart. In de kathedraal wijst Johan mij de biechtstoel aan waar ik na deze euvele daad mijn gemoed kan verlichten. Enkele mooie plafonschilderingen trekken onze aandacht. Ze zijn vermoedelijk vrij nieuw, want bovenop een grote schaarlift is een schilder aan een nieuw stuk plafond begonnen. Enkele taferelen zijn op vrije naïeve wijze overgenomen uit het werk van Michelangelo in de Sixtijnse kapel.

Aan het parkje tegenover de kathedraal bevindt zich ook de Palacio Municipal. Op de binnenkoer bevindt zich een beeltenis van Leda en de zwaan, uit wiens kortstondige verbintenis de mooie Helena ontsproot, die later aanleiding zou zijn voor de Trojaanse oorlog. Waarom dit beeld hier staat is mij een raadsel, tenzij ze het beeld van Leda en de zwaan in het paleis van Carlos V in het Spaanse Granada gewoon gekopieerd hebben.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/bus_granada-1024x683.jpg

 

We zetten de wandeling verder en komen in het drukste deel van Granada: de markt. Het is hier nog niet zoals in Marokko, maar het scheelt toch niet veel.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/markt_granada-1024x683.jpg

 

Chaos, drukte, vuil, lawaai, gelanterfanter, kortom, alles wat des mensen is op één hoop. En dat gecombineerd met een bijna ondraaglijke hitte, en je vraagt je dan af hoe wij het uithouden om hier meer dan een uur rond te hangen, en zelfs nog met veel geduld Johan helpen om een mooie oranje short te kopen, welke hij in geval van motorongeval of pech kan aantrekken, zodat ze hem vanop 500 meter reeds kunnen zien staan.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/johan_short-1024x655.jpg

 

Johan is een echte zakenman, en afdingen is zijn tweede natuur. Hij slaagt er in om toch 10 procent van de vraagprijs af te pietsen, en daarmee zijn laatste cordoba's uit te geven, zonder zijn voorraad dollars te hoeven aanspreken.

Op de terugweg naar het hotel wordt Ellie bestolen. een jonge fietser scheert rakelings langs haar heen, rukt haar halsketting af, en verdwijnt al fietsend om de hoek.

Terug in het hotel bewerk ik de filmpjes die ik maakte van Fernando, die o.a. een liedje zong voor mijn vader (zie 7 september). Nadien verzamelen we bij bij het zwembad. Het is koffietijd. Alweer wordt het vroeg donker en begint het heel zacht te druppelen. De muggen cirkelen als gieren rondom ons hoofd. Samen met Bert neem ik een duikje in het zwembad. Het water is heerlijk.

We gaan 's avonds met zeven gaan eten in Hotel Granada dicht bij de haven. We worden bediend door Múcho Buen, die inderdaad maar twee woorden kent. Bij terugkomst in het hotel werk ik mijn dag verslag bij, en vind om 22u dat het nu welletjes is geweest. Mijn bed roept mij, en daar kan ik niet aan weerstaan.

 

Dag 42 (woensdag 20 september 2017:

Granada NIC> Rincon De Vieja CR - 170km

Overnachten in Rincon de la Vieja Canyon Vieja Lodge

 

Wat een hard bed. Ik moet mij vanaf 4 uur voortdurend verdraaien en verleggen om geen doorligwonden te ontwikkelen. Uiteindelijk sta ik maar op en prepareer een grote lichte koffie. Vandaag trekken we weer verder, en dat betekent bagage bijeenrapen, ordenen, opbergen. Ondertussen zet ik foto's en video's over naar de computer, om er dan toch enkele op de blog te kunnen publiceren.

Het ontbijt is identiek aan dat van gisteren: gevarieerd, lekker, maar niet overdadig.

Leo is weer present, en hoopt dat de arm van Montezuma niet reikt tot in Costa Rica. We vertrekken als eersten en worstelen ons doorheen de drukke marktstraat. Er volgt een ontspannen rit langs groene weiden, propere kneuterige barakjes met golfplaten daken, koeien in de wei, paarden, koeien langs de kant van de weg, twee varkens, nog meer koeien, en zelfs een kudde schapen. Ik had nog wel enkele bezienswaardigheden op mijn lijstje staan, maar onze ervaringen met moeizame grenspassages, en het prille genezingsproces van Leo, weerhouden mij van enkele dartele zijsprongetjes. Na een vijftig kilometer naderen we opnieuw het meer van Nicaragua, en ik neem toch een kort zijslagje naar rechts om dat meer, en het Olmetepe eiland met de twee prachtige vulkanen, eens beter te kunnen zien. Een tankwagen is net bezig het meer aan het leegpompen. Hebben die mannen moed en geduld, zeg!

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/olmetepe-1024x683.jpg

 

Even verder staat een heus windmolenpark, geplaatst met steun van de Europese Gemeenschap, te midden van de bananenplantages. Rechts zien we in een vlucht de motoren van Rob en Dafne. Zijn ze gestopt voor een koffie? Wij rijden verder. En opnieuw is het de lange rij vrachtwagens die ons de nadering van de grens aankondigt. Ik stop en berg mijn helmcamera op.

Eens in de eigenlijke grenszone zoek ik mijn weg naar de 'Migración'. Daar moet ik mij laten uitstempelen. Dat kost twee dollar. Met deze stempel in mijn paspoort kan ik nu naar de DGA: een dame met blauwe T-shirt. Dat is wel even zoeken, want ze heeft er een roze jas met capuchon over aangetrokken. Ze maakt een papier op voor de motor, waarmee ik dan naar de politie kan. Eens die opgesnord is, zet die er een stempel op. De enige controle van mijn motor is nagaan of ie wel rood is... Nu kan ik eindelijk mijn motor laten uitschrijven uit Nicaragua, en vervolgens Costa Rica binnenrijden.

Costa Rica! Quel calor! Migración! Más calor! Seguros! 30 Dollares! Fotocopias! Transpiración! Permiso de Importatión Temporal! Deshidratación total! Control final! Bienvenidos a Costa Rica!

Een net restaurantje om even bij een koffie te bekomen van deze uitputtingsslag is nog niet zo snel gevonden. Een passage langsheen grote wegenwerken is er nu toch echt teveel aan, maar staat daar nu net een proper Routier restaurantje op ons te wachten. De bediening is niet snel, maar uiteindelijk krijgen we toch een eenvoudige maaltijd voorgeschoteld. Bij het rechtstaan voel ik een redelijk scherpe pijn in de rechter onderbuik. Ik heb vermoedelijk iets té gezwind mijn been over het zadel van mijn ros gezwierd, en een kleine verrekking opgelopen. Dat is niet de eerste keer, maar het was nu toch wel weer even geleden!

Er resten ons nog vijftig kilometers naar het hotel, maar ook deze worden geen makkie: er staat ons een fikse regenbui te wachten. Het lamsvelletje verdwijnt in de koffer, en regenkledij wordt aangetrokken, en dat is niks te vroeg, want het sluist water naar beneden. Gelukkig is het nog geen 15u, en nog lang niet donker. Maar even vóór de aankomst in het hotel is de bui quasi over en is de grootste nattigheid van onze kledij afgewaaid, zodat we toch niet kliedernat onze kamers moeten betrekken. Die kamers zijn in feite kleine bungalowtjes gelegen in een soort eco-hotel aan de rand van het Nationaal Park Rincon de Vieja.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Om zes uur is het hier stikdonker, maar ik voel mij al weer wat beter, gerehydrateerd, en deels verlost van de pijn bij het gaan. Seffens eens gaan horen wat de anderen van plan zijn.

 

 Dag 43 (donderdag 21 september 2017:

Rincon De Vieja CR > Jaco CR - 300km

Overnachten in Jaco Hotel Mar de Luz

 

Ik word om drie uur wakker en kan de slaap niet echt meer vinden; wat draaien, indommelen, weer wakker worden. Dan toch maar opstaan kwart vóór vijf. Ik hou mij bezig met het rangschikken en bewerken van foto's, zodat ik de blog eens wat kan beginnen illustreren.

Het ontbijt is eenvoudig, maar uiteindelijk voldoende. Van het ganse reisgezelschap is nu niemand meer ziek of onwel. Ook mijn pijntje is verdwenen.

De rit voert ons eerst langsheen een soort autostrade naar Cañas. Deze weg is de Carretera Panamericana. De streek is bezaaid met haciënda's waar runderen gekweekt worden. De mannen te paard noemen ze hier sabañeros. In Cañas slaan we links af en duiken naar omhoog, de bergen in. Door het stijgen daalt de temperatuur van een lastige 32 graden naar een aangename 24. Even begint het zelfs wat te regenen van uit een laaghangende nevelwolk. We passeren eerst langs de enorme Laguna Arenal. De weg langs het meer is mooi maar lastig. Mooi omwille van de tropische begroeiing, de vele bloemen, goed onderhouden wegen en graskanten. Lastig, want de vele hotelletjes, cafeetjes en restaurantjes, de korte bochten en de smalle wegen maken het rijden een intensieve bezigheid. In Guanacaste, in Plaza del Café, gaan we een koffie drinken. Even later stuiken alle anderen ook binnen. We stappen dan weer op de motoren, en zetten de weg langsheen het meer verder, en zien dan wat later aan het uiteinde van het meer de vulkaan El Arenal opduiken.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/ElArenal-1024x683.jpg

 

Deze vulkaan heeft een heel mooie kegelvorm, en is nog steeds actief. Wij zien van hier uit de noordkant, welke zwart is van de lava. Het plaatsje La Fortuna is er een om snel te vergeten, want één kermis van meer of minder gekende hamburgertenten en schreeuwerige avontuur-verhuur-bedrijfjes.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/hangbrug-1024x683.jpg

 

Aan een écht avontuurlijk metalen hangbrug verpozen we even bij een koffie en een versnapering. Dat mag nu wel, want het is reeds ruim over de middag.  Ik betaal voor ons drieën, maar wordt even later teruggeroepen door de patron. Hij heeft zicht vergist en heeft teveel aangerekend, en stopt mij prompt een paar bankbiljetten in de hand. Dan is het onze beurt om de hangbrug op de motor over te steken. Altijd een spannende gebeurtenis met als wegdek enkel een metalen rooster over een afstand van wel 50 meter. Dan weer verder, telkens opnieuw over berg en dal doorheen een gebied met nevelwouden en haciënda's.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/Monteverde-1024x683.jpg

 

Het is hier erg vochtig, en het begint na een poosje zelfs te regenen. Op een bepaald moment is de regen zo heftig dat goten en beken het water niet meer aankunnen, en hier en daar ontstaan dan beekjes dwars over de weg heen, waaruit het water hoog opspat als we er met de motoren doorheen rijden. Nu gaat het natuurlijk erg traag; er is een enorme file ontstaan die erg traag over de natte wegen naar het westen schuifelt. We missen vermoedelijk een afslag, en moeten dan wel twintig kilometer omrijden, want we zien het niet zitten om terug te keren, de regen weer in.

Wij bereiken het hotel op ons gemakjes omstreeks 16u30. Uitladen, uitkleden, zwembroek aan, en een heerlijke duik in het zwembad. Daarna douchen en gewone kleren aan. Even later komt ook Dafne binnen, alleen. Ze is Rob en Joke kwijtgeraakt in een dorpje met eenrichtingverkeer. De TomTom laat sedert Mexico wel wat steken vallen, vooral met die eenrichtingverkeerstraten in de dorpjes en steden. Ik heb dus net hetzelfde probleem als Rob heeft, en laat dan wel eens Leo voorop rijden.

 

Afbeeldingsresultaat voor Jaco Hotel Mar de Luz

 

Om half zes zijn ook Rob en Joke aangekomen.

Het is ondertussen kwart voor zes geworden. Ik heb zonet de motor op de afgesloten parking geplaatst, en dat is niets te vroeg, want ineens is het buiten stikdonker geworden, en het is zeer hard beginnen regenen.

Om 7u is de bende van Wim nog steeds niet hier. Wat heeft hen vandaag tegengehouden om vóór het donker aan te komen. Johan en Hans hadden deze voormiddag nochtans aangegeven het wat rustiger (minder avontuurlijk) te willen doen.

Even voor achten verzamelen we om samen te gaan eten. Dafne vertelt ons dat Fons een SMS'je heeft gestuurd. Ze zijn verdwaald geraakt, en geraken niet tot Jaco. Ze hebben net voor het donker werd hun intrek genomen in een mooi hotel in San Ramon.

Met zessen gaan we dan souperen. We lopen een eindje de boulevard af. We zitten hier aan zee, dus kies ik voor een 'espagueti a la marinero'. Na de maaltijd bestelt Rob nog een échte espresso. Om Rob te overtuigen troont de kelner hem mee naar de keuken waar de espressomachine staat.

Op de terugweg naar het hotel is het weer zacht gaan regenen.

 

Dag 44 (vrijdag 22 september 2017:

Jaco CR > Ciudad Neily - 250km

Overnachting in Ciudad Neily Hotel Andrea

 

Ik slaap hier onder een metalen golfplaten dak, en word 's nachts bij herhaling wakker van de regen. Toch voel ik mij redelijk goed uitgerust bij het opstaan. Ik werk de blog even bij en ga dan op mijn gemakje inpakken. Het regenen is nu voorbij en er lijkt wat zon door te breken. Het personeel is buiten druk bezig de tuin op te frissen na het onweer van deze nacht.

Het ontbijt is in deze landen meestal verzorgd en lekker, maar wel erg afgemeten. Misschien zou ik wel wat meer krijgen indien ik het vroeg, maar in feite volstaat het wel.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/VictorKeulen-1024x683.jpg

 

Bij het ontbijt worden we aangesproken door de kelner en later ook door de Nederlandse eigenaar van ons hotel Mar de Luz. Victor Keulen is hier als prille veertiger verzeild geraakt, nu 23 jaar geleden, en runt hier twee eigen hotels samen met zijn Colombiaanse vrouw.

Ook tijdens het laden van de motoren, en tot ons vertrek, staat het keukenpersoneel ons lachend en druk onder elkaar pratend te observeren. Zelfs de tuinman heeft ineens snoeiwerk te verrichten naast mijn motor, want hij wil niets van het spektakel missen. Hij wenst mij een goede reis toe.

Het eerste derde van de motortrip volgt min of meer de kust, zij het dat we maar zelden een glimp opvangen van de Stille Oceaan. Het is opnieuw drukkend warm. Daar moet onweer van komen. We proberen een pleisterplaatsje te zoeken aan het water, maar vinden geen geschikte weg om tot het strand te raken, en hebben geen zin in modder of zandavonturen. Dan maar een duistere keet aan de kant van de weg, welke een heel nette veranda blijkt te zijn met lekkere koffie. De uitbaatster is teleurgesteld dat ze ons geen maaltijd kan bereiden, maar het is dat ook nog maar halfelf.

Wat verder verlaten we het land van de Sabañeros, en rijden heel lang tussen palmnootplantages. Nog andere motorreizigers vinden dit land ook het passeren of bereizen waard, want we komen er verschillende tegen die van Zuid naar Noord rijden. We worden tweemaal voorbijgestoken, door een KLR650, en vervolgens een aantal keren door twee enorm zwaar beladen BMW's, die als een jojo voortdurend halt houden, om dan vervolgens in tweede file zoveel mogelijk auto's in te halen.

De onweersdreiging is niet meer weg vanaf de middag, voortdurend kleine regenbuitjes, maar we drogen gemakkelijk weer op. Twee kilometer vóór het hotel duiken we noordwaarts de vallei in en komen in een stortbui terecht. Regenkledij nog aantrekken heeft geen zin, want dat duurt langer dan de nog resterende kilometers.

 

Afbeeldingsresultaat voor Ciudad Neily Hotel Andrea

 

Om 13 uur dus veilig aangekomen, toch natter dan gewenst, maar snel voorzien van droge kleren, zodat we kunnen aanschuiven voor lunch of versnapering.

Ik ga tevergeefs op zoek naar contactlijm, om de binnenbekleding van mijn helm beter te fixeren. Ondertussen snuif ik wat couleur locale op.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/CiudadNeily-1024x683.jpg

 

De regen is echter een spelbreker, en mijn geel kaweetje is niet waterdicht meer, dus terug naar het hotel. Maar daar haalt Rob plots een tube lijm tevoorschijn, zodat de reparatie toch kan doorgaan. Afwachten of dit houdt. Ellie en Leo gaan nog wat fotokopieën laten bijmaken van hun papieren voor morgen aan de grens.

Halfvijf in de namiddag. De verloren zonen zijn terecht, allemaal gezond en wel. Zij hebben een aantal keren niet kunnen weerstaan aan de lokroep van de onmogelijke weggetjes, die nergens heen leiden, behalve dan naar mooie uitzichten en onvermijdelijk geploeter.

 

Dag 45 zaterdag 23 september 2017:

Ciudad Neily CR>  Las Lajas PAN - 155km

Overnachten in Las Lajas Beach Resort

 

Het ontbijt ziet er lekker uit. ik start met een schep rijst en roerei, en een paar heerlijke brokken gebakken kaas? Wat sneetjes stokbrood en muesli maken het geheel af, zonder dat ik mij evenwel geweld aangedaan heb. Overigens was ik toch niet zo erg tevreden over dit hotel: enkel koud water om te douchen, een oude lawaaierige airco die ik enkel kon uitzetten door de zekering uit te zetten, waarvoor ik er een stoel, en een heel lange arm moest bijhalen, een harde matras, die mij aanporde om alweer vroeg op te staan, en een onverschillige, weinig hulpvaardige receptioniste. Maar gelukkig heeft het ontbijt dit voor een deel goed gemaakt.

De verplaatsing van vandaag is min of meer zoals gisteren, zij het dat er een grensovergang tussen zit, en dat de afstand korter is. Het is in elk geval droog, en de temperatuur loopt al gauw op tot boven dertig graden. De grens is niet ver: hooguit twintig kilometer. Vóór de 'Migración' staat reeds een lange file, waar we geduldig gaan staan aanschuiven. Een ouder koppel, Engelsman + Francaise, zijn ook op de moto op wereldreis. Ze varen ook mee op de Stahlratte, dus zal ik ze nog wel leren kennen. Hier volgt een analoog scenario als bij de vorige grensovergangen, zij het dat we evengoed Costa Rica hadden kunnen uitrijden zonder  papierwinkel, want van enige echte controle is geen sprake.

Panama binnenkomen lijkt wel even snel te zullen gaan, maar we botsen op de traagheid van de verzekering en tijdelijke import van de motoren. Aan één van de loketten ontmoet ik de Australiër die we gisteren op een KLR zagen passeren. We zullen hem nog zien, want ook hij vaart mee met de Stahlratte naar Colombia. Ook twee Mexicanen staan aan te schuiven. Ze zien er echter Europees uit, en dat is niet te verwonderen, want het zijn beiden Mennonieten: Kenneth Giesbrecht en Albert Vogt. Eigelijk zijn ze Canadees, maar zijn nu komen wonen in Mexcio. Ze spreken onder elkaar een soort oud-Diets. Ook zij zijn met vijven in een Chevrolet stationwagen op weg naar Ushuaia.

 

 

Dan moeten de motoren nog ontsmet worden. Dat gaat heel snel, belachelijk amateuristisch, en totaal overbodig. Gelukkig dat ik het gezien heb, anders had ik gedacht dat een vieze hond zijn gevoeg tegen mijn banden had gedaan. Nog een laatste controle door de politie in camouflagepak, en we rijden Panama binnen met als enige zorg een geschikt plaatsje te vinden waar we even kunnen versnaperen.

De weg is breed, goed aangelegd, en meestal rechtdoor. We rijden niet om, (de bergen in), om wat extra mooie uitzichten mee te pikken. De versnapering komt er, in een soort lokale cafetería aan de kant van de weg. Het zaakje is omgeven door een traliewerk van betonijzer, zodat het ´s nachts kan afgesloten worden.

 

 

Er heerst in dit land wel een heel ander soort manier van economie bedrijven dan in andere landen van Centraal-Amerika. Ook krijg ik soms de indruk dat er meer auto's zijn, maar dat kan natuurlijk komen omdat ze allen net daar willen zijn waar ik ook ben. Toch is de armoede ook hier nooit ver weg.

Het is ondertussen wel reeds 13u30. We zitten weer in een nieuwe tijdszone, een uur dichter bij huis, en vandaag dus ook een uur dichter bij slapenstijd, hoewel het een uur langer licht blijft.

Las Lachas Beach is een rustig gehucht net aan zee, te vergelijken met bijvoorbeeld De Groede. De weg er naar toe loopt doorheen het echte platteland, compleet en al met Sabañeros.

http://www.mediring.be/america/sabaneros.mp4

Een klein stukje modderwegel leidt uiteindelijk tot ons Beach Resort. Ik heb het niet zo erg op met dergelijke etablissementen, maar de mooie rustige ligging valt al direct reuze mee. De kamer is ruim en comfortabel, en heeft mooie muurschilderingen, waarvan ik er heel uitzonderlijk hier één van in de blog zet. Geen grote kunst natuurlijk, maar toch zó illustratief voor wat wij komen opzoeken op deze locatie: een bed, de ondergaande zon, zee, rust onder de palmbomen.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/habitacion2-1024x683.jpg

 

Rond 16u vindt een crisisvergadering plaats. De kapitein van de Stahlratte vraagt of we toch niet een dag eerder kunnen boarden. Dit zou echter gaan ten koste van ons bezoek aan de grote sluizen in Panama, en dit voorstel wordt dan al gauw door bijna iedereen verworpen. Ondertussen kan ik ook op die vrije dag proberen een nieuwe achterband te laten monteren, want de huidige is aan vervanging toe.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/crisis-1024x683.jpg

 

Daarna ga ik even dit paradijselijk oord verkennen.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/pacific-1024x683.jpg

 

Ik trek mijn zwembroek aan, en waad voorzichtig de branding in tot de dijen. Verder ga ik niet want de golven zijn hoog, en onderstroming is altijd moeilijk in te schatten. Gelukkig helt het strand heel weinig af. Deze oceaan is zeker niet stil, maar op deze plaats wel vredelievend. Nadien ga ik samen met Johan nog wat zwemmen in het zwembad van het hotel.

We gaan avondmalen en krijgen nadien nog een rondje aangeboden door de Amerikaanse eigenaar.

 

Dag 46 zondag 24 september 2017:

Las Lajas PAN> Panama City PAN - 380km

Overnachten in Panama City Albrook Inn

 

Het is donker en bewolkt, het is hier een uur later klaar, maar ik heb goed geslapen op dit zachter bed. Ik heb in de verte wel wat geruis van de oceaan gehoord, of was het van een onweer? Ik heb er in elk geval doorheen geslapen.

Ondertussen heb ik bericht gekregen van de motowinkel in Panama City dat ze mij maandag verwachten voor een achterbandwissel.

Het ontbijt vindt plaats in het openluchtrestaurantje naast het zwembad, zij het dat het gelukkig overdekt is. Ik kies het Ranchero ontbijt: een tortilla, met daarop bonenpuree, en daarbovenop nog twee paardenogen. Het is wel lekker, maar toch redelijk pikant. Iemand zegt, ik durf geen naam te noemen, dat het misschien wel droog blijft. Maar de optimist heeft soms ook wel ongelijk, want het begint eerst zacht, en daarna dapperder te regenen.

Dus gaan de regenpakken aan, en we vertrekken langsheen het modderige paadje zonder kleersmeuren. Er volgt een lange rit over een soort snelweg. Aanvankelijk regent het wat, maar dat gaat al snel over, en het wordt 32 graden. We gaan een koffietje drinken in een cafetería aan de kant van de weg. Een heel oude Transalp van vóór 1990 staat achteraan het gebouwtje.  Het geraakt goed vooruit, maar het verkeer wordt steeds drukker. Een kleine kettingbotsing maakt ons alerter. Gelukkig weinig of geen vrachtwagens, want het is zondag. We rijden langsheen suikerrietvelden en brousse. Een half uurtje vóór onze eindbestemming gaan we nog een koffietje drinken. We moeten wel even bekomen van dit drukke verkeer. Een dakloze veertiger zit er buiten op de grond met een blikje frisdrank en een maaltijd die hij vermoedelijk kreeg of kon betalen met een aalmoes dat hij ontving. Naarmate we Panama City naderen wordt het verkeer steeds lastiger, hoofdzakelijk door het weggedrag van de plaatselijke automobilisten, waarbij mij algauw duidelijk wordt dat de nieuwste en grootste wagen het meeste voorrang heeft. Het wordt moeilijker bij elkaar te blijven en het veilig te houden. Met mijn oud Transalpje hou ik mij dan ook algauw gedeisd, laat Leo alleen verder rijden, en hou een voorzichtige 80 á 90 per uur aan, meeschuivend met de rechter file,  terwijl de meeste wagens mij dan gewoon inhalen.

Net vóór Panama City ligt de zuidelijke ingang van het Panama-kanaal: dit is de uitmonding in de Stille Oceaan. Om de grootste schepen probleemloos door te laten is hier een enorme hoge brug overheen gebouwd: de ' Puente de las tres Americas'.

 

 

Door haar hoogte en lengte lijkt ze heel smal, maar ze telt wel twee rijstroken in elke richting. Ik rij er eerst eens onder door om een foto te maken, maar ga er dan vervolgens overheen, waarbij ik links uitzicht heb op het kanaal en de doorgang naar de sluizen, en rechts de Stille Oceaan kan overzien. Recht vóór mij zie ik de skyline van wolkenkrabbers in het drukke zakencentrum van Panama City.

 

 

Dit alles heel vluchtig weliswaar, want het verkeer is druk. De oversteek over deze brug  is een iconisch onderdeel en een mijlpaal in onze reis, want ze betekent in feite het verlaten van Noord en Midden-Amerika, en daarmee het afsluiten van het eerste deel van deze reis, én de start van het tweede deel. Dit tweede deel zal dan natuurlijk wel een uitgerekte start kennen door de extra dag in Panama en de bootreis naar Cartagena.

Net over de brug ga ik links en kom in rustiger vaarwater terecht in de meer chique buitenwijken van Panama. Tien minuten later sta ik aan het hotel, en kan algauw intrek nemen in het kamertje dat mij twee dagen als gast zal ontvangen. Ik ontdoe mijn motorpak van alle inhoud, en zet het te week zodat ik de kilogram zout kan uitspoelen welke zich de afgelopen maand vanuit mijn zweet opgestapeld heeft in het pak. Het zal dan hopelijk wat soepeler zijn, en wat minder kraken elke keer ik een stap zet of een beweging maak.

Dan verzamelen aan het terrasje naast het zwembad en wat keuvelen. Vandaag en morgen wordt alles in gereedheid gebracht voor de overtocht per boot naar Colombia, en voor de aanvang van het tweede deel van de reis.

 

Dag 47 maandag 25 september 2017:

Rustdag in Panama City - Overnachten in Panama City Albrook Inn

Ik sta om 5u op met de goede raad om vandaag eens een middagdutje te doen. Ik zou het dutje wel kunnen gebruiken, want de nacht was kort, maar de matras was goed. Om 7 uur ga ik helemaal alleen ontbijten, vroeger dan de anderen omdat ik naar de motorwerkplaats moet om een nieuwe band te laten monteren. Ondertussen zal ik ook de motorolie en de filter laten vervangen.

Na een korte rit van 10 minuten moet ik wel even zoeken om de motowinkel te vinden. Vermoedelijk waren mijn GPS-coördinaten toch niet heel precies. De motor wordt binnengereden in de werkplaats, en na twee uur heeft Alexander er een nieuwe band op geplaatst, de ketting gespannen, de olie en de filter vervangen, alle belangrijke zaken eens nagelopen, en de motor zelfs een poetsbeurt gegeven.

 

 

Ik ontmoet ook Johan, de bediende die mij zo vlot een afspraak gaf voor dit motoronderhoud. Tijdens die twee uur wachten heb ik in een comfortabele zetel enkele korte dutjes gedaan. Ik krijg nog een restantje motorolie mee en betaal een gunstprijs voor dit alles. Ik hoop met deze nieuwe band Ushuaia te halen.

Nu terug naar het hotel, want Rob, Hans en Johan wachten op mij om samen de sluizen te gaan bezoeken.

 

 

Als je in Panama bent, moet je de sluizen bezoeken. De sluizen zijn op zichzelf niet zo indrukwekkend, maar wel de locatie. Alle anderen zijn er reeds; Leo en Ellie hebben de bijna 7km te voet afgelegd. Vanuit het Visitor Center heb je uitzicht op het versluizen van een schip: dat gaat er net op dezelfde manier aan toe als in een klein sluisje, maar het maakt toch indruk dat deze sluis een ommetje doorheen de Straat van Magellaan overbodig heeft gemaakt.

https://www.deingenieur.nl/artikel/groter-panamakanaal-in-gebruik-genomen

Daarna ga ik met Rob, Hans en Johan shoppen. Dichtbij ons hotel is een groot shoppingcenter. We worden geholpen door een komieke politieman op een kleine motor om een geschikt parkeerplaatsje te vinden. Hij rijdt met zijn helm niet over zijn hoofd heen, maar bovenop zijn hoofd, zodat hij net twee hoofden lijkt te hebben. Hij blijft de ganse tijd dat wij binnen zijn onze motoren bewaken. Een klein motowinkeltje heeft net wat Johan zoekt: een nieuw regenpak en nieuwe handschoenen. Johan doet er echt een koopje aan, want de handschoenen staan per ongeluk te laag geprijsd, en na wat aandringen en een telefoontje naar de baas krijgt hij ze ook aan die prijs.

 

 

Hans past tevergeefs enkele regenbroeken; hij vindt wel een broek die min of meer past, maar zou toch liever een broek hebben die meer dan min of meer past. Winkels genoeg hier, maar regenbroeken zijn hier bijna niet te vinden, en na een poosje gaat Hans toch terug naar het motowinkeltje, maar koopt enkel een regenjas. Terug bij de motoren is het kleine zwaantje nog steeds rondjes aan het draaien rond de parking.

Dan nog even een kleine sightseeing toer langsheen het oude centrum van Panama. Eerst doorheen een gore buurt die ineens niet verandert van architectuur, maar wel totaal van uitzicht: vanaf een bepaalde straat begint het deel dat als oude stad erkend wordt, en dan ook consequent gerestaureerd wordt, bewaakt wordt door politie, en een volledige nieuwe bestrating heeft gekregen. De architectuur doet mij denken aan Louisiana.

 

 

Naast de 'ciudad antigua´ is er de vishaven, met vismarkt en restaurantjes, en daar voorbij is er net moderne Panama City, met haar vele torenhoge wolkenkrabbers, gevuld met gouden dukaten en zwarte geldbriefjes, afkomstig uit de ganse wereld.

 

 

Het avondmaal is ditmaal niet binnen, maar op het terras naast het zwembad. Binnen is een verjaardagsfeestje aan de gang.

 

Dag 48 dinsdag 26 september 2017:

Panama City PAN > Carti PAN 140km

Overnachten op de Stahlratte

Vanaf hier hebben mijn lezers of volgers enkele dagen radiostilte moeten doorstaan. Moderne communicatiemiddelen waren aan boord niet binnen mijn bereik. Ik heb echter niet stil gezeten, en ondertussen off-line naarstig verder gewerkt.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/zeilreis.jpg

 

De Stahlratte is een in Alphen aan de Rijn gebouwde zeilkotter voor de visserij.

Later opgekocht door een Duitse stichting ter behoud van deze kotter, waarin later een motor is gebouwd, maar de zeilen zijn ook nog intact.

De boot wordt gerund door vrijwilligers en uit de opbrengst worden de kosten van onderhoud betaald

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/zeilreis2.jpg

 

En hier volgt dan het relaas, met vertraging, vanuit Cartagena in Colombia!

...

(Dinsdag 26 september)

Het restaurant heeft voor ons gisteravond een lunchpakketje samengesteld. Een sandwich met ham en kaas, en wat fruit. In feite niets om naar huis over te schrijven, maar het vult wel een beetje de maag en de blog.

Vertrek om 7 uur. Aanvankelijk lijkt alles vlot te gaan, maar we komen diverse malen in een file terecht. Het regent nu en dan een beetje. Na een dertig kilometer doorheen vervuilde achterbuurten is de echte drukte voorbij en rijden we oostwaarts onze bestemming tegemoet doorheen hoofdzakelijk licht bewoond jungle landschap.

Na een paar uur slaan we af naar het Noorden. Hier begint een heel mooie maar erg lastige weg: smal, kronkelend, snel stijgend en dalend, heel erg steil, vol putten, hier en daar grint, snel rijdende tegenliggers. Twintig kilometer vóór onze eindbestemming is er nog een politiecontrole. Tegelijkertijd wordt hier een taks geïnd voor het betreden van het Kuna-gebied. De Kuna´s zijn de oorspronkelijke bewoners van dit gebied, lang voor de Spanjaarden hier voet aan wal zetten. De Kuna's vragen deze bijdrage om hun gebied en hun levenswijze intact te kunnen houden. Ze hebben binnen Panama een zekere mate van autonomie. Tegelijkertijd runnen ze hier toch een soort toeristische industrie, waarbij verblijf wordt aangeboden in een soort huttenhotelletjes op de vele eilandjes van de San Blas Archipel. Ook voorzien ze de vele plezierbootjes die hier passeren van proviand, drank, vis, en hulp.

 

 

Dan bereiken we de kust en zien strand en water. Links ligt de pier, waar de meeste andere motoren reeds staan te wachten om aan boord gehesen te worden. De Stahlratte ligt echter nog voor anker zo'n vijftig meter van de pier. Ik rij de pier op en zet mijn motor in de rij, gevolgd door Hans, die het rijtje afsluit. Ik haal er alle koffers af, want deze moeten apart naar de boot gebracht worden. Onze motoren worden van hijszelen voorzien om ze straks met een lier aan boord te kunnen tillen. Wijzelf worden ondertussen reeds aan boord gebracht. Het is broeierig heet in het ruim waar mijn brits is, en waar de bagage gestapeld wordt. Tijdens het omkleden moet de boot zachtjes ongemerkt de pier genaderd hebben, want ik hoor ineens zeggen dat ze mijn motor al aan boord aan het hijsen zijn. Ik ren op mijn sokken naar boven en zie mijn Transalpje net met droge voetjes kennis maken met het dek van de Stahlratte. Ik help met het vastsjorren, en blijf nog even om het ophijsen van een aantal andere motoren te filmen.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/motor_laden-1024x683.jpg

 

Alle motoren worden vastgesjord en bedekt met een zeil. We varen op de motor van het schip even verder, en gaan dan voor anker voor een mooi klein eilandje. We moeten hier wachten op onze paspoorten, die uit gestempeld worden op een ander eiland, en dan naar hier gevaren worden. Ook moeten de andere passagiers gebracht worden, die reeds gisteren boordden, en de nacht doorbrachten in een hotel op één van deze eilandjes. Wat kunnen we ondertussen anders beters doen dan even gaan zwemmen? Niks, dus zwemmen dan maar. Ik zie eerst eens even hoe het de anderen vergaat, en kies dan ook het sop. Het water is heerlijk, en het doet deugd de armen en beentjes even te kunnen uitslaan. Na het zwemmen onder de douche op het dek: gewoon een tuinslang met een sproeier op.

Ondertussen is de lunch klaargemaakt: pasta met kaas en broccoli, klaargemaakt in een pan van 50cm breed. Net wanneer wij gedaan hebben komt een bootje aan met de andere passagiers. Nu kunnen we écht vertrekken. Het grote zeil wordt gehesen, en vervolgens één voor één nog drie andere. Ondertussen hebben ook de andere passagiers plaatsgenomen aan de dis, en eten de resterende pasta op. Dean, de Australiër die we in Mexico net vóór Huixtla ontmoetten, is ook aan boord. Hij vertelt dat hij die ene namiddag in die hevige regen een elektrische panne kreeg, en de nacht moest doorbrengen in een groezelig plaatselijk hotelletje, maar dat zijn motor het na het opdrogen onmiddellijk weer goed deed. Ook Chris, de andere Australiër die ik op de grens tussen Costa Rica en Panama ontmoette, is er zoals verwacht ook bij. Nog een ander koppel, dat geen echt koppel is, hebben we ook reeds ontmoet: de jojo's, elk op een BMW 650GS. Zij is Iraanse, maar woont in Indië, hij is Indiër. Beide wonen in Mombay. Zij maken een semiprofessionele toer rond de wereld in 1 jaar. Zij gaat onderweg trouwen in Peru. Haar verloofde komt haar daar even vervoegen, waarna ze haar reis verder zet. We worden als groep verwelkomd door de kapitein en de bemanning van het schip, en dan gaat ieder zijn eigen gangetje op het schip, dat ondertussen met een mooi vaartje door de golven klieft richting Cartagena. Vandaag varen we maar een drietal uren, om dan voor anker te gaan in een mooie kleine archipel, en daar dan de nacht door te brengen.

Ik ga naar mijn brits en vang daar een uiltje zoals ik er in geen maanden een gevangen heb. Nadien ga ik terug aan dek; er is daar vooraan iets aan de gang. Een kleine kudde dolfijnen zwemt mee met het schip, of beter, ze zwemmen net voor de boeg. Ongelooflijk hoe die dieren zo een snelheid halen met zo weinig zichtbare inspanning.

De zee wordt iets ruwer, het schip rock-en-rollt wat meer. Ik hoop dat ik niet zeeziek word. Ik zit samen met kapitein Ludwig wat op de computer te werken. Een krachtige ventilator maakt de hitte draaglijk.

Dan gaat de kapitein weg, en voel ik het schip manoeuvreren, en uiteindelijk tot stilstand komen. Ik ga aan dek en zie mij omringd door enkele mooie eilandjes.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/ik_op_Stahlratte-1024x683.jpg

 

Weer gelegenheid om te gaan zwemmen, maar ditmaal laat ik mij niet verleiden. Een vissersprauw met twee mannen komt langsvaren en voert het avondmaal aan: 22kg kreeft: dat betekent 1 kreeft van 1 kilo per persoon.

Plots komt een Zodiacje langsvaren met een man in. Hij legt uit dat zijn Trimaran 100 m verder op een rif gevaren is en vastzit. En inderdaad: oostwaarts ligt een groene trimaran. Na wat overleg met onze kapitein beslist deze te gaan helpen. Ons anker wordt gelicht en we varen voorzichtig naar het rif toe. Verschillende pogingen om de boot los te trekken leveren echter geen resultaat op, en na een uur gaat de Stahlratte weer voor anker op dezelfde plaats als voordien. Het is ondertussen bijna donker geworden. De man in de Zodiac vaart dan naar een ander schip, een grote catamaran, die hem prompt in het halfduister volgt. We kunnen het niet echt zien, maar ik denk dat hij hem nog niet los gekregen heeft, en zal moeten wachten tot morgen voor een nieuwe poging.

Ondertussen heeft de bemanning niet stil gezeten in de keuken, en wordt een vismaaltijd naar het bovendek gebracht. We doen ons tegoed aan zonet nog levende verse, maar nu geroosterde vis en gekookte kreeft met rijst. We blijven hier bovendeks wat babbelen, tot enkelen naar beneden verdwijnen. Ik ga zelf nog even in de kajuit op de computer werken, terwijl de kapitein wat (voor mij?) op zijn gitaar speelt.

Rond 22u ga ik ook mijn brits opzoeken.

Video van de overtocht op de Stahlratte