Diary of a travelin biker  -  Diario de un motociclista de viaje

Alaska Vuurland : ALASKA

 

 

Dag -2 (dinsdag 8 augustus 2017):

Watervliet > Anchorage

Overnachting in Anchorage Hotel Aviator

Om halfzes komt Philippe mij ophalen. Het wordt een bewogen rit want we missen de afslag voor Goes en belanden aan de oostkant van het kanaal Gent-Terneuzen. Dan maar weer terug en ditmaal duiken we vlot de konijnenpijp in en dan onder de Westerschelde door.

 

 

We nemen even later afscheid aan het station in Goes en aldra ben ik op weg naar Schiphol. Althans met de nodige hindernissen, want er zijn werkzaamheden in de buurt van Dordrecht, en ik moet een paar maal overstappen op een andere trein.

In Rotterdam loopt het goed fout wanneer ik moet overstappen in Rotterdam Centraal, maar de bordjes buiten tonen Rotterdam Zuid. Ik blijf dus op de trein zitten tot de volgende halte, maar dat wordt dan weldra Den Haag. Ik heb dus mijn snelle aansluiting in Rotterdam gemist. In den Haag stap ik onmiddellijk af en neem vandaar uit de snelle verbinding naar Schiphol met uiteindelijk maar 20 minuten vertraging.

Ik bespaar 5 minuten door geen bagage te moeten inchecken, en nog eens een halfuur door niet te moeten aanschuiven voor de security. Ik word onderworpen aan een grondige controle inclusief een body search (gelukkig enkel uitwendig). Wat ga ik nu het volgende anderhalf uur doen?

Plots zie ik daar een kleine groep druk doen: het blijken mijn reisgenoten. Even later zijn we met zijn achten, en wisselen nieuwtjes uit tot we kunnen gaan boarden.

In Frankfurt komen we reeds aan ruim voor 13 uur. Eerst een theetje of een koffietje en dan weer de hele rimram doorlopen, inclusief de body search. Mijn rugzak moet voor de tweede keer vandaag een grondige controle ondergaan: er zitten daar zoveel diverse brolletjes in dat ze dat enigszins verdacht vinden. Maar uiteindelijk is alles OK. De laatste controle vindt plaats bij het boarden. De stewardesjes bekijken onze passen en vinden het eigenaardig dat wij geen gewoon ESTA-visum hebben, maar een duurder visum met een geldigheid van tien jaar. Ik leg hen uit dat we een grote trip maken van Alaska naar Argentini. Als een van hen, niet onaardig, blond, halfweg de veertig, hoort dat de reis vier maand duurt, zegt ze mij dat haar man ook wel eens een zo lange reis zou moeten maken, dan heeft ze eens 4 maanden rust. "Heel eenvoudig!" zeg ik haar, "Koop hem een moto. Mijn vrouw heeft dat ook gedaan voor mij." Hilariteit alom. Ze reageert: "Of we trouwen met een van jullie. Dan hebben we zeker rust (om alles te doen wat we zelf willen)." Ze blijven nog lange tijd luidruchtig over het onderwerp doortateren.

Het vliegtuig naar Alaska is een Boeiing met driehonderd plaatsen. Het is afgeladen vol. Maar het is een relatief nieuw toestel en behalve de zeer krappe beenruimte toch redelijk comfortabel. Ik zit naast een Duitse pastor uit de buurt van Magdeburg, iets ouder dan ikzelf, met jeugdig uitzicht. Ik schatte hem jonger dan mijzelf. Hij babbelt graag en vertelt uitgebreid over zijn familie en zijn werk als pastor, maar dan wel in de chte betekenis van het woord. Hij komt zijn oudere broer bezoeken in de buurt van Anchorage. Die is net 65 geworden en heeft hier een carrire uitgebouwd als fysiotherapeut samen met zijn Amerikaanse vrouw.

Mijn oordoppen en een halve Temesta helpen mij om de tien uur lange vlucht gelaten te ondergaan zonder gek te worden.

Bij aankomst is het hier net geen 16u. Onze aankomsthal bevindt zich in een mooi historisch gebouw.

 

 

We raken vlot door de douane en een taxi brengt mij naar mijn hotel 'Aviator'.

Eerst wat opfrissen en dan nog samen met Rob en Joke enkele uurtjes de beentjes strekken in Downtown, net om de hoek van ons hotel.

Dat centrum van de stad is niet groter dan dat van Eeklo, hoewel Anchorage driehonderdduizend inwoners telt, maar dan wel op een oppervlakte zo groot als Oost-Vlaanderen.

 

 

We komen heel wat beren tegen, maar deze  zien er vriendelijk uit. Dat kan de komende dagen nog veranderen.

Om 21 uur kruip ik onder de dekens na een lange dag van 27 uur.

 

Dag -1 (woensdag 9 augustus 2017):

Verblijf in Anchorage

Overnachting in Anchorage Hotel Aviator

Drie uur 's nachts plaatselijke tijd. (In Watervliet is het al 13u). Ik ben wakker en sta op. Ik heb redelijk goed geslapen in een uitstekend bed, hoewel ik zeker elk uur even wakker werd gemaakt door de stoomfluit van een locomotief vijfhonderd meter verder. Die machinisten hebben hier de gewoonte om dag en nacht regelmatig een concertje te geven. Eerst een koffietje en wat rekoefeningen, want mijn spieren zijn stijf van het zitten en liggen. Ik heb een videogesprekje met mijn vrouw Christien en zet mij dan aan het werk om de blog bij te werken en on line te zetten.

Ondertussen is het hier bijna 6 uur 's ochtends, en 'het daghet reeds in den Oosten'. Tijd voor een wandelingetje en ontbijt in de stad. De ontbijtruimte in het hotel is immers niet meer dan een automatenruimte en gratis koffie. In de stad is bijna alles nog dicht, behalve de bakkerij-patisserie die we gisteravond gespot hadden. Ik koop enkele broodjes en doe nog een toertje door het kleine stadscentrum vooraleer naar het hotel terug te keren om te ontbijten. Ik haal in de lobby wat koffie uit de automaat en keer terug naar mijn kamer. De koffie is gloeiend heet en koelt af terwijl ik verder aan de blog werk en tussendoor mijn ontbijt naar binnen werk.

Rond negen uur neem ik samen met Rob en Joke de bus naar het hotel van Rob en Dafne de Jong, onze reisleiders. Rob wacht ons reeds op om ons met een huurauto naar de motoren te brengen. Eerst gaat het naar de douane om een stempel af te halen waarmee we dan  vervolgens de motoren vrij krijgen bij de transporteur.

De kratten staan buiten op een afgeschermde parking. We helpen elkaar om de klus snel te klaren. Gelukkig regent het niet, en is het zelfs redelijk  warm en zonnig.

 

 

Twee uurtjes later zijn de motoren ontdaan van hun verpakking en terug in elkaar gestoken. Mijn voltmeter en mijn thermometer doen het niet meer, n van mijn knipperlichten werkt niet goed en mijn achterband staat zo goed als plat. Met het pompje van Rob is dat laatste snel gefikst.

De motor start vlot, maar ik weet dat ik voor de vlucht bijna alle benzine uit de tank gehaald heb en dus snel moet gaan tanken.

Maar nu eerst met de groep gaan eten in een Koreaans? restaurantje om de hoek. Ik bestel een enorme salade, gelukkig heel licht verteerbaar, en help dan vervolgens Joke om haar enorme kip en noedelsoep weg te werken. Heel lekker allemaal. Fons moet straks nog terug naar zijn motor om de hoek, want hij krijgt hem niet aan de praat.

Dan terug naar de stad, maar eerst gaan tanken!  Zover komt het echter niet, want Rob mist de afslag naar het eerste tankstation en rijdt de snelweg op. Ik durf hem niet volgen, en gelukkig zo, want twee seconden later valt mijn motor zonder benzine. Leo en Rob kunnen niet meer terug om mij te helpen, en ik sta er hier gans alleen voor. Ik ontdoe mijn motor van wat bagage en leg hem even op de linkerzijde, zodat de benzine uit de rechtertankhelft naar links, naar het aftapkraantje kan stromen. Dat lukt, en even later tuf ik zachtjes richting benzinestation. Ik haal het echter toch niet en moet de motor nog zeker vijfhonderd meter te voet verder duwen. Verschillende mensen bieden mij hun hulp aan, maar ik wijs die heel vriendelijk en dankbaar af. Ik wil mijn motor met bagage hier niet onbewaakt achterlaten. Wat ben ik blij dat ik deze trip met de Transalp maak. Die  duw je voort als een fietsje (bij wijze van spreken dan toch, want het is toch een massa van 220 kg). Ideaal om mijn conditie wat bij te spijkeren. En zo is een tegenslag snel omgetoverd tot een meevaller.

In het benzinestation laat ik mij helpen door een iemand die ook net aan het tanken is. Dat gaat vlot hier. Je hebt niet eens een code van je bankkaart nodig. (Voorzichtig zijn dus met die bankkaart!!). Ik pomp ook mijn banden nog eens op en rij opgelucht naar het hotel.

Ik heb nu nog wel enkele uren nodig om al mijn bagage te herschikken in functie van de komende vier maanden lange trip.

Om 18u30 ga ik samen met Joke en Rob de stad in om nog eens de beentjes te strekken en een kleinigheid te eten.

 

 

Het is meer dan twintig graden en het regent zachtjes en wisselend. Niet te verwonderen dat die bloemen er hier zo prachtig bij staan. Mijn oude paraplu doet goed dienst, maar laat nu toch een steekje vallen... letterlijk dan. De restaurants zijn overal afgeladen vol, maar we vinden toch nog een plaatsje bij Fat Ptarmigan. Hier in Alaska krijg je alvorens je wat te eten bestelt een enorm glas water, met nog een karaf ernaast. Ik bestel een halve salade van de chef. Tot nu toe mag ik niet klagen van het eten....

In de stad lopen heel wat verlopen 'native Americans'. Ze zijn vaak aan drank verslaafd en aan lager wal geraakt. Toch zijn ze vriendelijk en behulpzaam, en helemaal niet opdringerig. Ze zien er gelaten uit en droef. Waar is hun fierheid van weleer? Je wordt hier wel heel hard met je neus gedrukt op n van de kenmerken van dit z vooruitstrevende land, dat z weinig oog heeft voor diegenen die uit de boot gevallen zijn.

Dan terug naar het hotel, nog een uurtje rommelen en snel onder zeil.

 

Dag 1 (donderdag 10 augustus 2017):

Verblijf in Anchorage

Overnachting in Anchorage Americas Best Value Inn

Vandaag verwachten Rob en Dafne ons officieel in Alaska. Maar we zitten reeds voor op schema, dus kunnen we onze dagen anders invullen. Ik ga straks shoppen en een paar musea bezoeken aan de rand van de stad. Rond de middag zal ik dan verkassen naar het andere hotel, dat Rob en Dafne voor ons geboekt hebben. Deze namiddag wordt het dan een wandeling naar de grootste watervliegtuigvloot ter wereld.

Ik sta op om vijf uur op en werk wat aan de blog. Dan alles nog wat schikken en herschikken. Het ontbijt is karig maar voldoende: een koffie en wat broodjes.

Ik begeef mij op de motor naar het Alaska Native Heritage Center.

 

 

Een oudere man in traditionele klederdracht vertelt over zijn volk, haar cultuur en hoe dit alles grotendeels teloorging. Enkele jongeren tonen traditionele volksspelen, berustend op behendigheid, lichaamskracht en competitiviteit. Wat mij echter het meest in deze cultuurtempel bekoort zijn de prachtig afgewerkte kunstvoorwerpen, oude en nieuwe, en het vakmanschap die deze mensen in zulke primitieve omstandigheden konden ontwikkelen.

 

 

Ik knoop een gesprek aan met twee 'native Americans'. En van hen werkte 30 jaar als visser op zalm. Een hard beroep. Zijn volk woonde op de reeks eilanden tussen Alaska en Siberi. Ze zijn vroeger bijna volledig uitgemoord door de Russen. Ze moesten kiezen: soldaat worden of onmiddellijk gedood worden. Het maakte niet veel uit, en velen lieten zich dan maar onmiddellijk afslachten. Hijzelf heeft de visserij verlaten, en maakt nu traditionele kunst. Mijn oog valt onmiddellijk op dat prachtige masker en op een pet gemaakt uit een stuk houtstam. Hij heeft dit aan de binnenkant afgebeiteld tot het slecht 3mm dik meer was, en dan gepolijst en beschilderd. Maar hij verdient nu vooral zijn brood met het maken van kunstvliegen om op allerlei vissen te hengelen.

In de buurt is er ook een groot shopping center waar ik even halt hou om enkele benodigdheden op te slaan, maar ik vergeet het belangrijkste, DEET, een muggen werend middel. Ik stap weer op de motor. Het begint nu toch weer te regen, en ik spoed mij dan maar voorzichtig naar het hotel.

Opruimen en opkrassen. p naar het volgende hotel, dat Dafne en Rob voor ons gereserveerd hebben. Aangezien we toch maar kunnen inchecken vanaf drie uur, neem ik de kleine mankementjes van mijn motor eens onder handen. Even later werken voltmeter, temperatuurmeter en richtingaanwijzer weer naar behoren.

Na het inchecken en uitladen vertrek ik naar Lake Hood, net achter het hotel, waarop de grootste watervliegtuigvloot ter wereld drijft.

 

 

Het is ondertussen gestopt met regenen, en dus aangenaam rijden.

De avond wordt afgesloten met een gezamenlijk diner, waarna de briefing door Dafne plaatsvindt. Rob (van Dafne) is ondertussen terug naar Nederland. Johan, Fons en Bert zijn vandaag naar Whittier gereden, doorheen een vier kilometer lange smalle tunnel, die alternerend gebruikt wordt door treinen en door gewoon wegverkeer. Aan motorijders wordt de strenge raad geven mooi tussen de sporen te blijven rijden, en vooral de sporen niet te raken. Dat hebben ze gelukkig goed onthouden.

Nu stop ik er mee voor vandaag, want ik ben te moe. Die jetlag is blijkbaar nog niet echt verteerd.

 

Dag 2 (vrijdag 11 augustus 2017):

Verblijf in Anchorage

Overnachting in Anchorage Americas Best Value Inn

Gisteravond sprak ik met Rob en Joke af om vandaag naar Seward te rijden. Het is een hele trip, maar het laat ons toe de motoren nog eens goed te testen vooraleer we de jungle van Alaska en Canada induiken. Misschien komt Hans ook nog wel mee.

Ik heb goed geslapen, maar ben toch verschillende keren wakker geworden van de kou. Mijn kamer ligt op het uiteinde van de gang en heeft drie buitenmuren. Het weer is al een beetje herfstig. Mijn vroege ochtendstond laat mij toe in contact te blijven met de familie via Whatsapp of Skype. Het is dan zo een vier uur in de namiddag in Watervliet.

Het ontbijt is op zijn Amerikaans: het brood is niet te eten zonder het eerst te toasten. Maar... er zijn wel Belgian Waffles te krijgen, vers gemaakt. Ze blijken echter volledig smakeloos. De cottage cheese is dan wl lekker, evenals het hardgekookt eitje, de boter en de confituurtjes.

Johan zit ook reeds aan het ontbijt en heeft ook zin om mee te rijden naar Seward. En zo gebeurt het ook. Met zijn vijven vertrekken we dan zuidwaarts, langsheen een lange binnenarm van de zee (ooit uitgesleten door de Portage gletsjer?), waar door de getijdewerking een eindeloze vlakte twee maal daags onder water komt te staan en een enorme populatie van kleine watervogeltjes aantrekt. Daarnaast is er nog een uitgestrekt moeras dat permanent onder water staat, al dan niet verzilt.

Onderweg komen we voor het eerst de typische Amerikaanse RVs tegen: recreational vehicles. Deze benaming staat zowel voor caravans, getrokken door pick-ups, als voor de mobilhomes, allemaal een maatje meer dan bij ons.

 

 

Mijn Transalpje doet het goed en ik ben er al weer goed aan gewend. Een heerlijke motor om mee te rijden. Spijtig genoeg is het redelijk fris. Bovendien regent het, niet heel hard, maar toch gestaag. Op het hoogste punt daalt de temperatuur onder de tien graden. We stoppen onderweg in een leuk restaurantje in een grote blokhut.

 

 

Binnen krijgen we het snel warm met een koffie, thee of chocomelk en we strekken er even de benen.

HERE STARTS ALASKA

Seward heeft als motto: "Here starts Alaska". Het stadje dankt zijn naam aan de voormalige minister van buitenlandse zaken, die omstreeks 1865 de onderhandelingen voerde met de Russen om Alaska af te kopen voor een enorme som geld, echter nog niet wetende dat Alaska zo rijk was aan bodemschatten. Seward ligt zelf aan een kleine binnenarm van die grote Stille Oceaan. Hier vind je de grootste eb en vloedbewegingen ter wereld: tot 13 meter verschil ! Grote cruiseschepen leggen hier aan, en kleinere schepen vertrekken hier voor sightseeing van gletsjers, walvissen en robben. De aanwezigheid van bergen rondom doet wat denken aan de Noorse fjorden. Een bijzonder moment om hier even te vertoeven, en een prachtige startpunt voor onze epische reis.

 

 

Na enkele sightseeing-stops aan de ruwe kust gaan we eten in een wat rommelige keet in de haven. Ik neem een Caesar Salad en wat frietjes. Er zijn geen propere vorken meer, dus moet ik maar een lepel gebruiken. Het is gewoon lekker, niet meer, niet minder. Het toilet is het bezien waard, want het bevat naast de pot en de lavabo ook nog een stoel en een tafeltje. Is dat een uitnodiging om de afgeleverde boodschap ook nog eens ter schrift, of beter, ter blog, te stellen?

Op de terugweg gaat het harder regenen. Rob en Johan rijden wat te snel voor mij; ze hebben dan ook moderne motoren. Ik doe het liever wat rustiger aan en blijf samen met Hans wat achterop. We rijden beiden op een knarretje van bijna een kwart eeuw oud, en daar spring je zuinig mee om.

In Anchorage zien we nog Rob en Joke, die net getankt hebben. Nu is het onze beurt, zodat we morgenvroeg vlot de grote dagrit naar Tok kunnen aanvangen.

Hans heeft nog wat werk aan zijn motor, want zijn knipperlicht doet het niet meer. In de druilerige regen doet hij zijn best om de oorzaak van het euvel te achterhalen, maar moet het uiteindelijk totaal verkleumd opgeven. Hij zal gelukkig de komende week zijn knipperlichten niet vaak nodig hebben, want we verplaatsen ons doorheen zeer weinig bewoonde gebieden. Hij zal het nog eens bekijken bij beter weer, en ondertussen tussen ons rijden. Hij heeft ook nog zijn armen om 'zijne pijl uit te steken'.

's Avonds gaan we eten in een leuk etablissement. Ik kies een omelet met heerlijke broccoli. Dt kunnen ze hier dan tch goed klaarmaken.

 

 

Rechtover het restaurant is een Harley-Davidson-zaak. Op de parking stijgt plots een enorme rookwolk op gepaard met het loeien van een motor. Onder het oog van joelende omstaanders laat een biker zijn achterband te spinnen en ontbranden met toegeknepen voorrem.

 

Dag 3 (zaterdag 12 augustus 2017):

Anchorage US > TOK US - 530km(330miles) 10u

Overnachting in Tok Golden Bear Hotel

Om drie uur word ik wakker. ik heb het te warm. Blijkbaar hebben ze de chauffage aangezet, terwijl ik net enigszins aangekleed verkleumd onder de wol was gedoken. Nu ben ik wakker en zal deze dag dan maar vroeg beginnen, terwijl de anderen nog de slaap der onschuldigen slapen.

Ik hoorde gisteravond dat Walmart hier reeds om zes uur 's morgens open is, en rij er op mijn motor even heen. Walmart, een supermarktgigant, is toch niet zo groot als ik verwacht had, en er zijn bedroevend weinig klanten om zo veel mensen reeds aan het werk te zetten op dit vroege ochtenduur. Het personeel is waarschijnlijk wel goedkoop, want ze zijn met velen. Ze weten niets en weten dat niets ook nog niet liggen.

 

Gerelateerde afbeelding

 

Toch een leuke ervaring, want ze zijn heel vriendelijk en behulpzaam, en helemaal niet haastig. Ik vind er wl wat ik niet zocht, maar wat ik gisteren had moeten zoeken, maar het dus toen ook niet gevonden had: DEET, tegen de muggen.

Het ontbijt in het hotel hou ik ditmaal eenvoudig: brood, kaas, jam en koffie. Als afsluiter eet ik een appel, welke ik probeer te schillen met een plastieken mes. Dat lukt dus niet, maar ik heb het geprobeerd.

Nu gaat het gebeuren. We gaan de reis aanvatten.

We're gonna ride on. Ride on. Ride on. Ride on, Lookin' for a track. Ride on, Keep on riding. Ridin' on and on and on and on and on and on and on. Have ourself a good time. Mmm, yeah. Ride, ride, ride. One of these days. One of these days...

We laden de motoren en vertrekken in groep in de regen. Ik rij niet graag in zo een grote groep en rij achteraan. Net vr het oprijden van de snelweg verliest mijn motor plots vermogen en is de toerenteller dood. Ik kan nog verder blijven pruttelen aan vijftig km per uur, maar kan zo de anderen niet bijhouden en kan zeker de  snelweg z niet op. De ontsteking van n van mijn cilinders is uitgevallen. Ik weet wat de oorzaak is en zoek een rustig plekje om het euvel te verhelpen. Ik vervang de defecte CDI (ontstekingsunit) door een andere, die ik in reserve meegenomen had. Mijn Transalp heeft slechts twee elektronische onderdelen, en ik heb beide in reserve meegebracht. Het vervangen neemt al gauw een uurtje in beslag want dat onderdeel zit natuurlijk diep verborgen onder het zadel. Ondertussen zijn de anderen ver weg. Ik stuur een sms'je naar Rob Veerman dat ik er aan kom, en hervat de rit.

De ganse rit zal ik blijven denken aan wat er mij te doen zal staan als nog een CDI defect raakt. Ik heb er thuis nog wel n, maar dat is thuis, en die moet bovendien nog van de paarse Transalp gehaald worden. Ik word al gauw met mijn neus gedrukt op een aspect van de reis waar ik wel van op de hoogte was, maar toch niet zo hard was blijven bij stil staan. Ik moet op niemand rekenen. Ik sta er helemaal alleen voor, en de karavaan rijdt door, zonder de pechvogel. Dit is wel ironisch. Ik heb net een georganiseerde reis geboekt om er niet alleen voor te staan met pech, en nu sta ik er toch alleen voor. Gelukkig doe ik sedert de aanschaf van dit vehikel alle onderhoud en reparaties zelf, en ben ik lid van de Transalp Club, waardoor ik mijzelf toch enigszins kan behelpen bij pech.

Niettegenstaande het onstandvastige weer, de achterstand welke ik opliep, en mijn gezapig tempo, bezoek ik bijna alles wat ik gepland had. Eerste stop is het Eklutna Historical Park.

 

 

Daar staat oud Russisch orthodox kerkje, en even verder een kerkhof met Spirit Houses.

 

 

Ik neem echter geen nutteloze pauzes, en kom op een bepaald moment de groep tegen in Eureka Lodge. Zij hebben net gegeten en staan op het punt weer verder te rijden. Van Rob krijg ik te horen dat mijn achterblijven voor de reisleiding niet onrustwekkend genoeg was om actie te ondernemen. Ik koop snel een kruimeldeegkoek voor de grote honger, en rij met hen mee. Algauw laat ik hen gaan, want ze rijden te snel voor mij. Alweer wordt ik geconfronteerd met het feit dat ik op deze reis op niemand echt zal kunnen rekenen. Ieder voor zich, en God voor allen!. Ik zal bij eventuele tegenslag onder tijdsdruk komen om de anderen nog te kunnen bijbenen. Ik tracht het echter positief te bekijken. Ik wordt vergezeld door mijn geheime passagier, de heilige Christophe, en kan mij meestal nogal goed uit de slag trekken.

Onderweg zijn de vliegveldjes nooit veraf en zeker een stopje waard.

 

 

Het blijft mooi weer en het wordt zelfs meer dan twintig graden. Ik hou halt in een mooi idyllisch gehuchtje aan Posty's Sinona Lodge.

 

 

Het vanallesje wordt gerund door twee Native American vrouwen. Of het nu zussen zijn of moeder en dochter kan ik niet opmaken, want ze zien er beiden even slonzig en verlopen, en vooral erg ongelukkig uit. Ik koop een koffie uit de kan voor 1 dollar en installeer mij op het terrasje buiten in de zon. Aldra krijg ik vrouwelijk gezelschap dat een bijzondere interesse voor mij vertoont, onder de vorm van bloeddorstige muggen welteverstaan. Ook de Transalp heeft aantrok, van mannen ditmaal, die bij de aanblik van de avontuurlijk beladen motor ook aan het dromen slaan. Een Duitser in een gehuurde camper roept zijn broer erbij om een foto te nemen.

Ik trek verder en geniet gedurende uren van bergen, gletsjers, bossen en water.

 

 

Opeens, bij een doorgang van de weg tussen twee bergen, gaat het dan toch even wat regenen, maar niet genoeg om er het regenpak voor aan te trekken. Ik kom vervolgens in de grote alluviale vlakte van de Tok-rivier, waar wind, zon en warmte al snel alles opdrogen. In Tok ben ik de laatste om aan te komen in het Golden Bear Hotel en hoor hoe het Hans vergaan is, die als eerste in Tok aangekomen is. Hij is nog even op mij blijven wachten, maar is dan snel alleen verder gereden, en moet de rest van de groep, die ook niet op hem gewacht hebben, voorbij gestoken zijn toen die even wat gingen drinken. Ook hij heeft het gevoel dat hij weet waar hij staat in geval van pech: achtergelaten en alleen samen met God.

Ik laad mijn bagage af en rij naar het centrum, waar ik nog op tijd ben om een kijkje te nemen in het grote visitors center.

 

 

Daarna ga ik nog een kaartje kopen in een winkeltje, waar ik geholpen wordt door twee jonge lieve meiden. Het kaartje is bestemd voor Ad Mies van de Transalpclub.

Dan de motor nog eens onder handen nemen en kijken of die ontstekingsunit wel cht defect is. En dat blijkt niet het geval ! Hij werkt weer. Het was gewoon een slecht contact. Vermoedelijk heeft mijn motor tijdens het transport wat te lijden gehad van oxidatie. Mijn dag kan niet meer stuk.

's Avonds gaan we eten bij 'Fast Eddy's', waar we bediend worden door een vlotte lachende bevallige dame.

 

 

Mijn kleine pizza is z groot dat ik hem niet geheel op kan. Een stevige wandeling van meer dan 1 kilometer terug naar het motel helpt om de pizza wat te laten zakken. Ik kruip in mijn bed en val onmiddellijk in slaap.

 

Dag 4 (zondag 13 augustus 2017):

Tok US > Dawson City CA - 300km(885) 7u

Overnachting in Dawson City Downtown Hotel.

Ik word plots wakker. Het is al licht buiten. Zes uur. Ik heb geslapen als een gletsjer, om het in lokale termen uit te drukken. Ik sta op. Het bed lijkt bijna onbeslapen. Ik heb met moeite 1mm bewogen.

Koffie. Het kost me bijna een uur om alle bagage bij elkaar te rapen en zorgvuldig te schikken zodat alles weer mee kan. Ik heb wel een grote waterdichte plunjezak bij, maar gebruik hem nog niet, en probeer alles in de vaste koffers te krijgen, wat nt lukt.

 

 

Om 7 uur gaan we eten in de cafetaria van het Golden Bear Hotel. Lekker veelgranenbrood. Omeletje. Vriendelijke bediening.

Even over achten rijden we weg richting Canada. Ik heb nog wel voldoende brandstof maar bedenk mij dat ik beter op veilig kan spelen en ga nog even tanken. Zoals verwacht ben ik nu reeds alleen, want alle anderen zijn er snel vandoor, weg van die pechvogel op zijn oude Transalp, en dus weg van elke mogelijke vertraging. Aan het tankstation staan twee nieuwe Africa Twin's. En van de baaikers komt naar mij toe en hoort mij uit over de moto en waar ik heen ga. De andere is wat ongeduldig, maar komt dan uiteindelijk ook bij ons staan. Mijn Transalpje is de taaie tante van die Africa Twin's. Zelfs in de VS is een Transalp gekend, hoewel die er einde jaren tachtig slechts gedurende twee jaar verkocht werd. Beide mannen komen uit Oklahoma en rijden naar Dead Horse. Voor hen is Alaska de ultieme (Amerikaanse) reisbestemming.

Ik zet mijn weg verder. Zon twintig kilometer verder verlaat ik de hoofdweg en sla linksaf, naar het Noorden. De volgende 100 km lopen doorheen een prachtige desolate bergtoendra met grootse uitzichten over een uitgestrekt dennenwoud. De kleine spitse triestige bomen lijken hier wel dood, maar het groene plukje naalden op hun top bewijst dat ze wel degelijk leven. Heeft hier ooit een brand gewoed? Het is niet moeilijk om mij in te leven in de omstandigheden die hier in de winter moeten heersen. Ondanks de eentonigheid van het landschap verveel ik me geen moment. De eenzaamheid van het moment geeft mij de gelegenheid om mijn gedachten de vrije loop te laten gaan. Ik bedenk dat ik hier wel eens zou willen reizen in de winter, maar dan wel als passagier naast een ervaren chauffeur in een geschikte terreinwagen. Een dergelijke reis, maar dan in een gele schoolbus, maakte ik vijfentwintig jaar terug reeds eens in het Oosten van Canada: le Passeport Blanc.

 

 

In het minuscule dorpje Chicken ga ik dan nogmaals tanken. Bij het reizen doorheen Canada en Alaska is het altijd veilig om reeds te tanken wanneer de tank nog halfvol is. Tankstations in afgelegen streken zijn wereldwijd vergelijkbaar met elkaar: je kunt er ook wat eten en n en ander kopen. Vaak zijn ze het kloppend hart van een ganse regio. De stille norse eigenaar komt mij bedienen aan de pomp en nodigt mij dan uit voor een gratis koffie. Ik blijf hier in dit gat nog even hangen en bezoek een oud schooltje in het historisch centrum van het 'dorpje'. Het kost mij wel wat moeite om er te geraken, want de wegel is overwoekerd en in slechte staat, en nauwelijks begaanbaar. Het spookdorpje is vervallen maar hft toch wat. Ik ben er gerust in dat ze dit oude dorpscentrum wel ooit eens zullen restaureren en beter toegankelijk maken. Even verder is ook nog een enorme gouddelverinstallatie, mooi gerestaureerd.

Ineens hoor ik achter mij een traag en luid aanzwellend geklop en gebonk: er passeren twee grote Harleys, een man en een vrouw. Ze rijden doorheen Chicken richting Canada zonder halt te houden.

 

 

Ik zet dan zelf ook mijn weg verder en passeer de traag rijdende Harley's. De weg is vanaf hier onverhard, en ze durven hier niet snel rijden. Ik durf ook niet snel rijden op deze onverharde weg, maar mijn motor leent zich toch gemakkelijker voor zulke wegen dan de zware logge Harleys. Aangezien ik vaak stop om een fotootje te nemen passeren we elkaar diverse malen. Op een bepaald moment stoppen we allen op de zelfde plaats en slaan een praatje. Ze komen uit Minnesota en keren langzaam terug naar huis langs dezelfde weg waarlangs ze gekomen waren.

Mijn route is afgeboord met heerlijk geurende bloemetjes: er staan er heel wat, en de geur vergezelt mij dus over een hele afstand. Ik rij dan wel sneller dan de Harleys, maar ook dat is niet snel, en ik word even verder zelf voorbijgestoken door een koppel Engelsen op zware GSsen. Die rijden dan al weer heel wat sneller dan ik. Binnen enkele maanden zal ik zelf ook wel wat vlotter over dergelijke wegen zoeven. Ik kom de Engelsen weer tegen in Boundary, een soort spookstadje net vr de Canadese grens waar heel wat bezienswaardige of leuke junk achtergelaten werd. We nemen wat fotootjes van elkaar. Ze zetten hun weg weer verder en ik haal mijn picknick uit: een lekker notenbroodje met rozijnen. Die Amerikaanse bakkers kunnen er dan toch wat van als ze willen. Hier bevind ik mij op de Top of the World Highway. Heel mooi gelegen, boven de boomgrens, op een hoogte van ongeveer duizend meter, met enorme vergezichten, n, het gevoel dat de wereld oneindig is.

 

 

In Little Gold Creek maak ik halt aan de grensovergang met Canada.

 

 

De Harley's bevinden zich net voor mij. Ik neem een foto van mijn moto aan de grenspost, en vervolgens een van de Harley's, met hun lachende berijders erbij. Een bevallige vrouwelijke douanier komt naar mij en berispt mij streng. Ik mag geen foto's van die mensen maken zonder hun uitdrukkelijke toestemming. Dat wil zeggen: via een aangetekend schrijven minimum twee weken op voorhand, zodat die mensen een gewogen beslissing kunnen nemen. Lachende gezichten en zwaaien volstaan niet als blijk van instemming! Ik buig ootmoedig het hoofd en beloof dat ik het nooit meer zal doen. De rest van de formaliteiten verlopen vlot en vriendelijk, en ik krijg een veilige trip toegewenst.

Ik rij Canada binnen en bevind mij in de Yucon Territories, een enorm gebied dat zo dun bevolkt is dat het geen aparte provincie is, maar wel een eigen statuut heeft.

 

 

The Top of the World is een hele lange top, maar niet vervelend, heel erg welriekend, en zelfs kleurrijk als je niet te ver opzij kijkt. Ook deze weg is onverhard, maar goed onderhouden en mooi vlak. Net voor Dawson City sla ik links af en rij eerst doorheen een uitgestrekte soort camping voor RVs, midden tussen de bomen. Ik ga het Paddle Wheel Graveyard bezoeken: een kerkhof voor afgedankte sternwheelers (tandradboten zoals vroeger ook op de Mississippi voeren). Het vergt nog een behoorlijke wandeling langsheen de Yukon, en algauw zweet ik mij te pletter onder mijn motorpak. De enorme skeletten van de boten liggen als walviskadavers een eind op de oever, en ik vraag mij dan ook af hoe die hier terecht gekomen zijn, anders dan bij een enorme hoogstand van de rivier. Op het water nadert een kleine moderne sternwheeler, volgeladen met toeristen, gevangen op de boot als apen in een kooi. Ikzelf begeef mij tussen de enorme wrakken, geen mooi schouwspel, maar toch indrukwekkend bedenkend dat deze mastodonten in vroeger tijden deze rivier en tegelijkertijd de enorme afstanden op een comfortabele manier overheersten.

Dan weer te voet terug, de motor op, en dan aanschuiven aan de oever van de Yukon, wachtend op het veerpontje dat net aan de overzijde weer vertrokken is in mijn richting. Het gratis pontje brengt mij snel naar Dawson City aan de overzijde van de Yukon.

 

 

Ik vind heel vlot het Downtown Hotel, gezien het pal centraal gelegen is, en omdat de motoren van mijn reisgenoten voor de ingang geparkeerd staan. Ik laad uit, en terwijl ik bezig ben hoor ik achter mij een ander Transalpje naderen, goed herkenbaar aan het zeer typische motorgeluid. Ik draai mij om en zie dat het geen Transalp is, maar een gloednieuwe African Twin. Ik had reeds vernomen dat aan het motorgeluid van die nieuwe motor stevig gewerkt was, maar sta toch verbaasd over de z grote gelijkenis, hoewel de constructie van de motor z verschillend is. Ik sla even een praatje met de eigenaar, tot zijn vriendin hem met ongeduldig draaiende ogen van mij weghaalt. Ik maak dan voort, installeer mij in mijn kamer, en werk snel de blog bij van gisteren.

We gaan eten bij Kate's. Lekkere salade met noten, kaas en nog van alles, gevolgd door appelpaai met een bolletje vanille ijs.

Ik ga dan nog even wandelen door Dawson City. Het nieuwe lokale kerkje in oude stijl trekt mijn aandacht, en ik breng er een kort bezoekje aan. Er zijn vele oude gebouwen, al dan niet gerestaureerd. Het stadje is uitermate geschikt als filmdecor. Aan de Yukon is een Sternwheeler op het droge opgezet zoals BOU-8 in Boekhoute. Als afsluiter ga ik nog wat Canadese dollars tanken.

 

 

Een wulpse dame zwaait mij uitnodigend toe van achter het gordijn op het eerste verdiep van een louche etablissement, maar ik laat mij niet verleiden.

Om 11u kruip ik onder de wol. Mijn dag was mooi, en compleet gevuld, en zonder panne ditmaal.