Diary of a travelin biker  -  Diario de un motociclista de viaje

Alaska - Vuurland : BOLIVIA

 

 

Dag 82 maandag 30 oktober 2017:

Puno PE > La Paz BOL – 260km

Overnachting in La Paz Apart Hotel Camino Real

 

Dit hotel is ingesteld op groepen toeristen die per vliegtuig of per bus aankomen of vertrekken. Je kunt hier dan ook reeds ontbijten vanaf 5u30. Ikzelf ga ontbijten om 6u, en zie alweer een groep mensen vertrekken na een haastig ontbijt. Ik neem er mijn tijd voor en kan dan daarna rustig gaan inpakken.

De motoren staan in een soort garage zonder verharde bodem, en op een hellend vlak. Het kost dan even tijd om ze met vereende krachten naar boven te trekken uit de garage. Het is redelijk fris, en goed aangekleed vertrek ik met Leo en Ellie richting Bolivië. Onderweg komt ook Rob met Joke nog aansluiten. Rob en ik gebruiken TomTom, en deze geeft geen dekking voor Bolivië, zodat we vanaf de grens aangewezen zijn op Leo en Ellie om ons de weg te wijzen door La Paz tot aan het hotel. Er wordt van os min of meer verwacht dat we rechtstreeks naar de grens rijden, maar ik vind dit een te mooie streek om niet even te stoppen of een zijsprongetje te wagen, en iets interessants van meer nabij te gaan bekijken

De streek tussen Puno en La Paz, inclusief het Titicacameer waar we langsheen rijden, behoort tot de Altiplano. Dit is een hoogvlakte op bijna 4000 meter tissen twee enorme bergkammen van de Andes: de Cordillera Oriental en de Cordillera Occidental. De regen die hiertussen naar beneden valt stroomt naar die hoogvlakte, maar kan nergens anders heen dan naar het diepste deel, en vormt aldus het Titicacameer. Daar kan het water enkel verdampen, en het meer wordt stilaan steeds zouter. Het water op de hoogvlakte stroomt zeer traag, zodat er geen valleien gevormd worden, en de hoogvlakte vlak blijft.

Hier wonen de Aymara, een groep Andeanen met typische eigen klederdracht en gewoonten. Ze spreken ook hun eigen taal: het Aymara. Ze wonen aan beide zijden van de grens, en voelen zich meer Aymara dan Peruviaan of Boliviaan. Toch trekken velen onder hen naar de steden, zodat ze, en vooral dan de vrouwen, sterk herkenbaar zijn in het straatbeeld, met hun typische meerlagenrokken en hun opvallende hoge hoed.

We passeren eerst boerderijtjes opgebouwd uit adobestenen, en kleine akkertjes of weiden, mooi van elkaar gescheiden door rotsstenen muurtjes van een meter hoog. Heel kleurrijk. In het dorpje Juli sla ik even af om een bezoekje te brengen aan de mooie Iglesia de Nuestra Señora de la Asunción.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/dag82_juli.jpg

 

Er wordt hier nog wel aan visvangst gedaan, maar dit lijkt mij eerder beperkt gezien de verwaarloosde staat van de weinige bootjes die ik langs het meer aantref. Toch zie ik er één in goede staat.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/dag82_titicaca.jpg

 

Op een bepaalde plaats wordt wel iets gekweekt, maar ik heb enkel uitzicht vanop een hoge klif, en kan niet meer informatie verzamelen.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/dag82_titicaca2.jpg

 

In Desaguadero missen we de afslag naar de grens, en komen per ongeluk terecht op de grensovergang voor vrachtwagens. Geen erg, men is dat hier blijkbaar gewoon, en met de hulp van vele mensen aan de kant van de weg worden we door een wirwar van straten, en doorheen een verkeersvrije drukke markt met toestemming van de politie naar de grens geloodst. In mijn zog volgen zes motoren, die op mij vertrouwen om telkens opnieuw de weg te vragen.

De grenspassage gaat heel vlot en vriendelijk. De beambte lacht even als hij mijn pasfoto ziet; hij vraagt of ik dat wel ben. Ik doe mijn bril af en zeg hem in het Spaans dat ik op die foto wel op een boef lijk, waarmee ik hem en zijn collega stevig aan het lachen breng. Daarmee gaan de formaliteiten wel wat vlotter. De moto’s worden niet eens gecontroleerd, en het verlaten van Peru is in een mum van tijd afgehandeld. Nu de brug over en zien wat de Bolivianen voor ons in petto hebben. Behalve een ontbrekende stempel waar ik nog eens moet voor teruggaan, gaat alles vlot: vriendelijk, deskundig  achter de PC, maar nauwelijks controle: men vraagt buiten wat op papier staat nog enkel de kleur van de motor.

Een beetje onverwacht snel staan we dus in Bolivië. Rob en ik hebben een TomTom die geen ondersteuning biedt in Bolivië, dus volgen we Leo. We gaan op zoek naar iets om te drinken of te eten. Niets, en wat verder nog niets. We belanden weer op de mooie altiplano, die hier veel minder bevolkt is dan aan Peruviaanse zijde. Hongerig en dorstig belanden we uiteindelijk in een soort spookstad, die niets anders is dan een lange straat opgebouwd uit muren, onafgewerkte huizen en werkplaatsen, kilometers lang. Heel erg bevreemdend. Wat verder echter gaat dit plots over en een chaos van primitieve nerinkjes, minibusjes, kraampjes op de weg, en een massa volk, hoofdzakelijk Aymara. Dit is El Plano, een voorstad van La Paz die het totaal verzadigde La Paz aanvult, en één der snelst groeiende steden ter wereld is. Er zijn hier zelfs vrouwelijke Aymara politieagenten, gekleed in traditionele Aymara kledij. Uiteindelijk komt toch een einde aan het kruipen doorheen dat mierennest van minibusjes, en komen opgelucht terecht op de ringweg, waar net wegenwerken aan de gang zijn. Nochtans gaat dit vlot zonder enige filevorming, waarna we het drukke La Paz binnenduiken: een redelijk moderne stad naar Zuid-Amerikaanse normen, met heel veel hoogbouw, en prachtige zichten.

Omstreeks 15u lokale tijd komen we aan in het hotel. We hebben een uur moeten inleveren, en zijn nu maar 5 uur meer af van de tijd in Watervliet. Er blijkt een fout te zijn in het aantal geboekte kamers. Na een kamerdans, waarbij ik tweemaal de verkeerde kamer krijg, kom ik terecht op het twaalfde verdiep, in een appartement met keukentje en living naast de slaapkamer en de badkamer.

Ik ga dan op stap in de stad, mij beperkend tot de buurt rondom het hotel.

 

http://blogalain.azurewebsites.net/wp-content/uploads/2014/11/dag82_lapaz.jpg

 

Er staan hier wel enkele mooie statige woningen, maar die zijn meestal verwaarloosd en verliezen hun charme door de aanwezigheid van hoogbouw, storende reclame of nutsvoorzieningen.

´s Avonds ga ik eten met Leo en Ellie. Veel te veel, want na het uitgebreide slaatje moet ik mij beperken tot de helft van de overigens lekkere lasagne.

Om tien uur gaat het licht uit.

 

 

Dag 83 dinsdag 31 oktober 2017:

Rustdag in La Paz BOL

Overnachting in La Paz Apart Hotel Camino Real.

 

Hotel Camino Real is een luxe hotel, en het ontbijt is er dan ook naar. Tijdens het ontbijt vang ik op dat iemand zit te janken en te emmeren over iemand anders in de groep die teveel ouwehoert. Wat een taalgebruik bij die Hollanders toch ;). Nu heb ik daar zelf helemaal nog niets van gemerkt. Eergisteren stelden wij onder elkaar nog vast dat alles zo goed ging. Ik heb in elk geval nog helemaal niet te klagen gehad van mijn reisgenoten, integendeel.

De meesten gaan vandaag een ritje maken over de ‘Camino de la Muerte’, een beruchte weg langs duizelingwekkende ravijnen, die nu nog enkel door toeristen wordt gebruikt voor een mooie ervaring, een grote kick, en dát hopend op een happy ending. Ikzelf hou het rustig, Ik heb geen zin in een lastige verplaatsing doorheen de stad, en verkies een stevige wandeling door het historisch centrum van La Paz.

Nuestra Señora de la Paz is de officiële benaming van de grootste stad van Bolivia, en terzelfdertijd de administratieve hoofdstad, hoewel niet de officiële hoofdstad. De inwoners worden Paceños genoemd. De stad ligt in een kloof, waarbij het oude stadscentrum op een sterke helling ligt. Dát betekent klimmen, en dan nog op 3600m hoogte. Ik vertrek even voor elven, en vermaak mij steeds meer naarmate ik het centrum nader. Op de Plaza San Francisco staan kraampjes waar zoetigheden worden verkocht, want morgen is het feestdag van ´Todos Santos’.

 

dag83_zoetigheden

 

 

Op een scheef krakkemiekig tafeltje staan bekertjes gevuld met een zoet sapje. Ik neem er een foto van vanop afstand. Wanneer ik een tiental meter verder ben hoor ik een gekledder en zie de plastieken bekertjes op de grond liggen. Ik loop naar boven, hoger de oude stad in, tot op de Plaza Murillo, de vroegere Plaza de Armas, het echte hart van de stad. Hier staat de kathedraal, die gebouwd werd in opdracht van de overheid: het waarom laat zich gauw raden. Een onderdeel van de kathedraal bevat een mausoleum voor de vroegere president Andrès de Santa Cruz. Het wordt bewaakt door twee soldaten.

 

dag83_soldaten

 

Ik vraag of ik een foto mag maken. De soldaat knikt bevestigend. Naast de kathedraal bevindt zich dan het regeringsgebouw. Nihil nove sub sole.

 

dag83_dodge

 

Ook hier kleuren oude bussen het straatbeeld. Ik bekijk eerst alles van aan de buitenkant, maar moet dan vervolgens vaststellen dat om 12u30 de meeste bezienswaardigheden dichtgaan.

 

dag83_cafe

 

Ik tracht dan zoveel mogelijk interessante buitenkanten te vinden, ga ook nog een koffietje drinken in een mooi kader, maar keer om 2u dan toch even terug naar het hotel.

Om drie uur weer op pad, gericht ditmaal naar de Calle Apollinaire Jaén, gekend als het mooiste straatje van La Paz. Hier zijn vier stadsmusea die ik uitgekozen heb voor een bezoekje. Het zijn kleine musea, die elk maar een half uurtje in beslag nemen.

 

dag83_calle_jaen

 

Wanneer ik een ticket ga kopen, wordt dit mij geweigerd omdat ik mijn paspoort niet bij heb. Op vertoon van mijn verzameling ‘plastieken kaartjes’ echter mag ik toch binnen.

Het eerste is het Kostuum Museum, helemaal niet duf zoals de naam doet vermoeden, maar een belichting van diverse aspecten van de Boliviaanse samenleving en geschiedenis, met daarnaast, hoe raadt u het, de vele historische klederdrachten door de eeuwen heen. Bijzonder interessant is de verklaring van de typische klederdracht van de Aymaravrouwen. Oorspronkelijk was deze klederdracht opgedrongen door de Spaanse machthebbers aan de meestal mestieze vrouwen, die als hulpje werden aangenomen door de welstellende Spanjaarden. Na de onafhankelijkheid en het verdwijnen van de Spanjaarden gingen ook de Aymara vrouwen zich op deze wijze kleden om zichzelf een zetje naar boven te geven, hoger op de sociale ladder. Maar op de laatste paar honderd jaar zijn zij zo wel op die laddersport blijven staan, wijl de rijkere (mestieze) vrouwen zich meer Europees gingen kleden, en die ladder gewoon naar beneden gezonken is, met de Aymara terug met de voeten op de grond.

Het tweede museum belicht de oorlogen die Chili voerde tegen Bolivië en Peru, om hen belangrijke stukken land met veel bodemschatten te ontfutselen.

Het museum van de edelmetalen toont dan de rijke vondsten van de mooie archeologische site van Tiwanaku, waar wij gisteren passeerden zonder te stoppen. Naast een grote schatkamer met goud, gebarrikadeerd door een enorme brandkastdeur, worden hier ook enkele mummies in typische foetushouding, enkele interessante schedels, en een hele verzameling mooie keramieken voorwerpen voorgesteld. Dit alles wordt gekaderd in een tijdsas, en vergeleken met de beschavingen in Europa en het Midden-Oosten: hierbij wordt duidelijk gemaakt dat de beschaving in Amerika even vroeg ontstond, en quasi gelijkmatig evolueerde met de rest van de wereld.

 

dag83_museum

 

Het laatste museum is gelegen in het huis van Pedro Murillo, een Boliviaanse held die opkwam tegen de Spaanse overheersing, die door de Spanjaarden werd opgehangen en vervolgens onthoofd, en aan de basis lag van de Boliviaanse onafhankelijkheid die dan enkele jaren later volgde.

De vier musea zijn gelegen in huizen die op zichzelf al kleine pareltjes zijn van koloniale architectuur. Elkeen wordt mede bewaakt door de politie. Op een paar uurtjes tijd heb ik de gelegenheid gehad kennis en begrip op te doen, die mij zal helpen om de komende dagen met een klaardere blik aan te kijken tegen alles wat we hier in Bolivië tegenkomen.

De kerk Nuestra Señora de la Merced is helemaal versierd met vers geurende bloemen en wordt druk bezocht. Voor de kerk is een marktje waar bloemen en koeken worden verkocht.

 

dag83_devotie

 

Hier leer je wat devotie betekent.

Ik keer dan terug naar het hotel, met onderweg een kleine stop voor een theetje en een versnapering. Aan het werk nu! De blog wacht ongeduldig (in)voer.

Het avondmaal nemen we in het hotel. Ik bestel een vegetarische kippensoep, en krijg prompt een slabbetje aangebonden. In de soep drijft een grote aardappel en een nog groter stuk kippenborst: ´Kip á la nage’. De soep wordt gegeten met mes en vork, en wat overblijft wordt uitgelepeld.

Ik ga dan nog even met Fons Boliviaanse pesos tanken in de buurt van het hotel. De bank bevindt zich net voorbij een parkje waar jongeren rustig salondansen op de muziek van een kleine installatie die ze zelf meebrachten.

Terug in het hotel zet ik mij weer aan het werk, want ik heb de laatste dagen wat achterstand opgelopen. Rond halftwaalf is het wel geweest. Morgen wacht een serieuze verplaatsing.

 

 

Dag 84 woensdag 1 november 2017

La Paz BOL > Chalapata BOL – 360km

Overnachting in Challapata Residential Diar

 

Vandaag word ik pas wakker om zes uur, en dan nog door het licht dat door een kier in de gordijnen binnendringt in mijn kamer. Na  het ontbijt moeten alle motoren nog uit de garage gehaald worden, en dat neemt wat tijd in beslag omdat ze achter elkaar staan, en dus in de juiste volgorde er uit moeten gehaald worden.

Omdat Rob en Joke, net zoals ik, geen GPS hebben voor Bolivië, rijden ze mee met mij en Leo. We geraken vlot uit het drukke stadscentrum, maar raken dan even verder vast op de ringweg, waar wegenwerken aan de gang zijn. We moeten weer de hoogvlakte van 4000m op, en dat houdt weer een korte passage doorheen El Alto in, waar de inwoners de ringweg ingepalmd hebben met kraampjes en honderden minibusjes.

We zullen die hoogvlakte vandaag niet meer verlaten, hoewel ze zachtjes afloopt naar 3700m. Leo gaat tanken: Hij moet als buitenlander 2,5 maal de normale prijs betalen. Dit is natuurlijk een absurde wet, aangezien er hier bijna geen buitenlanders komen, en dit een enorme administratie en tijdsverlies meebrengt. Een honderd kilometer verder is het mijn beurt om te gaan tanken. Leo en Rob rijden echter te ver voorop en te hard om hen te kunnen inhalen. Ze zien mijn lichtsignalen niet en missen de eerste afslag voor het tankstation. Ook bij de tweede afslag rijden ze verder. Ik neem de afslag en rij het stadje Patacamaya binnen, op naar het tankstation. Daar staat een file auto’s te wachten om te kunnen tanken, gelukkig de meesten voor diesel. Ik slaag er in om benzine te tanken ‘sin factura’, wat mij heel wat scheelt, en de pompbediende de administratie bespaart.

In Sicasica rij ik het dorpje binnen. Het dorpsplein is mooi en goed onderhouden naar lokale normen. Even verder staat een heel mooi barok kerkje, waar net een kerkdienst gaat beginnen of geëindigd is.

 

dag84_sicasica

 

Het is vandaag feestdag van ‘Todos Santos’ en de mensen staan er meestal op hun paasbest uitgedost bij.

Oruro is dan weer een redelijk grote stad, waar ik wijselijk omheen rij via de ringweg. Er is hier veel zand en afval, de wind doet de rest, en  het is dan niet aangenaam rijden, hoewel ik mij niet hoef te vervelen. Voorzichtig werk ik mij door het verkeer, en kan opgelucht rustiger vaarwater bereiken, terug op de open hoogvlakte. Bijna overal is er wel teken van leven, soms onder de vorm van bijna vergane huisjes.

 

DSC00007

 

Nu en dan doorkruis ik een dorpje waar de tijd bijna is blijven stilstaan.

 

dag84_dorp_altiplano

 

In Machacamarca is een soort treinmuseum, maar de site spreekt mij zo weinig aan dat ik weer verder rij. Er is een spoorweg, waar die is hier in zodanig slechte staat dat ik mij moeilijk kan voorstellen dat hier nog treinen overheen rijden.

 

dag84_sinai_kerk

 

Onderweg zie ik enkele belabberde kerkjes, elk op hun manier toch leuk om even te bekijken. Aan de rechterzijde zie ik het opgedroogde Poopo-meer, dat gevoed wordt door de overloop van het Titicaca-meer, maar nu quasi volledig opgedroogd is, en veranderd in een soort zoutvlakte. Toch groeien hier nog redelijk wat grassen, waardoor ook veeteelt mogelijk is.

 

dag84_zout

 

Om vier uur zie ik in de verte een dorp tegen de basis van de bergwand aan gekleefd. Het blijkt inderdaad Challapata te zijn. Ik ga eerst tanken nu ik mij toch nog fit genoeg voel. Ik doorkruis voorzichtig het dorpje waar er net markt is. Aan het hotel komt Rob mij tegemoet om te zeggen dat ik naar een ander hotel moet, want dit hier is te ver beneden de norm. Het wordt dan Hostal Marian, tweemaal een hoekje om. Dit is een proper zaakje met gedeelde faciliteiten, maar vermoedelijk van het beste dat in deze contreien beschikbaar is. Ik neem mijn intrek, en vertrek dan direct weer naar het marktje om wat couleur locale op te snuiven, vooral letterlijk dan, want er is veel kleurrijks te zien én te ruiken.

 

dag84_markt

 

Challapata is het centrum van de quinoa-handel, een soort gierst waar wonderkrachten aan toegeschreven worden, met weinig wetenschappelijke argumenten, maar zolang de hype duurt toch een economische meerwaarde.

’s Avonds gaan we eten in een lokaal restaurantje: soep, kip en frieten, voor de verandering. Twee euro, drank en plezier inbegrepen.

 

 

Dag 85 donderdag 2 november 2017

Chalapata BOL > Uyuni BOL – 200km

Overnachting in Uyuni Hotel Girasoles

 

Ik sta om vijf uur op, en zorg er voor dat ik reeds vóór 6u ga douchen, terwijl de anderen nog slapen. Ik kan dan ongestoord mijn tijd nemen. Er is geen douchegordijn, en de sproeier hangt bijna over de rand van de douchekuip. Je raadt het al: het badkamertje stroomt al snel onder water.

Het ontbijt is karig, maar voldoende gegeven de omstandigheden.

Ik ben niet haastig, want ik heb er voor gekozen om de gemakkelijke kortere nieuwe route te volgen. Dit zal mij toelaten om zoveel te stoppen als ik wil, en bij tegenslag voldoende tijd over te houden om een oplossing te vinden. De meesten anderen nemen de route via Potosí, 200km langer.

Ik pruts nog even aan de motor, want mijn buitentemperatuurmeter doet het niet meer.

Ik vertrek met Leo en Ellie, en even later Rob en Dafne in ons zog. Ik ben nog maar pas het stadje uit, wanneer ik zie dat mij twee knipperlichtwaarschuwingslampjes branden, en de motortemperatuur opgelopen is tot 120 graden. Ik stop. Ook mijn knipperlichten doen het niet meer, en de ventilator van de motorkoeling slaat niet aan. Dan doe ik de lichten van de motor uit, en alles functioneert weer normaal. Ik heb deze morgen bij het prutsen iets misdaan, waardoor ergens een verkeerd contact is ontstaan. Dan maar verder rijden zonder licht, en deze namiddag even uitpluizen. Ik ben toch zichtbaar vanop een kilometer met mijn fluo helm en fluo stickers op de motor.

Deze doorweg naar Uyuni is nog maar pas verhard. Dit betekent dat deze streek nog maar pas ontsloten is voor modern verkeer, en ik verwacht dus een passage doorheen authentiek en antiek Bolivië.

De altiplano is hier ook wat golvend. Het lijkt wel een woestijn, maar toch wordt hier aan extensieve landbouw gedaan: ik kruis dan ook menig tractor.

 

dag85_gewassen

 

We zitten nog in het droge koude seizoen, maar hier en daar schieten al gewassen op.

 

dag85_dorpje

 

Heel oude dorpjes opgebouwd uit adobestenen huizen, meestal verlaten, maar toch niet altijd.

In Rio Mulatos neem ik een foto van het oude treinstation. Een man komt naar mij en hoort mij uit over mijn reis.

 

dag85_riomulatos

 

Zoals zo vaak gebeurt vraagt ook hij wat mijn moto kost. Hij vertelt dat deze spoorlijn nog echt in gebruik is, zowel voor personen als voor goederen. Hij wenst mij een goede reis toe en ik reis weer verder.

 

DSC00041

 

Er is hier naast de open weide voor koeien en lama’s ook nog plaats voor écht wild: vicuña’s.

 

dag85_vicuna

 

Ze zijn erg schichtig, en vluchten al gauw weg tot veilige afstand waar ze mij argwanend aanstaren.

 

dag85_zoutrivier

 

Het wordt stilaan bergachtiger. Regelmatig rij ik over een riviertje dat uit de bergen komt, beladen met zouten uit de gesteenten. Het water droogt al gauw op of dringt in de grond, de zouten blijven zichtbaar over.

 

dag85_salar_uyuni

 

Na de oversteek van de bergen, bijna 4000m hoog, kom ik dan in een nieuwe vlakte waar in de verte de zoutvlakte van Uyuni voor bijzondere luchtspiegelingen zorgt.

Ik kom hier Johan en Hans tegen, en samen rijden we verder.

Dan rij ik rond 14u Uyuni binnen, een stadje dat meer ontwikkeld is en groter dan verwacht, maar toch vuil door zand, afval en verwaarlozing. Ik ben dan ook blij verrast dat het hotel, waar we onze intrek nemen, onlangs grotendeels gerenoveerd wed

Na een kleine lunch met Johan en Hans ga ik mijn motor eens bekijken. Er is gelukkig enkel een beschermkapje wat verschoven, waardoor een vals contact ontstond. Ik controleer ondertussen motoroliepeil en de ketting, en vul en smeer waar nodig.

’s Avonds gaan we met de ganse groep eten in een restaurant. De maaltijd is verzorgd, maar laat lang op zich wachten. Om tien uur terug naar het hotel, en snel onder de wol, letterlijk dan, want het is erg koud geworden. ´s Nachts daalt de temperatuur hier tot het vriespunt.

 

 

Dag 86 vrijdag 3 november 2017

Rustdag in Uyuni BOL

Overnachting in Uyuni Hotel Girasoles

 

Dit hotel heeft een redelijk snelle internettoegang. Ik zal er dus van profiteren om de foto’s van de afgelopen dagen op te laden. Ik sta op rond halfzes en begin aan de blog.

Om zeven uur ga ik ontbijten: Er is nog niemand anders van onze groep aanwezig. Even later komt Rob (de Jong) binnen, net terug van een ochtendwandeling in de stad. We laten het ons smaken. Er zijn zelfs donkerbruine broodjes.

Om negen uur komen drie Toyota Landcruisers voor het hotel aangereden: Ze komen ons oppikken voor een tocht over de zoutvlakte: de ‘Salar de Uyuni’. Eerst over de weg tot Colchani, een dorpje aan de rand van de zoutvlakte. Daar staan wat kraampjes met souvenirs.

 

dag86_zouthotel

 

Ik wandel echter wat dieper het dorpje in en zie een antiek hotelletje opgetrokken met zoutblokken.

 

dag86_zout&lucht

 

We rijden weer verder, over het zout nu.

 

dag86_alain_dakar

 

Een groot beeld met het icoon van de rally Paris-Dakar staat hier midden op de zoutvlakte. Deze rally wordt sedert vele jaren niet meer gereden in Afrika, maar in Zuid-Amerika, en passeert dus ook over deze zoutvlakte.

 

dag86_zoutvlakte

 

We rijden weer verder en houden halt aan een eilandje midden op de Salar. Dit is begroeid met cactussen, die nu net beginnen bloeien.

 

dag86_zouteiland

 

Daarna brengen we nog een bezoek aan het treinkerkhof. Hier werden oude locomotieven gedumpt, en deze staan nu op te roesten, met als enig nut nog het bezoek van nieuwsgierige toeristen.

 

dag86_treinkerkhof

 

In de namiddag ga ik dan met Udo een kleinigheid eten. Die kleinigheid, nochtans maar een hamburguesa (een broodje met vlees, groenten en frietjes) valt zo groot uit dat ik voor de rest van de dag genoeg heb, en dan later de nacht kan ingaan met een maag die reeds op rust is.

 

 

Dag 87 zaterdag 4 november 2017

Uyuni BOL > San Juan BOL – 150km

Overnachting in San Juan Hostal de Sal Los Lipez

 

Na een rustige deugddoende nacht maak ik mij klaar voor enkele dagen doorheen afgelegen streken met bergen en woestijnen, en zonder verharde wegen. Het is mogelijk dat wij enige tijd van de buitenwereld zullen afgesloten zijn, zowel wat betreft telefoon als wat betreft internet. We worden gedurende twee dagen begeleid door een terreinwagen tot aan de grens met Chili. Deze vervoert de bagage, en kan eventueel tussenkomen bij een of ander probleem.

Rob en Joke, en Leo en Ellie vertrekken straks ook naar Argentinië via een andere route, over gebaande wegen. Zij rijden in duo op een zware motor, en zien het zandworstelen niet zitten. Een verstandige beslissing. Ik heb die optie ook overwogen, maar ja… ík ben niet zo verstandig.


Na het ontbijt worden de koffers en rolzakken in de auto geladen, gaan we nog even tanken, en zetten we aan. De eerste 60 km zijn geasfalteerd, maar hier en daar is de weg stoffig en onverhard. Ik merk al gauw dat mijn elektrisch probleem van gisteren niet opgelost is, en plots verergert het in die zin dat alle instrumenten op het dashboard uitvallen, maar dat de motor prima verder rijdt. Geen echte zorg dus, maar toch weer een klusje voor deze namiddag.

Even verder is de afslag naar San Juan, dat betekent nog 100km op stoffige, soms zanderige, onverharde wegen: Alles verloopt wonderwel zonder problemen.

 

dag87_cafe_winkel

 

Halfweg gaan we even koffie drinken en wat uitrusten in Rio Grande in een café annex winkeltje. Rond half een bereiken we dan San Juan de Rosario, een slapend dorpje met toch wel 1000 inwoners, waarvan de helft kinderen. Het hotelletje is een ‘zouthotel’, opgebouwd met zoutstenen, primitief, maar relatief proper en gezellig.

 

dag87_hostal-de-sal

 

In afwachting dat de kamers klaar zijn gaan we op stap naar de necropolis 1km buiten het dorp. Dit is een prehistorische begraafplaats waar doden gewikkeld in een soort poncho werden begraven in hutten, gemaakt met opeengestapelde ruwe lavastenen.

 

dag87_graftomben

 

In de stenen iglo’s liggen versteende skeletten gehurkt te grijnzen naar nieuwsgierige toeristen.

 

dag87_skelet

 

Vanop de heuvel waar de necropolis op gevestigd is hebben we een mooi uitzicht over de altiplano, en de Chileense vulkaan Ollagüe. In de verte slurpt een grote windhoos zand naar boven. Binnen de omheining is ook een mooi interessant museumpje, dat een aantal etnografische elementen belicht naast de dodencultus zelf. Binnen horen we plots een sterk gedruis alsof een vliegtuig overvliegt. Vermoedelijk de windhoos die ons hier bereikt heeft. Gelukkig zitten we net binnen.

Naast het hotel hebben ze de afgelopen dagen net een drinkput voor het vee leeggepompt en drab verwijderd, en nu loopt de put langzaam weer vol met grondwater. Het vee komt al langzaam weer naar hier om te drinken. Wat verder, aan de ingang van het dorp, doet men net hetzelfde.

 

dag87_dreggen

 

Hier zijn een twintigtal dorpelingen met schoppen, emmers en kruiwagens nog bezig in volle zon het drab op te scheppen en dertig meter verder te dumpen. Op terugweg naar het hotel kom ik een oude man tegen met een kruiwagen. Ik vraag hem of hij ook gaat helpen om de put te ledigen. ‘Jawel!’, antwoordt hij vrolijk. Hij heeft er duidelijk zin in. Een hond komt mij kwispelstaartend tegemoet en volgt mij vrolijk tot de ingang van het hotel. Ik hoop dat hij geen vlooien heeft. Udo staat daar ook net buiten, en de hond heeft al direct een nieuwe vriend terwijl ik naar binnen ga.

Nu mijn probleem van de motor oplossen. Ik bekijk eerst eens het elektrisch schema, controleer dan alle zekeringen, die in orde blijken te zijn, en kom tot de vaststelling dat het een slecht contact moet zijn op een connector. Dus een deel van de kuip er af, en het deksel van het dashboard: En jawel, de connector zit volledig los, en hangt daar te bungelen. Hoe is dat nu gekomen? Die zit normaal geborgd met een lipje. Ik vet de metalen lipjes wat in, steek de connector weer in elkaar, en alles werkt weer prima. Terwijl het dashboard open is ga ik mijn windschermpje beter bevestigen. Dit heeft altijd te lijden van vreemde hulpvaardige handen die de motor helpen ondersteunen of verplaatsen door aan het scherm te trekken.

In dit hotel is geen internet, noch is er GSM-bereik. Het thuisfront moet maar geduld uitoefenen: Geen nieuws is goed nieuws, en het klopt voorlopig nog ook. Toch zet ik mij even aan het werk om de blog reeds op mijn computer voor te bereiden, dat bespaart mij later werk. Het is nu 17u, en ik zit in de eetzaal te werken. In de keuken hiernaast heerst een gezellige bedrijvigheid. Heel de familie is aan het werk om ons avondmaal voor te bereiden. Ik neem een fotootje wijl ze lachend voortmaken.

 

dag87_keuken



Ze hebben thee, koffie en koekjes klaargezet, en vragen mij of ik de compañeros kan verwittigen dat ze uitgenodigd zijn voor het vijfuurtje. Langzaam komt één voor één binnen en schuift aan: Het wordt gezellig, de koekjes worden aangevuld en gretig aangesproken, en de tijd gaat voorbij tot Tiny mij verwittigt dat de zon ondergaat, wat altijd een leuke gebeurtenis is in de woestijn.

 

dag87_avondschemering

 

Om halfacht schuiven we dan weer aan voor een heerlijk avondmaal, en gaan nadien ons nest opzoeken.

 

 

Dag 88 zondag 5 november 2017

San Juan  BOL > Calama CL – 275km

Overnachting in Calama Hotel Atankalama

 

De woestijn is koud ’s nachts. Bij het krieken van de dag is het hier nauwelijks 0°, en dat in evenaarsgebied, maar wel op een hoogte van meer dan 3600m.

Het ontbijt, koffie en broodjes met marmelade, kan niet eenvoudiger, maar smaakt. We laden de motoren voor een alweer lastige verplaatsing door de woestijn. Je kunt hier niet meer van wegen spreken, maar van ‘tracks’, sporen getrokken in het zand door passerende voertuigen. Het komt er op aan het juiste spoor te kiezen, naar de juiste bestemming, en stevig genoeg om er met moto’s over te rijden. Stenen, daar kun je tussen of over rijden, maar zand is nogal gulzig, en als het voorwiel opgeslokt wordt, zit je vast of val je.

Om negen uur vertrekt de karavaan. We volgen allen de Toyota, evenwel met soms wel honderd meter afstand, maar het is vlak, en we verliezen elkaar niet uit het oog. Rob rijdt achteraan. Na een tiental minuten bereiken we een zoutvlakte die we moeten oversteken. Hier is geen zand meer, noch rotsen. De zoutvlakte is mooi egaal, en sommige zetten hier even de gaskraan open.

 

dag88_overheen_salar

 

In de verte rijst een grote vulkaan op, de Ollagüe, een mooi richtpunt, en tevens ons eerste reisdoel, want daar is de grenspost  met Chili.

 

dag88_groep_op_salar

 

 

Onderweg maakt de hele groep halt voor een foto-shoot. Wat later bereiken we een spoorweg die we vanaf hier dan volgen tot de grens.

Zonder een andere levende ziel tegen te komen, maar ook zonder noemenswaardige problemen bereiken we de grenspost na 60km dwars door de woestijn. De ongebaande wegen zijn achter de rug.

 

dag88_laden_moto_grens

 

We laden de koffers en die in de Toyota vervoerd werden op de motoren, en nemen afscheid van Ernesto, onze chauffeur en gids. We gaan vervolgens onszelf en de motoren uitschrijven uit Bolivië. Wat gaat dát vlot!

 

dag88_bareel

 

Ik mag zelf samen met Fons de bareel openen, en laat de groep binnen in Chili. Nu rijden we vier kilometer tot aan de Chileense grenspost. Halfweg is de echte grens, gemakkelijk te herkennen aan de gloednieuwe asfaltweg. De paspoortcontrole gaat snel en efficiënt. De controle van de motor is hier iets scherper: een jonge beambte komt de nummerplaat controleren, en vraagt of we geen dierlijke of plantaardige goederen bij hebben: Jawel, ik heb een banaan mee. Ik mag die gelukkig ter plaatse opeten, en de beambte neemt de schil en de plasticzak mee. Na de grens gaan we op zoek om de hongerigen te spijzen en de dorstigen te laven.

 

dag88_stop_na_grens

 

Op aanraden van de douanier stappen we af aan een onooglijk zaakje met een enorm bijna niet meer leesbaar uithangbord. Ik bel aan en krijg geen gehoor. Maar terwijl ik reeds naar de motor terugloop gaat het deurtje plots open en een vrouwtje verzekert ons dat we aan het goede adres zijn, en dat zij wel een koffie en een broodje kunnen serveren. Het is een hostalletje dat binnen heel wat groter is dan buiten lijkt, en dat is wel nodig als zo een bende lawaaierige Hollanders binnen stuiken. Twee lieve oude vrouwtjes blijven koffie, brood, boter en kaas aanvoeren tot iedereen genoeg heeft. Bert en ik betalen met de weinige laatste Bolivianos die we nog hebben. Oef, net genoeg, en die zijn we dan ook weer kwijt.

Een meestal nieuwe asfaltweg voert ons dan over de volgende tweehonderd kilometer naar onze bestemming, doorheen de woestijn, langs vulkanen, zoutvlaktes, opgedroogde rivieren, dorre grasvlaktes waar de mooie, maar schuwe vicuña´s op de loop gaan voor het dreigend gebrom van de motoren. Dit is de Atacama-woestijn, één van de grootste, en tevens de droogste woestijn ter wereld.

 

dag88_rokende_vulkaan_ollague

 

Van hieruit is goed te zien dat de vulkaan Ollagüe nog actief is: een kleine rookpluim stijgt op aan de zuidkant ervan. Er staat hier en daar een strakke wind, en wat verder, op een hoogte van bijna 4000m, zien we zelfs een bos van windmolens.

 

dag88_zout_en_wind

 

Even moeten we zelfs door een stofwolk van opwaaiend zout.

Naarmate we Calama naderen zien we meer tekenen van menselijke activiteit. hier wordt grof geld verdiend aan mijnbouw, vaak in open dag ontginning. Sommige bergen zijn niet wat ze lijken, maar zijn in feite een soort terrils, waar de afgegraven rotsgrond, ontdaan van haar rijkdommen, wordt gestort.

 

dag88_chiuchiu_kerkje

 

In Chiuchiu, niet ver van onze bestemming, sla ik even af om het mooie eeuwenoude kerkje, volledig witgekalkt, te gaan bewonderen. Ik ben er niet alleen. Heel wat mensen maken hiervan een mooie zondagse uitstap.

Omstreeks 16u lokale tijd bereik ik Calama. Aan het eerste benzinestation ga ik tanken, en zie daar ook Bert en Fons hun motor afspuiten. Ik volg hun voorbeeld, en ontdoe het Transalpje van dagenlang opgehoopt en aangekoekt stof, modder en zout. En nu naar het hotelletje, dat er uitziet als een luxe bungalow in een naar lokale normen chique villawijk.

Ik moet nu eerst voor mijn trouwe paardje zorgen, breng opnieuw olie aan op de ketting, en fixeer met nylon spanriempjes, die ik van Fons kreeg, de houten beschermplaat onder de motor, die door de ruwe rit door de woestijn wat losgekomen is. Ik help Fons met het fixeren van zijn windscherm, waarvan aan één zijde de verstelbout losgetrild en verloren gegaan is.

´s Avonds blijven de meesten eten in het hotel zelf: een lekkere verzorgde maaltijd. Vier anderen verkiezen de Chinees een honderd meter verder.