Diary of a travelin biker  -  Diario de un motociclista de viaje

Alaska - Vuurland : COLOMBIA

 

Dag 48 dinsdag 26 september 2017:

Panama City PAN > Carti PAN 140km

Overnachten op de Stahlratte

Vanaf hier hebben mijn lezers of volgers enkele dagen radiostilte moeten doorstaan. Moderne communicatiemiddelen waren wel aan boord maar niet binnen mijn bereik. Ik heb echter niet stil gezeten, en ondertussen off-line naarstig verder gewerkt.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/zeilreis.jpg

 

De Stahlratte is een in Alphen aan de Rijn gebouwde zeilkotter voor de visserij.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Later opgekocht door een Duitse stichting ter behoud van deze kotter, waarin later een motor is gebouwd, maar de zeilen zijn ook nog intact.

De boot wordt gerund door vrijwilligers en uit de opbrengst worden de kosten van onderhoud betaald

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/zeilreis2.jpg

 

En hier volgt dan het relaas, met vertraging, vanuit Cartagena in Colombia!

...

(Dinsdag 26 september)

Het restaurant heeft voor ons gisteravond een lunchpakketje samengesteld. Een sandwich met ham en kaas, en wat fruit. In feite niets om naar huis over te schrijven, maar het vult wel een beetje de maag en de blog.

Vertrek om 7 uur. Aanvankelijk lijkt alles vlot te gaan, maar we komen diverse malen in een file terecht. Het regent nu en dan een beetje. Na een dertig kilometer doorheen vervuilde achterbuurten is de echte drukte voorbij en rijden we oostwaarts onze bestemming tegemoet doorheen hoofdzakelijk licht bewoond jungle landschap.

Na een paar uur slaan we af naar het Noorden. Hier begint een heel mooie maar erg lastige weg: smal, kronkelend, snel stijgend en dalend, heel erg steil, vol putten, hier en daar grint, snel rijdende tegenliggers. Twintig kilometer vóór onze eindbestemming is er nog een politiecontrole. Tegelijkertijd wordt hier een taks geïnd voor het betreden van het Kuna-gebied. De Kuna´s zijn de oorspronkelijke bewoners van dit gebied, lang voor de Spanjaarden hier voet aan wal zetten. De Kuna's vragen deze bijdrage om hun gebied en hun levenswijze intact te kunnen houden. Ze hebben binnen Panama een zekere mate van autonomie. Tegelijkertijd runnen ze hier toch een soort toeristische industrie, waarbij verblijf wordt aangeboden in een soort huttenhotelletjes op de vele eilandjes van de San Blas Archipel. Ook voorzien ze de vele plezierbootjes die hier passeren van proviand, drank, vis, en hulp.

 

 

Dan bereiken we de kust en zien strand en water. Links ligt de pier, waar de meeste andere motoren reeds staan te wachten om aan boord gehesen te worden. De Stahlratte ligt echter nog voor anker zo'n vijftig meter van de pier. Ik rij de pier op en zet mijn motor in de rij, gevolgd door Hans, die het rijtje afsluit. Ik haal er alle koffers af, want deze moeten apart naar de boot gebracht worden. Onze motoren worden van hijszelen voorzien om ze straks met een lier aan boord te kunnen tillen. Wijzelf worden ondertussen reeds aan boord gebracht. Het is broeierig heet in het ruim waar mijn brits is, en waar de bagage gestapeld wordt. Tijdens het omkleden moet de boot zachtjes ongemerkt de pier genaderd hebben, want ik hoor ineens zeggen dat ze mijn motor al aan boord aan het hijsen zijn. Ik ren op mijn sokken naar boven en zie mijn Transalpje net met droge voetjes kennis maken met het dek van de Stahlratte. Ik help met het vastsjorren, en blijf nog even om het ophijsen van een aantal andere motoren te filmen.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/motor_laden-1024x683.jpg

 

Alle motoren worden vastgesjord en bedekt met een zeil. We varen op de motor van het schip even verder, en gaan dan voor anker voor een mooi klein eilandje. We moeten hier wachten op onze paspoorten, die uit gestempeld worden op een ander eiland, en dan naar hier gevaren worden. Ook moeten de andere passagiers gebracht worden, die reeds gisteren boordden, en de nacht doorbrachten in een hotel op één van deze eilandjes. Wat kunnen we ondertussen anders beters doen dan even gaan zwemmen? Niks, dus zwemmen dan maar. Ik zie eerst eens even hoe het de anderen vergaat, en kies dan ook het sop. Het water is heerlijk, en het doet deugd de armen en beentjes even te kunnen uitslaan. Na het zwemmen onder de douche op het dek: gewoon een tuinslang met een sproeier op.

Ondertussen is de lunch klaargemaakt: pasta met kaas en broccoli, klaargemaakt in een pan van 50cm breed. Net wanneer wij gedaan hebben komt een bootje aan met de andere passagiers. Nu kunnen we écht vertrekken. Het grote zeil wordt gehesen, en vervolgens één voor één nog drie andere. Ondertussen hebben ook de andere passagiers plaatsgenomen aan de dis, en eten de resterende pasta op. Dean, de Australiër die we in Mexico net vóór Huixtla ontmoetten, is ook aan boord. Hij vertelt dat hij die ene namiddag in die hevige regen een elektrische panne kreeg, en de nacht moest doorbrengen in een groezelig plaatselijk hotelletje, maar dat zijn motor het na het opdrogen onmiddellijk weer goed deed. Ook Chris, de andere Australiër die ik op de grens tussen Costa Rica en Panama ontmoette, is er zoals verwacht ook bij. Nog een ander koppel, dat geen echt koppel is, hebben we ook reeds ontmoet: de jojo's, elk op een BMW 650GS. Zij is Iraanse, maar woont in Indië, hij is Indiër. Beide wonen in Mombay. Zij maken een semiprofessionele toer rond de wereld in 1 jaar. Zij gaat onderweg trouwen in Peru. Haar verloofde komt haar daar even vervoegen, waarna ze haar reis verder zet. We worden als groep verwelkomd door de kapitein en de bemanning van het schip, en dan gaat ieder zijn eigen gangetje op het schip, dat ondertussen met een mooi vaartje door de golven klieft richting Cartagena. Vandaag varen we maar een drietal uren, om dan voor anker te gaan in een mooie kleine archipel, en daar dan de nacht door te brengen.

Ik ga naar mijn brits en vang daar een uiltje zoals ik er in geen maanden een gevangen heb. Nadien ga ik terug aan dek; er is daar vooraan iets aan de gang. Een kleine kudde dolfijnen zwemt mee met het schip, of beter, ze zwemmen net voor de boeg. Ongelooflijk hoe die dieren zo een snelheid halen met zo weinig zichtbare inspanning.

De zee wordt iets ruwer, het schip rock-en-rollt wat meer. Ik hoop dat ik niet zeeziek word. Ik zit samen met kapitein Ludwig wat op de computer te werken. Een krachtige ventilator maakt de hitte draaglijk.

Dan gaat de kapitein weg, en voel ik het schip manoeuvreren, en uiteindelijk tot stilstand komen. Ik ga aan dek en zie mij omringd door enkele mooie eilandjes.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/ik_op_Stahlratte-1024x683.jpg

 

Weer gelegenheid om te gaan zwemmen, maar ditmaal laat ik mij niet verleiden. Een vissersprauw met twee mannen komt langsvaren en voert het avondmaal aan: 22kg kreeft: dat betekent 1 kreeft van 1 kilo per persoon.

Plots komt een Zodiacje langsvaren met een man in. Hij legt uit dat zijn Trimaran 100 m verder op een rif gevaren is en vastzit. En inderdaad: oostwaarts ligt een groene trimaran. Na wat overleg met onze kapitein beslist deze te gaan helpen. Ons anker wordt gelicht en we varen voorzichtig naar het rif toe. Verschillende pogingen om de boot los te trekken leveren echter geen resultaat op, en na een uur gaat de Stahlratte weer voor anker op dezelfde plaats als voordien. Het is ondertussen bijna donker geworden. De man in de Zodiac vaart dan naar een ander schip, een grote catamaran, die hem prompt in het halfduister volgt. We kunnen het niet echt zien, maar ik denk dat hij hem nog niet los gekregen heeft, en zal moeten wachten tot morgen voor een nieuwe poging.

Ondertussen heeft de bemanning niet stil gezeten in de keuken, en wordt een vismaaltijd naar het bovendek gebracht. We doen ons tegoed aan zonet nog levende verse, maar nu geroosterde vis en gekookte kreeft met rijst. We blijven hier bovendeks wat babbelen, tot enkelen naar beneden verdwijnen. Ik ga zelf nog even in de kajuit op de computer werken, terwijl de kapitein wat (voor mij?) op zijn gitaar speelt.

Rond 22u ga ik ook mijn brits opzoeken.

Video van de overtocht op de Stahlratte

 

Dag 49 woensdag 27 september 2017:

Overtocht op de Stahlratte

 

Ik word heel vaak wakker door de ventilator die continu over en weer staat te blazen in het ruim. De andere passagiers zijn echter stil. Ik hoor niemand snurken of hoesten. Om vijf uur hou ik het niet meer uit en sta stilletjes op. Ik was mij aan de douche op het dek, en ga dan naar het bovendek. Daar is de Française Catherine stilletjes een sigaretje aan het roken. Haar man John ligt wat verder licht te snurken. Ook Joke ligt in een ligzetel op het dek, maar het is te donker om te zien of ze slaapt. Een kwartiertje later staat John hoestend op en gaat ook een sigaretje roken. ´Het daghet in den Oosten'.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/Stahlratte_sunup-1024x683.jpg

 

Het zal echter nog meer dan een uur duren voor de rode gloed eerst vergezeld wordt van een gele die er bovenop ligt, en daarna verdwijnt onder het krachtige licht van de Caraïbische zon.
De geur van de koffie komt mij tegemoet vanuit de kombuis. Ik ga naar beneden om wat te helpen, maar kan enkel wat gerei naar het bovendek brengen. We eten eerst wat muesli en drinken een beetje koffie. Pas een uurtje later volgt het eigenlijke ontbijt. Het roerei met versnipperde ajuin laat ik voor de liefhebbers. Een hompje brood met wat beleg volstaat.

Het vaatwerk wordt gedaan door Chinese vrijwilligers. Alle passagiers dienden zich in te schrijven in een beurtrol. Johan en ik nemen deze vaat voor onze rekening. We maken er ons werk van: Het moet toch ééns in de maand gróndig gedaan worden?

Ondertussen voelen we dat de boot in beweging gekomen is. De kapitein gaat een nieuwe poging wagen om de trimaran los te trekken van het rif.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/trimaran-1024x683.jpg

 

Er gebeuren heel wat vergeefse pogingen, maar uiteindelijk lukt het. En dat net op tijd, want er moet gestart worden met het klaarmaken van de lunch. Het is ondertussen weer erg warm geworden, en weer laat ik mij verleiden tot een frisse zwembeurt naar het witte strandje op vijftig meter van de boot. Het hele kleine eilandje is hoogstens dertig meter breed, en staat vol kokospalmbomen. Net tegen het steile strandje liggen grote zeesterren van wel 25 cm nog geen halve meter onder het heldere wateroppervlak. Terug op de boot spoel ik mij af en laat mij verder opdrogen door zon en vooral door wind. Ik ga nog wat aan de blog werken, en voel algauw dat er straks nog wel een pelikaantje moet gevangen worden.

Het middagmaal is eenvoudig: veel sla, samen met de rijst en de kreeft van gisteravond, en een homp brood: Smakelijk. Het pelikaantje wordt algauw gevangen, maar ik word wakker door de warmte en het zweten.

Om 16u liggen we hier nog altijd voor anker. Vermoedelijk hebben we deze avond eerst nog een barbecue, en maken we een nachtelijke oversteek om dan morgenavond voor anker te gaan in de haven van Cartagena. De warmte en het nietsdoen zijn zo lastig dat ik besluit om toch nog eens opnieuw te gaan zwemmen. Net wanneer ik een rondje rond het schip gezwommen heb vertrekken enkele van de passagiers van onze boot met een klein bootje naar een nabijgelegen eilandje om daar wat souvenirs in te slaan: handwerk gemaakt door de Kuna. Na nog een zwemrondje hou ik het verblijf in het water ook alweer voor bekeken en ga mij afspoelen en laten opdrogen. Het is ondertussen wat bewolkt geworden, en ook heel wat frisser. De fransman van de trimaran komt met zijn dingy nog even langsvaren om een lang touw terug te brengen en om te bedanken, want zonder de Stahlratte had hij nu waarschijnlijk nog steeds in hele grote problemen gezeten. Hij is nu bezig om het grote gat te voorlopig te herstellen met hout en houtvijzen.
Het avondmaal bestaat uit biefstuk, aardappelen, en sla. We liggen nog steeds voor anker, maar nu wordt alles in gereedheid gebracht om de echte oversteek te wagen: zo een driehonderd kilometer in volle zee.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/Stahlratte_sundown-1024x683.jpg

 

Rond 9u vertrekt hij door de nacht. Er is een automatische piloot en radar. Nochtans is er een beurtrol van de bemanning om alles te bewaken. Waar wij slapen hebben we niet te veel last van het gebonk van de oude dieselmotor. Wel gaat het schip nu natuurlijk veel meer rock-and-rollen. Toch val ik vlot in slaap.

 

Dag 50 donderdag 28 september 2017:

Overtocht op de Stahlratte

 

Ik sta op rond 7 uur, na een slechte nacht. Wel geslapen, maar voortdurend wakker. Ik ben niet zeeziek, maar het scheelt niet veel. De vroege straffe koffie en de te lang geweekte muesli sla ik over.

Alweer zijn dolfijnen vóór de boeg van het schip aan het zwemmen. Het is leuk om ze gade te slaan. De zee is kalm.

Dan wordt het ontbijt op het bovendek gebracht. Ik neem wat thee en enkel brood met jam. Ik smeer ook nog een stukje brood met Nutella: dát was héél lang geleden. Ook een stukje oude Hollandse? Kaas kan mij bekoren. Toch beperk ik mij om mijn maag te sparen, en ik zie dat vele anderen dit ook doen. Het roerei wordt door de meesten niet aangeraakt. Dan komt er wat meer wind opzetten, en wordt de zee wat ruwer. Er verschijnen schuimkopjes op het water. De kapitein begint enkele zeilen te hijsen: het groot zeil, twee middenzeilen, en het fokzeil. Een aantal passagiers, waaronder ikzelf, helpen bij het hijsen.
Hiermee wint hij 1 extra knoop aan snelheid. We varen nu met ongeveer 16km/u. Ik breng een bezoek aan de machinekamer. Er staat een oude Deense dieselmotor te draaien. 4 cilinders, twee kleppen per cilinder, aangedreven door klepstoters, 8.8 liter. Hij haalt maximum 280 toeren per minuut, maar draait nu ongeveer 120 toeren. De koeling is door zeewater, en om het zout niet te laten kristalliseren in de leidingen mag de motor niet te warm worden. Er staat ook een krachtige elektrogenerator in de machinekamer, en er is een ontziltingsinstallatie om vers drinkbaar water te maken vanuit zeewater.
Het is gelukkig licht bewolkt vandaag, dus de zon krijgt niet teveel kans om ons groggy te slaan.

Het gadeslaan van horizon en golven gaat toch vervelen, je kunt niet lezen of computeren zonder risico dat je maag binnenste buiten keert, en ik leg mij nog een uurtje op mijn bed.

Het middageten sla ik over uit schrik om zeeziek te worden. Velen beperken zich tot een klein bordje rijst met linzen.

Het nare op en neer gedein en over en weer gerol wordt erger, en ik ga weer twee uurtjes op de brits liggen. Wanneer ik weer opsta is de zee weer rustiger.

Ik drink wat thee en eet een koekje. Gedurende een paar uur slaan we één, en later twee aalscholvers?? of genten?? gade, die jagen op vis, en lange tijd rond het schip blijven hangen. Nu en dan zien we ze in het water duiken, en nu en dan met een visje weer boven komen.

Het avondmaal bestaat uit pasta in tomatensaus met kaas. Ik eet er smaakvol van, maar beperk mij tot een half bordje. Tijdens het avondmaal hoor ik dat er wat beroering was omdat Joshua, één der passagiers, en een soort zelfverklaarde pastor, probeerde om andere passagiers te bekeren. Ik had ook even een gesprek met hem, maar religie kwam niet aan bod.

We naderen Cartagena de Indias. We zullen vermoedelijk rond 22 uur voor anker gaan in de haven, dicht bij het centrum. De zee is hier rustiger, en ik waag een succesvolle poging om wat op de computer te werken aan de blog. De ganse dag was de zee te ruw om mij hier aan te wagen. Om 22u ga ik samen met het schip voor anker, de Stahlratte in de Bahia de Cartagena, ikzelf in el Puerto de los Dulces Sueños.

 

 

Dag 51 vrijdag 29 september 2017:

Voet aan wal in Colombia. Rustdag in Cartagena de Indios.

Overnachting in Cartagena Holiday Inn Express.

 

Vandaag terug op de motor voor een weliswaar zeer korte motorrit door Cartagena in Colombia na 3 dagen radiostilte wegens de STAHLRATTE Sailing Cruise.

Mijn dag begint wel heel vroeg: om 1u ben ik klaarwakker, sta op, en ga even plaats nemen aan het tafeltje in de kombuis van de Stahlratte. Het is erg stil aan boord, en het schip beweegt nauwelijks. We liggen voor anker in de haven van Cartagena de Indias, niet ver van het oude centrum. Ik besef dat ik niet de rest van de nacht mag opblijven, anders ontwikkel ik een jetlag van jewelste. Ik leg mij terug op mijn brits en val wonderwel heel snel terug in slaap, om pas weer wakker te worden om zes uur.

Langzaam druppelt het bovendek vol met verfomfaaide koppen die opgelucht zijn dat het schip er weer zo kalm bijligt.

 

 

Zuidwaarts kijken we op de wijk Manga, en oostwaarts op de skyline van Bocagrande, de chique Miami-achtige wijk. Ik begin met een voorzichtige thee, en laat de kelk met overjaarse muesli aan mij voorbijgaan. Leo is niet te houden en laat zich een enorm bord vol scheppen, welke hij met veel smaak naar binnen werkt. Hiermee betoont hij toch eer aan de mensen in de keuken die zoveel moeite gedaan hebben om al het fruit zo mooi te versnijden. Een uurtje later volgt nog het eigenlijke ontbijt, waarbij ik mij tegoed doe aan de lekkere ananas, en brood, kaas en thee. Kapitein Ludwig heeft ook weer zijn best gedaan om een enorme pan met eieren, tomaten, en ik weet niet wat nog al op tafel te krijgen. Er wordt slechts de helft van opgegeten, wat hem de vreugdekreet ontlokt dat er tenminste nog iets overblijft voor hem, waarbij hij onmiddellijk de daad bij het woord voegt. Ik weet nu waar hij die enorme pens vandaan haalt; hij gunt de vissen enkel de échte afval!

Diegenen die zin hebben kunnen met een sloep even aan wal gebracht worden om geld af te halen in een bank. Ik ga mee en voorzie mij van Colombiaanse valuta. Het gaat dan weer snel terug naar de sloep en naar de boot. Aan dit tripje heb ik dus niets opwindends beleefd.

De scheepsmotor wordt in gang gestoken en we varen nog een uurtje naar de kade waar de motoren zullen aan wal gebracht worden. Ondertussen pakken we onze  spullen bij elkaar en verzamelen alles aan dek. Het lossen van de motoren gaat vlot. Hier en daar blijkt een motor wel enige averij het hebben opgelopen tijdens de overtocht. Ook mijn Trannie heeft een schaafwonde opgelopen aan het kuipruitje door het schuren van een touw. Geen erg, er zullen er nog wel volgen. Bij Dafne is een knipperlicht afgebroken, en dat zal wel best zo snel mogelijk hersteld worden.

 

 

We rijden vervolgens in ganzenstoet naar de douane, om de tijdelijke import te regelen. Dit gaat zonder moeite, behalve natuurlijk het langdurig wachten bij een temperatuur van ruim boven de dertig graden. De nieuwe groep Zuid-Amerika-reizigers komen ons hier even vervoegen. Mark, Udo, Tiny, Alfons en Rob, de man van Dafne. Om halftwee rijden we naar het hotel, maar daar duurt het nog tot kwart vóór drie vooraleer ik als laatste een kamer toegewezen krijg en mij eindelijk weer eens deftig toonbaar kan maken.

Alweer geen internettoegang op mijn smartphone, maar MacDonald rechtover het hotel brengt redding, samen met een ijsje en daarna nog een koffie. Ik kan nu drie dagen whatsapp inhalen, en laten weten dat de haaien mij noch het schip niet lekker genoeg vonden. Ook Rob en Johan komen erbij zitten met een royale McFlurry.

 

 

Dan nog wat gaan winkelen, wandelen en strandjutten met Hans en Johan. Het strand is vol zonnekloppers en leurders. Sommige bieden lichamelijke diensten aan, uiteraard tegen betaling. Hans countert hen door te vragen hoeveel ze bereid zijn om aan hém te betalen.

 

 

´s Avonds gaat de ganse groep, nu 15 man sterk, dineren in een typisch visrestaurant.

 

Dag 52 zaterdag 30 september 2017:

Rustdag in Cartagena COL

 

Een comfortabel hotel is toch veel waard: goed geslapen in een zacht bed, en dus goed uitgerust aan de dag beginnen. Ik ben de eerste van de oude groep aan het ontbijt, maar tref er wel de nieuwkomers Udo, Mark, Tiny en Alfons, die straks met Rob (van Dafne) hun motoren gaan inklaren na dagenlange pogingen.

Na het ontbijt werk ik weer een stukje van de blog bij, en ga dan een kleine herstelling doen aan de motor. Er zijn weer een paar scheurtjes in het plastic van de voorvorkbescherming, niet erg, maar ik hou niet van losse eindjes. Met wat gewone silicone krijg ik dat snel weer dicht, en het kan ondertussen de ganse dag uitharden.

Dan een lastige wandeling naar en doorheen de oude stad Cartagena, de koningin van de Caraíbische kust, ongelooflijk goed bewaard door die vele eeuwen heen.

 

 

De stad werd bijna 500 jaar terug gesticht, en voorzien van dikke verdedigingsmuren die nog steeds intact zijn.

 

 

Vele zwarte slaven werden hier als vee aangevoerd, en bij hun passage doorheen die dikke muren begon voor hen een hard en uitzichtloos leven, maar door de eeuwen heen gaven zij en hun nakomelingen precies die identiteit en dat kleurrijke karakter waar Colombia nu zo prat kan op gaan.

 

 

Het centrum ademt nog steeds die oud-koloniale sfeer uit met nauwe straatjes, vele bebloemde balkonnetjes, en enkele grote barokkerken.

 

 

Maar de brutale hitte en de week makende vochtigheid krijgen mij uiteindelijk ook klein en murw, en ik ga om 14u verkoeling en rust opzoeken in het hotel.

 

Om 17 hebben we afgesproken in Café de la Mar, op de oostelijke vestingmuur. Dus wordt het tijd om even te onderbreken, want het is zeker een half uur fiks doorwandelen om er te geraken. Het wordt opnieuw een levendige en kleurrijke wandeling, zowel wat mensen als wat architectuur betreft. Uiteindelijk zijn enkel Bert en Fons op het appel, maar dit neemt niets weg van de unieke sfeer op deze magische locatie.

 

 

We blijven tot het goed donker is en vangen dan de terugweg aan. Terug in het hotel treffen we op de parking Udo aan. Hij vertelt dat ze de ganse dag bezig geweest zijn met het inklaren van de motoren, maar ditmaal met succes, en nog maar pas terug zijn. Ook zij kunnen morgen dus aan de Zuid-Amerika reis beginnen.

’s Avonds gaan we even op stap voor een lichte maaltijd dicht bij het hotel, en gaan ons dan klaarmaken voor de nacht en het vertrek morgenochtend. Ik laad nog wat fotootjes op, en dan is het welletjes geweest. Mijn voetjes hebben verticale rust nodig.

 

Dag 53 zondag 1 oktober 2017:

Cartagena COL > Mompos COL – 320km

Overnachten in Mompos Hotel Bioma

 

Vandaag maken we weer een goede start dankzij de optimale omkadering van dit hotel. Het ontbijt op de bovenste verdieping verloopt in het gezelschap van een Colombiaantje getooid in geel en bruin.

 

 

Na enkele dagen prutsen in Panama, op zee en in Cartagena zetten we de motorreis verder. Cartagena is een miljoenenstad, dus raak je daar zo snel niet uit, hoe vlot het ook gaat op een vroege zondagmorgen. Toch is elke deelnemer aan het verkeer hier min of meer gelijkwaardig. Dit wil ook zeggen dat de bussen hier overal tussen slalommen zoals de brommertjes, maar anderzijds wel met die brommertjes rekening houden. Het rijden is dus wel intensief, maar tegelijk redelijk ontspannen.

Voorbij de stad krijgen we eerst een stukje autostrade, gratis voor tweewielers. Zoals de vorige weken is ook hier op de autostrade van alles te zien: voetgangers, fietsers, winkeltjes, en leeghangers. We hoeven nergens te stoppen, want er zijn niet echt bezienswaardigheden, maar de hele weg blijkt uiteindelijk gekleurd door alle schakeringen van de Colombiaanse vlag en zelfs nog meer. Bij een tussenstop vervoegen we even Johan en Hans, en slaan samen het dagelijkse leven op een drukke T-kruising gade.

 

 

Het eerste deel tot El Carmen de Bolivar is een doorgangsroute naar Medellin toe, en is in goede staat, maar er rijden wel heel wat vrachtwagens. We slaan in El Carmen af naar het Oosten, en dat betekent een halfuurtje daveren wegens de talloze grove oneffenheden in het wegdek. Het landschap zelf was tot hier toe redelijk desolaat, zij het wel groen en weelderig.

Net voor Plato brengt een enorme brug ons overheen de brede Rio Magdalena. Het water stroomt hier uiterst traag voorbij naar het Noorden, naar de Caraïbische zee. In deze brede vlakte zijn veel moerassen, kleine meertjes en zijarmen van de rivier. Aan water geen gebrek, en aan muggen vermoedelijk ook niet. In Plato houden we weer halt voor een heel kleine hap in een net restaurantje aan een groot kruispunt. Rust is ons hier dus niet gegund, en we zetten de weg al dra verder.

 

 

In Nueva Granada stop ik aan een benzinestation om te gaan vragen naar de beste weg om in Mompos te geraken, en welke de staat van die weg is. Er wordt mij verzekerd dat het een goede weg is. Inderdaad, we slaan zuidwaarts af in Gloria, en komen op een bijna nieuwe weg terecht zonder vrachtwagens en doorheen de alluviale vlakte van de Rio Magdalena. Elk beetje land is hier ingenomen door weiden met vooral koeien: magere beestjes, ietwat lijkend op karbouwen, maar vermoedelijk het best geschikt voor dit soort klimaat. Het ontbreekt ze nochtans niet aan voedsel! De kleine dorpjes die we vandaag passeren zijn meestal erg armoedig: Het is zondag en de mensen lopen buiten en hangen wat rond. Jongeren rijden wat rond op een bromfiets of verzamelen aan de kant van de weg.

 

WP_20171001_14_13_07_Pro

 

Wat dichter bij onze eindbestemming worden we gewaarschuwd voor overstekend wild: slangen, miereneters en leguanen. Wij zien niets van dat alles, maar wel honden, runderen en varkens gewoon loslopend langs de kant van de weg. Vooral voor de koeien dient opgelet, want die durven oversteken zonder zelfs maar op te kijken als een voertuig dan plots moet remmen.

In Santa Anna vraag ik nog eens de weg, en we worden vriendelijk en snel in de juiste richting verwezen. We steken een grote nieuwe brug over over de Rio Magdalena en komen vervolgens terecht in een nogal rommelig dorpje waar de verharding plots ophoudt, en waar we over bulten en doorheen slijkerige kuilen een weg moeten vinden.

 

 

Genoeg volk buiten, ik vraag een nette jongeman de weg naar Mompos, en algauw komt een oudere vrouw er zich mee moeien en geeft een hele uitleg. We zitten op de juiste weg, maar hier in het dorp is deze in slechte staat. Even verder zullen we weer een hele mooie weg krijgen. En inderdaad, de verbindingsweg met Mompos is nieuw, en nog geen half uur later rijden we Mompos binnen en kunnen inchecken in ons boutique-hotel. Dit hotel is redelijk nieuw, maar wel gelegen in een heel oud koloniaal gebouw met mooie patio, waar een klein zwembadje aangelegd is. De motoren worden op een afgesloten parking met bewaking gezet.

Na wat opfrissen en bekomen ga ik met Ellie op stap. Leo wil wat rust. Mompos was vroeger de derde grootste stad van Colombia, en speelde een sleutelrol in de onafhankelijkheid.

 

 

Maar in die tijd was Mompos erg welvarend, want de Rio Magdalena was toen nog goed bevaarbaar, wat betekende dat deze stad een centrale rol speelde in de doorvoer van goederen en slaven enerzijds, en tabak en edelmetalen anderzijds, om nog maar te zwijgen over de smokkel.

 

 

Dit is dan ook te zien aan de gebouwen, soms heel mooi gerestaureerd, soms wat belabberd, maar globaal genomen nog intact, want na het verzanden van de Rio Magdalena hadden de mensen geen geld om ook maar iets te veranderen aan de huizen.

 

 

Dit stadje is erkend al Unesco Werelderfgoed, en doet wat moeite om dit toeristisch uit te buiten, maar door de rommelige levensstijl en het gebrek aan opleiding van de bewoners zelf zal dit nog wel veel tijd en moeite kosten.

 

 

Maar … Mompos hééft het ! Het is een uniek stadje met lieve inwoners, en het verdient meer en beter.

Terug in het hotel blijkt iedereen aangekomen, de één na al wat meer omzwervingen dan de ander. ´s Avonds gaan we met een groep van een tiental man eten en de ervaringen van de dag uitwisselen. Kilometertje door, kilometertje terug. Goed voor de vertering.

 

Dag 54 maandag 2 oktober 2017:

Mompos COL > San Juan de Giron COL – 350km

Overnachting in San Juan de Giron Hotel Ramada

Ik word heel langzaam wakker en heb even contact met het thuisfront. Zowel het beeld als de klank is kipkap door de te trage internetverbinding. Maar het is toch leuk elkaar weer even te zien. We zetten het ‘gesprek’ dan maar in het whatsapps verder. Dan nog wat bloggen tot het tijd is om de dag voor te bereiden. Terwijl ik mij sta te scheren valt plots de elektriciteit uit. Ik open de luikjes van mijn vensters en krijg zodoende toch nog wat licht binnen, en kan dan ondertussen toch al douchen. Plots schiet de elektriciteit weer in gang, en terzelfdertijd het gerammel en geroep in de keuken onder mij.

Het aanleveren van het ontbijt verloopt wat rommelig, maar met volle ijver, hoewel je hier in dit land onder ijver zeker geen snelheid mag verstaan. Ze hebben bovendien onvoldoende koffiekannetjes, zodat maar nieuwe kan gebracht worden als een leeg kannetje terug naar beneden in de keuken gaat.

En dan zijn we weer vertrokken, Leo en Ellie, en ik. We gaan eerst tanken, en rijden dan oostwaarts het stadje uit, over een soort dijk doorheen lagunes en moerassen. Je ziet nog net hier en daar hoe het leven hier vroeger moet verlopen hebben, toen er nog geen doorgaande wegen waren. Aan het water liggen prauwen, enigszins gelijkend op deze waarmee de Kuna in Panama de zee opvaren. Tussen het water, of bij wijlen overstroomd door het water liggen uitgestrekte weilanden waarop talloze runderen. Tussen de runderen lopen witte reigers. Wat verder een schoolgebouwtje gebouwd op palen. Tieners in uniform komen net aan op deze vroege maandagmorgen.

 

Gerelateerde afbeelding

 

We rijden over een steile hoge brug over de Rio Magdalena en komen dan plots op een stuk onverharde weg, en dat is dan nog zacht uitgedrukt, want het heeft deze nacht nog eens stevig geregend. De weg is hier en daar een modderpoel. Dit is de hoofdweg tussen Mompos en de andere grote steden, en ik vraag tot driemaal toe of we wel op de goede weg zitten, waar ik telkens een bevestigend antwoord op krijg met nog heel wat richtlijnen hoe het precies verder moet. De GPS van Leo geeft echter een heel andere route aan. Ik volg echter de aanwijzingen van de mensen die hier wonen.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/splash-500x249.jpg

 

We ploeteren, schuiven, plonzen en zweten, maar we bereiken uiteindelijk El Banco zonder vallen, en treffen er Rob en Joke, en Johan en Hans, die ook even moeten bekomen op een terrasje aan de weg.

 

 

Dan volgt nog een lange mooie weg langsheen weiden, moerassen, lagunes. Weer veertig kilometer verder bereiken we de hoofdweg tussen Cartagena en de hoofdstad Bogota. Hier zijn weer vrachtwagens, hoewel het er nu ook niet overdreven veel zijn. Net voor Aguachica gaan we even verpozen in de cafetaria naast het tankstation. We knopen er een gesprek aan met de uitbaters en een andere man mengt zich in het gesprek. Hij drukt ons op het hart zeker niet doorheen Aguachica te rijden, want het is een roversnest. Hijzelf is er ooit beschoten en beroofd. De snijdende beweging met zijn wijsvinger langsheen zijn keel laat niets aan de verbeelding over.

 

 

We rijden vervolgens wijselijk met een grote boog omheen het stadje. Vervelen doen we ons niet. Er is altijd wel iets dat de aandacht trekt en de geest onderhoudt. Boven de weg zijn hier en daar loopbruggen gespannen, om de apen toe te laten op veilige hoogte de weg over te steken.

De weg loopt geleidelijk de bergen in, en bemoeilijkt onze vooruitgang door de moeizame klim en afdaling van de vrachtwagens vóór ons. Even na drie bereiken we als eerste het hotel. Het hotel is gelegen buiten de stad aan een ringweg. De kamers zijn opgesteld als waren het witte huisjes in een kleine stad.

Algauw zijn ook Rob en Joke, en Johan en Hans binnen. Geen van hen heeft interesse om naar het stadcentrum te gaan, dus laat ik een taxi komen, en laat mij naar het centrum brengen. Ik betaal hiervoor omgerekend minder dan 2 Euro. Ik word afgezet op de centrale Plaza, net voor de kathedraal, waar net een begrafenisplechtigheid aan de gang is, heel vergelijkbaar met deze bij ons.

 

 

San Juan de Girón, of kortweg Girón, ontstond begin 17e eeuw, toen een legercommandant de toestemming kreeg om hier een stad op te richten als beloning voor het uitroeien van enkele lastige indianenstammen, en er dan ook gouverneur van de streek mocht worden. De streek leverde goud en tabak, en later ook nog koffie, en heeft daarom een gele vlag met donkerbruine tabaksbladeren op.

 

 

Deze witte stad ademt nog volop de oude koloniale sfeer uit. De witte huizen zijn intact en herbergen op de eerste plaats allerlei diensten, zij het privé, zij het administratief: scholen, kerken, medische voorzieningen, winkeltjes, notariaat, lokale eettentjes, en vooral ontelbaar vele heladeria’s.

Aan het kerkhof zie ik opnieuw de lijkwagen die zonet nog voor de kathedraal stond. De overledene is ter aarde besteld of in een vaasje in de muur gestopt. Het kapelletje van het kerkhof heeft een unieke uitstraling, mede door het volk dat er, net zoals bij ons, vrolijk keuvelend rondhangt. Ik heb ondertussen toch honger en eet een spaghetti in de Casa Antigua op de grote Plaza rechtover de kathedraal, met nog een groot glas vers geperst passievruchtensap erbij.

 

 

Om kwart voor zes neem ik weer een taxi naar het hotel, een ritje van maar 5 minuutjes. Iedereen is binnen, en de motoren krijgen een wasbeurt. Ik zet de Transalp ernaast en spoel het grootste vuil er af.

Nadien ga ik de groep nog vergezellen terwijl ze gaan eten. Ik hoef niet meer te eten maar om af te sluiten eet ik toch nog een klein stukje flan.

 

Dag 55 dinsdag 3 oktober 2017:

San Juan de Giron COL> Honda COL – 365km

Overnachting in Honda Posada las Trampas.

 

Drie uur in de nacht. Een hond blaft en onmiddellijk daarna gaat een auto- of een motoralarm af: Ik weet niet hoelang het duurt, maar het is zeker mijn motor niet, en ik val dus onmiddellijk weer in slaap. Vier uur. Te vroeg om op te staan. Vijf uur. Nu had ik nog wel wat kunnen blijven liggen, maar de blog roept.

Ik maak me klaar en ga ontbijten. Iedereen doet het op zijn gemak, maar we hebben een zodanige routine ontwikkeld, dat we toch even na achten vertrekkensklaar zijn.

 

IMG-20171012-WA0010

 

Even later zijn we op weg naar de uitgang van de stad. Hans en Johan gaan naar de BMW dealer in Bucaramanga om twee nieuwe banden voor Johan, want hij heeft enige tijd geleden een lekke band gehad, waarbij de band toch teveel schade opgelopen heeft naar zijn zin.

We rijden een hele poos in een drukke file auto’s, brommers en vrachtwagens, zodat het allemaal niet erg opschiet. In de goot van de snelweg, in een bocht, ligt een man: ziek, dood, of zijn roes aan het uitslapen?

 

 

Een uurtje later zijn we in rustiger vaarwater beland, en kunnen we meer genieten van wat Colombia ons vandaag presenteert. Het blijft mooi, kilometer na kilometer. Groene bergen, kleurrijke negorijtjes aan de kant van de weg, een groot stuwmeer, en paar nieuwe tunnels met alles op en aan.

De nieuwe wegen in Colombia worden deels betaald via een betaalsysteem. Gelukkig zijn motoren hiervan vrijgesteld. Hiervoor moeten aan  de kassa’s een smalle doorgang genomen worden die wat moeilijker is met onze zware en brede motoren. Op een bepaald moment staat de slagboom echter volledig open, en ik neem dus voorzichtig de gewone doorgang voor auto’s. Hierbij gaat een alarm af. De kassierster komt met haar armen zwaaiend uit haar kotje en roept iets onverstaanbaars, maar dat ik er niet door mag op die manier is wel duidelijk. Ik dien dus mijn motor in achteruit te zetten (traction bottines) en dan toch de smalle doorgang te nemen.

Rond halfelf zie ik de moto van Rob en Joke staan aan een propere cafetería naast een benzinestation, en ik geef een gezwinde ruk naar rechts aan het stuur van mijn Rossignant. Leo volgt prompt, en even later bestellen we wat koffie. De vriendelijke uitbaatster is net verse aan het zetten, dus moeten we even wachten. Daar komen net op de parking twee ruiters aan vanuit de weide aan de overkant. Ik loop er heen en sla een praatje met hen.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/WP_20171003_003.jpg

 

Ernesto en Simón zijn broers. Ze noemen zichzelf ‘caballistas’ of ‘vaqueros’. Ernesto biedt mij aan om eens op zijn paard te zitten, maar ik bedank vriendelijk. Ik heb geen vertrouwen in mijn eigen ruiterkunsten. Ze gaan de cafetería binnen, nemen een paar drankjes en wat repen, en verdwijnen vervolgens in galop terug naar hun werk.

Kort na het tanken voel ik dat de motor niet meer stabiel rijdt. Ik wijt het eerst nog aan wat spoorvorming op het asfalt, maar de weg ziet er toch normaal uit. Op een grote open plek hou ik halt en kijk naar mijn achterband: platte tube!

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/WP_20171003_005-575x1024.jpg

 

Ongelooflijk dat deze motor nog zo vlot reed op een platte achterband. Er zit een grote nagel door het dikste deel van de nog maar nieuwe achterband, en deze heeft zelfs nog een tweede gat veroorzaakt op de schouder van de band, dus opzij.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/IMG-20171003-WA0004.jpg

 

Het is meer dan dertig graden maar het regent niet. Ik heb een reserve binnenband bij en al het nodige gereedschap. Met de hulp van Leo en Ellie geraakt gans het zaakje in een mum van tijd, dat is veertig minuten, gefikst. Met zulk een equipe kan het de volgende keer nóg sneller. Het werkje heeft enkel wat tijd, en vooral veel zweetdruppels gekost.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/IMG-20171003-WA0008.jpg

 

Ik rij eerst voorzichtig, en dan wat sneller, en al gauw tsjeezen we alweer aan 80 á 90 per uur over de autoweg. Een eindje verder zien we een restaurantje en bestellen er wijselijk wat kip en frietjes, en wat fris water uit een fles. Ondertussen moet de hele bende ons gepasseerd zijn, want vóór de panne lagen wij aan kop.

We vertrekken weer, en nemen dan de afslag naar La Dorada. Dit blijkt een echt militair nest te zijn: Er is geen controle en er lijken geen bedreigingen aanwezig, maar grote affiches “verboden foto’s te nemen”, en een enorm gebulder van de straaljagers op het militaire vliegplein geven dit stadje toch een heel bijzonder karakter, vooral wetende wat Colombia de laatste tientallen jaren doorgemaakt heeft. Zonder zorgen bereiken we het hotel in Honda omstreeks 16u. De ontvangst door het personeel is eerste klas. We krijgen een fris glas Maracuyá sap aangeboden. Afladen, verfrissen, en dan even bekomen in het mooie zwembadje van het hotel. Je kunt hier nauwelijks rondjes draaien, want in drie slagen ben je aan de andere kant.

Even na vijven ga ik met Rob en Joke nog even het stadje verkennen, dat toch meer te bieden heeft dan eerst gedacht. Er zijn enkele mooie huisjes en een paar statige gebouwen, maar de volkse buurten waar we door wandelen trekken toch het meest onze aandacht.

 

 

Vele elementen zijn opnieuw herkenbaar: ze doen mij aan Spanje denken, maar dan toch weer enigszins misvormd vooral door de kleurzetting, waarbij knalgeel en donkerbruin vaak in het beeld komen. Zon, goud en bananen, tabak, koffie en modder.

 

 

Het is al donker wanneer we terug het hotel bereiken. Dit blijkt toch een echt onneembaar fort.

 

 

Je moet aanbellen om binnen gelaten te worden, en de deur wordt onmiddellijk zorgvuldig weer vergrendeld.

Ik plak nu de oude band met het gat er in. Deze dient nu als reserve.

 

WP_20171003_18_50_11_Pro

 

We nemen het avondmaal (een spaghetti voor mij) op het terrasje naast het zwembad. Het duurt wel even voor we bediend worden, maar dan gaat het ineens heel snel en krijgt iedereen zijn bord geserveerd.

De slaap komt snel en verdiend. Die plattebandaffaire is gelukkig goed en vlot afgelopen.

 

Dag 56 woensdag 4 oktober 2017:

Honda COL > Montenegro COL – 230km

Overnachting in Montenegro Hotel Campestre Montecarlo

 

De blog moet bijgewerkt worden, dus sta ik na een goede en redelijk lange nachtrust op om 5 uur. Maar het wil maar niet lukken. de computer loopt telkens vast op die lange tekst waaraan ik nu ruim een maand aan werk. Het is hoogtijd om een stuk te verplaatsen in een aparte pagina. Dit gebeurt zo moeizaam dat ik er niet toe kom de blog van gisteren af te werken. Even voor zeven ga ik mij klaarmaken. Net vóór ik de douche wil instappen klopt Joke op mijn deur. “Alain, uw band staat weer plat !” Gelukkig hebben we vandaag maar een korte rit voor de boeg en kan ik dit bandenprobleem straks rustig aanpakken.
Vóór het ontbijt blaas ik de band weer op met behulp van de pomp van Hans, en ga dan rustig eten.

Na het ontbijt is de druk reeds weer fel verminderd. Hier moet ingegrepen worden! Dus de band opnieuw opblazen en dan samen met Hans en Johan naar het motorzaakje in de buurt. Die verkoopt wel, maar herstelt geen banden: dat moet daar wat verder.

 

WP_20171004_004

 

En zo beland ik bij Gustavo, in een werkplaatsje van amper twee op vier meter, die algauw de oorzaak van het euvel achterhaalt: de nieuwe binnenband heeft ook een gaatje, echter op de plaats waar die in het midden tegen de velg en de spaken aankomt. Het velglint is te smal en een metaalbraam op de spaak heeft zich door de binnenband geboord.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/WP_20171004_002.jpg

 

Gustavo knipt en naait een nieuw breder velglint in elkaar, plakt de band, controleert hem tweemaal op lekkage en monteert hem. Hij vraagt voor zijn uur werk omgerekend twee Euro.

Terug naar het hotel om Leo en Ellie te halen, die hier nog even hebben kunnen genieten van de rust, en om tien uur vertrekken we alweer naar nieuwe bestemmingen. Het landschap wordt wat ruiger en geaccidenteerder. We naderen langzamerhand de Andes. Toch treffen we hier bijna voor het eerst sedert de reis in Colombia wat meer landbebouwing aan: bananen, koffie, rijst. Zo wordt het algauw elf uur en we houden even halt voor een koffie en een keekske. Rond twaalf uur passeren we de motoren van Hans en Johan. die zitten ergens binnen zich te goed te doen aan Colombiaanse lekkernijen.

De weg is goed en het verkeer is niet te druk. We vorderen snel en mijn benzine mindert even snel: binnen het uur moet ik tanken. Even verder echter voel ik alweer een verdacht geslinger van mijn achterwiel. Alweer platte tube ! De derde op nog geen 24 uur.

 

IMG-20171005-WA0003

 

Komen daar nu net ook Rob en Dafne langs, en met een equipe van 5 man ligt de binnenband snel bloot, en tegelijkertijd de vermoedelijke oorzaak van het probleem. Het gaatje aan de zijkant van de buitenband is verder uitgescheurd en heeft de binnenband beschadigd. Rob neemt band en binnenband onder de arm, en samen met Dafne rijden ze naar de bandenherstelplaats drie kilometer terug. Gelukkig zijn er hier ontelbaar veel van die werkplaatsjes aanwezig.

Terwijl wij staan te wachten rijdt de politie langs ons heen zonder stoppen, maar even later komt een depannagewagen langs om te vragen of we hulp nodig hebben. Niet dus, en hij rijdt weer weg. Nog even later komt dan een signalisatie equipe langs, en die zetten driehoekjes en signalisatie achter de motoren. Dat is wel zeer goed geregeld!

 

IMG-20171005-WA0005

 

Rob en Dafne zijn binnen het uur terug, en al snel ligt de band weer om.

Een zwarte glimmende worm van wel vijftien centimeter lang en een halve centimeter dik ligt onder mijn motor te krollewieten. Rob geeft er een tikje aan met zijn laarspunt, en het blijkt een slangetje te zijn. Het diertje vlucht algauw weer het gras in. De man van de wegenwacht zegt dat één beet dodelijk is…  We happen even naar lucht. Zoiets hadden we nu toch niet verwacht.

Verder tot Ibague. Daar is net een nieuwe ring rond de stad gelegd, die ons snel eromheen leidt in plaats van erdoor. Maar dit betekent wel een hele omleiding langs een nieuwe weg zonder benzinestations: Doordat de weg hier erg stijgt krijg ik alweer een nieuw probleem: ik val stil zonder nafte 500 meter vóór het benzinestation. Geen erg, even de motor op zijn linker zij leggen, zodat de benzine uit de rechter tankhelft naar links kan stromen. Contact aan, vroem, en hop, gezwind naar de ‘gasolinera’. Ondertussen checken we nog even de herstelde band: de druk is goed, maar de beschadigde plaats puilt toch zacht naar buiten.

Onderweg dan maar hier en daar vragen naar een passende band. En ja, bij de derde poging, in het stadje Cajamarca vind ik een geschikte band, niet mijn eerste keuze, ook iets lager en smaller, maar wel voor het prikje van 50 Euro, nieuwe binnenband inclusief. De plaatselijke belangstelling en vriendelijke begeleiding krijgen we er gratis bovenop.

 

IMG-20171005-WA0010

 

Ik bind de band vast op de koffer, en we rijden weer verder, zodat we zeker vóór donker het hotel kunnen bereiken.

Hier volgt een prachtige intense rit, eerst naar boven, en dan weer naar beneden, langs duizelingwekkende bergen en ravijnen, tussen druk vrachtwagenverkeer over een prachtige en goed onderhouden weg: Soms te smal om vlot voorbij te steken, soms zó breed dat wel vijf vrachtwagens naast elkaar kunnen rijden. We rijden door het wolkendek heen. Bij de top van de pas is het maar 11 graden meer. Bij de afdaling is er heel even wat motregen.

Dan komt nog een zware klus, door de spits, tussen de vele brommertjes, door Armenia, en vervolgens door Montenegro, waar net wegenwerken aan de gang zijn. Ik raak ook nog Rob en Leo kwijt in de chaos. De zon gaat hier zeer snel onder en dan wordt het heel plots donker. Ik leg de laatste drie kilometer dan ook stapvoets af in het halfdonker, maar bereik veilig en wel het hotel.

Na het avondeten halen we de beschadigde band er nog af en leggen de nieuwe er op. Morgen kan ik starten met een propere lei… tenminste als de blog afgewerkt raakt. Ik heb op mijn slaapkamer geen internet bereik, dus het publiceren zal voor morgen zijn.

 

Dag 57 donderdag 5 oktober 2017:

Montenegro COL > Popayan COL – 310km

Overnachting in Popayan Hotel Camino Real

 

Zes uur. Het regent. Ik hoop dat het bij wat buien blijft. De temperaturen zullen vanaf nu wel draaglijker worden.

Om zeven uur is het echter opgehouden met regenen. Nu pas kan ik de omgeving goed overschouwen. Mijn kamer is gelegen in een kleine bungalow in een soort eco-park.

 

DSC08593

 

We ontbijten in open lucht onder het afdak naast de receptie. De bediening verloopt traag, maar dat geeft ons een rustige start van de dag.

 

 

De motor lijkt nu weer tiptop in orde, en omstreeks halfnegen zetten Leo en ik aan. Eerst heel kleine landwegen tussen bananen en koffieplantages.

 

 

De weg is hier en daar volledig overgroeid door tropische regenwoud, zodat we doorheen een tunnel lijken te rijden. Even verder komen we op een grotere weg, die dan nog wat verder overgaat in een 2×2-vaksautoweg. Hier hebben we geen last meer van de vrachtwagens, en de weg loopt nu doorheen een vlakke brede vallei waar vooral aan suikerrietverbouwing wordt gedaan. Er is zelfs een speciale spoorlijn voor het transport: ‘El tren de cañas’.

Leo blijft plots wat achter, en wanneer hij bijbeent verneem ik dat zijn koppeling het niet goed meer doet. Hij kan nauwelijks verleggen. We rijden nog wat verder tot aan een benzinestation, waar ook Johan en Hans reeds staan. Het reservoir wordt geopend, en dat geeft even wat verbetering, maar het probleem neemt geleidelijk weer toe. Bij een volgend stop in een ´gasolinera’ komen Dafne en Rob ons nog vervoegen. In de winkel ter plaatse verkoopt men hydraulische olie, en hiermee wordt het systeem ter plaatse ververst: Dit blijkt te werken, en we kunnen weer verder. Omdat we echter niet zeker zijn dat dit wel OK is, wordt toch besloten naar de BMW-garage in Cali te rijden.

 

WP_20171005_002

 

We moeten even wachten tot de mekaniekers terug zijn, en om half drie beginnen ze er aan. De klus is snel geklaard en we kunnen weer vertrekken.  Cali uit geraken is wel een ander paar mouwen. Het kost ons zeker een uur om uit dat langgerekt mierennest te geraken. Gelukkig is de verbinding tussen Cali en Popayan in orde. Het begint echter te regenen, en het wordt snel donker. Leo geeft plots gas, maar ik kan hem niet volgen en raak hem kwijt. Aan een politiecontrole vraag ik of ze Leo zien passeren hebben. Hij is hier nog niet gepasseerd. Hij zal gestopt zijn om mij op te wachten. Ik hou dan zelf halt aan een grote verlichte restop op een veilige plaats. Ik wacht tien minuten maar zie Leo niet komen. Ik besluit dan aar alleen verder te rijden naar Popayan. Ik kies een vrachtwagen uit die niet te snel en niet te traag rijdt en rijd er bijna het hele traject naar Popayan achter. Het is een intensieve rit. Alweer moet ik over een bergpas, gelukkig niet zo hoog als gisteren. Ik doe het nu wat kalmer aan en kies telkens opnieuw een  vrachtwagen om op veilige afstand achter te rijden. In de stad rij ik achter een kleine motorfiets aan en bereik zo vlot het hotel in het centrum, waar ik rechtstreeks de ondergrondse garage kan inrijden, met in mijn zog enkele minuten later Leo en Ellie, die mij voortdurend vanop afstand gevolgd hebben zonder dat ik het wist.

Het probleem van Leo’s koppeling blijkt toch nog niet opgelost. Daar zal morgen in Popayan een oplossing moeten voor gevonden worden. Overmorgen keren we vanuit San Augustin toch terug langs Popayan, dus kunnen we dan Leo en Ellie weer oppikken.

Het hotel is gelegen in het hartje van de witte stad, net tegen het grote verkeersvrije centrale plein. Het is nu echter reeds te laat en te donker om mij nog op straat te wagen voor een stadsbezoekje.

’s Avonds krijgen we met de ganse groep een uitgebreid lekker menu voorgeschoteld, met als toetje een soort nougat glacée, een specialiteit van het huis.

Ik kruip in bed en val onmiddellijk in slaap.

 

Dag 58 vrijdag 6 oktober 2017:

Popayan COL > San Agustin COL – 140km

Overnachting in San Agustin Hotel Akawanka

 

Om 5u sta ik op na een heerlijke nacht. Dat had ik wel eens nodig. Ik zoek wat technische informatie op voor de koppeling van Leo’s motor. Ik heb thuis immers dezelfde motor en heb altijd alle technische info op mijn laptoppeke.

Nu ga ik mij kleden, want wil nog vóór het ontbijt een kleine ochtendwandeling maken in deze ´witte stad’.

Nog vóór halfzeven begeef ik mij op weg. Het stadcentrum bruist al van het leven. Alle scholen en de universiteit zijn net zoals in Girón in het oude centrum gelegen, dus loopt het hier storm door de schoolgaande jeugd. Popayan is de vroegere hoofdstad van het destijdse veel grotere Colombia, dat ook Venezuela en Ecuador omvatte. Het oude centrum is dan ook veel groter, statiger, en heeft bredere straten dan Girón. De stad is proper en goed onderhouden, en mooi gerestaureerd waar nodig.

 

DSC08642

 

Ik ga even in het klooster van de Franciskanen. Het dateert van de tijd van Filip II van Spanje, eind 16e eeuw dus. Die Franciskanen hoorden toch tot de bedelorden?  Hier is nu het meest luxueuze hotel van Popayan in ondergebracht.

 

DSC08610

 

Een nog groter, maar soberder klooster is dit van de Dominicanen. Ze werden echter in de 19e eeuw verjaagd omdat ze opkwamen voor de armen. Het klooster is vanaf dan gebruikt als universitaire campus. Pedro Pablo San Juan is administratief personeelslid en heeft vandaag poortdienst. Na een leuk babbeltje hij mij binnen op de campus.

 

DSC08636

 

Nog geen uur later ben ik al aan het ontbijten. Leo en Ellie blijven nog een nacht in Popayan, en zullen morgen rechtstreeks verder rijden naar Pasto. Hun koppeling lijkt weer in orde te zijn na een nachtje staan.

Ik rij met Johan en Hans naar San Agustin. Na het tanken rijden we nu echt de Andes in, doorheen een mooie streek met een geheel andere bevolking. Het wordt steeds kouder bij het klimmen, tot 12 graden, en het wordt nodig een paar windbrekerkes aan te trekken, eentje onder, en eentje boven. Er is hier een mooie nieuwe betonweg aangelegd, wat ons snel vooruithelpt. Eén stukje is onverhard; men is er nog aan het werk. We staan stil tussen een massa bromfietsjes met vaak de ganse familie er op. Zij hebben plezier om ons te bekijken, maar het plezier is wederzijds. De mensen hier hebben vermoedelijk heel goed hun etnische eigenheid kunnen bewaren. Voor het gemak zal ik ze dan ook Andeanen noemen.

 

 

Verpozing in restaurantje. Bijna de ganse groep is hier om even halt te houden. We observeren deze mensen, die reeds eeuwen in dit ruige klimaat overleven. Velen hebben een wollen geweven of gebreide poncho over hun schouders, en dragen een muts of een hoed.

We zetten de weg verder, nu op een soort hoogvlakte, maar die vlakte moet je met een korrel zout nemen, want het kronkelt  heen en weer, en op en neer doorheen een soort rimboe, onverhard, veel modder, en dat veertig kilometer lang. Dit is toch een bijzonder landschap op deze hoogte: de begroeiing lijkt tropisch, met zelfs bananenbomen, maar het is hier toch redelijk fris. Door die begroeiing hebben we geen zicht op de omgeving, de hoogte van de bergen, de uitgestrektheid van dit gebied, de aanwezigheid van enige bewoning. Vooral bromfietsjes rijden over en weer, en steken ons vlot voorbij, hoewel vaak beladen met twee of drie personen. Het duurt wel een vol uur vooraleer we ons doorheen dit traject gewurmd hebben. Maar uiteindelijk gaat iedereen er vlot doorheen.

 

 

We bereiken weer de nieuwe betonnen weg en krijgen eerst een controle door militairen: de bagage wordt grondig doorzocht, voor de eerste maal deze reis. Maar ze zijn vriendelijk en ontspannen, en die controle voldoet wel enigszins aan hun nieuwsgierigheid, want ze stellen ondertussen wel vragen over onze reis en over de motoren.

50 meter verder is een restaurantje. Johan en Hans bestellen kip en friet, ik enkel wat frietjes. Zoals verwacht schrikt Hans als hij zijn bord voorgeschoteld krijgt: zoveel kan en wil hij niet, en schuift prompt een deel op mijn bord. Ik protesteer niet, maar eigenlijk eet ik onderweg liefst zo weinig mogelijk, want ik word er loom van, en dat kan je niet hebben als je moet rijden. Maar het is gelukkig niet ver meer.

 

DSC08645

 

Dan gaat het plots zeer snel naar beneden. De valleien zijn hier heel diep ingesneden in het berglandschap. Dit levert prachtige uitzichten, en algauw staat daar een heel rij moto’s aan de kant en een bende motards kiekjes aan het schieten. De vallei die we hier overschouwen is de bovenloop van de Rio Magdalena, jawel, die grote brede rivier die langs Honda en Mompos loopt , en dan in de Caraïbische zee uitmondt in de buurt van Cartagena.

 

DSC08656

 

We bereiken dan San Augustin, na een rit nagenoeg zonder regen, en in het begin wel wat fris. Ik ga even op zoek naar een motozaakje om mij te helpen de achtervering wat strakker te zetten, want door dat nieuwe lagere achterbandje raakt ik wat te snel de grond met mijn middenbok, en is het ook moeilijker om de moto op zijn zijpikkel te zetten. Ik vind echter niemand die mij wil helpen, tenzij ‘a la mañana’ maar daar wil ik niet op wachten. Trouwens, het is maar een klusje van 5 minuten, maar ik heb er een lange schroevendraaier voor nodig en een hamer, welk ik niet bij me heb.

Het hotel is een Lodge aan de rand van het dorp. Er is een zeer mooie, goed onderhouden tuin, en prachtige bamboegebouwen waarin de kamers ondergebracht zijn. Johan voelt zich niet lekker, last en rommel in de buik, en gaat wat op zijn bed liggen.

Ik ga onmiddellijk douchen, en vertrek dan met Udo naar de archeologische site van San Agustin, welke erkend is als Unesco werelderfgoed. Udo is amateurfotograaf, en voor dit soort bezoeken echt een man naar mijn hart: geïnteresseerd én ondernemend. De site zelf is een spectaculair landschap met de grootste verzameling religieuze overblijfselen en megalithische beeldhouwwerken van Zuid-Amerika: stenen beelden van goden, krijgers en mythische dieren.

 

DSC08694

 

Dit gebied was bewoond rond het begin van onze jaartelling door diverse indigene culturen, die telkens weer andere begrafenisrituelen hadden. We zien er graven, beelden, inkervingen in steen en sarcofagen. Een deel van een riviertje werd afgeleid om te laten stromen overheen een rotspartij, waarin dan openlucht baden, en wasplaatsen en keuken uitgehakt werden. Mogelijk is hier vroeger wel een overkapping over geplaatst maar daar heb ik geen weet van. We klimmen tot het hoogste punt van de site. We raken met moeite boven, want klimmen op deze hoogte is geen makkie op onze leeftijd, en met ons gebrek aan conditie. Maar het lukt en het uitzicht is mooi.

Bij terugkeer naar de motoren zien we dat ook Rob en Dafne in het park aanwezig zijn. Hun motor is nog volledig beladen, dus zijn ze nog niet langs het hotel gepasseerd.

 

Afbeelding uit fotogalerij van de accommodatie

 

Terug in het hotel vernemen we dat Fons en Bert er niet zijn. Fons voelde zich niet lekker, last en rommel in de buik, en is na vijf minuten op het stuk onverhard teruggekeerd naar Popayan. Bert heeft het stuk modderweg wél gereden, maar is vijf kilometer vóór het einde ervan ook teruggekeerd naar Popayan.

Alphons heeft een probleem met zijn motor. Ondanks grondig nazicht vóór vertrek heeft de mekanieker nagelaten het achterste versleten tandwiel te vervangen, en dat dreigt nu voor problemen te zorgen. Ik stel Alphons gerust: hij haalt Quito wel, maar moet daar een tandwiel zien te vinden. Dat zal wel lukken,

Net vóór zessen komen Rob en Dafne aan. De remblokjes achter zijn totaal versleten en moeten vervangen worden. Dit wil maar niet lukken. Ik heb echter het juiste doorslagje bij om het pinnetje er uit te kloppen, en in een mum van tijd zitten de nieuwe blokjes er in. Het is ondertussen al pikkedonker geworden.

’s Avonds overleggen we over de te volgen route morgen. We kunnen dezelfde weg terug, ofwel een kortere route langs het zuiden, maar een nog langer deel over een rotsweg. Met de hulp van de hoteleigenaar wordt er getelefoneerd naar een plaatselijke expert die vlot Engels spreekt. Hij geeft ons heel precieze informatie.

Na het eten gaan we vroeg slapen want we willen morgen echt vroeg vertrekken.

 

Dag 59 zaterdag 7 oktober 2017:

San Agustin COL > Pasto COL – 300km

Overnachting in Pasto Hotel Fernando Plaza

 

Vandaag krijgen we een grote maar mooie rit door de Andes met veel klimmen en dalen.

Om zes uur ontbijten we reeds, en om zeven uur kunnen we vertrekken.

We rijden eerst zuidwaarts naar Macao over een goede vlotte weg met niet te veel verkeer. Macao ligt net op de rand van het Amazonegebied. We houden er enkel halt voor een koffie. Dan volgt een lang stuk onverharde, maar vooral rotsachtige weg: la Trampolina de la Muerte. Geen probleem om grip te krijgen met de banden, maar het schudt en schokt wel geweldig. Niemand raakt in de problemen, zij het dat Hans nog eens valt en zijn enige resterende spiegel ook afbreekt. We komen verschillende malen boven 3000m.

 

WP_20171007_002

 

De weg is vaak zo smal dat er geen twee vrachtwagens elkaar kunnen kruisen. Daardoor gebeurt het wel eens dat een vrachtwagen hier de dieperik in duikt, waardoor de weg de naam kreeg ‘Trampolina de la muerte’. Dát probleem hebben wíj niet, integendeel, andere weggebruikers laten ons bijna altijd hoffelijk passeren, want wij gaan heel wat sneller dan zij. Het mag hier toch wel nog eens gezegd worden dat de Colombianen dan wel chaotische chauffeurs zijn, maar toch heel gemakkelijk op zij gaan voor een ander, wat het rijden hier toch wel leuk en makkelijk maakt.

 

DSC08736

 

Op een heel hoog punt komen we aan een groot en hoog geplaatst Christusbeeld rectover een militaire post met bunkers gemaakt van zandzakjes. In de buurt is zelfs een bergpiek van 4800m. De militairen vervelen zich hier duidelijk, want er is bijna geen verkeer op deze weg, en er is nog minder te beleven sedert het vredesakkoord de rust in het land teruggebracht heeft. Ze hebben ons maar half in het oog terwijl wij kiekjes schieten.

 

 

De tijd gaat snel voorbij. Het is een lastig traject, en de vermoeidheid in de spieren laat zich voelen. Natuurlijk speelt ook het zuurstoftekort een rol, want we zitten hier al vele uren boven 2500 meter Het bezoek aan een heel mooi meer wordt overgeslagen, want dat zou ons nog een paar uur extra kosten.

We komen aan in Pasto om 16u. De stad ligt op 2500m in een vallei, omgeven door bergen hoger dan 3000m. Ik voel mij moe en sta te schudden op mijn benen, hetgeen ik wijt aan het urenlange gespannen rijden. Gelukkig is van gans de groep niemand in de problemen geraakt en is iedereen ongeveer gelijktijdig in het hotel.

Ik zet de motor op de parking, kleed mij om en ga Pasto bezoeken vóór het donker wordt.

 

DSC08744

 

Geen grote bezienswaardigheden, maar wel zeer onderhoudend om dit echt exotisch dagelijks leven te aanschouwen. De wandeling doet deugd als tegenwicht voor de rit van een ganse dag. Ik eet een ijsje en neem wat foto´s. Hier en daar toch mooie gebouwen, waaronder een enorme Jezuïetenkerk uit de 18e eeuw.

Het is donker wanneer ik terugkom in het hotel. Ik voel mij nog steeds rillerig en heb geen eetlust. Aan tafel gekomen blijken heel wat reisgenoten dezelfde klachten te hebben als ik. Ik bestel een slaatje, maar eet het slechts gedeeltelijk op. Tiny laat zelfs bijna zijn ganse bord staan. Enkele kinderen slaan ons lachend gade vanop straat.

 

DSC08800

.

Ik ga vroeg in bed. Gelukkig zijn er veel dekens want ik heb het koud. Ik val onmiddellijk in slaap.

 

Dag 60 zondag 8 oktober 2017:

Pasto COL > Otavalo EC – 260km

Overnachting in Otavalo Indio Inn

 

Even na middernacht word ik wakker. Ik ben ziek en mottig, heb spierpijn en voel mij koortsig. Ik ga weer slapen, maar om twee uur word ik weer wakker en moet braken. Dat doet wel even deugd, val in slaap, maar wat later moet ik alweer braken. Zo gaat die nacht dan langzaam voorbij en sta ik uiteindelijk om zes uur op. Ik maak mij klaar en begin voorzichtig suikerwater te drinken.

Bij het ontbijt blijkt meer dan de helft van de groep blijkt aangetast. Vermoedelijk een virus. Ik doe het heel voorzichtig aan, drink wat thee en eet een kwart broodje met marmelade.

Dan weer op de motor. De frisse lucht doet deugd en neemt de misselijkheid deels weg. Het is 80 km naar de grens. Gelukkig is er vlot verkeer, want de koppeling van Leo is nog steeds defect.

 

 

De grensovergang gaat wonderwel heel vlot, ondanks de wilde verhalen over hoe het er hier vroeger aan toe ging. Bij het uitchecken uit Colombia mogen we als zestigplussers aanschuiven aan een speciaal loket. Dat scheelt! In Ecuador is de inreisprocedure vereenvoudigd. Ik moet de douanier wel helpen om de papieren goed in te vullen, want hij weet er aanvankelijk geen weg mee.

 

Afbeeldingsresultaat voor frontera ecuador colombia ipiales

 

In een restaurantje eten we een soepje, hetgeen mijn maag er al snel weer volledig bovenop helpt. Ik ben echter nog steeds extreem vermoeid, en na aankomst om 15u in het hotel ga ik onmiddellijk slapen. Om 18u sta ik op en voel dat ik er grotendeels weer bovenop ben. Ik zou deze stad graag eens bezocht hebben, maar hou mij vandaag wijselijk gedeisd.

Ik zie Leo en Ellie beneden. Ze hebben een begin van een oplossing gevonden voor het embrayage-probleem. Een vrachtwagentje zal de moto morgenvroeg aan het hotel ophalen en naar de BMW-garage in Quito brengen. Ellie en Leo rijden mee. We gaan eten. Ik neem wat kip, sla en frietjes, en ga dan om 21 uur weer onder zeil. Ik val onmiddellijk in slaap.