Diary of a travelin biker  -  Diario de un motociclista de viaje

Alaska - Vuurland : MEXICO

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/Mexico.jpg

 

 

Dag 22 (donderdag 31 augustus 2017):

Tombstone US > Nuevo Casas Grandes MEX – 300km 6u

Nuevo Casas Grandes Hotel Hacienda

 

We gaan vandaag vroeg vertrekken om tijdig bij de Mexicaanse douane aan te komen, en de files voor te zijn. Dus vroeg ontbijt, en rond 7u30 zetten we aan. We komen aan in Douglas en gaan dan de grens over naar Agua Prieta.

 

Gerelateerde afbeelding

 

De passage over de grenslijn gaat vanzelf, maar dan moeten we nog onze papieren laten in orde brengen. Hiervoor parkeren we de moto’s achter het douanegebouw en gaan dan binnen. We zijn zo goed als de eersten om van het ene loketje naar het andere te kunnen doorschuiven om dan enkele uren later het gebouwtje te kunnen verlaten met de gegeerde documenten en stempels. Sneller kón niet ! De twee oude motootjes leveren nog wel even problemen op omdat het (te lange)? chassisnummer moeilijk in de computer over te nemen is.

 

De grensstreek is een niet zo veilige buurt, en we spreken af om in groep tot diep het binnenland in te rijden. Die instructies tot groepvorming blijken al gauw loze woorden, wanneer de eersten, inclusief de reisleiding, wegstuiven en naar de achterkomers niet meer omzien. Een échte leider zorgt er nochtans voor dat de laatste mee is. Hij verwacht dan misschien dat niemand hém voorbijsteekt, maar zorgt dat hij zelf zodanig vertraagt dat ook de laatste mee is. Zó een leider hebben wij in deze karavaan echter niet aan boord. Een prachtige streek, een volle honderdvijftig kilometer. Eerst een vlakke rechte weg, gevolgd door een bergketentje dat de grens vormt tussen Sonora en Chihuahua. Hier gaat het over bergen en dalen, tussen vrachtwagens, en langsheen zandstoffige en grindbakkerige wegenwerken. Dan buigt de weg zuidoostwaarts af doorheen een grote droge vlakte. Op gans het desolate traject woont niemand en is ook geen benzine te verkrijgen.

 

 

Dan toch net vóór Janos een proper restaurantje tegengekomen, Mariscos Lolo’s, waar Hans een kommetje mayonaise laat omvallen, en waar even later de motor van diezelfde Hans op mysterieuze wijze in het zand bijt, terwijl we allen binnen zitten te eten.

 

 

In het centrum van het dorpje kunnen we tanken. Drie kwartier later komen we veilig aan in Nuevo Casas Grandes in Mexico. Ik ga mij snel wat opfrissen, en ga dan naar de archeologische site van Paquime hier in de buurt in het oude Casas Grandes. Alles is echter gesloten, want het is reeds 17u. Door de grensovergang zijn we weer overgeschakeld naar een andere tijdszone, en ben ik een uur kwijt. Het oude Casas Grandes is echter wel mooi om er eens te passeren. Het toont oude gebouwen, en mist het schreeuwerige Amerikaanse wat je vaak aantreft in nieuwe snelgroeiende agglomeraties.

 

Om 20u gezamenlijk diner. Mexican hot food: voor iedereen is hetzelfde menu besteld. Pikante voeding is nu niet echt een toppunt van culinaire kunst. Je verdoezelt er wel je onvermogen mee om iets lekkers te bereiden, evenals de lage kwaliteit van de gebruikte grondstoffen. Ik pik het weinige voor mij eetbare er uit en laat drie vierden onaangeroerd. Heel wat reisgenoten laten ook een nog half gevuld bord staan.

 

Na het eten wordt nog wat nagekaart. Een bestelling van een flesje wijn blijkt een probleem omdat het restaurant niet over een kurketrekker beschikt. Gelukkig weet Ellie raad, en gaat er één op haar kamer halen. Na het eten wordt nog even verzameld op de veranda vóór de kamers. Er zitten hier echter veel muggen, en van dát gezelschap hou ik niet erg.

 

Dag 23 (vrijdag 1 september 2017):

Nuevo Casas Grandes MEX > Creel MEX – 420km(8000)

Overnachting in Creel Best Western The Lodge

Ik heb met Ellie en Leo afgesproken om samen te ontbijten en dan samen naar Creel te rijden. Dus wekker gezet. Maar ik word wakker drie minuten vóór ie afgaat. Klein ontbijtje, maar de anderen schuiven mij nog wat toastjes toe die ze zelf niet op kunnen. Je moet nochtans ’s morgens eten als een koning en ’s avonds als een bedelaar.

 

Rond 8 uur zetten we aan. Even geld tanken (Ellie), en dan benzine tanken (ik). We worden aan de uitgang van het stadje uitgewuifd door een bende muzikanten, die ons daar reeds lang stonden op te wachten.

 

DSC07267

 

Na een stukje grote baan volgt een mooie passage door een prachtig groen landschap, omzoomd door meestal volledig groene afgeronde bergtoppen. Dit is een verrassing voor mij: ik heb altijd gedacht dat het Noorden van Mexico woestijnachtig was. Nee dus. Grote ranches. Vette koeien, en wat verder uitgestrekte vruchtbare akkers met maïs en bonen. De temperatuur is heel aangenaam: ongeveer twintig graden. Deze vallei ligt op 1800 meter.

 

 

In Namiquipa rijden we de Plaza de Armas rond en stappen af net voor een cafetería, waar luide Mexicaanse muziek Ellie aanzet tot een dansje. Ik ga toch even vragen of ze koffie serveren, en even later schuiven we bij aan een klein tafeltje.

 

 

De koffie is oplosbaar en we mogen ons zelf bedienen uit een klein schaaltje. Er is er bijna geen meer, maar zoonlief is er ondertussen nog gaan halen. Wanneer ik vraag waar de ‘bano’ is, word ik meegenomen naar achter, doorheen de pikdonkere keuken waar nog een vrouw aan het werk is. Dan door een voorraadkamer, door een slaapkamer, en dan nog een slaapkamer, en dan uiteindelijk de badkamer: lavabo, toilet en douche. Allemaal netjes, verzorgd, opgeruimd, maar al lang geen likje verf meer  gehad. De vrouw biedt ons dan nog ‘tostadas con mantequilla’ aan. ze hadden ons natuurlijk graag een volledige maaltijd aangeboden, maar het is nog maar elf uur, het is nog ver, en we mogen niet van de motor afvallen. Ik betaal omgerekend 2,5 Euro voor alles.

 

 

Er is nog een hele weg af te leggen. Volgende etappe is Cuautemoc, een stadje midden in een streek waar veel mennonieten wonen (ietwat te vergelijken met Amish). Via Canada of de VS zijn ze in groot aantal naar hier gekomen. Oorspronkelijk zijn ze van de ergens tussen Duitsland en Nederland, en spreken sommigen nog wat Diets. Hun grote boerderijen noemen ze ‘Camp ..’, telkens met een nummer. Velen hebben ook reeds de landbouw verlaten en zich gestort op andere economische activiteiten, gemakkelijk te herkennen aan hun Germaanse namen (bvb Peters). De bedrijven zijn modern, ordelijk, de huizen zijn vaak nieuw en verzorgd, en getuigen van welstand. In het stadje zelf beland je terug in Mexico: vaak onverharde wegen, armoedig, slordig.

 

 

Hier en daar zien we conische silo’s, typisch voor deze streek.

We rijden nu weer verder want er rest ons nog 150 km af te leggen. Onderweg begint het te regenen. Stop, regenkledij aan, en verder door de regen tot aan Creel, waar we onze intrek nemen in prachtige blokhutten, onderdeel van een Best Western hotelcomplex. Warme douche, warme kamer, even bekomen, en dan om halfacht in groep gaan eten. In het hotel zit ook een bende Mexicaanse motociclistas op dure BMW’s. Morgen rijden ze ook naar Batopillas, onderdeel van een rondje Mexico.

 

 

Ik bestel een klein voorgerechtje en een pizza. De pizza wordt opgediend. Waar blijft mijn voorgerecht? Ik vraag er niet naar, want anders wordt mijn pizza koud. Dan komt de rekening. Met inbegrip van het voorgerecht. Dat zet ik dan even vriendelijk maar kordaat recht!

 

Dan naar bed.

 

Dag 24 (zaterdag 2 september 2017):

Rustdag Creel - Naar Batopillas over en weer 300km

Om zes uur wakker. Even video-whatsappen met het thuisfront, achtereenvolgens Audrey, Christien, en Joke. Douchen. Kleden. Video’s overladen naar harde schijf. Bloggen. Ik heb zonet even mijn neus buiten gestoken. Fris, 11 graden, mistig. We zitten hier in de Sierra Madre op 2300 meter. Het lijkt wel Canada.

 

Nu gaan ontbijten. Goed ontbijt!

 

Even vóór negen uur vertrekken we met 4 man, Rob, Bert, Fons en ik, naar Batopillas, een zilvermijn stadje gelegen diep in een canyon: de Barranco de Cobre. Het gaat eerst op en neer, berg over, vallei en rivier over en steeds opnieuw, tot we afslaan richting Batopilas. tot hier toe een prachtige goede weg. Langs de kant van de weg zien we veel families behorend tot de oorspronkelijke bevolking, de Tarahumara, gekleed in traditionele kleurrijke klederdracht. Etnisch lijken ze in geen opzicht op de ‘natives’ welke we in Noord-Amerika aantroffen. Ze lijken eerder op Bolivianen.

 

 

De weg naar Batopillas loopt hoofdzakelijk naar beneden, want het stadje bevindt zich slechts op een hoogte van 500 m. Deze weg is recent gerenoveerd en verhard, maar er zijn veel stukken, waar veel fijne steenslag ligt en we moeten opletten voor een uitschuiver.

 

 

Recente? onweders hebben veel rotsblokken doen loskomen, en de weg is er dan ook door bezaaid over minstens de helft van het traject. Op 1 plaats zijn die blokken zo groot dat men de weg errond opnieuw aangelegd heeft. Die brokken kunnen enkele verwijderd worden na ze eerst met dynamiet opgeblazen te hebben. Hier en daar zijn enkele arbeiders bezig met schop en borstel.

 

 

Een klein bijzonder brugje, waar je twee rijstroken hebt van een halve meter, brengt ons uiteindelijk in het stadje, waar net een feest aan de gang is. In een zaaltje is het volgelopen voor een lokale meeting. Toevallig komt daar nu, buiten onszelf, ook nog de BMW-motorbende toe met wel 30 moto’s. Het evenement is mooi omkaderd. De lokale politie staat ons vriendelijk op te wachten en houdt alles ordelijk. Dus is dit wel het evenement van de week of de maand.

 

Eerst wandelen we door het stadje. Het is hier is het 35 graden en broeieri, en we zoeken dan eerst iets te drinken.

 

 

We wandelen verder door het stadje. Een wit met lavendelblauwkleurig Jezuitenklooster trekt onmiddellijk mijn aandacht.

 

 

We wandelen langsheen lommerrijke plazas en statige gebouwen welke herinneren aan de grote welstand van weleer, opgebouwd in een tijd dat hier zilver ontdekt werd. Even verlies ik mijn compañeros uit het oog. Ik zie dan wat verder restaurant Carolina, en vermoed dat ze daar binnengegaan zijn. Ik vind de ingang niet en stap de verkeerde deur binnen. Dit is een hall. Ik ben nochtans in het juiste huis en ga iets verder. Ik kom in een eetplaats, en zie de vrouwen in de keuken. Ze gebaren mij onmiddellijk verder te komen, en tronen mij me naar de eetzaal van het restaurant, waar de anderen reeds zitten. Vóór ons is net een andere grote groep binnengekomen, dus duurt het een hele tijd voor we te eten krijgen. We nemen allemaal een omeletje met sla, en drinken allen koffie. We worden bediend door de vijftienjarige? zoon des huizes.

 

 

Dan nog een wandelingetje terug doorheen het mooie stadje, en we stappen terug op de motor richting Creel, want er wordt onweer aangekondigd. Dezelfde weg is natuurlijk niet hetzelfde uitzicht, en nu gaan we steil naar boven in plaats van naar beneden. Even na we het slechtste stuk gepasseerd zijn begint het te druppelen.

 

 

Regenpakken aan, en weer verder. We krijgen twee zware regenbuien te trotseren. gelukkig is de weg uitstekend, en is er zo goed als geen verkeer. Rob en ik hebben niet zo veel benzine meer, en we vinden geen enkel benzinestation onderweg, dus rijden we iets trager.

 

Ik word voorbijgestoken door een groene pick-up. Ik zie hem dan in de verte een grote witte pick-up inhalen. Een vijfhonderd meter verder zie ik ineens dat de witte pick-up de groene weer heeft voorbijgestoken en klemgereden. Op het moment dat ik passeer springen vier mannen uit de witte pick-up en gaan op de man in de groene af. Eén ervan is gewapend met een mitrailleur. Ik rij zelf voort; ik weet niet wat ervan te denken. Vijf minuten later zie ik echter de witte pick-up achter mij aankomen. Hij steekt mij voorbij en rijdt verder. Even later steekt ook de groene pick-up mij voorbij. Rare jongens die Mexicanen.

Traag gaat ook vooruit en uiteindelijk komt Creel binnen bereik en is het weer droog. Ik ga tanken net vóór Creel; de motor staat nog niet eens op reserve. Rob heeft nog 1,5 liter over. Ik rij dan naar het hotel en kan nog net alles afladen van de motor wanneer ook hier de hel losbarst. Het onweer blijft niet duren, en al gauw breekt de zon weer door. Een Trahumaragezinnetje komt wat bedelen op de bu-innenkoer van het hotel.

 

 

We gaan ’s avonds weer allen samen eten, en kruipen dan onder zeil.

 

 

Dag 25 (zondag 3 september 2017):

Creel MEX > Hidalgo del Parral MEX – 365km 8u

Overnachten in Hidalgo del Parral Hotel El Camino Real

 

Vannacht toch wat minder goed geslapen. Te laat en teveel gegeten, en vooral schouderpijn, veroorzaakt door het intensief bochtenwerk gisteren. Ik sta op en wacht nog even af, en jawel, wat later vermindert en verdwijnt de pijn.

 

 

We moeten er wat op wachten (het is zondag), maar het ontbijt is alweer in orde. Er is ruime keus. Ik geef een pluimpje aan de dienster.

 

Halfnegen, elf graden, alles nat door de dauw. Ik kleed mij warm aan. Ik vertrek ’s morgens als laatste samen met Leo en Ellie zuidwaarts. De vallei waardoorheen we passeren is bezaaid met grote rotsblokken. Ze spreken hier van El Valle de los Monches, of van El Valle de la Fertilidad. (Waar hebben we dat nog tegengekomen?) De weg is goed, de natuur prachtig, en niet in beelden te vatten, hoewel we nu en dan toch een poging wagen.

 

 

Berg op, berg af, riviertje over, en dan weer naar boven tot alweer meer dan 2000 meter. We rijden doorheen vochtig geurende dennenbossen, langsheen diepe ravijnen, over bergkammen waar je aan beide zijden vijftig kilometer ver ziet. Bij momenten waan ik mij gezeten op een stalen Pegasus, vliegend tussen de wolken aan de azuurblauwe hemel.

 

 

We stoppen rond 13u voor de middagpauze, installeren ons op enkele zwerfstenen, en genieten van het wijdse uitzicht vanop de bergkam. Er is hier vroeger een grote bosbrand geweest; maar de natuur is zich aardig aan het herstellen.

 

Langs de kant van de weg zien we veel kleurig uitgedoste Taramahura. Wat verder zijn de wegen afgezoomd met bermen waar vooral bremgele en wat minder lavendelblauwe bloemen staan. I Spanje zie je dat enkel in het voorjaar.

 

Heel bijzonder zijn de mesa’s, de tafelbergen, waar we zeker een derde van het traject over rijden. Vergelijkbaar met een hoogvlakte, maar op de berg zelf, in plaats van omgeven door bergen. Nu en dan er even af, en dan weer over een andere.

 

We zien op een bepaald moment vele pick-ups, beladen met mensen in de bak achteraan. Op één ervan zit een jongetje van 10 op het bagagerek boven de cabine. Wat later wordt het duidelijk waarop er zoveel volk op de baan is. Ik dacht eerst dat dit te maken heeft met zondagse uitstapjes, maar dan blijkt uit opschriften op de auto’s dat er verkiezingen aan de gang zijn. Van daar ook die bijeenkomst met voordracht in een zaaltje in Batopillas gisteren.

 

Omstreeks 16 komen we aan in Hidalgo de Parral, vroeger één der rijkste zilversteden op de Camino Real de la Plata. Uitladen en wat verfrissen, en dan op stap naar het centrum. De anderen zijn reeds vertrokken; ik heb met Leo en Ellie afgesproken aan de kerk van San José om 18u. Een vriendelijke politieman geeft mij een hele uitleg hoe ik moet wandelen om alles eens te kunnen zien, en schudt mij zelfs de hand tot afscheid.

 

 

Ellie en Leo zijn hier blijkbaar niet op tijd geraakt, dus zet ik mijn stadsbezoek alleen verder. Ik verveel mij geen moment. Aan het Palacio Real staat een soort Hell’s Angel, met een doodskop achter op zijn giletje, op een Honda Shadow zijn vriendin op te wachten. Ik spreek hem aan, we hebben het even over de kleuren van zijn moto, want die combinatie van wit, blauw en rood wordt ook op Transalp en Africa Twin gebruikt. Die kleuren bij hem zijn origineel. Na een aarzeling wil hij ook nog wel even op de foto.

 

 

Ik wandel tot de andere kant tot aan het Museum Van Pancho Villa. Generaal Franciscus ‘Pancho’ Villa, werd hier in 1923 vermoord, en fait divers in Mexico’s woelig  verleden.

 

 

Dan terug langs andere straatjes, andere gebouwen, andere foto’s.

 

 

Uiteindelijk zie ik het hotel opdoemen. Hier zoek ik iets om te gaan eten, dan moet ik niet ver meer door het donker. ik stap Restaurant Sierra binnen, en bestel een kleine spaghetti. Terwijl ik wacht werk ik aan de blog. De spaghetti smaakt, niet te vet, niet te veel. Nog een klein toetje (echt klein!), en dan heb ik genoeg om de nacht levend door te komen.

 

Dag 26 (maandag 4 september 2017):

Hidalgo Parral MEX > Sombrerete MEX – 560km

Overnachten in Sombrerete Hotel Posada de la Noria

 

Harde matras, redelijk goed en lang geslapen, maar stijf door slechte lig. Dat zal binnen een uurtje wel weer beter zijn. Ondertussen wat video-whatsappen met Christien en Elke.

Vandaag gaan we vanuit hotel Camino Real vertrekken om de Camino Real de la Plata te volgen tot Sombrerete. Het is een historische weg, langs waar het Noorden veroverd werd, op zoek naar het zilver, om in Europa de nodige steun af te kopen, vooral bij de paus in Rome, om koninkrijk en keizerrijk bij elkaar te houden, en om de oorlogen in de woelige Nederlanden te financieren. Onderweg zijn wel enkel bezienswaardigheden die ik reeds in kaart gebracht heb. Zonder dit alles had het zuiden van de VS er vandaag geheel anders uitgezien, en hadden staten zoals California, Nevada, Arizona en Colorado niet bestaan.

 

 

Het is 17 graden en bewolkt. Kort na het wegrijden zien we steeds donkerder regenwolken voor ons opdoemen. We trekken regenkledij aan, en weldra trotseren we een stevige regenvlaag, die evenwel heel kort duurt. In Villa Ocampo gaan we vruchteloos op zoek naar de mooie Haciënda de Canutillo in het centrum. We rijden even rond in het leuke dorpje en rijden dan weer verder, opzoek naar het huis van Pancho Villa. Hiervoor moeten we even van de hoofdweg afwijken, langs een kronkelend steile weg, en daarna in de diepte doorheen of omheen een brede diepe plas. De moeite wordt beloond, want van bij het inrijden van het dorp zien we onmiddellijk de haciënda naast een mooi barok kerkje opdoemen, beide bepleisterd in ossenbloedkleur.

 

 

De haciënda, een museum, is dicht, maar we kunnen door de poort naar de tuin.. Ik spreek de tuinman even aan, en jawel,  hij haalt een bos sleutels uit en laat ons het museum bezichtigen. Volgens hem hoorde de haciënda toe aan de kerk, en hoorde er ook nog 1800 hectare grond bij. Pancho Villa heeft hier dan gewoond met zijn drie vrouwen, en zijn twee kinderen (van verschillende moeder). De haciënda s in slechte staat. Het regent er binnen, en het ruikt er vreselijk muf, hoewel alle vensters open staan om het te laten uitdrogen.

Bij het verder wandelen naar de kerk zie ik plots dat dit de haciënda is die we daarstraks zochten, en dat die ook de Haciënda de Canutillo genoemd wordt.

Weer op weg passeren we veel wegenwerken, die maar niet afgewerkt raken.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Onderweg staan veel Yucca-bomen. We nemen dan een zijsprong richting San Pedro de Gallo, om zo de Camino Real te kunnen blijven volgen.

 

 

 

Net voor San Pedro de Gallo staat een enorm fort opgebouwd uit adobe (zongedroogde modder steen). We rijden tot in het dorp en houden halt aan een grote Plaza de Armas. We bezoeken het plaatselijke kerkje, maar dat is niets bijzonders. Dit dorpje behoort tot het UNESCO werelderfgoed, maar vermoedelijk is dit vooral omdat het aan de Camino Real ligt. We eten aan een kraampje een tortilla gevuld met kip.

 

 

We rijden verder doorheen een dor en verzengend landschap. Het is erg warm, meer dan 30 graden.

Het binnenrijden van Nazas gaat moeizaam. Er zijn veel verkeersdrempels in elk dorp, maar ze zijn allen verschillend: korte, brede, dubbele, hoge, met signalisatie en zonder, goede, waar een motor net langsheen kan, en dan de vurte. Hier in Nazas zijn er enkele heel vurte. Het is bovendien erg druk, want de school is net gedaan. Meisjes lopen er in uniform. Een jongentje komt naar mij toe en doet een high five.

 

 

We bezoeken het plaatselijke kerkje. Het heeft wel wat door zijn strakke eenvoud.

We passeren telkens opnieuw langsheen prachtige landschappen en vergezichten.

 

 

Het moest er van komen. Het is veel te warm, en er is teveel bewolking. Even later begint het te druppelen. We rijden honderd kilometer in de gietende regen. De streek waar we nu doorheen rijden is groen en sappig. De mensen leven hier van de landbouw en de veeteelt. We passeren een bedrijf met misschien wel 1000 koeien.

Laatste stuk wordt redelijk droog, met nu en dan wat lichte regen. Het is koud: slechts 14 graden meer.

 

Vóór 19 u bereiken we het hotel, waar we ingekwartierd worden in enorme kamers. Ik neem een warme douche, en ga dan eten met Rob, Joke, Ellie en Leo.

 

Dag 27 (dinsdag 5 september 2017):

Sombrerete MEX > Guanajuato MEX – 495 km 8u

Overnachting in Guanajuato Hotel Real de Minas

 

Goed geslapen vannacht. Ik word wakker terwijl het buiten nog stikdonker is. Om kwart vóór zeven hoor ik Rob zijn motor van de parking halen en hem vooraan aan de receptie zetten. Even later doe ik hetzelfde. Het is nog steeds donker buiten en het regent gestadig.

Het ontbijt is ruim voldoende, of zelfs wat teveel: een bordje meloen met yoghurt, en twee dikke zware pannenkoeken.

 

Vóór acht uur zetten we (Ellie, Leo en ik) reeds aan. Het is halfdonker, maar het verbetert snel. De eerste twee uur verlopen vooral in de regen, maar de lucht klaart geleidelijk op en de regen vermindert. We nemen zelfs een stukje autoweg war je moet betalen. Aan de péaje vraag ik aan de bevallige kassierster hoeveel ik moet betalen. Ze begint te grappen, en vraagt om mee te reizen achterop op de motor. Ik heb het echter niet goed begrepen: het is haar bevallige collega van de kassa ernaast die wel mee wil. Het getater tussen de vrouwen duurt wel even, ik doe even mee, en ondertussen staan de auto’s achter ons maar te wachten.

 

Wanneer we in Zacatecas aankomen is het reeds wat zonnig, hoewel nog zwaar bewolkt en licht dreigend. Zapatecas is een historische stad van meer dan 100.000 inwoners samengeperst in een kleine vallei tussen hoge bergen. We geraken wonderwel vlot tot bijna in het centrum, maar botsen daar op wegversperringen door stakende taxichauffeurs. Geen erg, wat gekrinkel en gekronkel langs smalle eenrichtingverkeer straatjes, en het feit dat wij op tweewielers wel even verkeerd mogen rijden, gezien de politie andere katten te geselen heeft, en even later staan wij geparkeerd aan de kathedraal, onder het waakzaam oog van, jawel, de politie, aan wie ik zonet de toestemming hiervoor vroeg. We maken een kleine droge en zonnige wandeling over het centrale pleintje en doorheen de kathedraal.

 

 

Zacatecas is een revelatie. Dit is Spanje in Mexico; de gebouwen, de mensen, de drukte, maar dan nog ietsje kleurrijker, en vooral goed bewaard.

 

We verlaten dan weer de binnenstad langs een steile kronkelende weg, en kunnen dan nog even een laatste blik werpen op de honderden fel gekleurde huisjes tegen de bergflank aan, die samen het zo unieke Zacatecas vormen. Even verder is het opnieuw aan het regen, maar niet voor heel lang.

 

 

Ojuelos de Jalisco is de volgende bestemming. Opnieuw is het een breedsprakerige politieagent die ons op weg helpt bij de start van ons bezoek aan dit Unesco Werelderfgoed stadje. Zonder zijn hulp hadden we niet gezien dat we geparkeerd stonden aan een mooie oude ruwe palacio. We gaan er binnen, bewonderen de toch zo goed bewaarde architectuur. Het gebouw met de enorme prachtige binnenkoer herbergt de stadsdiensten. Enkele jongeren, vooral Hugo, die daar maar leeghangen, wijzen ons bereidwillig de weg en geven ons wat uitleg over zowel culturele als architecturale aspecten van het gebouw: de poppen van de carnavalstoet, de muurschilderingen, de verkiezing van Miss Ojuelos uit een zestal lokale schoonheden, het plafond van een binnenzaal welke gemaakt is met… aardewerken potten in plaats van stenen.

 

Rechtover de palacio is een oude haciënda waarin een kinderdagverblijf huist. Even binnen. Ellie maakt een fotootje.

 

Wat verder aanschouwen we ‘El Fuerte’ een uitgestrekt marktplein, omzoomd door boogvormige gaanderijen met vele tientalen winkeltjes, en dit alles honderden jaren uit, én in perfecte conditie.

 

 

Na wat regen, een mooie goede weg, en op het eind een ietwat lastiger passage door meer bevolkt gebied bereiken we om 17u het zonnige Guanajuato. Het hotel is gevestigd in een oud paleis aan de rand van de binnenstad. Een uurtje later ben ik dan ook alweer met Leo en Ellie op strooptocht doorheen het verschrikkelijk drukke centrum. Een weer-ga-lo-ze belevenis: duidelijk Spaans, maar dan toch in een ietwat exotisch sausje. Honderden jaren oud en toch zo goed bewaard. Hier kun je wel meerdere dagen rondlopen zonder je te vervelen. Plots begint het dan alweer te gieten. We duiken in een bar en bestellen een drankje, terwijl de regen klettert op de veranda hoog boven ons.

 

 

Wat later gaan we weer op stap en gaan eten in een klein restaurantje op een leuk pleintje.

 

 

Dan te voet terug door de lichte regen naar het hotel. Tijd om te gaan slapen.

 

Dag 28 (woensdag 6 september 2017):

Guanajuato MEX> Valle de Bravo MEX - 365km

Overnachting in Valle de Bravo Hotel Santa Rosa A Los Saucos

 

Even na middernacht word ik wakker. Een doordringende sigarettengeur hangt in mijn kamer en doet mij hoesten. Langs onder de tussendeur met de kamer van mijn buur komt de verstikkende rook binnen. Ook mijn buurman is zelf onbedaarlijk aan het hoesten. Wat steekt die daar uit? Ik sta op, maak een grote handdoek nat, en leg die tegen de kier onder de verbindingsdeur. Ik open mijn venster op een kier. Gelukkig is het zeer stil buiten in deze nochtans zó bruisende stad. Ik val onmiddellijk weer in slaap en mijn nachtrust wordt niet meer verstoord.

 

Om vijf uur sta ik op. Het is fris in mijn kamer met dat open venster. Ik ga douchen, kleed mij, en begin aan de blog. Om deze niet te lang te laten worden, haal ik de pagina’s van de VS weg en steek ze in een aparte pagina. Ik ga naar buiten en wandel nog even over de verlaten terrasjes en patio’s van het hotel.

 

 

Het is nog regenachtig, maar als we geluk hebben, wordt het niet te nat.

 

De zware bewolking is nogal dreigend, dus vertrekken we uit Guanajuato in regenpak. We rijden op een bijna verlaten snelweg tussen de vulkanen door. De streek lijkt hier wel erg vruchtbaar. de zwarte vette grond wordt intensief bewerkt en levert grote opbrengsten, vergelijkbaar met de polders. Het is hier erg vochtig, deels door de frequente regens, maar ook door de grote hoogte en de bewolking die breed over de vulkanen blijft hangen.

 

Yururia is de eerste stopplaats. Even een kleine wandeling maken op het kleurrijke marktplein en de monumentale kerk.

 

 

Leo zich installeert op een bankje tussen de ouderen die nog voldoende te been zijn om hier te geraken. Sommigen zijn misschien niet veel ouder dan wijzelf, maar meer getekend door het harde leven en de bijtende zon op deze grote hoogte van om en bij de tweeduizend meter. Sombrero’s zien we niet, wel vele mooie bleke hoeden die wij kennen uit de westerns.

 

 

We verlaten het drukke stadje en belanden vervolgens in Cuitzeo, een stadje waar alle huizen gebouwd zijn in dezelfde architectuur, en welke door de eeuwen heen merkwaardig goed bewaard is gebleven: de huizen zijn niet hoog, witgekalkt, en de eerste meter boven de grond is bruin geschilderd. Vensters en deuren zijn door grijze natuursteen omkaderd.

 

 

De straten zijn smal, en aangelegd volgens dambordpatroon. Er is éénrichtingverkeer, en het is er zo druk dat we er niet in slagen de motoren ergens in het zicht achter te laten om even rond te wandelen. Toch stoppen we even buiten het centrum om de regenkledij uit te trekken.

Wat verder op een terrasje bestellen we een koffie. Wat we geserveerd krijgen is een te zoete donkere drank welke niet naar koffie smaakt, in het begin wel nog te drinken is, maar dan toch niet tot op de bodem. Dan maar onvoldaan weer verder. Net om de bocht zien we een groot meer, dat op vele plaatsen eerder het aspect heeft van een lagune: de Laguna de Cuitzeo. Grote donkere bergen omzomen het meer, en geven het water een donkere aanblik. Een lange smalle weg loopt er dwars doorheen. De smalle motor laat mij toe om hier even halt te houden voor enkele mooie snapshots.

 

 

Even later komen we dan weer op een autosnelweg terecht, maar de kassa’s van de péaje bezet is door braaf betogende jongeren, die ons laten passeren zonder te moeten betalen. Het levert ons een rustige rit op voor de volgende 70 kilometer. Een kilometer zijwaarts van ons is het vreselijk aan het regenen. Daar zijn we mooi aan ontsnapt!

 

 

We verlaten de snelweg en rijden doorheen redelijk dicht bevolkt gebied waar veel aan landbouw wordt gedaan. Dan wordt de begroeiing dichter, en doet wat denken aan de brousse. Dit zijn in feite nevelwouden: op grote hoogte, half in de wolken, en veel regen. Tussen de bomen door zijn vele plastieken serres waar delicate gewassen geteeld worden, zoals bijvoorbeeld aardbeien. Dit is dan ook zeer arbeidsintensief, en er heerst dan ook een bedrijvigheid van jewelste. Midden tussen de serres bevinden zich scholen en kinderdagverblijven. Oude volkswagenbusjes (de bolhoedjes, jawel) rijden hier af en aan. Ze dragen allen vele opschriften waaronder het woord ‘collectivo’.

 

Onder politie begeleiding (er rijdt net een politiewagen voor ons) rijden we drie km de berg op naar de ruïnes van Zitacuaro. De klim naar boven is de moeite waard, want naast de mooi bewaarde piramides is er ook nog het prachtige uitzicht over de omgeving.

 

 

Het is hier net heel erg zonnig zodat het uitzicht niet belemmerd wordt door wolken, regen, of nevel. De vier politiemannen zijn ook naar boven gekomen, in volle bewapening, met zware mitraillettes. We hebben hier als het ware een strenge escorte. Ze vinden het zelf blijkbaar ook leuk om even de hoge piramides volledig te beklimmen. Ik volg hen tot helemaal boven en ben bekaf. Mijn hoogtemeter toont 2300 meter aan.

 

 

Na het genieten van het uitzicht en eht unieke moment op deze magische plek, gaat het weer heel voorzichtig en gecontreerd naar benden langs de erg steile trappen van de piramide. De treden zijn minder dan 15cm breed, maar wel 25cm hoog. Eén misstap…

 

 

De politiewagen volgt ons dan op afstand weer naar beneden, maar blijft dan achter. Even verder moeten we de regenpakken weer aan, want het begint te regenen, voor ons voor het eerst vandaag. Dan volgt een zware rit van 100km door lastige dorpjes, kronkelende wegen, over vurte verkeersdrempels, doorheen een zware zwoele lucht, om dan nog eens bijna tien kilometer te ploeteren door een heel druk stadje, met steile hellingen, in een lange file, en dan uiteindelijk aan te komen in het mooie Hotel Santa Rosa.

 

Het internet is echter beperkt. Dus wat problemen met doorzenden van de blog.

 

Dag 29 (donderdag 7 september 2017):

Valle de Bravo MEX > Izúcar de Matamoros MEX 385km 7u

Overnachting in Izúcar de Matamoros Hotel Quinta San Miguel

 

Vijf voor vijf word ik wakker. Mijn nacht is voorbij. Snel mijn wekker uitzetten, want die gaat anders af binnen enkele minuten. De plicht, euh…, de blog roept. Maar het bloggen versnelt de tijd, en voor ik het weet is het kwart vóór zeven. Mijzelf klaarmaken en de bagage bijeenrapen is een automatisme geworden. Een belangrijke zorg is niets vergeten en achterlaten in het hotel. Weerkeren is bijna geen optie.

 

Om halfacht ga ik de motor reeds wat beladen, en ondertussen eten. Het restaurant van dit hotel is vermoedelijk het stamcafé van de politie, want ze komen hier met tientallen aan om nog wat te eten en ondertussen het werk te verdelen? Bij het laden van de motor ontglipt mij mijn rugzak, met daarin mijn laptopke. Grote schade: het scherm is in duizenden stukjes gebarsten, en de behuizing is er ook aan.

Wonderwel functioneert het toestel nog, inclusief het aanraakscherm, niettegenstaande alle barstjes. Ik zal op zoek moeten naar een nieuwe pc.

 

Vandaag zijn Leo en Ellie en ik niet de laatsten om te vertrekken. Een vlotte rustige weg voert ons naar Toluca. Het is daar zo druk dat we de archeologische site overslaan, want erheen rijden zou reeds snel een uur in beslag nemen. Even na het uitrijden van Toluca worden we een eindje gevolgd door de politie. Plots doen ze ons stoppen. Een joviale politieman komt bij ons en vraagt waar we heen gaan. Ellie is ondertussen afgestapt en vraagt: “Is er een probleem?”. Ook ik heb mijn helm afgenomen en vraag of hij de papieren nodig heeft. Ik graai al naar mijn binnenzak, maar hij zegt dat hij die niet nodig heeft. Ik spreek hem aan in mijn slechtste Spaans en zeg dat ik maar een beetje Spaans spreek. Hij zegt dat we meerdere inbreuken gepleegd hebben. Ik ga daar niet op in en kom terug op zijn eerste vraag, waar we heen gingen. Ik zeg dat we op reis zijn, en met hoeveel personen, en hoeveel moto’s, en van waar we komen, en naar waar we gaan. Hij hapt toe en vraagt waar de anderen zijn. Ik doe voort en zeg dat we in kleine groepjes rijden, omdat dat veiliger is in het verkeer. Plots haalt hij zijn smartphone boven en toont ons het uur. “Het is verboden om hier op dit uur te rijden.” Hij spreekt over een ‘ticket’ (een boete dus). Ik stel dan voor om mijn papieren uit te halen, maar dat wil hij niet. (Hij is geïnteresseerd in de papiertjes in mijn portefeuille). Uiteindelijk zeg ik dat ik het niet goed begrijp, maar dat ik wel even mee wil gaan naar het bureau, omdat daar misschien wel iemand is die het kan vertalen. Het woordje ‘bureau’ moet hem wat doen schrikken, want hij toont ons onmiddellijk de weg langs waar we moeten rijden om tot aan de archeologische site te raken, en wenst ons een goede reis toe? Ik schud hem nog de hand, en hij loopt met dat lege hand terug naar zijn auto.

 

Dan maar verder op een weg die dwars door de Laguna de Lerma aangelegd is.

 

Dan gaat het de nevelwouden in en naar omhoog. We rijden door de nevel heen en komen er zelfs als het ware bovenuit. Maar ik voel een probleem op mij afkomen. Mijn motor doet het weer niet goed, en ditmaal is min benzinetank goed gevuld. Zelfs terugschakelen geeft niet het waar we slechts een glimp van opvangen omdat we er per ongeluk voorbij waren, en de mooie weg door het woud een beetje te druk was om nog veilig te keren. Plots valt hij !  Mijne frank wel te verstaan ! We zitten hier op grote hoogte en mijn Transalpje heeft wat zuurstoftekort op deze hoogte.

 

 

Aan de kassa van de cuota gaat het even mis. De koffers van onze beide motoren geven elkaar een vluchtige kus. Ik voel het nauwelijks, maar Leo verliest er zijn evenwicht door en zijn motor kantelt om. Het is gelukkig een GS zoals de mijne thuis: valbeugels en stevige koffers vangen de klap op, en beiden komen er met de schrik van af. Misschien zullen ze er morgen wel een pijntje hier of daar aan overhouden. Er is aan de koffers niets te zien van die zoenpartij behalve een millimeterdeukje in mijn fluosticker. We moeten er voor zorgen dat onze motoren in het vervolg niet meer proberen te flirten. Afstand houden!

 

Tepoztlan is een drukte van jewelste, en de steile nauwe straatjes met platte kasseien brengen ons bijna bij de eindbestemming, maar net niet, want dat laatste steile stuk lijkt mij net iets te veel. We maken rechtsomkeer, en gaan op aanwijzen van een agent de motoren parkeren op het erf van een huis. We moeten achteraf maar betalen. Daar zijn we mooi vanaf, en we vatten de klim aan naar boven, waar een oud klooster hoog tegen de berg aan in gebouwd. De hele bergwand is bedekt door zompig tropisch regenwoud. Na dat vochtige klimwerk dan toch even verpozen op een mooi terrasje te midden van de wilde begroeiing.

 

 

Lekkere koffie, bij mij met een bolletje ijs erbij, en voor Ellie en Leo elk een grote soort koek. Dan weer de motoren ophalen, en weer door dat drukke stadje trachten weg te rijden. Maar dat loopt niet van een leien dakje: er is een hele file voor ons, waar we ons langsheen wurmen tot we zien dat een begrafenisstoet, met vooraan een witte kist en veel wierook, de ganse breedte van de weg inneemt. Daar kan niemand doorheen! We hebben geluk, want na een tiental minuten slaat de stoet linksaf en kunnen wij rechtdoor verder. (Rob en Joke hebben vandaag drie kwartier achter zo een stoet gezeten.)

 

We nemen de autoweg voor de laatste etappe naar ons hotel? Een mooie weg, een vlotte verbinding, en nog geen drie uur in de namiddag. En weer slaat het noodlot toe: een enorme file door een ongeval vele kilometers verder. iedereen moet rechtsomkeer waken, en we gaan terug naar Tepoztlan. Bij het terugkeren komen we Dafne en de bende van Bert tegen, die ons prompt volgen. Overal is er geharrewar, want een alternatief is niet snel gevonden. Mario Ramirez, een jonge architect op een motor doet zijn best om iets voor te stellen, maar ook hij kent de streek onvoldoende. Ondertussen speelt een oude man naast ons op zijn gitaar. Dafne en Ellie beginnen waarachtig te dansen.

 

 

We raken aan de praat en hij vertelt dat hij 83 is: Fernando Diaz Sanchez. België weet hij niet liggen, maar Frankrijk en Europa wel. Ik vertel dat mijn vader Roberto morgen 86 wordt, en hij draagt op mijn vraag een mooi liedje op aan mijn vader onder begeleiding van zijn gitaar.

 

http://www.mediring.be/america/VoorPapa.mp4

 

Uiteindelijk vertrekken we toch langs een kleinere weg. Dit gaat vlot tot we in een hevig onweer terechtkomen, niet snel genoeg de regenpakken aankrijgen en zodoende kletsnat onder het regenpak in het hotel in Izucar de Matamores. aankomen. Het hotel is nog in aanbouw of renovatie, en heeft zelf ook al te kampen met wateroverlast en binnen regenen. Maar de motoren staan uit de regen onder de gaanderijen en drogen snel op.

 

De avondmaaltijd nemen we in het taco-restaurantje om de hoek: zeer sober maar voldoende.

 

Net vóór middernacht, terwijl ik nog aan de blog schrijf voel ik mijn hart in mijn borstkas wat harder bonzen. Ik voel aan mijn pols; niets abnormaals. Eigenaardig. Dan begin ik naar links en rechts te wiegen, het ganse bed gaat over en weer, het ganse gebouw beweegt. Een aardbeving! Ik slaap gelukkig nog niet, steek mijn voeten los in de schoenen en loop onmiddellijk naar buiten. Maar het beven is voorbij. Een vogeltje zit totaal verschrikt onder één van de motoren, tientallen honden huilen en janken door de nacht; auto-alarmen zijn massaal aangeslagen. Enkele andere reisgenoten zijn ondertussen ook naar buiten gekomen. Nergens blijkt zichtbare schade, maar het is dan ook nacht. Misschien zijn ze dit hier gewend, met al die vulkanen in de buurt. We horen het morgen wel, en keren terug naar onze kamer, toch sterk onder de indruk van hetgeen zonet gebeurde. Het eerste wat ik doe is mijn bagage klaarmaken voor een snelle en zo volledig mogelijke evacuatie moest het voorval zich herhalen.

Ik val vlot weer in slaap.

 

Dag 30 (vrijdag 8 september 2017):

Izúcar de Matamoros MEX > Oaxaca MEX 320km 6u

Overnachten in Oaxaca Hotel Oaxaca Real.

 

Ik word om kwart voor zes wakker en steek het licht aan. De grote ventilator hangt nog steeds aan het plafond en begint te draaien alsof niks gebeurd is deze nacht. Eerst de douchekraan gaan opendraaien. Gisteravond had ik geen warm water. Ik ga nu en dan kijken of het warme water al tot mijn kamer geraakt is. Na een kwartiertje kan ik gaan douchen.

Straks verlaten we deze streek, waar we toch op heel korte tijd uitbarstingen van bijzondere gebeurtenissen mochten meemaken, eventjes spannend op het moment zelf, maar toch telkens met goede afloop, en toch zo leerrijk.

 

Vandaag is mijn papa jarig. Hij is 86 jaar geworden. Gisteren ontmoette ik de 85-jarige Fernando Diaz Sanchez. Ik droeg hem op om een lied voor mijn vader te zingen, wat hij prompt deed. De opname hiervan heeft mijn papa nog te goed. Het zal misschien herinneringen bij hem oproepen aan de tijd dat hij hier in Mexico 65 jaar terug in 1952 als 21-jarige aanmeerde. Ik dank natuurlijk het leven aan hem, maar hij gaf mij reeds zestig jaar terug een enorm voorschot op zijn erfenis: een onstilbare dorst om telkens nieuwe stapjes in deze wereld te zetten, zij het dat we wel enkele andere klemtonen leggen. Ik ben met dit voorschot op mijn erfdeel tot nu toe zuinig geweest, maar nu ik zestig jaar geworden ben, ben ik beginnen brassen.

Het ontbijt vindt plaats op de patio, onder de overdekte gaanderij, tussen de motoren. De papaya kan mij niet bekoren, maar de warme maaltijd met vlees, bonen en versneden tortilla’s is best wel lekker. We bespreken de aardbeving en maken afspraken om alles goed op te volgen en het veilig te houden.

 

Het is bijna 9u30 wanneer Leo, Ellie en ik als laatsten vertrekken. De afstand is niet zo groot en we gaan wat minder bezoeken, omdat we niet weten wat te verwachten in Oaxaca, wat toch iets dichter ligt bij de aardbeving.

 

 

De rit verloopt rustig, langsheen mooie landschappen. Het is hier erg groen, er zijn veel bomen en struiken, maar niet erg hoog. Berg en dal wisselen elkaar eindeloos af in snel tempo. We raken wel wat verder af van Mexico City, en de bevolkingsdichtheid neemt duidelijk af. Even voor twaalf uur een kleine stop voor een koffie en ‘fresas à la crema’. Het is hier blijkbaar aardbeienseizoen. De bende van Bert doet het vandaag blijkbaar ook wat kalmer aan; we steken elkaar enkele keren voorbij.

 

 

In het klein dorpje Yanhuitlan staat een enorme mooi gerestaureerde kerk met klooster. Het ontstaan van het klooster gaat terug tot 1529. Dat was amper 37 jaar na de ontdekking van Amerika door Colombus. Er zijn geen paters of nonnen meer. Door de te perfecte restauratie is de ziel er grotendeels uit, zij het dat er wel een formidabel groot en mooi retabel te zien is, en een hele reeks kruisbeelden.

 

De laatste 100 kilometer gaan vlot. Even is er oponthoud: een auto en een minibusje zijn gebotst en beide uitgebrand. Een aantal lichamen liggen op de grond te wachten om afgevoerd te worden. De ambulance en politie zijn druk bezig.

 

We dachten deze dag droog te kunnen afsluiten, maar op het einde begint het toch weer eens te gieten, maar gelukkig van korte duur, zodat we toch zo goed als droog aankomen in het hotel. Hier is niets van de ‘seismo’ te zien. We bevinden ons pal in het mooie oude centrum en blijven hier twee nachten. Dat betekent even rust voor de moto’s.

 

Ik ga met Dafne op stap om een nieuwe PC te kopen. Het wordt een mooie Dell met touchscreen. Er is slecht internet in hotel. Whatsapp werkt niet, de rest wel. Daardoor kunnen we elkaar iets moeilijker bereiken. Toch slagen we er in om met achten een terrasje naast de kathedraal te bereiken, en daar samen te eten.

 

Nog wat was en plas, en dan: RUST.

 

Dag 31 (zaterdag 9 september 2017):

Rustdag Oaxaca

 

Rustige nacht en zacht ontwaken. Ik steek de ventilator in de kamer aan om mijn kleren zo snel mogelijk gedroogd te krijgen. Dus dan ook maar een truitje aan. Vandaag moet ik één en ander reorganiseren, en toch nog deze mooie stad bezoeken, dus de blog ligt even stil.

 

Nu klaarmaken en ontbijten. Ik kom even voor achten aan in de ontbijtzaal. Ik ben de eerste van ons gezelschap: Even later zijn Leo en Ellie er ook, gevolgd door Rob en Joke. Het ontbijt is in orde. Alles wat je kan verwachten in een hotel voor internationaal publiek. We spreken af: om elf uur staat eenieder die meewil naar Monte Alban klaar aan de receptie:

 

Om elf uur zijn we met drie om de tocht van net geen vier kilometer aan te vatten naar de andere kant van de stad, bergopwaarts, tot boven op de Witte Berg. We verlaten dra de mooie binnenstad en passeren langs de minder mooie wijken van de stad. Je hoeft je op zo een wandeling echter niet te vervelen. Het vergt heel wat concentratie om tegelijkertijd het andere gezicht van de wereld, van deze stad, van de samenleving te observeren, en toch niet te struikelen, of in een plas, modder, of een hondendrol te sukkelen.

 

Aan de voet van de Monte Alban begint een soort favella. Nog wat meer rommel, modder, plassen en honden. Een rustige vreemde hond wordt algauw door een bende locals al blaffend en grommend weggejaagd. Maar de mensen onderweg wijzen ons spontaan en vriendelijk de weg. In het kleine zaakje van auto-onderdelen van Sergio Antonio Avendano koop ik een nieuwe reservelamp voor mijn moto. Hij heeft er ook van 100 Watt, maar raadt af om die te gebruiken: die worden te warm. Vanavond zoekt hij mijn blog op.

 

 

De weg wordt smaller, en gevaarlijk om er als voetganger gebruik van te maken. Een bromfietser raadt aan om de bus te nemen, want het is vanaf hier nog 16km (of zei hij 6km?). Maar komt daar nu net geen lege Tuktuk aan? We wurmen ons op het smalle achterbankje, en de chauffeur Miguel Angelo voert ons behouden tot de ingang van de archeologische site.

 

 

De rit was een hele beleving, zelfs voor ons die al meer dan een maand langs dergelijke wegen snelheden halen van drie à vier maal zo hoog.

 

 

Bij het binnentreden van de site kan Leo moeilijk geloven dat hier in de bloeitijd van de Zolteken wel tot 20.000 mensen woonden. Maar wanneer we via de hoge treden over de omwalling raken, en uitzicht krijgen over de uitgestrektheid van deze site, is dit geen voorwerp meer van discussie.  Een enorme vlakte omzoomd met vele hoge piramidevormige gebouwen. Stel je hierbij nog eens voor dat reeds heel wat ervan afgetopt zijn, en dat er vroeger mogelijk nog houten constructies bovenop stonden, dan ben je wel even stil… De Zolteken hadden hier hun bloeitijd tussen 500 vòòr en 800 Christus. Tegelijkertijd met, maar veel langer dan de Romeinen.

 

 

We bezoeken vervolgens het museum, waar ook een terrasje, een koffie en een sandwich bijdragen tot het algemeen welbevinden op deze uitstap.

 

Terug naar beneden, naar de voet van de berg, met een echte taxi, zij het toch ook maar een stekkendoosje. En dan nog een stuk te voet door de oude stad, met onderweg bezoek aan de Nuestra Señora de la Soledad, waarvan de opvallend rood met witte koepel ons reeds bij het doorgaan opgevallen was. We bereiken het hotel, en na een korte pauze trek ik opnieuw de oude stad in: bruisend, vibrerend, oud en jong, opvallend kleurrijk, energiek, creatief.

 

 

Deze sfeer en dit gevoel van betoverende en opwekkende bedwelming heb ik op vorige reizen zelden zo intensief ervaren: elke hoek van een straat die ik omloop, elk buitenkomen uit een gebouw, levert mij iets zodanig opvallends op, dat ik steeds opnieuw aangezogen wordt om het van dichter te gaan bekijken. Een kerkje, een winkel, een kunstgalerij, een patio…

 

 

De muziekkapel van het leger, een processie, opvallend geklede straatverkopers. In de kathedraal zijn de helft van de vele zijkapelletjes ingenomen voor kleine bijeenkomsten, de meeste ervan met jonge kinderen, die misschien weldra voor het eerst ter communie zullen gaan?

 

 

Ik blijf  erover waken om niet al te ver van het hotel af te dwalen, en zet uiteindelijk toch een punt achter het stadsbezoek. We gaan bij de Mexicaan eten en nadien trek ik mij terug in mijn kwartieren.

 

Dag 32 (zondag 10 september 2017):

Oaxaca MEX > Huixtla MEX 640km 9u

Overnachting in Huixtla Hotel Jardin Real

 

Ik ben reeds om vier uur weer wakker, ruim twee uur voor mijn wekker zal aflopen. Die wekker zet ik maar voor de veiligheid. Ik heb hem zelden echt nodig. Om vijf uur sta ik op.

 

Het is zondag, en het ontbijt kan dan wel vanaf 7 uur, er is wel een probleem met de bevoorrading. geen eieren, geen yoghurt, geen kaas. Maar, laten we niet moeilijk doen, uiteindelijk wordt toch de yoghurt bijgevuld en kan ik een gezond ontbijtje samenstellen met fruit, muesli en yoghurt.

 

Het is droog buiten, maar zwaar bewolkt. Dit houdt de temperatuur voorlopig rond de 20 graden. We rijden eerst nog door een lange vallei.

 

 

Veel bezoeken is er niet bij, want er wachten vandaag veel kilometers, en omdat we langsheen het rampgebied passeren weten we niet wat te verwachten. Vervelen doen we ons niet. Algauw gaat de weg hoger de bergen in, gevolgd door een heel lange bochtige afdaling van wel honderd kilometer. De streek is prachtig. We zien hier weer heel wat hoge cactussen. We gaan nu eigenlijk over van het hooggebergte schommelend rond 2000m, waar we de afgelopen week verbleven hebben, naar de heuvelachtige vlakte op amper 100 meter boven de zeespiegel, die vanaf de zee honderd kilometer landinwaarts gaat. Hier in de buurt was het epicentrum van de aardbeving, maar we merken er helemaal niets van. Wat we wel merken is dat de temperatuur opgelopen is tot 30 graden. Er valt nu en dan een buitje, afgewisseld met zonnige periodes. Dat betekent voortdurend regenkledij aan en uit. Bij een tussenstop ontmoeten we Dean, een Australiër, op reis met een nieuwe Kawasaki KLR650. Hij vertrok in Montreal, en reist op zijn eentje ook naar Vuurland.

 

Wat verder weer zien we het landschap overgaan in tropisch oerwoud, en dat zullen we geweten hebben, want vanaf hier begint het continu te regen, hetgeen niet meer zal stoppen voor we het hotel bereiken. We blijven met de ganse groep nog even schuilen in een benzinestation.

 

 

We knopen een gesprek aan met Virgilio Montez en Juan Toledo. Juan spreekt een klein beetje Engels, want hij woonde een jaar in Florida. We zetten de reis dan toch verder door de regen, want het wordt hier vroeg donker. Even verder zien we daar ineens op de pechstrook een moto stil staan in de gietende regen. We zijn er direct voorbij en kunnen niet terug om te horen of er een probleem was. Het was vermoedelijk de Australiër op de KLR.

 

Omstreeks zes uur belanden we dan bijna allemaal tegelijkertijd in het hotel in Huixtla. Alles is aan de buitenkant druipend nat, dus het wordt wat organiseren in de slaapkamer zodat wat droog is droog blijft. Eerst douchen en andere kleren aan, en dan de airco op vollen bak, en dan op naar het restaurant, waar ik aan de blog begin terwijl ik op de anderen wacht. Johan komt naast mij zitten met een frisse jonge kop. Hij is gisteren bij de kapper geweest. Dafne vertelt dat ze onderweg een naschok gevoeld heeft. We bestellen allen iets te eten, en laten het ons smaken op onze laatste avond in Mexico. Morgen wacht Guatemala.

 

Dag 33 (maandag 11 september 2017):

Huixtla MEX > Atitlan GUA 270km 6u

Overnachting in Panajachel Hotel Atitlan.

 

Ik heb deze nacht zeer goed geslapen. Lekker zachte matras. Ik whatsapp even met Christien. Ze vraagt of ik het wel zal uithouden, nog drie maanden lang. Ik antwoord dat dat wel zal lukken. Natuurlijk zijn er moeilijke momenten door de omstandigheden ter plaatse. Maar die wegen niet op tegen de beleving van het moment, wat een heel stuk meer is dan alleen maar leven. Ik beleef hier iets uniek wat niet meer zal weerkeren, terwijl daar thuis al het vertrouwde op mij wacht, en terug ter beschikking is bij mijn thuiskomst.

 

Het ontbijt is lekker: ‘huevo con jamon y queso’, gefrituurde platanas, bonensaus en tostadas.

 

Het is mooi weer, reeds ruim boven de twintig graden. We bevinden ons hier slechts 50 meter boven de zeespiegel. We vertrekken in groep naar de Banjercito, waar we onze borg voor de motor moeten terugkrijgen. Deze is gelegen op 70 kilometer van de grens, dicht bij ons hotel. Daar aangekomen is er reeds een probleem! De Banjercito is alweer verhuisd, ditmaal naar de grens zelf. We mogen echter niet verder vooraleer al onze papieren en chassisnummers van de motoren gecontroleerd zijn. De bevallige vrouwelijke beambte snapt zelf ook wel de totale zinloosheid hiervan, en gaat er, vriendelijk en begripvol, nogal snel en losjes over heen.

 

Nu op naar de grens zelf. Even vóór de grens lijken we te moeten aanschuiven achter de file auto´s die hier blijkbaar ook staat te wachten om Guatemala binnen te mogen. Maar wij zijn motards, en ‘Noblesse Oblige’, dus steken wij de file voorbij, en maar rijden, en maar rijden, die file is kilometers lang. Net voor de grens zelf is er een gereserveerde parking, waar we de motoren parkeren. Enkele pseudo-officials, rondbuikig, met allen dezelfde outfit, jeansbroek en rode T-shirt, bespringen ons als het ware om ons te ‘helpen’. We negeren ze en hebben met de hulp van de èchte aduana’s algauw de procedure achter de rug om de motoren uit te klaren, althans dat denken we. De vriendelijke beambte moet nog wel controleren of het de juiste motoren zijn die op die papieren staan. Hij doet hier zeker een uur over, en bewijst hiermee dat zijn dagloon zuur verdiend is en dat hij hier onmisbaar is, hoewel hier slechts 8 moto´s op een dag passeren. Het parkingetje is een doorgang voor TukTuk’s, welke mensen, dieren en goederen vlot over en weer over de grens brengen. Van een echte controle is hier quasi geen sprake, tenzij verborgen camera´s gebruik maken van gezichtsherkenning. Op de parking staat ook een winkeltje en een kippenspit, waar de gepluimde kippen in ‘grand écart’ op en neer dansen, opgesloten in het kooitje dat telkens opnieuw langs de likkende vlammen passeert.

 

 

Ondertussen zwermen de rode bloesjes maar als stalvliegen rondom ons tot ze door een echte douanier met een klein gebaar weggejaagd worden. Ook onze paspoorten worden vlot uitgestempeld, en we mogen nu naar Guatemala.

 

Afbeeldingsresultaat voor aduana el carmen

 

Als we al dachten dat de grens in Mexico gelijk Watervliet Kermis was, dan is de grenspost van Guatemala gelijk Eeklo Jaarmarkt. Diezelfde rode bloesjes staan alweer rond de motoren. Rondom ons winkeltjes en een massa menselijke mieren. De immigratie gaat vlot. We vullen een papiertje in, laten een stempeltje zetten in ons paspoort, en kunnen dan 100 meter verder rijden naar de eigenlijke douane, waar een bevallige jonge douanebeambte de motoren komt controleren. Ze doet dit snel en efficiënt, maar het papierwerk dat daarop volgt duurt uren: Gedurende die tijd is ze enkel met ons bezig. Wij kijken onze ogen uit. Wat hier allemaal passeert hou je niet voor mogelijk.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Enerzijds heb je de mensen te voet, de sjouwertjes, die enorme pakken op hun rug en hoofd de grens over dragen, zij het een vracht WC-papier of Coca Cola, zoveel ze maar kunnen dragen, al wiebelend op hun korte beentjes, en laverend tussen de de auto´s en de andere menselijke mieren. En dan de autowrakken. Dat wordt hier allemaal wel opgelapt tot iets wat rijdt. Nu en dan komt ook een gele Amerikaanse schoolbus over: die wordt hier herschilderd, beladen met chroom, en begint alzo een tweede leven als ‘Chicken Bus’. Aan voedsel voor de lunch ook geen gebrek, wandelende restaurantjes genoeg. Street Food.

Gelukkig staan we hier onder dak, want omstreeks 13-14 uur breekt hier een enorm onweer uit. Riolen zijn er hier nauwelijks, dus loopt het water centimeters hoog door de goot langsheen de motoren.

 

Even vóór drieën zijn alle papieren in orde, trekken we de regenpakken aan en zetten aan. Tropische regen, druk verkeer, wolken, maar gelukkig meestal redelijk goede, en soms zelfs perfecte wegen. De weg is continu kronkelend, en meestal stijgend, hier en daar zelfs tot meer dan drieduizend meter, wat ik telkens merk wanneer mijn Transalpje kreunend buiten adem raakt. We rijden hier niet meer in een grote groep, ik rij samen met Leo en Ellie; we zijn de laatste week steeds beter op elkaar ingespeeld geraakt. We rijden op veilige afstand achter de auto´s aan, maar het geraakt niet vooruit omwille van de drukte op deze weg. Ik reken uit dat we aan dit slakkengangetje niet ruim vóór donker in het hotel aan het meer van Atitlan kunnen raken, en stel voor om een hotelletje te zoeken, wat Ellie en Leo nu ook net in gedachten hadden. Het is ook koud, slechts 12 graden, en Leo is doorweekt tot op de borst. Bij mij zijn heel wat andere lichaamsdelen nat, maar die kunnen wel wat kou verdragen. Acht kilometer verder, ruim vóór zes uur, loodst TomTom mij dan de droge parkeergarage van Hotel Venezia in Ostuncalco binnen, gelegen op een hoogte van bijna 2500 meter.

 

 

Een klein vriendelijk mannetje aan de balie geeft ons het heuglijk nieuws dat we hier kunnen overnachten voor ongeveer 10 Euro per persoon. Terwijl Ellie en Leo Quetzals gaan tanken in het nabijgelegen supermarktje, heb ik een keuveltje met het baasje en de vriendelijke ´mama’. Ik SMS ook naar Dafne, Rob en Fons dat wij deze nacht niet in het voorziene hotel zullen overnachten. Kort daarna is alles reeds betaald, en betrekken we de eenvoudige, maar toch comfortabele kamertjes. Ik leg mijn oordoppen alvast klaar op het nachttafeltje, want het is alsof mijn bed midden op de straat staat.

 

Om 19u gaan we op stap om te gaan eten. Mijn Petzl-lamp bewijst haar diensten om te zien en gezien te worden. 50 meter verder is een mooi nieuw sober restaurantje. Dat is veel gezegd. er zijn geen andere klanten, en de uitbaters zitten er met hun kinderen TV te kijken. We kunnen er wel blijven eten: De jonge ´mama´ vraagt of we tevreden zijn met kip en papas (aardappelen).  Ze verdwijnt op straat en komt even later met een gans pakket dat ze haalde bij de afhaal-Guatemalteek: een ganse gebraden kip, reeds versneden, een enorme portie aardappeltjes in de schil, en een fles Seven-Up van wel vier liter.

 

 

Een klein meisje van drie komt ons eerst begluren, en daarna haar kunstjes opvoeren, op haar schoentjes die flikkeren van zodra ze er voldoende de pas inzet.

 

 

Alles smaakt. We raken zelfs op internet en kunnen nog gauw enkele berichtjes verzenden, maar van de rest van on reisgezelschap krijgen we geen teken van leven, hoewel het ondertussen toch al 20u30 is en al een hele poos stikke-stikkedonker.

 

 

Om 9u kruip ik onder de lakens, warm aangekleed, want het is hier slecht 14 graden. De oordoppen doen hun werk, en ik val onmiddellijk in een onrustige slaap. Om 10u word ik wakker en kijk op mijn GSM of de anderen nog geen teken van leven gegeven hebben. Bingo! Ze zijn allen behouden, zij het heel laat, om 9u30 aangekomen. Ik zal morgen hun min of meer heroïsche wedervaren wel vernemen. Ik val dan eindelijk in een rustige diepe slaap.